• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

DE WOORDEN VAN DE ROEPING
57e Wereldgebedsdag voor de roepingen (3 mei 2020)

Geliefde broeders en zusters,

Op 4 augustus van het afgelopen jaar heb ik bij de 160ste verjaardag van de dood van de heilige pastoor van Ars een Paus Franciscus - Brief
Brief aan de priesters aan zijn medebroeders in het priesterschap
Ter gelegenheid van de 160ste verjaardag van het overlijden van de heilige Jean Marie Vianney, pastoor van Ars
(4 augustus 2019)
willen aanbieden, die iedere dag hun leven besteden aan de oproep die de Heer ten dienste van het Volk van God tot hen gericht heeft.

Bij die gelegenheid heb ik vier sleutelwoorden gekozen - verdriet, dankbaarheid, moed en lof - om de priesters te bedanken en hun ambt te ondersteunen. Ik ben van mening dat vandaag, bij deze 57ste Wereldgebedsdag voor roepingen, deze woorden weer hernomen kunnen worden en gericht tot heel het Volk van God tegen de achtergrond van een passage in het Evangelie die ons de bijzondere gebeurtenis vertelt die Jezus en Petrus overkwam tijdens een stormachtige nacht op het meer van Tiberias. Vgl. Mt. 14, 22-33

Na de broodvermenigvuldiging, die de menigte enthousiast had gemaakt, geeft Jezus de zijnen opdracht scheep te gaan en Hem naar de andere oever voor te gaan, terwijl Hij afscheid zou nemen van de menigte. Het beeld van deze overtocht op het meer roept op de een of andere manier de reis van ons bestaan op. De boot van ons leven gaat immers langzaam voort, steeds onrustig, omdat hij op zoek is naar een gelukkige landing, bereid om de gevaren en de kansen van de zee onder ogen te zien, maar ook ernaar verlangend om van de stuurman een koerswijziging te krijgen die uiteindelijk leidt tot de juiste koers. Soms kan het echter gebeuren dat hij verdwaalt, zich laat verblinden door illusies in plaats van de lichtende vuurtoren te volgen die hem naar de veilige haven voert, of dat hij wordt uitgedaagd door de tegenwind van de moeilijkheden, de twijfels en de angsten.

Zo gebeurt het ook in het hart van de leerlingen, die, geroepen als ze zijn om de Meester van Nazareth te volgen, moeten besluiten naar de andere oever te gaan en moedig ervoor moeten kiezen de eigen zekerheden achter te laten en de Heer te volgen. Dit avontuur is niet vreedzaam: de nacht komt eraan, er waait een tegenwind, de boot wordt heen en weer geslingerd door de golven en de angst het niet te halen en niet opgewassen te zijn tegen de roeping dreigt hen te overweldigen.

Het Evangelie zegt ons echter dat wij in het avontuur van deze, moeilijke reis niet alleen zijn. De Heer loopt over het woelige water, waarbij Hij als het ware de dageraad in het holst van de nacht dwingt op te komen, en bereikt zijn leerlingen, nodigt Petrus uit om Hem tegemoet te komen, redt Hem, wanneer Hij ziet dat hij dreigt te verdrinken, en stapt uiteindelijk in de boot en zorgt ervoor dat de wind gaat liggen.

Het eerste woord van de roeping is dus dankbaarheid. Varen naar de juiste koers is niet een opdracht die alleen aan onze krachten is toevertrouwd, noch hangt het uitsluitend af van de trajecten die wij kiezen om af te leggen. De verwezenlijking van onszelf en de plannen in ons leven zijn niet de optelsom van wat wij beslissen binnen een geïsoleerd “ik”; het is integendeel vóór alles het antwoord op een roeping die tot ons komt van Boven. Het is de Heer die ons de oever wijst waar wij naar toe moeten gaan en die ons allereerst de moed geeft in de boot te stappen; Hij is het die, terwijl Hij ons roept, onze stuurman wordt om ons te begeleiden, ons de richting te tonen, te verhinderen dat wij op de rotsen van de besluiteloosheid stranden en die ons in staat stelt zelfs over het woelige water te lopen.

Iedere roeping komt voort uit de liefdevolle blik waarmee de Heer ons tegemoet is gekomen, zelfs terwijl onze boot een prooi van de golven was. “Meer dan onze keuze is het een antwoord op de oproep van de Heer tot belangeloosheid” Paus Franciscus, Brief, Ter gelegenheid van de 160ste verjaardag van het overlijden van de heilige Jean Marie Vianney, pastoor van Ars, Brief aan de priesters aan zijn medebroeders in het priesterschap (4 aug 2019); daarom zullen wij erin slagen deze roeping te ontdekken en hiervoor te kiezen, wanneer ons hart zich openstelt voor de dankbaarheid en ons hart van het voorbijkomen van God in ons leven gebruik weet te maken.

Wanneer de leerlingen Jezus, lopend over het water, zien naderen, denken zij aanvankelijk dat het om een spook gaat en zijn ze bang. Maar Jezus stelt hen onmiddellijk gerust met een woord dat ons leven en de weg van onze roeping altijd moet begeleiden: “Heb moed, Ik ben het”. Vgl. Mt. 14, 27  Dat is precies het tweede woord dat ik u zou willen meegeven: moed.

Wat ons vaak verhindert te gaan, te groeien, de weg te kiezen die de Heer voor ons uitzet, zijn de spoken die in ons hart rondwaren. Wanneer wij geroepen worden om onze veilige oever te verlaten en voor een levensstatus - zoals het huwelijk, het gewijde priesterschap, het godgewijde leven - te kiezen, doet de eerste reactie zich vaak voor als het “spook van ongeloof”: Het is onmogelijk dat deze roeping voor mij is; gaat het werkelijk om de juiste weg? Vraagt de Heer dit werkelijk juist aan mij?

En langzamerhand groeien in ons al die overwegingen, die rechtvaardigingen en die berekeningen die ons het elan doen verliezen, ons verwarren en ons verlamd achterlaten op de oever van vertrek; wij denken dat wij het bij het verkeerde eind hebben, er niet tegen opgewassen zijn, eenvoudigweg een spook hebben gezien dat verjaagd moet worden.

De Heer weet dat een fundamentele levenskeuze - zoals die om te trouwen of zich op een bijzondere wijze toe te wijden aan zijn dienst - moed vereist. Hij kent de vragen, de twijfels en de moeilijkheden die de boot van ons hart heen en weer bewegen en daarom stelt Hij ons gerust: “Wees niet bang, Ik ben bij je!” Het geloof in zijn aanwezigheid die ons tegemoet komt en begeleidt, ook wanneer de zee stormachtig is, bevrijd ons van de lusteloosheid die ik bij gelegenheid “zoetsmakende droefheid” Paus Franciscus, Brief, Ter gelegenheid van de 160ste verjaardag van het overlijden van de heilige Jean Marie Vianney, pastoor van Ars, Brief aan de priesters aan zijn medebroeders in het priesterschap (4 aug 2019) heb genoemd, dat wil zeggen de innerlijke moedeloosheid die ons blokkeert en het ons onmogelijk maakt om de schoonheid van de roeping te proeven.

In de Paus Franciscus - Brief
Brief aan de priesters aan zijn medebroeders in het priesterschap
Ter gelegenheid van de 160ste verjaardag van het overlijden van de heilige Jean Marie Vianney, pastoor van Ars
(4 augustus 2019)
heb ik ook gesproken over verdriet, maar hier zou ik dit woord anders willen vertalen en verwijzen naar moeite. Iedere roeping vereist inzet. De Heer roept ons, omdat Hij van ons een Petrus wil maken, ons in staat wil stellen om “over het water te lopen”, dat wil zeggen ons leven in eigen hand te nemen om het ten dienste te stellen van het Evangelie, op een concrete wijze en in het leven van iedere dag, zoals Hij ons aangeeft, en vooral in de verschillende vormen van de roeping als leek, als priester en tot het godgewijde leven. Maar wij lijken op de apostel: wij hebben het verlangen en het elan, wij zijn echter getekend door zwakheden en angsten.

Als wij ons laten meeslepen door de gedachte aan de verantwoordelijkheden die ons te wachten staan - in het huwelijksleven en in het priesterlijk dienstwerk - of aan de tegenspoed die zich zal voordoen, dan zullen wij snel de blik van Jezus afwenden en zoals Petrus gevaar lopen te verdrinken. Het geloof zal het ons integendeel, hoewel in broosheid en armoede, mogelijk maken de verrezen Heer tegemoet te gaan en ook de stormen te overwinnen. Hij reikt ons immers de hand, wanneer wij door vermoeidheid of angst dreigen te zinken en geeft ons het nodige elan om onze roeping met vreugde en enthousiasme te beleven.

Wanneer Jezus in de boot stapt, gaat de wind uiteindelijk liggen en bedaren de golven. Het is een mooi beeld van hetgeen de Heer in ons leven en in het tumult van de geschiedenis bewerkstelligt, vooral wanneer wij ons in een storm bevinden: Hij beveelt de tegenwind te zwijgen en de krachten van het kwaad, van de angst, van de berusting hebben geen macht meer over ons.

Bij de specifieke roeping die wij geroepen zijn te beleven, kan deze tegenwind ons afmatten. Ik denk aan hen die belangrijke taken in het burgerlijke leven op zich nemen, aan de echtgenoten die ik niet toevallig graag “de moedigen” noem, en in het bijzonder aan hen die kiezen voor het godgewijde leven en het priesterschap. Ik ken uw inspanning, de eenzaamheid die soms het hart bezwaart, het gevaar van de gewoonte die langzamerhand het brandend vuur van de roeping uitblust, de last van de onzekerheid en de onbestendigheid van onze tijd, de angst voor de toekomst. Heb moed, wees niet bang! Jezus staat naast ons en als wij Hem erkennen als enige Heer van ons leven, reikt Hij ons de hand en grijpt ons vast om ons te redden.

En dan opent ons leven zich, hoewel temidden van de golven, voor de lof. Dat is het laatste woord van de roeping en wil ook een uitnodiging zijn om de innerlijke houding van de Allerheiligste Maria te hebben: dankbaar voor de blik van God die op haar rust door angst en onrust in geloof toe te vertrouwen, door moedig de roeping te aanvaarden. Zij heeft van haar leven een eeuwige lofzang voor de Heer gemaakt.

Dierbaren, ik wens dat de Kerk vooral op deze dag, maar ook in het gewone pastorale handelen van onze gemeenschappen deze weg ten dienste van de roepingen gaat en daarbij een bres slaat in het hart van iedere gelovige, opdat ieder dankbaar de oproep kan ontdekken die God tot hem richt, de moed kan vinden om “ja” te zeggen, de vermoeidheid kan overwinnen in het geloof in Christus en ten slotte zijn eigen leven kan aanbieden als een lofzang voor God, voor de broeders en zusters en heel de wereld. Moge de Maagd Maria ons begeleiden en voor ons ten beste spreken.

Rome, de Sint Jan van Lateranen, 8 maart 2020, Tweede zondag van de Veertigdagentijd

Franciscus

Document

Naam: DE WOORDEN VAN DE ROEPING
57e Wereldgebedsdag voor de roepingen (3 mei 2020)
Soort: Paus Franciscus - Boodschap
Auteur: Paus Franciscus
Datum: 8 maart 2020
Copyrights: © 2020, Libreria Editrice Vaticana / Stg. InterKerk / Nederlandse Bisschoppenconferentie
Vert. uit het Italiaans: drs. H.M.G. Kretzers; eindredactie: A. Kruse MA; alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 25 april 2020

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam