• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

"HET IS ZALIGER TE GEVEN DAN TE ONTVANGEN" (HAND. 20,35)
Veertigdagentijd 2003

Geliefde broeders en zusters!

Veertijgdagentijd is een periode van intensief gebed, vasten en aandacht voor hen die in nood verkeren. Het geeft alle Christenen de gelegenheid zich voor te bereiden op Pasen door gewetensvol en oprecht na te denken over hun leven, met bijzondere aandacht voor het Woord van God die het dagelijks leven verlicht van allen die geloven.

Dit jaar wil ik als leidraad voor onze Vastenmeditatie een zin aanbieden, genomen uit de Handelingen van de Apostelen: "Het is zaliger te geven dan te ontvangen." (Hand. 20, 35)

Wat we hier hebben is niet alleen maar een morele aansporing, of een bevel wat zomaar naar ons toekomt. De geneigdheid tot geven is geworteld in de diepten van het menselijk hart: ieder persoon is zich bewust van een wens om met anderen in contact te treden en iedereen vindt voldoening in een vrije zelfgave aan anderen.

Betreurenswaardig genoeg is men tegenwoordig bijzonder ontvankelijk voor de verleidingen van zelfzuchtigheid die altijd verborgen is in het menselijk hart. In de samenleving en in de media wordt de mens bestoken met boodschappen die min of meer openlijk de kortstondigheid en het hedonisme verheerlijken. Zorg voor anderen wordt wel getoond wanneer zich natuurrampen, oorlog en andere noden voordoen, maar over het algemeen is het moeilijk een cultuur van solidariteit op te bouwen. De geest van de wereld beïnvloedt onze innerlijke geneigdheid onszelf onbaatzuchtig aan anderen te geven en jaagt ons op onze eigen persoonlijke belangen te bevredigen. De wens om nog meer te bezitten wordt in de hand gewerkt. Natuurlijk is het normaal en goed dat mensen moeten werken om, door hun eigen talenten te gebruiken en door hun eigen arbeid, te verkrijgen wat zij nodig hebben om te leven, maar een buitensporige wens voor bezit houdt de mens af van het open staan voor hun Schepper en hun medemens. De woorden van Paulus aan Timotëus blijven in elke tijd relevant: "want de geldzucht blijft de wortel van alle kwaad. Door deze hartstocht zijn sommigen al van het geloof afgedwaald en hebben zich afgemarteld met kwellingen zonder tal." (1 Tim. 6,10).

Uitbuiting van anderen, onverschilligheid ten opzichte van het lijden van onze broeders en zusters en de schending van de basisregels van moraliteit zijn slechts enkele vruchten van de dorst naar eigen gewin. Geconfronteerd wordende met de tragische situatie van aanhoudende armoede die zoveel mensen in onze wereld teistert, hoe zouden we niet kunnen zien dat de zoektocht naar winst tegen elke prijs en het gebrek aan effectieve, verantwoordelijke zorg voor het algemene goed ervoor heeft gezorgd dat oneindige bronnen in de handen van enkelen zijn gekomen, terwijl de rest van de mensheid lijdt in armoede en verwaarlozing?

Ik zou graag een principe willen herbevestigen die klaarblijkelijk veelal wordt genegeerd en doe daarbij een beroep op alle gelovigen en alle mensen van goede wil: ons doel moet niet zijn het welzijn van enkele bevoorrechten, maar de verbetering van de levensomstandigheden van allen. Alleen op deze basis kunnen we bouwen aan die internationale orde, oprecht gekenmerkt door rechtvaardigheid en solidariteit dat de hoop voor iedereen is.

"Het is zaliger te geven dan te ontvangen."

Wanneer gelovigen beantwoorden aan hun innerlijke neiging zichzelf aan anderen te geven zonder er iets terug van te verwachten, ervaren zij een diep innerlijke voldoening.

De inspanningen van Christenen om rechtvaardigheid te bevorderen, hun engagement ter verdediging van de machteloze, hun menslievende werkzaamheden in de hongerige voorzien van brood en hun zorg voor de zieken door te beantwoorden aan elk nood en behoefte, ontlenen hun kracht van die enige en onuitputtelijke schatkist van liefde die de totale gift van Jezus aan de Vader is. Gelovigen worden opgeroepen in de voetsporen van Christus, waarlijk God en waarlijk Mens, te treden, Die, in totale gehoorzaamheid aan Zijn Vader, zich van zichzelf heeft ontdaan Vgl. Fil. 2,6. e.v. en zich nederig gaf aan ons in onbaatzuchtigheid en totale liefde, tot de dood aan het kruis. Calvarie verkondigt als een welsprekende getuigenis de boodschap van de liefde van de Gezegende Drie-eenheid voor de mens van alle tijden en plaatsen.

De Heilige Augustinus wijst erop dat alleen God, als het Allerhoogste Goed, in staat is de verschillende vormen van armoede die in onze wereld aanwezig is te overwinnen. Dankbaarheid en liefde voor elkanders naaste moet daarom de vrucht zijn van een levende relatie met God, waarbij God als hun constante referentiepunt geldt, want het is in de nabijheid van Christus waar wij onze vreugde vinden. Vgl. H. Augustinus, Over de Stad Gods, De Civitate Dei. X,6; CCL 39: 1351 e.v.

Gods Zoon hield het eerst van ons, "toen wij nog zondaars waren" Vgl. Rom. 5, 8 , met een onvoorwaardelijke liefde die niets terug vroeg. Als dit zo is, hoe kunnen wij dan nalaten om de Veertigdagentijd als een door de Voorzienigheid beschikte gelegenheid te zien om, geïnspireerd door onzelfzuchtigheid en edelmoedigheid, moedige besluiten te nemen? De Veertigdagentijd biedt ons de praktische en werkzame wapens aan van vasten en aalmoezen als een strijdmiddel tegen de buitensporige gehechtheid aan geld. Door niet alleen van onze overdaad te geven, maar door iets meer te offeren aan de behoeftige, bevordert de zelfverloochening, die essentieel is voor een authentiek christelijk leven. Versterkt door constant gebed, openbaren de gelovigen de prioriteit die zij in hun leven aan God gegeven hebben.

De liefde van God die in onze harten uitgestort is behoort ons te inspireren en te transformeren tot wie we zijn en wat we doen. Christenen moeten niet denken dat zij zich om het welzijn van hun broeders en zusters kunnen bekommeren zonder zelf de liefde van Christus te beleven. Zelfs in die gevallen waarin zij zonder christelijke liefde zouden slagen belangrijke aspecten in het sociale of politieke leven te veranderen, is elke verandering een kort leven beschoren. De mogelijkheid om zichzelf aan anderen te geven is een gave die door de genade van God komt. Zoals Sint Paulus ons leert: "God is het immers die zowel het willen als het doen bij u tot stand brengt, om zijn heilsplan te verwezenlijken" (Fil. 2,13).

Aan moderne mannen en vrouwen, vaak ontevreden met een oppervlakkig en kortstondig bestaan en op zoek naar echt geluk en liefde, biedt Christus zichzelf als voorbeeld aan en nodigt hen uit Hem te volgen. Hij vraagt aan hen die naar Zijn stem luisteren hun leven aan anderen te geven. Deze opoffering is een bron van zelfbevrediging en vreugde, zoals te zien is in de duidelijke voorbeelden van die mannen en vrouwen die, alle zekerheid achter zich latende, niet hebben geaarzeld hun leven te riskeren als missionarissen in verschillende delen van de wereld. Het kan ook worden gezien in het antwoord van de jonge mensen die, ingegeven door het geloof, de roeping hebben aanvaard van priester of religieuze om Gods heilsplan te dienen. Het is evenzo de ervaring van een groeiende aantal vrijwilligers die zichzelf graag toewijden aan het helpen van de armen, de ouderen, de zieken, en al degenen die in nood verkeren.

Onlangs hebben we prijzenswaardige uitingen van solidariteit gezien voor de slachtoffers van de overstromingen in Europa, aardbevingen in Latijns-Amerika, epidemieën in Afrika, vulkaanuitbarstingen op de Filipijnen, en ook voor andere gebieden in de wereld die getroffen worden door haat, geweld en oorlog.

In deze situaties speelt de media een belangrijke rol door ons in staat te stellen ons te vereenzelvigen met en daadwerkelijke hulp te bieden aan de lijdenden en nooddruftige. Het is niet altijd het christelijke gebod van de liefde, maar meer een aangeboren gevoel van betrokkenheid die ons motiveert anderen te helpen. Maar ook dan zal eenieder die hulp biedt aan wie in nood verkeren altijd de genade van God genieten. In de Handelingen van de Apostelen lezen we dat de leerlinge Tabita gered werd omdat zij goede werken had gedaan. Vgl. Hand. 9, 36. e.v. De honderdman Cornelius verkreeg eeuwig leven op grond van zijn edelmoedigheid. Vgl. Hand. 10, 2-31

Voor hen, die nog ver van het geloof af staan, kan de dienst aan de naaste een gunstige weg zijn naar een ontmoeting met Christus, daar de Heer overvloedig de goede daden die men aan de naaste deed, zal vergoeden. Vgl. Mt. 25, 40

Het is mijn vurige hoop dat de gelovigen deze Veertigdagentijd een vruchtbare tijd zullen vinden om het evangelie van liefdadigheid overal uit te dragen, daar de roeping tot liefdadigheid het hart is van de echte evangelisatie. Hierbij roep ik de voorspraak in van Maria, Moeder van de Kerk, en bid dat zij ons zal vergezellen op onze reis door de Veertigdagentijd. Met deze wens zegen ik u allen van harte.

 

Vanuit het Vaticaan, 7 januari 2003

Johannes Paulus II

Document

Naam: "HET IS ZALIGER TE GEVEN DAN TE ONTVANGEN" (HAND. 20,35)
Veertigdagentijd 2003
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Boodschap
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 7 januari 2003
Copyrights: © 2003, Stg. InterKerk
Bewerkt: 26 maart 2015

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam