• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

"WAAROM BEN JE BANG? HEB JE NOG GEEN VERTROUWEN?" -
"Urbi et Orbi" - Bijzonder moment van gebed ten tijde van de epidemie (2020) - Narthex van de Sint Pieter

 

Na het openingsgebed op het voorplein vóór de Sint Pietersbasiliek wordt het Evangelie gezongen:

Evangelielezing: Marcus 4, 35-41:

Op diezelfde dag tegen het vallen van de avond sprak Jezus tot hen: “Laten we oversteken.” Zij stuurden het volk weg en namen Hem mee zoals Hij daar in de boot zat; andere boten begeleidden Hem. Er stak een hevige storm op en de golven sloegen over de boot, zodat hij al vol liep. Intussen lag Hij aan de achtersteven op het kussen te slapen. Ze maakten Hem wakker en zeiden Hem: “Meester, raakt het U niet dat wij vergaan?” Hij stond op, richtte zich met een dwingend woord tot de wind en sprak tot het water: “Zwijg, stil!” De wind ging liggen en het werd volmaakt stil. Hij sprak tot hen: “Waarom zijt ge zo bang? Hoe is het mogelijk dat ge nog geen geloof bezit?” Zij werden door een grote vrees bevangen en vroegen elkaar: “Wie is Hij toch, dat zelfs wind en water Hem gehoorzamen?”

De Paus geeft zijn meditatie:

"Tegen het vallen van de avond" (Mc. 4, 35). Zo begint de passage uit het Evangelie dat we zojuist hebben gehoord. Vgl. Mc. 4, 35-41 Wekenlang al lijkt het erop dat het avond is geworden. Dichte duisternis heeft zich over onze pleinen, straten en steden gelegd; ze is ons leven gaan overheersen, ze vult alles met een oorverdovende stilte en een desolate leegte, die alles verlamt wanneer ze voorbijtrekt: je kunt het voelen in de lucht, je kunt het voelen in de gebaren, de blikken zeggen het. We zijn bang en voelen ons verloren. Net als de leerlingen van het Evangelie werden we opgeschrikt door een onverwachte, hevige storm. We realiseerden ons dat we allemaal in hetzelfde schuitje zitten, allemaal fragiel en gedesoriënteerd, maar tegelijkertijd belangrijk en noodzakelijk, want allen zijn we geroepen om samen te roeien, allen moeten we elkaar bijstaan. In deze boot... zitten we allemaal. Zoals de leerlingen, die als uit één mond en vol angst roepen: "Wij vergaan" (Mc. 4, 38), zo hebben ook wij ons gerealiseerd dat wij niet ieder voor zich, maar slechts samen verder kunnen gaan.

Het is gemakkelijk om ons in dit verhaal te herkennen. Moeilijker is het, de houding van Jezus te begrijpen. Terwijl de leerlingen van nature verontrust en vertwijfeld zijn, bevindt Hij zich gewoon op de achtersteven, in het deel van de boot dat als eerste ondergaat. En wat doet Hij? Ondanks alle commotie slaapt hij vredig, vertrouwend op de Vader - het is de enige keer in het Evangelie dat we Jezus zien slapen. Wanneer Hij dan wordt gewekt, en de wind en het water tot bedaren heeft gebracht, wendt hij zich tot de leerlingen op een verwijtende toon: "Waarom zijt ge zo bang? Hoe is het mogelijk dat ge nog geen geloof bezit?” (Mc. 4, 40).

Proberen we het te begrijpen. Wat is het gebrek aan geloof van de leerlingen, dat tegengesteld is aan het vertrouwen van Jezus? Ze hadden niet opgehouden in Hem te geloven, ze roepen Hem immers aan. Maar laten we eens kijken hoe ze Hem aanroepen: "Meester, raakt het U niet dat we vergaan?" (Mc. 4, 38). Raakt het U niet: ze denken dat Jezus niet geïnteresseerd is in hen, dat Hij zich niet om hen bekommert. Onder elkaar, in onze families, is het een van de dingen die het meest pijn doen, als de één tot de ander zegt: "Geef je niet om mij?" Het is een zin die pijn doet en stormen in ons hart ontketent. Het moet ook Jezus diep getroffen hebben, want niemand geeft meer om ons dan Hij. In feite redt Hij, als ze tot Hem roepen, zijn moedeloze leerlingen.

De storm openbaart onze kwetsbaarheid en legt de valse en onnodige zekerheden bloot waarop we onze plannen, onze projecten, onze gewoontes en prioriteiten hebben gebouwd. Hij laat ons zien hoe we de dingen veronachtzaamd en losgelaten hebben die ons leven en onze gemeenschap voeden, onderhouden en sterk maken. De storm ontmaskert al onze intenties om “in te pakken” en te vergeten wat de ziel van onze volkeren heeft gevoed; alle pogingen om te verdoven met schijnbaar "heilbrengende" gewoontes, die niet in staat zijn om een beroep te doen op onze wortels en de herinnering aan onze voorouders op te roepen, en ons zo beroven van de immuniteit die nodig is om moeilijkheden het hoofd te bieden.

Met de storm zijn ook de stereotype maskers gevallen waarmee we onze "ego's", altijd bezorgd om het eigen imago, hebben gecamoufleerd; en weer eens opnieuw is (de zegen) ontdekt dat we allen bij elkaar horen - daar kunnen we ons niet aan onttrekken: we horen bij elkaar als broeders en zusters.
 

"Waarom zijt ge zo bang? Hoe is het mogelijk dat ge nog geen geloof bezit?”

Heer, Uw Woord vanavond slaat op ons en gaat ons allemaal aan. In deze wereld van ons, waar U nog meer van houdt dan wij, zijn we op volle snelheid doorgeraasd. We voelden ons sterk en tot alles in staat. In ons winstbejag hebben we ons laten meeslepen door de dingen en ons laten verdoven door de haast. We zijn niet gestopt bij uw oproepen, we zijn niet ontwaakt door oorlogen en mondiale onrechtvaardigheden, we hebben niet geluisterd naar de kreet van de armen, en van onze ernstig zieke planeet. We gingen onverschrokken verder, met de gedachte dat we wel altijd gezond zouden blijven in een zieke wereld. Nu, terwijl we op zee in beroering zijn, smeken we U: "Word wakker, Heer!"
 

"Waarom zijt ge zo bang? Hoe is het mogelijk dat ge nog geen geloof bezit?”

Heer, Gij doet een beroep op ons, een beroep op ons geloof. Niet alleen op het geloof dat U bestaat, maar op het geloof dat ons vol vertrouwen tot U doet naderen. In deze vastentijd klinkt Uw dringende oproep: " Bekeer je," (Mc. 1, 15) "keer tot Mij terug, van ganser harte, met vasten, met geween en met rouwklacht!" (Joel 2, 12). U roept ons op om deze tijd van beproeving aan te grijpen als een tijd van keuze. Het is niet de tijd van Uw oordeel, maar van ons oordeel: de tijd om te kiezen tussen wat werkelijk telt en wat voorbijgaat, om te onderscheiden wat nodig is en wat niet. Het is de tijd om de koers van het leven weer opnieuw op U, Heer, en op de anderen te richten. En daarbij kunnen we kijken naar zoveel voorbeeldige metgezellen die, in angst, hebben gereageerd door hun leven te geven. Het is de werkkracht van de Geest die wordt uitgestort en vorm krijgt in moedige en edelmoedige toewijding. Het is het leven uit de Heilige Geest dat in staat is om te verlossen, te waarderen en te laten zien hoe ons leven geweven en in stand gehouden wordt door gewone mensen - meestal vergeten - die niet verschijnen in de krantenkoppen en tijdschriften of op de grote catwalks van de laatste show, maar vandaag de dag zonder twijfel de beslissende gebeurtenissen van onze geschiedenis schrijven: artsen, verpleegsters en verplegers, supermarktmedewerkers, schoonmakers, verzorgers, vervoerders, wetshandhavers, vrijwilligers, priesters, religieuzen en vele, vele anderen die hebben begrepen dat niemand zich alleen kan redden. Tegenover het lijden, waaraan de ware ontwikkeling van onze volkeren wordt afgemeten, ontdekken en ervaren we het hogepriesterlijk gebed van Jezus: "opdat zij allen één mogen zijn" (Joh. 17, 21). Hoeveel mensen oefenen zich dagelijks in geduld en geven hoop, waarbij ze ervoor zorgen dat ze geen paniek verbreiden, maar medeverantwoordelijkheid bevorderen. Hoeveel vaders, moeders, grootvaders en grootmoeders, leraars en leraressen laten onze kinderen met kleine en dagelijkse gebaren zien hoe ze een crisis onder ogen moeten zien en hoe ze die moeten doorstaan, door hun gewoontes aan te passen, hun ogen te verheffen en het gebed te stimuleren. Hoeveel mensen bidden, offeren en bemiddelen voor het welzijn van iedereen. Gebed en stille dienst: dat zijn onze wapens om te overwinnen.

"Waarom zijt ge zo bang? Hoe is het mogelijk dat ge nog geen geloof bezit?”

Het begin van het geloof is dat we weten dat we redding nodig hebben. We zijn niet zelfvoorzienend; op onszelf gaan we onder. We hebben de Heer nodig zoals de oude zeelieden de sterren. Laten we Jezus uitnodigen in de boten van ons leven. Laten we hem onze angsten geven, zodat hij ze kan overwinnen. Net als de leerlingen zullen we ervaren dat we met Hem aan boord geen schipbreuk zullen lijden. Want dit is Gods kracht: alles wat ons overkomt, zelfs slechte dingen, ten goede te keren. Hij brengt gemoedsrust in onze stormen, want met God sterft het leven nooit.
 

De Heer daagt ons uit, en te midden van onze storm nodigt Hij ons uit om solidariteit en hoop te wekken en te activeren, die in staat zijn om stevigheid, steun en betekenis te geven aan deze uren waarin alles schipbreuk lijkt te lijden. De Heer ontwaakt om ons paasgeloof te wekken en te doen herleven. We hebben een anker: in Zijn kruis zijn we gered. We hebben een roer: in Zijn kruis zijn we verlost. We hebben een hoop: in Zijn kruis zijn we genezen en omarmd, zodat niets en niemand ons kan scheiden van Zijn verlossende liefde. Te midden van het isolement waarin we lijden onder het gebrek aan genegenheid en ontmoetingen, waarbij we het gebrek aan veel dingen ervaren, laat ons opnieuw luisteren naar de boodschap die ons redt: Hij is opgestaan en leeft onder ons. De Heer roept ons vanaf Zijn kruis op om het leven dat ons te wachten staat te herontdekken, om te kijken naar hen die ons nodig hebben, om de genade die in ons woont te versterken, te erkennen en te bemoedigen. Laten we de kwijnende vlam, die nooit ziek wordt, niet doven Vgl. Jes. 42, 3 , maar laten we toe dat zij de hoop weer aanwakkert.
 

Het kruis van de Heer omarmen betekent de moed vinden om alle tegenslagen van de huidige tijd te omarmen en even afstand te doen van ons verlangen naar almacht en bezittingen, om ruimte te geven aan de creativiteit die alleen de Geest kan wekken. Het betekent de moed vinden om ruimtes te openen waar iedereen zich geroepen voelt en nieuwe vormen van gastvrijheid, broederschap en solidariteit toe te laten. In Zijn kruis zijn we gered om de hoop te verwelkomen en toe te laten dat zij alle mogelijke maatregelen en manieren versterkt en ondersteunt die ons kunnen helpen om onszelf en anderen te beschermen. De Heer omarmen om de hoop te omarmen: dat is de kracht van het geloof, dat ons bevrijdt van angst en ons hoop geeft.

"Waarom zijt ge zo bang? Hoe is het mogelijk dat ge nog geen geloof bezit?”

Beste broeders en zusters, vanuit deze plaats, die het rotsvaste geloof van Petrus verhaalt, wil ik jullie vanavond allemaal aan de Heer toevertrouwen, en om de voorspraak vragen van de Moeder Gods, Heil van Gods volk, Ster van de stormachtige zee. Vanuit deze colonnade die Rome en de wereld omarmt, daalt Gods zegen op u neer als een troostende omhelzing. Heer, zegen de wereld, geef gezondheid aan het lichaam en troost aan het hart. U vraagt ons geen angst te hebben. Maar ons geloof is zwak en we zijn bang. Gij echter, Heer, lever ons niet over aan de storm! Herhaal: "Weest niet bang" (Mt 28, 5). En wij, samen met Petrus, "werpen al onze zorgen op U, want Gij hebt zorg voor ons." Vgl. 1 Pt. 5, 7

Sub tuum presidium - Parce Domine

Vanaf het voorplein vóór de Sint Pieter liep de Paus naar de beeltenis van Maria "Salus Populi Romani" dat rechts naast de hoofdingang van de Sint Pieter opgesteld stond en bidt daar enige momenten, terwijl werd gezongen:

Sub tuum presidium confugimus,
Sancta Dei Genetrix;
nostras deprecationes ne despicias
in necessitatibus;
sed a periculis cunctis
libera nos semper;
Virgo gloriosa et benedicta.

Tot U nemen wij onze toevlucht: wees onze bescherming,
heilige Moeder van God,
wijs onze gebeden niet af
als wij in nood zijn,
maar verlos ons uit alle gevaren,
Gij, glorierijke en gezegende Maagd.

(Gebedenboek)

Vervolgens liep de Paus naar de andere zijde van de hoofdingang waar het 'mirakelkruis' opgesteld staat en dat uit de kerk San Marcello al Corso afkomstig is. Het 'mirakelkruis' werd tijdens de pestepidemie van 1522 door Rome gedragen. Ook daar bidt de Paus terwijl werd gezongen:

Refrein:
Parce, Domine,
Parce populo tuo:
Ne in aeternum
irascaris nobis.
 
Refrein
Spaar, Heer,
spaar uw volk
en blijf niet voor altijd
op ons vertoornd.
 

1. Flectamus iram vindicem,
Ploremus ante Judicem;
Clamemus ore supplici,
Dicamus omnes cernui:
Refrein

Laat ons toorn en wraak verzoenen,
laat ons wenen voor de Rechter, laat ons roepen en smeken,
laat ons diep gebogen zeggen:
Refrein
2. Nostris malis offendimus
Tuam Deus clementiam
Effunde nobis desuper
Remissor indulgentiam.
Refrein
 
Door ons zonden hebben wij, o God,
uw goedheid beledigd. Gij die vergeeft: stort uit de hemel
uw vergiffenis over ons uit.
Refrein
 
3. Dans tempus acceptabile,
Da lacrimarum rivulis
Lavare cordis victimam,
Quam laeta adurat caritas.
Refrein
Verleen ons in deze geschikte tijd
dat wij in de waterstroom van onze tranen ons hart mogen reinigen en dat het moge worden
en vreugdevol offer van liefde.
Refrein
4. Audi, benigne Conditor,
Nostras preces cum fletibus
In hoc sacro jejunio,
Fusas quadragenario.
Refrein
 
Hoor, goede Schepper,
ons gebed met ons wenen, dat  wij tot U richten
in deze heilige vastentijd.
Refrein:
5. Scrutator alme cordium,
nfirma tu scis virium;
ad te reversis exhibe
remissionis gratiam.
Refrein
God, die de harten doorgrondt,
Gij kent onze zwakke krachten:
geef aan hen die tot U zijn teruggekeerd
de genade van de vergiffenis. Refrein
Aanbidding van Christus in het Allerheiligst Sacrament

Vervolgens ging de Paus de narthex van de Sint Pieter in, waar het Allerheiligst Sacrament in de monstrans op het daar opgestelde altaar ter Aanbidding werd geplaatst.

Adoro te devote

Het "Adoro te devote" werd gezongen ter ere van Christus, aanwezig in de Eucharistische Gedaante van het Brood, waarna enige momenten van stille aanbidding.

Adoro te devote, latens Deitas, Quæ sub his figuris vere latitas; Tibi se cor meum totum subjicit, Quia te contemplans totum deficit. Ik aanbid met eerbied U, verborgen God, die hier onder tekens waarlijk Zich verschuilt: aan U onderwerpt zich heel en al mijn hart, want U schouwend weet ik dat het niets vermag
Visus, tactus, gustus in te fallitur, Sed auditu solo tuto creditur. Credo quidquid dixit Dei Filius; Nil hoc verbo veritátis verius Oog en smaak en tastzin wordt in U misleid, het geloof steunt veilig slechts op het gehoor; ik geloof al wat Gods Zoon verkondigd heeft, niets is meer waar dan het woord der Waarheid zelf
In cruce latebat sola Deitas, At hic latet simul et Humanitas, Ambo tamen credens atque confitens, Peto quod petivit latro pœnitens Op het kruis ging slechts uw heil'ge Godheid schuil, hier blijft echter ook uw mensheid diep verhuld; toch belijdend beide met een vast geloof, vraag ik wat berouwvol U de rover vroeg
Plagas, sicut Thomas, non intueor: Deum tamen meum te confiteor. Fac me tibi semper magis credere, In te spem habere, te diligere Ik zie niet uw wonden, als eens Thomas deed, toch wil ik belijden U als mijnen God; doe in U geloven mij steeds méér en meer, doe mij op U hopen, U beminnen slechts.
O memoriale mortis Domini! Panis vivus, vitam præstans homini! Præsta meæ menti de te vívere, Et te illi semper dulce sapere. O gedachtenisteken van des Heren dood, levend Brood,dat aan den mens het leven geeft, geef mij dat mijn geest in U zijn leven vindt, geef hem als zijn zoetheid U te smaken steeds.
Pie Pelicane, Jesu Domine, Me immundum munda tuo sanguine: Cujus una stilla salvum facere Totum mundum quit ab omni scelere Pelikaan vol goedheid, Jezus onze Heer, reinig mij, onreine, door uw zuiver Bloed, waarvan éne druppel zelfs verlossen kan heel het wereldrond van al zijn zondigheid
Jesu, quem velatum nunc aspicio, Oro, fiat illud quod tam sitio: Ut te revelata cernens facie, Visu sim beátus tuæ gloriæ. Amen Jezus, dien gesluierd ik hier nu aanschouw, moge lessen, bid ik, zich mijn grote dorst; dat ik ongesluierd ziende uw aangezicht, zalig zij door 't schouwen van uw heerlijkheid. Amen.

 

Litanie tot Christus

De litanie van het Kruis werd gebeden,

 

Waarachtig God en waarachtig mens, waarlijk aanwezig in dit heilig sacrament,
wij aanbidden U, Heer.

Onze Redder, God met ons, trouw en rijk aan barmhartigheid,
wij aanbidden U, Heer.

Koning en Heer, van de schepping en de geschiedenis,
wij aanbidden U, Heer.

Vriend van de mens, opgestaan en levend aan de rechterhand van de Vader,
wij aanbidden U, Heer.

 

Eniggeboren Zoon van de Vader, nedergedaald uit de hemel voor ons heil,
wij geloven in U, o Heer.

Hemelse Dokter, die zich buigt over onze rampspoed,
wij geloven in U, o Heer.

Lam Gods, dat zichzelf opoffert om ons te verlossen van het kwaad,
wij geloven in U, o Heer.

Goede Herder, die het leven geeft aan de kudde waarvan U houdt,
wij geloven in U, o Heer.

Levend Brood en Onsterfelijkheidsmedicijn, dat ons het eeuwig leven geeft,
wij geloven in U, o Heer.

 

Van de macht van de satan, en de verlokkingen van de wereld,
bevrijd ons, o Heer.

Van de trots en de aanmatiging, dat wij het wel zonder U kunnen stellen,
bevrijd ons, o Heer.

Van het bedrog, de angst en de vrees,
bevrijd ons, o Heer.

Van het ongeloof, en de wanhoop,
bevrijd ons, o Heer.

Van het verharde hart, en het onvermogen om te beminnen,
bevrijd ons, o Heer.

 

Van alle kwaad, dat de mensheid bedreigt,
red ons, o Heer.

Van honger, gebrek en egoïsme,
red ons, o Heer.

Van ziekten, epidemieën, en angst voor de naaste,
red ons, o Heer.

Van verwoestende dwaasheid, wrede belangen en geweld,
red ons, o Heer.

Van bedrog, desinformatie, en manipulatie van ons geweten,
red ons, o Heer.

 

Kijk naar uw kerk, die de woestijn doorkruist,
troost ons, o Heer.

Kijk naar de mensheid, verlamd door angst en vrees,
troost ons, o Heer.

Kijk naar de zieken en de stervenden, door eenzaamheid gekweld,
troost ons, o Heer.

Kijk naar de dokters en het zorgpersoneel, uitgeput van vermoeidheid,
troost ons, o Heer.

Kijk naar de politici en bestuurders, op wier schouders de keuzen rusten,
troost ons, o Heer.

 

In het uur van beproeving en ontreddering,
geef ons uw Geest, Heer.

In de verleiding en in onze kwetsbaarheid,
geef ons uw Geest, Heer.

In de strijd tegen het kwaad en de zonde,
geef ons uw Geest, Heer.

Op zoek naar het ware goed en de ware vreugde,
geef ons uw Geest, Heer.

In de beslissing om in U te blijven en in uw vriendschap,
geef ons uw Geest, Heer.

 

Als de zonde op ons drukt,
open ons hart voor de hoop, Heer.

Als ons hart zich sluit door de haat,
open ons hart voor de hoop, Heer.

Als de onverschilligheid ons kwelt,
open ons hart voor de hoop, Heer.

Als de dood ons verwoest,
open ons hart voor de hoop, Heer.

Tantum ergo

Voorafgaand aan de zegen werd het "Tantum Ergo" ter ere van Christus in het Allerheiligst Sacrament gezongen

Tantum ergo Sacramentum
Veneremur cernui,
Et antiquum documentum
Novo cedat ritui:
Præstet fides supplementum
Sensuum defectui.
Eren wij dan diep gebogen
dit zo heilig Sacrament.
d' Oude schaduw is vervlogen
voor dit nieuwe testament.
Wat de zinnen niet vermogen
worde door 't geloof gekend.
Genitori, Genitoque
Laus et jubilatio,
Salus, honor, virtus quoque
Sit et benedictio:
Procedenti ab utroque
Compar sit laudatio.
Amen
Eren wij dan diep gebogen
dit zo heilig Sacrament.
d' Oude schaduw is vervlogen
voor dit nieuwe testament.
Wat de zinnen niet vermogen
worde door 't geloof gekend.

 

Hierna werd de zegen "Urbi et Orbi" aangekondigd.

De Paus liep met Ons Lieve Heer in de monstrans door de centrale ingang van de Sint Pieter naar het plein en waarna hij met Christus in het Allerheiligst Sacrament de wereld zegende.

 

Document

Naam: "WAAROM BEN JE BANG? HEB JE NOG GEEN VERTROUWEN?" -
"Urbi et Orbi" - Bijzonder moment van gebed ten tijde van de epidemie (2020) - Narthex van de Sint Pieter
Soort: Paus Franciscus - Urbi et Orbi
Auteur: Paus Franciscus
Datum: 27 maart 2020
Copyrights: © 2020, Libreria Editrice Vaticana / Stg. InterKerk / Nederlandse Bisschoppenconferentie
Vert. uit het Italiaans/Duits: de Kommel; alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 25 april 2020

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam