• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
De encycliek H. Paus Johannes Paulus II - Encycliek
Centesimus Annus
Ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van de encycliek Rerum Novarum
(1 mei 1991)
bevat een expliciet en gearticuleerd oordeel over democratie
: "De Kerk waardeert het democratische systeem voor zover het de medezeggenschap van de burgers in de politieke keuzen verzekert en aan de onderdanen de mogelijkheid waarborgt om hun bestuurders te kiezen en te controleren, evenals de mogelijkheid hen op vreedzame wijze te vervangen waar dit wenselijk blijkt. Zij kan daarom niet de vorming steunen van beperkte leidinggevende groepen die de macht van de staat misbruiken voor particuliere belangen of voor ideologische doeleinden. Een authentieke democratie is alleen mogelijk in een rechtsstaat en op basis van een juiste opvatting over de mens. Zij vereist dat zich de noodzakelijke voorwaarden voordoen voor de bevordering zowel van de afzonderlijke personen door de opvoeding en de vorming tot de authentieke idealen, als van de 'subjectiviteit' van de maatschappij door het scheppen van structuren van medezeggenschap en medeverantwoordelijkheid" H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van de encycliek Rerum Novarum, Centesimus Annus (1 mei 1991), 46.
Een authentieke democratie is niet zozeer het resultaat van een formeel naleven van een reeks regels, maar veeleer de vrucht van een overtuigde aanvaarding van de waarden die democratische procedures inspireren: de waardigheid van elke menselijke persoon, het respect voor de mensenrechten, een engagement voor het algemeen welzijn als het doel en het leidend principe van het politieke leven. Indien een algemene consensus over deze waarden ontbreekt, gaat de diepste betekenis van een democratie verloren en is haar stabiliteit in gevaar gebracht.

De sociale leer van de Kerk beschouwt het ethisch relativisme, dat beweert dat er geen objectieve of universele criteria bestaan als fundament voor een juiste hiërarchie van waarden, als één van de grootste bedreigingen voor de moderne democratieën. "Men is nu geneigd te stellen dat het agnosticisme en het sceptisch relativisme de filosofie en de fundamentele houding zijn die beantwoorden aan de democratische politieke vormen en dat degenen die overtuigd zijn de waarheid te kennen en deze vast aanhangen, onbetrouwbaar zijn uit democratisch oogpunt, omdat zij niet aannemen dat de waarheid door de meerderheid bepaald wordt of veranderlijk is volgens de verschillen in het politieke evenwicht. Wat dit betreft is het nodig op te merken dat, als er geen enkele uiteindelijke waarheid bestaat welke de politieke actie richt en leidt, de ideeën en overtuigingen gemakkelijk als instrumenten voor machtsdoeleinden kunnen worden gebruikt. Een democratie zonder waarden wordt gemakkelijk een openlijk of slinks totalitarisme, zoals de geschiedenis aantoont" H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van de encycliek Rerum Novarum, Centesimus Annus (1 mei 1991), 46. Democratie is wezenlijk "een 'systeem' en als zodanig een instrument en geen doel. De 'morele' aard ervan ontstaat niet automatisch, maar is afhankelijk van de overeenstemming met de morele wet, waaraan de democratie onderworpen moet zijn, zoals elk menselijk gedrag: de morele aard van de democratie is dus afhankelijk van het morele gehalte van de nagestreefde doelen en van de gebruikte middelen" H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Over de waarde en de onaantastbaarheid van het menselijk leven, Evangelium Vitae (25 mrt 1995), 70.

Het magisterium erkent de waarde van het principe van de scheiding van de machten in de staat: "daarom heeft het de voorkeur dat iedere macht in evenwicht gehouden wordt door andere machten en door andere sferen van bevoegdheid, welke haar binnen de juiste grenzen houden. Dat is het beginsel van de 'rechtsstaat', waarin de wet soeverein is en niet de willekeur van de mensen" H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van de encycliek Rerum Novarum, Centesimus Annus (1 mei 1991), 44.

In het democratische systeem is het politieke gezag rekenschap verschuldigd aan het volk. Representatieve lichamen moeten onderworpen zijn aan een effectieve sociale controle. Deze controle kan bij uitstek worden uitgeoefend bij vrije verkiezingen die de selectie en de verandering van vertegenwoordigers toelaten. De verplichting van de verkozenen om rekenschap af te leggen van hun arbeid - wat wordt gegarandeerd door het respecteren van kiestermijnen - is een constitutief element van democratische vertegenwoordiging.

De verkozen personen moeten in hun specifieke domeinen (maken van wetten, regeren, de controle op het regeringswerk) zich inzetten opdat datgene wat bijdraagt tot het goed functioneren van de menselijke gemeenschap als geheel nagestreefd en gerealiseerd wordt Vgl. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 2236. De verplichting van de regeerders om verantwoording af te leggen aan hen die worden geregeerd, betekent geenszins dat de vertegenwoordigers enkel passieve agenten van de kiezers zouden zijn. De controle die wordt uitgeoefend door de burgers sluit immers niet uit dat de verkozenen over de vrijheid beschikken die nodig is om hun mandaat met respect voor de na te streven doelstellingen uit te kunnen voeren. Deze vertegenwoordigers zijn immers niet uitsluitend afhankelijk van specifieke belangen. In veel grotere mate zijn zij gebonden aan de synthetiserende en mediërende functie in het nastreven van het algemeen welzijn, wat één van de essentiële en noodzakelijke doelstellingen van het politieke gezag is.
Zij die politieke verantwoordelijkheid dragen, mogen de morele dimensie van de politieke vertegenwoordiging, die bestaat uit het engagement voor een volledige deelname aan de toekomst van het volk en om te zoeken naar oplossingen voor sociale problemen, niet vergeten of onderschatten. In dit perspectief betekent verantwoordelijk gezag ook gezag dat uitgeoefend wordt vanuit deugden die het mogelijk maken om macht uit te oefenen in een geest van dienstbaarheid Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de roeping en de zending van de leken in de Kerk, Christifideles laici (30 dec 1988), 42 (geduld, bescheidenheid, matigheid, naastenliefde, zich moeite getroosten om te delen), een gezag uitgeoefend door personen die in staat zijn om het algemeen welzijn te aanvaarden als het ware doel van hun eigen optreden, en niet prestige of het verkrijgen van persoonlijke voordelen.
Van alle ontwrichtingen van het democratische systeem is de politieke corruptie één van de meest ernstige Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, De ontwikkeling van de mens en de samenleving
Twintig jaar na Populorum Progressio van Paus Paulus VI, Sollicitudo Rei Socialis (30 dec 1987), 44
Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de roeping en de zending van de leken in de Kerk, Christifideles laici (30 dec 1988), 48 Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Boodschap, Wereldvredeszondag 1999, In het respect van de mensenrechten ligt het gehiem van de ware vrede (8 dec 1998), 6 omdat zij tegelijk zowel morele principes als de normen van sociale rechtvaardigheid verraadt. Zij compromitteert het goed functioneren van de staat door de relatie tussen de regeerders en zij die worden geregeerd negatief te beïnvloeden. Zij veroorzaakt een groeiend wantrouwen in de overheidsinstellingen en resulteert in een groeiende afkeer van de burgers voor de politiek en haar vertegenwoordigers, met een verzwakking van de instituties tot gevolg. Corruptie ontwricht radicaal de rol van de representatieve instellingen omdat zij hen gebruikt als een terrein voor politieke afruil tussen eisen van het cliënteel en diensten van de regeerders. Op die manier begunstigen politieke keuzes de enge doelstellingen van hen die over de middelen beschikken om deze keuzes te beïnvloeden en vormen zij een hindernis om het algemeen welzijn van alle burgers te realiseren.
Als een instrument van de staat is de overheidsadministratie op elk niveau - nationaal, regionaal, gemeentelijk - gericht op dienstverlening aan de burgers: "De staat, die ten dienste staat van zijn burgers, is de administrator van de goederen van het volk, die hij moet beheren in functie van het algemeen welzijn" H. Paus Johannes Paulus II, Boodschap, Boodschap voor de 21e Wereldvredesdag, 1 janauari 1998, Uit recht op gerechtigheid voor ieder groeit de vrede voor allen (8 dec 1997), 5. Overdreven bureaucratie is tegenstrijdig met deze zienswijze en ontstaat wanneer instituties "in hun organisatie ingewikkelder worden en de hele beschikbare ruimte willen verzorgen, tenslotte meer en meer ondergraven worden door onpersoonlijk functioneren, door overdreven bureaucratie, door onrechtmatige private belangen, door gemakkelijke en algemene onverschilligheid" H. Paus Johannes Paulus II, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de roeping en de zending van de leken in de Kerk, Christifideles laici (30 dec 1988), 41. De rol van hen die werken in de overheidsadministratie mag niet onpersoonlijk of bureaucratisch worden opgevat, maar veeleer als een daad van grootmoedige bijstand aan de burgers die ondernomen wordt in een geest van dienstbaarheid.
Politieke partijen hebben de taak om een ruime participatie te begunstigen en om openbare verantwoordelijkheden voor allen toegankelijk te maken. Politieke partijen zijn geroepen om de aspiraties van het maatschappelijke middenveld te interpreteren door deze te richten op het algemeen welzijn Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 75, en door aan de burgers de effectieve mogelijkheid te bieden om bij te dragen tot het formuleren van politieke keuzes. Hun interne structuur moet democratisch zijn en zij moeten in staat zijn tot politieke synthese en planning.

Een ander instrument voor politieke participatie is het referendum, waarbij een vorm van directe toegang tot politieke beslissingen wordt beoefend. De instelling van vertegenwoordiging sluit immers de mogelijkheid tot het direct consulteren van burgers omtrent beslissingen die van groot belang zijn voor het sociale leven, niet uit.

Informatie behoort tot de voornaamste instrumenten van democratische participatie. Participatie zonder een begrip van de situatie van de politieke gemeenschap, de feiten en de voorgestelde oplossingen voor problemen, is ondenkbaar. Het is noodzakelijk om een daadwerkelijk pluralisme in dit delicate domein van het sociale leven te garanderen, door te verzekeren dat er vele vormen en instrumenten van informatie en communicatie voorhanden zijn. Het is eveneens noodzakelijk om billijkheidsvoorwaarden voor het bezit en het gebruik van deze instrumenten door middel van geschikte wetten te vergemakkelijken. Te midden van de hindernissen die de volledige uitoefening van het recht op objectieve informatie in de weg staan Vgl. H. Paus Johannes XXIII, Encycliek, Vrede op aarde, Pacem in Terris (11 apr 1963), 65, moet speciale aandacht worden geschonken aan het fenomeen van de concentraties van media in de sectoren van drukwerk en televisie. Dit heeft een gevaarlijk effect op gans het democratische systeem wanneer dit fenomeen vergezeld is van steeds nauwere banden tussen de activiteit van de regering en de financiële en informatieve machten.
De sociale communicatiemiddelen moeten worden aangewend om de menselijke gemeenschap in zijn verschillende sectoren - economisch, politiek, cultureel educatief, godsdienstig - op te bouwen en te ondersteunen Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de publiciteitsmedia, Inter Mirifica (4 dec 1963), 3 Vgl. H. Paus Paulus VI, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de Evangelisatie in de Moderne Wereld, Evangelii Nuntiandi (8 dec 1975), 45 Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Over de blijvende geldigheid van de missie-opdracht, Redemptoris Missio (7 dec 1990), 37 Vgl. Pauselijke Commissie voor de Sociale Communicatiemiddelen, Pastorale Instructie, in opdracht van het Tweede Vaticaans Concilie, over de middelen van sociale communicatie, Communio et Progressio (23 mei 1971), 126-134 Vgl. Pauselijke Raad voor de Sociale Communicatiemiddelen, Pastorale instructie, twintig jaar na Communio et Progressio, Aetatis Novae (22 feb 1992), 11 Vgl. Pauselijke Raad voor de Sociale Communicatiemiddelen, Ethiek in de reclame (22 feb 1997), 4-8. "De informatiemedia moeten ten dienste staan van het algemeen welzijn. De samenleving heeft recht op informatie die steunt op waarheid, vrijheid, rechtvaardigheid en solidariteit" Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 2494 Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de publiciteitsmedia, Inter Mirifica (4 dec 1963), 11.

De essentiële vraag is of het huidige informatiesysteem bijdraagt tot het verbeteren van de menselijke persoon. Anders gezegd, maakt dit de mens spiritueel rijper, meer bewust van de waardigheid van zijn menselijkheid, meer verantwoordelijk en meer open voor anderen, in het bijzonder voor de meest behoeftigen en de zwakkeren? Een ander aspect van groot belang is de vereiste dat de nieuwe technologieën respect opbrengen voor de legitieme culturele verschillen.

Document

Naam: COMPENDIUM VAN DE SOCIALE LEER VAN DE KERK
Soort: Pauselijke Raad "Justitia et Pax"
Datum: 26 oktober 2004
Copyrights: © 2004, Libreria Editrice Vaticana
Vert.: vatican.va, Stg. InterKerk, katholiekgezin.nl
Bewerkt: 13 november 2020

Referenties naar dit document

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam