• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

IURA ET BONA
Verklaring over euthanasie

De rechten en goederen die de menselijke persoon eigen zijn, worden van groot belang wanneer het gaat om kwesties welke de mensen van onze tijd bezighouden. Wat dat betreft heeft het Tweede Oecumenische Vaticaans Concilie de voortreffelijke waardigheid van de menselijke persoon en vooral zijn recht op het leven plechtig bevestigd. Daarom heeft dat concilie de misdaden tegen het leven aangeklaagd, waaronder 'alle soorten van moord, uitroeiing, abortus, euthanasie en vrijwillige zelfmoord' gerekend moeten worden 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 27. Onlangs heeft de heilige Congregatie voor de Geloofsleer opnieuw de leer over de abortus provocatus bij alle christengelovigen in herinnering geroepen. Congregatie voor de Geloofsleer, Verklaring over Abortus provocatus, De abortu procurato - Declaratio (18 nov 1974) Nu echter achtte dezelfde Heilige Congregatie het nuttig de leer van de Kerk over de euthanasie naar voren te brengen.

Het is ongetwijfeld waar, dat de beginselen welke de laatste Pausen Paus Pius XII, Toespraak, Tot de Internationale Unie van Katholieke Vrouwenbonden, Vous vous présentez (12 sept 1947) Paus Pius XII, Toespraak, Tot het congres van de Italiaanse katholieke unie van verloskundigen over morele aspecten van huwelijksleven en zwangerschap, Vegliare con sollecitudine - Over morele aspecten van huwelijksleven en zwangerschap (29 okt 1951) Paus Pius XII, Toespraak, Tot de deelnemers aan het 16e congres van het Internationaal Bureau van Onderzoek omtrent de militaire geneeskunde, Arrivés au terme (19 okt 1953) Paus Pius XII, Toespraak, Over drie godsdienstig zedelijke vraagstukken inzake anesthesie naar aanleiding van het Negende Nationaal Congres van de "Società Italiana di Anestesiologia", Le IXe Congres National - Over de anesthesie (25 feb 1957) Vgl. Paus Pius XII, Toespraak, Ook over de vraag naar het ontvangen van de Ziekenzalving in die omstandigheid, Le Dr. Bruno Haid - Tot anaesthesisten over het probleem van reanimatie (24 nov 1957) Vgl. Z. Paus Paulus VI, Toespraak, Tot de leden van het Speciale Comité van de Verenigde Naties voor Apartheid (22 mei 1974) Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Toespraak, Tot de Amerikaanse Bisschoppen te Chicago (5 okt 1979) op dit leergebied uiteen hebben gezet, hun volledige kracht behouden; maar de vooruitgang van de medische wetenschap heeft teweeggebracht, dat in de kwestie van de euthanasie de laatste jaren nieuwe aspecten naar voren treden; deze aspecten vereisen echter een nieuwe verduidelijking ten aanzien van de ethische normen ervan.

In de huidige menselijke samenleving waarin de fundamentele waarden van het menselijk leven dikwijls in twijfel worden getrokken, komt het voor dat een verandering in de burgerlijke cultuur van invloed is op de beschouwingswijze van dood en pijn; ook moet worden opgemerkt dat de medische wetenschap grote vorderingen heeft gemaakt in de kunde te genezen en het leven te verlengen onder bepaalde voorwaarden die echter soms vragen van moraliteit oproepen. Daarom stellen mensen die in dergelijke situaties verkeren zich vol bezorgdheid vragen over de zin van een zeer hoge ouderdom en van de dood. En vanzelfsprekend stellen zij zich ook de vraag of zij het recht hebben zichzelf of de hunnen een 'zachte dood' te waarborgen welke hun pijnen kan verlichten en welke hun meer in overeenstemming lijkt met de menselijke waardigheid.

Daarom hebben meerdere bisschoppenconferenties aan de Heilige Congregatie voor de Geloofsleer vragen gesteld. Deze Heilige Congregatie bedoelt nu met deze verklaring, nadat zij aangaande de verschillende aspecten van de euthanasie de mening van deskundigen heeft ingewonnen, een antwoord te geven op de vragen van de bisschoppen, opdat dezen gemakkelijker de hun toevertrouwde gelovigen kunnen onderrichten en een basis hebben waardoor zij aan de burgerlijke bestuurders de beginselen van hun beschouwingen inzake deze zeer ernstige zaak kunnen voorleggen.

De argumenten die in dit document naar voren worden gebracht, zijn op de eerste plaats gericht tot hen die hun geloof en hoop stellen op Christus, door wiens leven, dood en verrijzen het leven en de dood van de christenen vooral een nieuwe betekenis hebben gekregen naar de woorden van de heilige Paulus: 'Zolang wij leven, leven wij voor de Heer, en sterven wij, dan sterven wij voor de Heer: of wij leven of sterven, Hem behoren wij toe' (Rom. 14, 8). Vgl. Fil. 1, 20

Wat echter hen betreft die een andere godsdienst belijden, stemmen de meesten van hen voorzeker met ons hierin overeen dat het geloof in God de Schepper, in de Voorzienigheid en in de Heer van het leven - wanneer zij dat geloof althans delen - aan iedere menselijke persoon een buitengewone waardigheid schenkt en de eerbied ervoor waarborgt.

Het is te hopen dat deze verklaring ook de instemming kan verwerven van de mensen van goede wil, die ofschoon door verschillende filosofische en ideologische opvattingen van elkaar gescheiden, zich toch levendig bewust zijn van de rechten van de menselijke persoon. Deze rechten zijn trouwens in de loop van de laatste jaren dikwijls afgekondigd door verklaringen van internationale bijeenkomsten. Men lette vooral op de aanbeveling 779 (1976) over de rechten van zieken en stervenden welke werd aanvaard door de parlementaire vergadering van de Raad van Europa tijdens zijn XXVIIe gewone zitting. Vgl. SIPECA, n. 1, maart 1977, blz. 14-15. Daar het hier gaat om de fundamentele rechten die aan iedere menselijke persoon toekomen, is het duidelijk dat het niet aangaat te steunen op argumenten van politiek pluralisme of van godsdienstvrijheid om de universele kracht van deze rechten te ontkennen.

De waarde van het menselijk leven

Het menselijk leven is het fundament van alle goederen en tevens de noodzakelijke bron en voorwaarde van iedere menselijke activiteit en van de sociale gemeenschap. Als het grootste deel van de mensen het leven al voor een heilige zaak houdt en toegeeft dat niemand er vrij over kan beschikken, dan vermogen de gelovige christenen er nog iets voortreffelijkers in te zien, namelijk een gave van Gods liefde, die men moet bewaren en vruchtbaar maken. Vanuit deze tweede beschouwing kan men de volgende conclusies trekken:

  1. Niemand kan een aanslag plegen op het leven van een onschuldige zonder in verzet te komen met de liefde van God jegens deze, zonder een onverliesbaar en onvervreemdbaar fundamenteel recht te schenden en dus een zwaar misdrijf te begaan.
  2. Iedere mens moet zijn leven leiden volgens Gods plan. Het wordt hem toevertrouwd als een goed dat reeds hier op aarde vrucht moet dragen, maar waarvan de volle en absolute voleinding pas in het eeuwige leven te verwachten is.
  3. De vrijwillig toegebrachte dood of zelfmoord is derhalve een misdrijf evenals moord; want een dergelijke menselijke handeling moet beschouwd worden als een verwerping van de hoogste macht van God en van zijn liefdesplan. Zelfmoord is bovendien dikwijls ook een afwijzing van de liefde jegens zichzelf, een ontkenning van het natuurlijke instinct om te leven, een vlucht voor de plichten van rechtvaardigheid en liefde die men hetzij de naaste hetzij de verschillende gemeenschappen hetzij de algemene mensengemeenschap verschuldigd is - ofschoon er soms, zoals iedereen weet, geestestoestanden voorkomen die de schuld verminderen of zelfs helemaal kunnen wegnemen.
    Van zelfmoord moet echter het levensoffer goed onderscheiden worden waardoor iemand om een verheven reden - zoals bijvoorbeeld de eer van God, het heil van de zielen of de dienst aan zijn medebroeders - zijn leven laat of op het spel zet Vgl. Joh. 15, 14 .
Euthanasie

Om de kwestie van de euthanasie nauwkeurig te behandelen moeten we eerst de betekenis van de woorden nauwkeurig uiteenzetten.

Wat de etymologie betreft betekende euthanasie bij de antieken een zachte dood, zonder hevige pijnen. Tegenwoordig wordt niet meer op die oorspronkelijke betekenis van het woord gelet, maar duidt het woord op een medische ingreep waardoor de pijnen van de ziekte of de doodstrijd worden verminderd, hoewel soms met het risico het leven voortijdig af te breken. Tenslotte wordt het woord in meer strikte zin opgevat, zodat het begrip ervan inhoudt: de dood toebrengen uit medelijden, met de bedoeling dat de laatste pijnen totaal worden weggenomen of dat bij abnormale kinderen, ongeneeslijk zieken of zwakzinnigen een verlenging van een ongelukkig leven, misschien voor meerdere jaren, wat een te zware last zou zijn voor het gezin of de gemeenschap, wordt vermeden.

Het is derhalve noodzakelijk dat duidelijk blijkt, welke inhoud aan het woord euthanasie in dit document wordt toebedeeld.

Met het woord euthanasie wordt bedoeld een handeling of een nalaten die van nature of volgens de bedoeling de dood veroorzaakt, om daardoor een einde te maken aan iedere pijn. De euthanasie ligt dus in de bedoeling van de wil en in de manier van handelen.

Er moet echter opnieuw uitdrukkelijk op gewezen worden dat volstrekt niemand op enigerlei wijze kan toestaan dat een onschuldig menselijk wezen wordt gedood, of het nu een foetus is of een embryo, een kind of een volwassene, een bejaarde, ongeneeslijke zieke of iemand die in doodstrijd verkeert. Bovendien is het niemand geoorloofd deze dodelijke handeling voor zichzelf of voor een ander, die aan zijn verantwoordelijkheid is toevertrouwd, te zoeken, ja mag er zelfs noch expliciet noch impliciet mee instemmen. En geen gezag mag hem wettelijk opleggen of toestaan. Want het gaat hierbij om een schending van de goddelijke wet, een aanslag op de waardigheid van de menselijke persoon, om een misdaad tegen het leven, een misdrijf tegen de mensheid. Het kan voorkomen dat wegens langdurige en bijna ondraaglijke pijnen, om redenen van psychologische aard of anderszins, sommige mensen tot de overtuiging komen dat zij rechtmatig de dood voor zichzelf kunnen vragen of anderen kunnen toebrengen. Ofschoon in die gevallen de schuld van een mens verkleind kan worden of zelfs helemaal weggenomen, het blijft niettemin een vals oordeel, waarin het geweten, misschien te goeder trouw, terecht komt en dat de aard van deze dodelijke handeling welke op zich altijd te verwerpen is, niet verandert. Ook de dringende smeekbeden van zeer ernstig zieken, die soms om de dood verzoeken, moeten niet begrepen worden als betekenden ze een echte wil tot euthanasie; want bijna altijd gaat het om angstige verzoeken om hulp en liefde. Behalve medische zorg heeft de zieke liefde nodig, hartelijke menselijke en bovennatuurlijke genegenheid, waarmee alle omstaanders, ouders en kinderen, medici en verpleegkundigen hem moeten en kunnen bejegenen.

De betekenis van de pijn bij de Christenen en het gebruik van pijnstillende middelen

Niet altijd komt de dood in ellendige omstandigheden na nauwelijks te dragen smarten en pijnen. Ook behoeven we geen heel buitengewone gevallen op het oog te hebben. Want zeer vele en ook eenstemmige getuigenissen brengen ons tot de mening, dat de natuur zelf ervoor heeft gezorgd, dat de scheiding in de dood welke, wanneer zij een mens treft die over een goede gezondheid beschikt, voor hem uitermate bitter zou zijn, lichter wordt. Daardoor brengen de duur van de ziekte, de hoge ouderdom, de staat van eenzaamheid en verlatenheid psychologische omstandigheden met zich mee, die het aanvaarden van de dood gemakkelijker maken. Toch moet worden toegegeven dat de dood, die dikwijls door hevige en langdurige pijnen voorafgegaan en begeleid wordt, een gebeurtenis is die van nature de menselijke geest met angst vervult.

Lichamelijke pijn is zeker iets dat in het menselijk leven niet vermeden kan worden; biologisch gezien vormt ze een waarschuwing, aan het nut waarvan niet valt te twijfelen; maar wanneer ze het psychologisch leven van de mens beroert, overtreft de kracht ervan dikwijls het biologisch nut en kan dan zo groot worden dat de verwijdering ervan wenselijk wordt, op welke wijze ook. Volgens de christelijke leer echter krijgt de pijn, vooral in de laatste ogenblikken van het leven, een heel eigen plaats in het heilsplan van God; ze is namelijk een deelneming aan het lijden van Christus in vereniging met het offer van de verlossing, dat Hij zelf bracht in gehoorzaamheid aan de Vader. Daarom is het geen wonder dat er Christenen zijn die slechts matig gebruik willen maken van pijnstillende middelen; zodoende aanvaarden ze althans een deel van hun pijnen vrijwillig, en verenigen ze zich bewust met de pijnen van de aan het kruis genagelde Christus Vgl. Mt. 27, 34 . Niettemin is het niet verstandig een heldhaftige manier van handelen als algemene norm voor te schrijven. Integendeel, de menselijke en christelijke voorzichtigheid raadt voor de meeste zieken het gebruik van de geneesmiddelen aan die in staat zijn de pijn te lenigen of weg te nemen, ook wanneer als nevenverschijnsel bedwelming of verminderd bewustzijn het gevolg ervan is.

Wat echter hen betreft die de mogelijkheid missen hun gevoelens te uiten, kan men terecht aannemen dat zij zelf deze verzachtingen van de pijn willen nemen en dat die hun worden toegediend volgens de voorschriften van de arts.

Maar een intensief gebruik van pijnstillende middelen is niet zonder gevaar, omdat om de werkzaamheid ervan te behouden, wegens het verschijnsel van de gewenning, de hoeveelheid in het algemeen steeds groter moet worden. Het is goed hier op een verklaring van Pius XII te wijzen welke nog altijd van kracht is. Een groep artsen die de vraag hadden gesteld: "Is de opheffing van het lijden en de uitschakeling van het bewustzijn door middel van narcose ... aan medicus en patiënt (zelfs bij de nadering van de dood en wanneer men voorziet, dat het gebruik van de narcotica het leven zal bekorten) door godsdienst en moraal toegestaan?", antwoordde de Paus: "Als er geen andere middelen zijn en als dit in de gegeven omstandigheden niet de vervulling van andere godsdienstige en zedelijke plichten in de weg staat: Ja". Paus Pius XII, Toespraak, Over drie godsdienstig zedelijke vraagstukken inzake anesthesie naar aanleiding van het Negende Nationaal Congres van de "Società Italiana di Anestesiologia", Le IXe Congres National - Over de anesthesie (25 feb 1957), 36 In dit geval wordt de dood, zoals duidelijk is, geenszins bedoeld of gezocht, ofschoon men in deze omstandigheid redelijkerwijze het gevaar daarvan loopt; men bedoelde alleen, dat de pijnen zouden worden verzacht door het aanwenden van de pijnstillende middelen welke de medische wetenschap ten dienste staan.

Toch vereisen die pijnstillende middelen waardoor de zieken hun bewustzijn verliezen, een bijzondere beschouwing. Het is namelijk van groot belang dat de mensen niet alleen aan hun morele verplichtingen en voorschriften kunnen voldoen, maar ook en vooral dat ze welbewust Christus tegemoet kunnen gaan. Pius XII gaf daaromtrent de volgende vermaning: "zonder ernstige reden mag men de stervende niet van zijn bewustzijn beroven". Paus Pius XII, Toespraak, Over drie godsdienstig zedelijke vraagstukken inzake anesthesie naar aanleiding van het Negende Nationaal Congres van de "Società Italiana di Anestesiologia", Le IXe Congres National - Over de anesthesie (25 feb 1957), 33 Vgl. Paus Pius XII, Toespraak, Tot het congres van het "Collegium Internationale Neuro-Psycho-Farmacologicum" te Rome, over de zedelijke normen bij het gebruik van nieuwe methoden en middelen, Vous n'avez pas voulu - Over nieuwe methoden en middelen in de Neuro-psycho-farmacologie (9 sept 1958), 16

De maat die men moet houden bij het gebruik van geneesmiddelen

In onze tijden is het van groot belang dat het ogenblik van de dood de waardigheid van de menselijke persoon en de christelijke betekenis van het leven intact laat, doordat men zich hoedt voor een zekere 'vertechnisering', zoals men dat noemt, die het gevaar voor misbruik met zich brengt. En inderdaad zijn er mensen die spreken van 'het recht op de dood', door welke zegswijze niet wordt verstaan het recht van iemand om zichzelf de dood toe te brengen door eigen of andermans toedoen, zoals dat hemzelf goeddunkt, maar het recht om in alle rust te sterven, met behoud van de menselijke en christelijke waardigheid. Als men het zo beschouwt, kan het aanwenden van de geneeskunde soms bepaalde kwesties oproepen.

In meerdere gevallen kan het voorkomen dat de stand van zaken zo ingewikkeld is, dat er twijfels ontstaan over de manier waarop de beginselen van de moraalleer in praktijk moeten worden gebracht. De beslissingen die genomen moeten worden, behoren op slot van rekening tot een oordeel van het geweten, hetzij van de zieke zelf, hetzij van hen die wettelijk in diens naam optreden, hetzij ook van de artsen, die allen zowel de voorschriften van de moraal als de veelvuldige aspecten van de zaak voor ogen moeten houden.

Het is de plicht van eenieder te zorgen voor zijn gezondheid en de maatregelen te nemen dat aan hem de nodige zorgen worden besteed. Degenen echter aan wie de zorg voor de zieken is toevertrouwd, moeten nauwgezet hun best doen en de geneesmiddelen verschaffen die volgens hen nodig of nuttig zijn.

Moeten dus in alle omstandigheden alle middelen worden beproefd?

Niet zo lang geleden antwoordden de beoefenaars van de moraalleer dat men nooit kan worden verplicht tot het gebruik van 'buitengewone' middelen. Een dergelijk antwoord, dat als beginsel nog steeds geldig is, lijkt vandaag misschien minder duidelijk, zowel wegens de weinig bepaalde manier van spreken, alsook wegens de snelle vorderingen in de geneeskunde. Vandaar dat sommigen liever willen spreken van 'evenredige' en 'niet evenredige' middelen. Hoe het ook zij, de juiste waardering van de geneeskunst kan slechts plaats hebben, wanneer het soort geneeskunde, de moeilijkheden ervan, de graad van gevaren en de nodige onkosten, alsook de mogelijkheid die geneeswijze toe te passen, worden vergeleken met het effect dat men ermee hoopt te bereiken, rekening houdend met de toestand van de zieke en met zijn lichamelijke en geestelijke krachten. Om deze beginselen gemakkelijker in concreto te kunnen toepassen, kan het goed zijn de volgende nauwkeuriger uiteenzettingen in het oog te houden:

  • Als andere middelen niet voldoende zijn, mag men met toestemming van de zieke middelen aanwenden die de jongste ontdekkingen van de medische wetenschap hebben opgeleverd, ook al zijn die nog niet voldoende experimenteel bewezen en houden ze nog een zeker risico in. De zieke die die geneesmiddelen ontvangt, kan zelfs een voorbeeld geven van edelmoedigheid tot welzijn van de mensheid.
  • Evenzeer is het geoorloofd het gebruik van die middelen te staken, telkens wanneer er geen hoop meer is op een goede afloop. Maar om dat besluit te nemen, moet rekening worden gehouden met het terechte verlangen van de zieke en zijn familie alsmede met de mening van de ervaren artsen; dezen zullen namelijk meer dan wie ook een juist oordeel kunnen vormen, wanneer de kosten aan instrumenten en mensen niet beantwoorden aan de effecten die men kan voorzien, en wanneer door de aangewende medische hulpmiddelen aan de zieke meer smarten en ongemakken bezorgd worden dan nuttige gevolgen.
  • Altijd is het geoorloofd zich tevreden te stellen met de gewone middelen die de medische wetenschap kan verschaffen. Daarom kan aan niemand de plicht worden opgelegd een geneeswijze aan te wenden die, ofschoon reeds in gebruik, toch nog niet zonder gevaar is of al te lastig. Deze weigering van geneesmiddelen mag niet vergeleken worden met zelfmoord: ze moet veeleer beschouwd worden als een normale aanvaarding van zijn lot als mens ofwel als zorg om wel een lastig apparaat van de geneeskunde af te wijzen, waaraan echter geen evenredig nut van te verwachten effecten beantwoordt; ook kan de wil meespreken om aan de familie of de gemeenschap een al te grote last te besparen.
  • Wanneer de dood, die door geen geneesmiddelen tegen te houden is, op handen is, is het in geweten geoorloofd het plan op te vatten aan de verzorgingswijze te verzaken, die slechts een hachelijk en smartvol rekken van het leven zou betekenen, zonder evenwel de gewone zorgen na te laten die men in dergelijke gevallen aan een zieke verschuldigd is. Dan is er geen reden voor een arts om zich bang te maken als zou hij iemand die in gevaar verkeert zijn hulp hebben ontzegd.
Besluit

De normen die in deze Verklaring zijn vervat, gaan uit van de intense zorg de mensen hulp te bieden volgens het plan van de Schepper. Als van de ene kant het leven beschouwd moet worden als een gave van God, van de andere kant kan evenwel de dood niet vermeden worden; het is derhalve noodzakelijk dat wij, zonder het uur van de dood te verhaasten, die dood toch ontvangen in het volle bewustzijn van onze verantwoordelijkheid en met alle waardigheid. Want de dood maakt wel een eind aan dit aardse leven, maar tegelijkertijd opent hij ook de poort naar het onsterfelijk leven. Daarom moeten alle mensen zich op de juiste wijze op deze gebeurtenis voorbereiden in het licht van de menselijke waarden, en nog veel meer moeten de christenen dat doen, geleid als zij worden door het licht van het geloof.

Wat degenen betreft die in openbare gezondheidsdienst zijn, mogen zij voorzeker niets nalaten om heel de ervaring van hun ambt te besteden aan het welzijn van de zieken en stervenden; zij zullen er echter aan denken dat zij hun nog een andere troost verschuldigd zijn, en wel een die veel noodzakelijker is, namelijk een onmetelijke goedheid en een innige liefde. Een dergelijke dienst die aan de mensen wordt bewezen, wordt ook aan Christus de Heer zelf bewezen, die gezegd heeft: 'Al wat gij gedaan hebt voor een dezer geringsten van mijn broeders, hebt gij voor Mij gedaan' (Mt. 25, 40).

Nadat deze Verklaring in een gewone vergadering van deze Heilige Congregatie was besproken, heeft Paus Johannes Paulus II haar tijdens een audiëntie aan ondergetekende kardinaal prefect verleend, goedgekeurd en bevolen te publiceren.

Rome, vanuit de gebouwen van de Heilige Congregatie voor de Geloofsleer, 5 mei 1980.

FRANCISCUS Kard. SEPER
Prefect

+ Fr. Hieronymus Hamer o.p.
Titulair aartsbisschop van Lorium Secretaris

Document

Naam: IURA ET BONA
Verklaring over euthanasie
Soort: Congregatie voor de Geloofsleer
Auteur: Franjo Kardinaal Seper
Datum: 5 mei 1980
Copyrights: © 1980, Archief van Kerken, 35e jrg, pag. 801-807
Bewerkt: 29 november 2017

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2018, Stg. InterKerk, Schiedam