• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

HET LICHT VAN BETHLEHEM IS NOOIT GEDOOFD
Kerstnachtmis 2005

De Heer sprak tot mij: “Gij zijt Mijn Zoon, heden heb Ik U verwekt”. (Ps. 2, 7)

Met deze woorden uit Psalm 2 opent de Kerk de Kerstnachtmis, waarmee wij de geboorte van onze Verlosser Jezus Christus in de stal van Bethlehem vieren. Eertijds was de zin uit deze psalm een onderdeel van de inwijdingsritus van de koningen van Judea. Het volk van Israël beschouwde zichzelf, krachtens deze verkiezing, op bijzondere wijze als Gods zoon, door God aangenomen. De koning was slechts de personificatie van het volk en zijn intronisatie was een zo plechtig handeling van God zelf, waardoor de koning als het ware opgenomen werd in het mysterie van God. In de nacht van Bethlehem hebben deze woorden, die eigenlijk meer een uitdrukking van hoop dan werkelijke tegenwoordigheid waren, een nieuwe en onverwachte betekenis aangenomen. Het Kindje in de kribbe is werkelijk Gods Zoon. God is geen eeuwigdurende eenzaamheid, maar een cirkel van liefde en wederzijdse zelfgave. Hij is Vader, Zoon en Heilige Geest.

Kribbe in de St. Pietersbasiliek nadat de Paus het Jezuskind erin heeft gelegd. Nachtmis 2005 (Bron: Stg. InterKerk)

Meer nog: In Jezus Christus is Gods Zoon, God zelf een mens geworden. Tot Hem zegt de Vader: “Mijn Zoon zijt Gij”. Gods eeuwigdurende “heden” is nedergedaald in het vergankelijke heden van de wereld en trekt onze kortstondige heden in Gods eeuwigdurende heden binnen. God is zo groot, dat Hij klein worden kan. God is zo machtig, dat Hij Zich kwetsbaar kan maken en als weerloos Kind.naar ons toe komt, zodat wij Hem kunnen liefhebben. God is zo goed dat Hij Zijn Goddelijke luister opgeeft en neerdaalt in de stal, zodat wij Hem kunnen vinden, zodat Zijn goedheid ons kan raken, ons aansteekt en door ons heen verder werkt. Dat is Kerstmis: “Gij zijt Mijn Zoon, heden heb Ik U verwekt”. God is één van ons geworden waardoor wij met Hem kunnen zijn en zoals Hem worden. Als teken koos Hij het Kind liggende in de kribbe: zo is God. Zo leren wij Hem kennen. En op elk kind schijnt iets van de glans van dit “heden”, van Gods nabijheid, welke wij liefhebben en waar wij ons aan onderwerpen moeten – het schijnt over ieder kind, ook over de nog ongeborenen.
Luisteren wij naar een tweede zin uit de Liturgie van deze Heilige Nacht, ditmaal genomen uit het Boek van de Profeet Jesaja: “het volk dat in het donker wandelt, ziet een groot licht” (Jes. 9, 11). Het woord “licht” doordrenkt de gehele liturgie van deze Nachtmis. Het klinkt weer in de lezing uit de Brief van de heilige apostel Paulus aan Titus: “De genade van God is verschenen” (Tit. 2,11). De uitdrukking “is verschenen” komt uit het Griekse taalgebied en betekent hetzelfde als wat in het Hebreeuws “zag een groot licht” heet. Deze “verschijning” – deze “Epifanie” – is het binnendringen van Gods licht in een wereld vol duisternis en onopgeloste vragen. Dan vertelt het Evangelie ons dat de glorie van God aan de herders verscheen en “zij omstraald werden” (Lc. 2, 9). Waar Gods glorie verschijnt wordt het licht in de wereld. “God is licht, er is in Hem geen spoor van duisternis” (1 Joh. 1, 5). Licht is bron van leven.
Maar allereerst betekent licht kennis; het betekent waarheid, in tegenstelling tot de duisternis van leugens en onwetendheid. Licht geeft ons leven, toont ons de weg. Maar licht betekent ook, omdat het warmte geeft, liefde. Waar liefde is, gaat een licht op in de wereld; waar haat is, daar is de wereld in duisternis. Ja, in de stal van Bethlehem is het grote Licht verschenen waarop de wereld wachtte. In het Kind, Dat daar in de stal ligt, toont God Zijn heerlijkheid – de heerlijkheid van de liefde, die Zichzelf wegschenkt en Zich van alle grootheid heeft ontdaan om ons over de weg van de liefde te voeren. Het licht van Bethlehem is niet meer te doven. In alle eeuwen heeft het mensen geraakt, heeft het hen omstraald. Waar het geloof in dit Kind opbloeide, daar bloeide ook de caritas op – naastenliefde voor de ander, het omzien naar de zwakke, de lijdende; de genade van de verzoening. Vanuit Bethlehem verspreidt zich een lichtspoor, een spoor van liefde en waarheid door de eeuwen heen. Als we kijken naar de heiligen – van Paulus en Augustinus tot Franciscus van Assisie en Dominicus, van Franciscus Xaverius en Teresia van Avila tot Moeder Teresa van Calcutta – dan zien we deze stroom van goedheid, deze weg van het licht die telkens weer opnieuw ontvlamt aan het geheim van Bethlehem, aan God, die een Kind geworden is. In dat kind pareert God het geweld van de wereld met Zijn eigen goedheid en roept ons op het Kind te volgen.

Paus Benedictus XVI tijdens de Nachtmis in de St. Pietersbasiliek, 2005 (Bron: Stg. InterKerk)

Tezamen met de kerstboom hebben onze Oostenrijkse vrienden ook een klein vlammetje meegebracht, die zij in Bethlehem ontstoken hadden om ons te zeggen: het eigenlijke geheim waar het met Kerstmis om gaat, is het innerlijke licht dat van dit Kind komt. Laten wij ons door dit Licht aansteken en in ons hart Gods goedheid ontbranden en dragen wij allen door onze liefde het licht in de wereld; laten wij dit licht niet doven door de koude wind van deze tijd. Bewaken wij het trouw en geven we het door aan anderen. In deze nacht, wanneer wij naar Bethlehem kijken, willen wij echter ook speciaal voor de geboorteplaats van onze Verlosser bidden en voor de mensen die daar leven en lijden. We willen bidden om vrede in het Heilige Land: Heer, zie om naar deze plek op aarde, die U zo dierbaar is als menselijke vaderland. Laat daar Uw licht schijnen! Laat het vrede kennen!

Het woord “vrede” brengt ons bij het derde sleutelwoord van de Liturgie in deze Heilige Nacht. Het Kind, voorspeld door Jesaja, wordt “Vredesvorst” genoemd. Van Zijn koninkrijk wordt gezegd: “de vrede zal zonder einde zijn”. In het Evangelie wordt aan de herders “eer aan God in den hoge verkondigd” en “vrede op aarde”. Vroeger lazen we: “vrede aan de mensen van goede wil”; in de nieuwe vertaling heet het: “aan de mensen in wie Hij welbehagen heeft”. Wat betekent deze wijziging? Telt de goede wil niet meer? Of, beter gevraagd: welke mensen zijn het die Gods genade ervaren omdat Hij hen liefheeft, en waarom heeft Hij hen lief? Is Hij partijdig? Houdt Hij slechts van bepaalde mensen en laat Hij de anderen aan hun lot over? Het Evangelie geeft ons antwoord op deze vragen daar het ons mensen toont die door God geliefd zijn. Het zijn individuele personen zoals Maria, Jozef, Elisabeth, Zacharias, Simeon, Anna enz. Maar er zijn ook twee groepen mensen: de herders en de Wijzen uit het Oosten. Laten wij in deze nacht kijken naar de herders. Wat zijn dat voor mensen? Toentertijd werd neergekeken op de herders; zij golden als onbetrouwbaar en werden bij de rechtbank niet als getuigen toegelaten. Maar wat waren ze werkelijk? Zeker geen grote heiligen, wanneer men daaronder mensen met heldhaftige deugden verstaat. Zij waren simpele zielen. Het Evangelie toont een aspect die later, in het spreken van Jezus, een grote rol spelen zal: het zijn wakende mensen. Dat geldt allereerst in letterlijke zin, daar zij ’s nachts bij hun schapen waken. Maar het geldt ook in diepere zin: zij zijn aanspreekbaar voor God. Hun leven is niet in zichzelf opgesloten: hun hart staat open, ergens diep in hun hart wachten ze op Hem, hun waakzaamheid is bereidheid – bereidheid te horen, bereidheid op pad te gaan; waakzaamheid is wachten op het licht dat ons de weg toont. Daarom gaat het. God heeft allen lief, want allen zijn wij Zijn schepselen. Maar vele mensen hebben hun ziel gesloten; Zijn liefde vindt geen ingang bij hen. Zij menen God niet nodig te hebben; zij willen Hem niet. Anderen, die in moreel opzicht misschien ook armzalig en zondig zijn, lijden toch daaronder. Zij wachten op God. Zij weten dat zij Zijn goedheid nodig hebben, ook wanneer zij daarvan geen duidelijke voorstelling hebben. In hun wachtende harten kan Gods licht binnengaan en daarmee ook Zijn vrede. God zoekt mensen die Zijn vrede uitdragen. Bidden wij Hem dat Hij ons hart niet gesloten vindt. Tonen wij ons bereid actieve dragers van Zijn vrede te zijn – juist in deze tijd.
Onder de Christenen heeft het woord “vrede” dan een heel bijzondere betekenis gekregen: het is de benaming geworden voor de Heilige Eucharistie. Hierin is Zijn vrede aanwezig. In alle plaatsen waar de Eucharistie gevierd wordt, spant zich een netwerk van vrede over de wereld. De gemeenschap rondom de Eucharistie is een wereldwijd koninkrijk van vrede. Wanneer we de Eucharistie vieren, zijn we in Bethlehem, in het “Huis van Brood”. Christus geeft Zichzelf aan ons en geeft ons Zijn vrede. Hij geeft het, opdat wij het vredeslicht in ons dragen en het doorgeven: opdat wij vredestichters worden en zo aan de wereldvrede bijdragen. Daarom bidden wij tot Hem: Heer, maak Uw belofte waar. Laat er vrede zijn, waar onvrede is. Laat liefde opbloeien waar haat is. Laat licht schijnen waar het donker is. Maak ons tot dragers van Uw vrede.

Amen.

Document

Naam: HET LICHT VAN BETHLEHEM IS NOOIT GEDOOFD
Kerstnachtmis 2005
Soort: Paus Benedictus XVI - Homilie
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 25 december 2005
Copyrights: © 2006, Libreria Editrice Vaticana
Vert.: Stg. InterKerk, Wassenaar,
nummering van de redactie
Bewerkt: 30 augustus 2013

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2018, Stg. InterKerk, Schiedam