• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

CAPUT 2. DE ERRORE ABBATIS IOACHIM
Hfd 2. Over de dwalingen van abt Joachim de Fiore

De Drie-eenheid

Wij veroordelen en verwerpen het boek of de verhandeling welke de Abt Joachim heeft uitgegeven tegen magister Petrus Lombardus over de eenheid of het wezen van de Drievuldigheid. Hij noemt hem een ketter of een dwaas, omdat hij in zijn Petrus Lombardus
Sententiae ()
zegt:

“want de hoogste werkelijkheid is de Vader en de Zoon en de Heilige Geest, Zij brengen niet voort (generans), noch worden zij voortgebracht (genitus) en noch gaan zij uit (procedens).”

Daarom beweert hij dat deze niet zozeer een Drievuldigheid als veel meer een viervuldigheid heeft gecreëerd in God, te weten de drie Personen en als vierde hun gemeenschappelijk wezen. Hij verklaart duidelijk dat er geen werkelijkheid is, die de Vader, de Zoon en de Heilige Geest zouden zijn, ook geen wezen, geen substantie en geen natuur. Daarentegen vervolgt hij dat Vader, Zoon en Heilige Geest één wezen, één substantie en één natuur zijn. Men moet bekennen dat een dusdanige eenheid geen ware (veram) en eigenlijke (propriam) eenheid is, maar als het ware een collectieve (collectivam) die gestoeld is op gelijkenis (similitudinariam), zoals vele mensen één volk genoemd worden, en vele mensen één Kerk, volgens het woord: “De menigte gelovigen waren één van hart en één van ziel" (Hand. 4, 32) en "Wie God aanhangt is één van Geest" (1 Kor. 6, 17) en evenzo: "Die plant en begiet is één en dezelfde" (1 Kor. 3, 8) en: "Wij allen zijn één Lichaam in Christus" (Rom. 12, 5) en eveneens in het boek der Koningen: "Mijn volk en uw volk zijn één" (1 Kon. 22, 5, Vulgaat). Vgl. Ruth 1, 16

Om echter zijn bewering te onderbouwen, beroept hij zich vooral op het woord dat Christus in het Evangelie zegt over de gelovigen: “Ik wil Vader, dat zij één zijn in ons, zoals ook wij één zijn, opdat zij volkomen zijn in één” (Joh. 17, 22ev). De Christengelovigen zijn namelijk niet één, zoals hij zegt, dat wil zeggen: één werkelijkheid, die gemeenschappelijk is aan allen, maar zij zijn één op die manier, dat wil zeggen één Kerk, wegens de eenheid in het katholieke geloof en tenslotte één koninkrijk, wegens de eenheid in een onverbrekelijke liefde, zoals men in de canonieke brief van Johannes kan lezen: “Want drie zijn het die getuigenis geven in de hemel, de Vader en de Zoon en de Heilige Geest en deze drie zijn één” (1 Joh. 5, 7). Tegelijkertijd wordt toegevoegd: ”En drie zijn het die getuigenis afleggen op aarde: de geest, het water, en het bloed, en deze drie zijn één” (1 Joh. 5, 8), zoals gevonden kan worden in enkele handschriften (codicibus).

Wij echter, geloven en belijden met toestemming van het heilig Concilie en met Petrus Lombardus dat er één hoogste werkelijkheid is, een onbegrijpelijke en onuitsprekelijke, die waarachtig Vader, Zoon en Heilige Geest is; Drie Personen tegelijk en ieder afzonderlijk van Hen. Derhalve is er in God alleen een Drievuldigheid, geen viervuldigheid want elk van de Drie Personen is een werkelijkheid, dat is een goddelijke substantie, wezen of natuur: zij alleen is de oorsprong van alles, waarbuiten men geen andere kan vinden: en deze werkelijkheid brengt niet voort noch wordt zij voortgebracht, noch komt zij voort uit; veelmeer is het de Vader die voortbrengt, en de Zoon die voortgebracht wordt en de Heilige Geest die voortkomt uit; het onderscheid ligt dus in de Personen en de eenheid in de natuur.

Als derhalve een ander de Vader is, een ander de Zoon en een ander de Heilige Geest, zo zijn Zij toch niet “iets” (aliud) anders. Vgl. H. Gregorius van Nazianze, nr. 101, Brief aan Cledonius. I 20-21: PG 37, 180AB Veelmeer is dat wat de Vader is, geheel de Zoon en geheel de Heilige Geest; men gelooft volgens het rechte en katholieke geloof dat Zij wezensgelijk zijn. De Vader gaf de Zoon, toen Hij Hem vanuit eeuwigheid voortbracht, Zijn substantie, zoals Hij ook zelf getuigt: “Wat de Vader Mij gegeven heeft is groter dan alles” (Joh. 10, 29).

Men kan nu ook niet zeggen dat Hij Hem een deel van zijn substantie heeft gegeven en een deel voor Zichzelf heeft teruggehouden, want de substantie van de Vader is ondeelbaar, omdat zij ja geheel enkelvoudig is (simplex omnino). Noch kan men zeggen dat de Vader in het voortbrengen zijn substantie op de Zoon heeft overgedragen, alsof Hij het zo gegeven heeft, dat Hij niets voor Zich heeft teruggehouden; want dan zou Hij opgehouden zijn om substantie te zijn. Het is dus duidelijk dat de Zoon in de geboorte zonder enige vermindering de substantie van de Vader heeft ontvangen en de Vader en de Zoon zodoende dezelfde substantie hebben: en zo is dezelfde werkelijkheid Vader en Zoon en evenzo de Heilige Geest, die uit Beiden voortkomt (procedens).

Als echter de Waarheid voor haar gelovigen tot de Vader bidt en zegt: “Ik wil dat zij allen één zijn in Ons , zoals ook Wij één zijn" (Joh. 17, 22) zo wordt wel deze uitdrukking ”één zijn” door de gelovigen ontvangen, opdat zij de eniging van liefde door de genade zouden begrijpen, voor de goddelijke Personen echter, opdat de eenheid van de identiteit in de natuur kan worden erkend; zoals zegt de Waarheid op een andere plaats: ”Jullie moeten volkomen zijn, zoals ook jullie hemelse Vader volkomen is” (Mt. 5, 48), alsof zij nog duidelijker wil zeggen: ”Jullie moeten volkomen zijn", door de volmaaktheid der genade, "zoals jullie Vader volkomen is" door de volmaaktheid van Zijn natuur, beide natuurlijk op hun eigen wijze (suo modo). Want tussen Schepper en schepsel kan men niet zo grote gelijkheid vaststellen, dat tussen hen geen nog grotere ongelijkheid vast te stellen zou zijn.

Wie zich derhalve aanmatigt, de opvatting of leer van bovengenoemde Joachim op dit punt te moeten verdedigen of te billijken, die moet door allen als ketter worden verworpen.

Wij wensen echter dat voor het klooster van Fiore, van wie Joachim de stichter was, om deze redenen geen nadeel gaat ontstaan - want de daar nageleefde leer beantwoordt aan de regel en de leefwijze is heilzaam - , te meer, omdat Joachim zelf de aanwijzing heeft gegeven, Ons al zijn geschriften voor te leggen, opdat zij door het oordeel van de apostolische Stoel bevestigd of gecorrigeerd moeten worden. Hij heeft een brief Joachim Fiore, Protestatio, geschreven in 1200 (DuPIA 1/I, 121 ab) gedicteerd en met eigen hand onderschreven, waarin hij vast belijdt dat hij het geloof onderhoudt, waaraan de Roomse Kerk vasthoudt die op aanwijzingen van de Heer, de Moeder en Lerares is van alle gelovigen.

Wij verwerpen en veroordelen ook de volledig verkeerde leer van de goddeloze Amalrich N.v.d.r.: Amalrich van Bena, wiens geest door de vader van alle leugens zo verblind is, dat men zijn leer niet alleen als ketters, maar ook als onzinnig moet betrachten.

Document

Naam: CAPUT 2. DE ERRORE ABBATIS IOACHIM
Hfd 2. Over de dwalingen van abt Joachim de Fiore
Soort: 4e Concilie van Lateranen
Datum: 11 november 1215
Copyrights: © 2006/2014, Stg. InterKerk
Vert. uit het Latijn: George Dölle pr., Lucas Verlinden, Bram Witvliet
Bewerkt: 29 augustus 2016

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2018, Stg. InterKerk, Schiedam