• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Menselijke arbeid heeft een tweevoudige betekenis: een objectieve en een subjectieve. In objectieve zin gaat het om de som van activiteiten, bronnen, instrumenten en technologieën die door de mens worden gebruikt om dingen te produceren en om, met de woorden van het Boek Genesis, te heersen over de aarde. In subjectieve zin is arbeid de activiteit van de menselijke persoon als een dynamisch wezen dat in staat is om een variëteit aan activiteiten te verrichten die deel uitmaken van het arbeidsproces en die overeenstemmen met zijn persoonlijke roeping: "De mens moet de aarde onderwerpen, hij moet haar beheersen, omdat hij als 'beeld van God' een persoon is, dat wil zeggen een subject; een subject dat in staat is op programmatische en redelijke wijze te handelen. Hij is in staat om over zichzelf te beslissen en te pogen zichzelf te realiseren. In zijn hoedanigheid van persoon is de mens subject van de arbeid." H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Op de negentigste verjaardag van de encycliek Rerum Novarum, Laborem Exercens (14 sept 1981), 6.

Arbeid in objectieve zin constitueert het contingente aspect van de menselijke activiteit, die voortdurend varieert in zijn uitdrukkingsvormen naargelang technologische, culturele, sociale en politieke voorwaarden wijzigen. De arbeid in subjectieve zin daarentegen vertegenwoordigt de stabiele dimensie, omdat hij niet afhangt van wat mensen produceren of van het soort activiteit dat zij ondernemen, maar alleen en exclusief van hun waardigheid als menselijke persoon. Dit is een beslissend onderscheid, zowel voor het verstaan van wat de ultieme fundering van de waarde en de waardigheid van arbeid is, als met het oog op de moeilijkheid om economische en sociale systemen die de mensenrechten respecteren, te organiseren.

Deze subjectiviteit verleent aan de arbeid zijn particuliere waardigheid, die verhindert dat hij wordt beschouwd als simpele koopwaar of als een onpersoonlijk element van het productieapparaat. Onafhankelijk van zijn min of meer grote objectieve waarde, is de arbeid een essentiële uitdrukking van de persoon; hij is een "actus personae". Elke vorm van materialisme of van economisme dat probeert om de arbeider te herleiden tot een zuiver instrument voor productie, tot een simpele arbeidskracht met een exclusief materiële waarde, zou neerkomen op een onherstelbare ontaarding van de essentie van de arbeid en op een ontdoen van zijn meest edele en fundamentele menselijke doelstelling. De menselijke persoon is de maatstaf van de waardigheid van de arbeid: "In feite bestaat er geen enkele twijfel over de ethische waarde van de menselijke arbeid, die zonder tussenschakel, rechtstreeks verbonden blijft met het feit dat degene die hem verricht een persoon is" H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Op de negentigste verjaardag van de encycliek Rerum Novarum, Laborem Exercens (14 sept 1981), 6.

De subjectieve dimensie van de arbeid moet voorrang hebben op de objectieve dimensie, want zij is de dimensie van de persoon zelf die de arbeid verricht, door de kwaliteit en de hoogste waarde ervan te bepalen. Indien dit inzicht ontbreekt of indien men ervoor kiest om deze waarheid niet te erkennen, dan verliest arbeid zijn meest waarachtige en meest diepe betekenis. In dergelijke gevallen - die jammer genoeg maar al te frequent voorkomen en wijdverbreid zijn - worden het verrichten van de arbeid en zelfs de technieken die worden gebruikt, belangrijker dan de persoon zelf en worden zij tezelfdertijd omgevormd van bondgenoten tot vijanden van zijn waardigheid.

Menselijke arbeid komt niet alleen voort uit de persoon, maar is ook essentieel geordend naar en heeft zijn uiteindelijk doel in de menselijke persoon zelf. Los van zijn objectieve inhoud moet arbeid worden gericht naar het subject dat hem verricht, omdat het doel van arbeid, van gelijk welke arbeid, altijd de mens blijft. Zelfs indien men het belang van de objectieve component van arbeid niet kan ontkennen vanuit het perspectief van de kwaliteit ervan, dan toch blijft deze component ondergeschikt aan de zelfrealisatie van de persoon en daarom meteen ook aan de subjectieve dimensie, waardoor men terecht kan stellen dat arbeid er is voor de mens en de mens niet voor de arbeid. "Ten slotte blijft het doel van de arbeid, van iedere arbeid die de mens verricht - of dit nu de nederigste dienst is, of volgens de gangbare normen de meest monotone of zelfs de meest marginaliserende arbeid - altijd de mens zelf" H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Op de negentigste verjaardag van de encycliek Rerum Novarum, Laborem Exercens (14 sept 1981), 6 Vgl. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 2428.
Menselijke arbeid heeft ook een intrinsieke sociale dimensie. "Bovendien wordt het duidelijk dat de arbeid van de ene mens op natuurlijke wijze vervlochten is met de arbeid van andere mensen. Werken is nu meer dan ooit een werken met de anderen en werken voor de anderen; het is iets voor iemand doen" H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van de encycliek Rerum Novarum, Centesimus Annus (1 mei 1991), 31. Ook de vruchten van de arbeid bieden gelegenheid voor uitwisseling, relatie en ontmoeting. Arbeid kan daarom niet adequaat worden geëvalueerd indien men geen rekening houdt met zijn sociale aard: "Bestaat er immers geen werkelijk sociaal organisme, wordt de uitoefening van de arbeid niet door een sociaal-juridische orde beschermd, werken de verschillende takken van het bedrijf, waarvan de één van de ander afhangt, niet onderling samen en vullen zij over en weer elkander niet aan, ja, wat het voornaamste is, indien intellect, kapitaal en arbeid zich niet verbinden en als het ware van één beginsel uitgaan, dan kan de activiteit der mensen ook haar effect niet opleveren. Houdt men dus geen rekening met de sociale en tegelijk individuele natuur van de arbeid, dan kan hij noch op zijn juiste waarde geschat, noch naar evenredigheid beloond worden" Paus Pius XI, Encycliek, Over de aanpassing van de sociale orde, Quadragesimo Anno (15 mei 1931), 69.
Arbeid is ook "een verplichting, dat wil zeggen een plicht van de mens" H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Op de negentigste verjaardag van de encycliek Rerum Novarum, Laborem Exercens (14 sept 1981), 16. De mens moet arbeiden, niet alleen omdat de Schepper hem dit bevolen heeft, maar ook omdat het onderhoud en de ontwikkeling van zijn mens-zijn zelf arbeid eisen. Arbeid verschijnt als een morele verplichting met het oog op de naaste, die op de eerste plaats het eigen gezin is, maar ook de maatschappij waartoe men behoort, het volk waarvan men zoon of dochter is, heel de mensenfamilie waarvan men lid is. Wij zijn de erfgenamen van de arbeid van de generaties en tegelijk zijn we bewerkers van de toekomst van hen die na ons zullen komen.
Arbeid bevestigt de diepe identiteit van de mens die geschapen is naar het beeld en de gelijkenis van God: "Dankzij zijn arbeid wordt de mens steeds meer meester van de aarde en wordt eveneens zijn heerschappij over de zichtbare wereld versterkt. Doch de mens blijft in ieder geval en in iedere fase van dit proces in de lijn van het oorspronkelijke plan van de Schepper. Dit plan is noodzakelijk en onverbrekelijk verbonden met het feit dat het menselijk wezen, in de hoedanigheid van man en vrouw, geschapen is 'naar het beeld van God'" H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Op de negentigste verjaardag van de encycliek Rerum Novarum, Laborem Exercens (14 sept 1981), 4. Dit beschrijft de menselijke activiteit in het universum: de mens is er niet de eigenaar van maar wel degene aan wie dit werd toevertrouwd, degene die geroepen werd om op zijn eigen manier het beeld van Hem naar wiens gelijkenis hij gemaakt is, te weerspiegelen.

Document

Naam: COMPENDIUM VAN DE SOCIALE LEER VAN DE KERK
Soort: Pauselijke Raad "Justitia et Pax"
Datum: 26 oktober 2004
Copyrights: © 2004, Libreria Editrice Vaticana
Vert.: vatican.va, Stg. InterKerk, katholiekgezin.nl
Bewerkt: 5 december 2020

Referenties naar dit document

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam