• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
De maat die men moet houden bij het gebruik van geneesmiddelen

In onze tijden is het van groot belang dat het ogenblik van de dood de waardigheid van de menselijke persoon en de christelijke betekenis van het leven intact laat, doordat men zich hoedt voor een zekere 'vertechnisering', zoals men dat noemt, die het gevaar voor misbruik met zich brengt. En inderdaad zijn er mensen die spreken van 'het recht op de dood', door welke zegswijze niet wordt verstaan het recht van iemand om zichzelf de dood toe te brengen door eigen of andermans toedoen, zoals dat hemzelf goeddunkt, maar het recht om in alle rust te sterven, met behoud van de menselijke en christelijke waardigheid. Als men het zo beschouwt, kan het aanwenden van de geneeskunde soms bepaalde kwesties oproepen.

In meerdere gevallen kan het voorkomen dat de stand van zaken zo ingewikkeld is, dat er twijfels ontstaan over de manier waarop de beginselen van de moraalleer in praktijk moeten worden gebracht. De beslissingen die genomen moeten worden, behoren op slot van rekening tot een oordeel van het geweten, hetzij van de zieke zelf, hetzij van hen die wettelijk in diens naam optreden, hetzij ook van de artsen, die allen zowel de voorschriften van de moraal als de veelvuldige aspecten van de zaak voor ogen moeten houden.

Het is de plicht van eenieder te zorgen voor zijn gezondheid en de maatregelen te nemen dat aan hem de nodige zorgen worden besteed. Degenen echter aan wie de zorg voor de zieken is toevertrouwd, moeten nauwgezet hun best doen en de geneesmiddelen verschaffen die volgens hen nodig of nuttig zijn.

Moeten dus in alle omstandigheden alle middelen worden beproefd?

Niet zo lang geleden antwoordden de beoefenaars van de moraalleer dat men nooit kan worden verplicht tot het gebruik van 'buitengewone' middelen. Een dergelijk antwoord, dat als beginsel nog steeds geldig is, lijkt vandaag misschien minder duidelijk, zowel wegens de weinig bepaalde manier van spreken, alsook wegens de snelle vorderingen in de geneeskunde. Vandaar dat sommigen liever willen spreken van 'evenredige' en 'niet evenredige' middelen. Hoe het ook zij, de juiste waardering van de geneeskunst kan slechts plaats hebben, wanneer het soort geneeskunde, de moeilijkheden ervan, de graad van gevaren en de nodige onkosten, alsook de mogelijkheid die geneeswijze toe te passen, worden vergeleken met het effect dat men ermee hoopt te bereiken, rekening houdend met de toestand van de zieke en met zijn lichamelijke en geestelijke krachten. Om deze beginselen gemakkelijker in concreto te kunnen toepassen, kan het goed zijn de volgende nauwkeuriger uiteenzettingen in het oog te houden:

  • Als andere middelen niet voldoende zijn, mag men met toestemming van de zieke middelen aanwenden die de jongste ontdekkingen van de medische wetenschap hebben opgeleverd, ook al zijn die nog niet voldoende experimenteel bewezen en houden ze nog een zeker risico in. De zieke die die geneesmiddelen ontvangt, kan zelfs een voorbeeld geven van edelmoedigheid tot welzijn van de mensheid.
  • Evenzeer is het geoorloofd het gebruik van die middelen te staken, telkens wanneer er geen hoop meer is op een goede afloop. Maar om dat besluit te nemen, moet rekening worden gehouden met het terechte verlangen van de zieke en zijn familie alsmede met de mening van de ervaren artsen; dezen zullen namelijk meer dan wie ook een juist oordeel kunnen vormen, wanneer de kosten aan instrumenten en mensen niet beantwoorden aan de effecten die men kan voorzien, en wanneer door de aangewende medische hulpmiddelen aan de zieke meer smarten en ongemakken bezorgd worden dan nuttige gevolgen.
  • Altijd is het geoorloofd zich tevreden te stellen met de gewone middelen die de medische wetenschap kan verschaffen. Daarom kan aan niemand de plicht worden opgelegd een geneeswijze aan te wenden die, ofschoon reeds in gebruik, toch nog niet zonder gevaar is of al te lastig. Deze weigering van geneesmiddelen mag niet vergeleken worden met zelfmoord: ze moet veeleer beschouwd worden als een normale aanvaarding van zijn lot als mens ofwel als zorg om wel een lastig apparaat van de geneeskunde af te wijzen, waaraan echter geen evenredig nut van te verwachten effecten beantwoordt; ook kan de wil meespreken om aan de familie of de gemeenschap een al te grote last te besparen.
  • Wanneer de dood, die door geen geneesmiddelen tegen te houden is, op handen is, is het in geweten geoorloofd het plan op te vatten aan de verzorgingswijze te verzaken, die slechts een hachelijk en smartvol rekken van het leven zou betekenen, zonder evenwel de gewone zorgen na te laten die men in dergelijke gevallen aan een zieke verschuldigd is. Dan is er geen reden voor een arts om zich bang te maken als zou hij iemand die in gevaar verkeert zijn hulp hebben ontzegd.

Document

Naam: IURA ET BONA
Verklaring over euthanasie
Soort: Congregatie voor de Geloofsleer
Auteur: Franjo Kardinaal Seper
Datum: 5 mei 1980
Copyrights: © 1980, Archief van Kerken, 35e jrg, pag. 801-807
Bewerkt: 29 november 2017

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2018, Stg. InterKerk, Schiedam