• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Daarom moet elke instelling of organisatie die beoogt dat de mens in zijn wezenlijke menselijkheid gered wordt, haar nauwlettende aandacht op de verzoening richten met de bedoeling om tot een dieper zicht te komen op wat zij betekent en op haar draagwijdte, en om er kijk op te krijgen wat er bijgevolg aan gedaan zou kunnen worden. De Kerk van Jezus Christus kan daar onmogelijk geen aandacht voor hebben. Met de toewijding van een Moeder en met de wijsheid van een Meesteres, legt zij er zich met zorg en aandacht op toe in de menselijke samenleving niet alleen de tekenen van de verdeeldheid waar te nemen, maar ook de minstens even duidelijke en veelzeggende tekenen van het zoeken naar verzoening. Zij weet immers dat met name aan haar het vermogen is gegeven en als zending is toevertrouwd om de ware, diepgodsdienstige betekenis van de verzoening in al haar dimensies te verkondigen, en alleen daardoor al bij te dragen tot de verheldering van de wezenlijke aspecten van het vraagstuk van eenheid en vrede.

Mijn voorgangers hielden niet op, de verzoening te prediken en heel de mensheid, met name die groepen of gedeelten van de menselijke gemeenschap waar zij verscheurdheid of verdeeldheid zagen, aan te sporen naar verzoening te streven. De encycliek Pacem in Terris, het geestelijk testament van Johannes XXIII, wordt dikwijls beschouwd als een ‘sociaal document’ en ook als ‘politieke boodschap’, en dat is zij ook inderdaad, mits men deze uitdrukkingen in hun volle betekenis neemt. Het betoog van de Paus is immers, zoals nu twintig jaar na het verschijnen ervan blijkt, niet zozeer een weloverwogen plan tot verzoening van volkeren en naties, maar veeleer een krachtige aansporing tot bescherming van de hoogste waarden, zonder welke de vrede op aarde een droom blijft. Eén van die waarden is de verzoening onder de mensen, waarover Johannes XXIII dikwijls heeft gesproken. Wat Paulus VI betreft, moge het voldoende zijn eraan te herinneren dat hij, toen hij heel de Kerk uitnodigde het Heilig Jaar 1975 te vieren, besloot dat ‘vernieuwing en verzoening’ het motto voor het onvergetelijke Jubileum zou zijn. Ook mag men niet het catechetisch onderricht vergeten dat hij vooral aan dat thema heeft gewijd als toelichting bij dat Jubileum. Zelf heb ik vanuit een innerlijke impuls, waarmee ik – daar ben ik zeker van – zowel een ingeving van boven als een appèl van de mensheid volgde, op twee onderling verschillende maar allebei plechtige en bindende manieren het thema van de verzoening onder de aandacht gebracht. Allereerst door de zesde algemene vergadering van de bisschoppensynode bijeen te roepen, en vervolgens door die vergadering om zo te zeggen tot het middelpunt te maken van een Jubeljaar, afgekondigd ter viering van de 1950ste verjaardag van de Verlossing. H. Paus Johannes Paulus II, Apostolische Brief, Opent de deuren voor de Verlosser, Aperite Portas Redemptionis (6 jan 1983), 3. ’Het dient duidelijk te zijn’ – zo schreef ik in de bulle ter aankondiging van het Jubeljaar van de Verlossing – ‘dat in deze bijzonder belangrijke tijd, waarin iedere Christen wordt aangespoord intenser zijn roeping te beleven om in de Zoon met de Vader verzoend te worden; die doelstelling zal slechts worden bereikt, als daar een nieuw verantwoordelijkheidsbesef uit geboren wordt, waardoor ieder afzonderlijk en allen tezamen zich in dienst stellen van de verzoening, niet slechts tussen alle leerlingen van Christus, maar tussen alle mensen’ Toen aan de Synode een onderwerp toegewezen moest worden, kon ik helemaal instemmen met wat veel van mijn medebroeders in het bisschopsambt hadden voorgesteld: de zo rijke thematiek van de verzoening, nauw verbonden met die van de bekering. Het onderwerp van de Synode was, nauwkeuriger uitgedrukt: verzoening en bekering in de zending van de Kerk

Het woord bekering (paenitentia) drukt een heel complex begrip uit. Verbonden met de uitdrukking metanoia, zoals die door de synoptici wordt gebezigd, betekent bekering de innerlijke verandering van hart zoals die onder invloed van het woord van God en met het oog op Zijn Rijk kan plaats hebben. Vgl. Mt. 4, 17 Vgl. Mc. 1, 15 Maar bekering betekent ook een verandering van levenswijze, in overeenstemming met die verandering van hart. Neemt men het in deze betekenis, dan wordt wat men zich bekeren noemt aangevuld door: „Brengt vruchten voor die passen bij bekering”. Vgl. Lc. 3, 8 Heel het leven komt dan in het teken van de bekering te staan als een voortdurend streven naar vooruitgang in het goede. Maar zich bekeren is alleen dan waarachtig en vruchtbaar, als het zich uit in concrete daden en gebaren van bekering. In deze zin betekent bekering in het theologische en spirituele spraakgebruik van de Christenen ascese, dat wil zeggen: de concrete en dagelijkse toeleg van de mens om, ondersteund door Gods genade, zijn eigen leven te verliezen omwille van Christus, wat de enige manier is om Hem te vinden; Vgl. Mt. 16, 24-26 Vgl. Mc. 8, 34-36 Vgl. Lc. 9, 23-25 om deoude mens af te leggen en zich te bekleden met de nieuwe mens; Vgl. Ef. 4, 23. e.v. om het vleselijke in zichzelf te overwinnen met de bedoeling dat het geestelijke de overhand gaat krijgen; Vgl. 1 Kor. 3, 1-20 om aanhoudend boven het aardse uit te stijgen naar wat boven is. Vgl. Kol. 3, 1. e.v. „Paenitentia” is derhalve de bekering die, voortkomend uit het hart, vertaald wordt in concrete werken en zo het hele leven van de christen raakt.

In elk van deze betekenissen is bekering nauw verbonden met verzoening, want wil iemand met God, met zichzelf en met anderen verzoend worden, dan is daarvoor nodig dat de breuk wordt hersteld die diep in de ziel zit en die de zonde is. Dat kan alleen maar door die innerlijke verandering of bekering die door werken van bekering in het leven vrucht draagt.

Het basisdocument van de Synode (ook wel lineamenta genaamd) was slechts opgesteld om het vraagstuk uiteen te zetten en enkele fundamentele aspecten ervan toe te lichten. Het heeft overal ter wereld aan de kerkelijke gemeenschappen de gelegenheid geboden gedurende ongeveer twee jaar na te denken over de aspecten van een vraagstuk dat, aangezien het over bekering en verzoening gaat, allen aangaat, en om daaruit nieuwe kracht te putten voor het christelijk leven en het apostolaat. Een en ander is vervolgens nog eens dieper doordacht in verband met de onmiddellijke voorbereiding van de Synode. Dat leverde de zogenaamde werktekst op, het Instrumentum laboris, dat tijdig aan de bisschoppen en hun medewerkers werd toegezonden. Tenslotte hebben de Synodevaders, bijgestaan door anderen die tot de eigenlijke zitting waren uitgenodigd, het thema en de daarmee samenhangende, telrijke en uiteenlopende vraagstukken behandeld vanuit een groot besef van hun verantwoordelijkheid. Uit de besprekingen, uit de gezamenlijke studie en uit het gedegen en nauwgezette onderzoek is een rijke en kostbare schat voortgekomen. Het wezenlijke daarvan is bij wijze van samenvatting neergelegd in de uiteindelijke propositiones of voorstellen.

Bij haar onderzoek was de Synode niet onkundig van die daden van verzoening (waarvan sommige haast onopgemerkt blijven, omdat ze zo alledaags zijn), die op uiteenlopende manieren ertoe kunnen bijdragen dat al die spanningen worden opgeheven, de conflicten worden opgelost, de kleine en grote onenigheden overwonnen worden en zo de eenheid wordt hersteld. Maar het was de voornaamste zorg van de Synode om aan de binnenkant van deze uiteenlopende daden de verborgen wortel te vinden, de verzoening die van al die daden als het ware de oorsprong en bron vormt en die werkzaam is in het hart en het geweten van de mens.

Het charisma en de eigen aard van de Kerk met betrekking tot verzoening in welke vorm dan ook, is dat zij deze steeds in verband brengt met die oorsprongsverzoening. Op grond van haar eerste en voornaamste zending beschouwt de Kerk het als haar plicht om door te dringen tot de wortels van die eerste verwonding die de zonde is, om daar genezing en een fundamentele verzoening tot stand te brengen, opdat deze het vruchtbaar begin zal zijn van alle verdere echte verzoening. Dat is het wat de Kerk voor ogen heeft gestaan en wat zij door middel van de Synode heeft voorgesteld.

Over deze verzoening gaat het in de heilige Schrift, waar zij ons aanspoort om er met al onze krachten naar te streven, Vgl. 2 Kor. 5, 20. ’Wij smeken u in Christus’ naam: laat u met God verzoenen’ terwijl zij ons tegelijkertijd op het hart drukt dat zij in de eerste plaats een gave is, door God in zijn barmhartigheid aan de mens geschonken. Vgl. Rom. 5, 11. ’Nu reeds juichen wij in God door Jezus Christus onze Heer, door wie wij de verzoening hebben ontvangen’ Vgl. Kol. 1, 20 De geschiedenis van het heil, zowel die welke de hele mensheid omvat als die welke afzonderlijke mensen in welke tijd dan ook aangaat, kan beschouwd worden als de geschiedenis van de verzoening, waarin God die Vader is, door het bloed en het kruis van Zijn Zoon die Mens is geworden, de wereld met zich heeft verzoend en zo een nieuw gezin van verzoenden heeft doen ontstaan.

De verzoening is een noodzaak, vanwege de voorgegevenheid van de door de zonde veroorzaakte breuk waaruit heel de verdere gebrokenheid in het hart van de mensen en in de hen omringende wereld voortkomt. Dat houdt in dat verzoening, wil zij volledig zijn, dus noodzakelijk de bevrijding uit de zonde vereist, die tot in haar diepste wortels moet worden afgewezen. Zo blijkt hoe nauw bekering en verzoening met elkaar verweven zijn: men kan ze onmogelijk van elkaar losmaken, of de een ter sprake brengen terwijl men over de ander zwijgt.

De Synode heeft het zowel gehad over de verzoening van heel het grote gezin van de mensheid, als over de bekering van hart van iedere mens afzonderlijk, over zijn terugkeer tot God. Daarmee heeft zij willen erkennen en kenbaar maken dat de mensen alleen maar in eenheid zijn samen te brengen, als ieder voor zich innerlijk anders wordt. De persoonlijke bekering is de weg die noodzakelijk is om te komen tot eendracht onder de mensen. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 10. ’In feite hangt de onevenwichtigheid waaraan de hedendaagse wereld heeft te lijden samen met de meer fundamentele onevenwichtigheid die wortelt in het diepst van het hart van de mens. In de mens zelf immers zijn velerlei tendensen met elkaar in strijd. Want terwijl hij zich enerzijds als schepsel veelvuldig als beperkt ervaart, bemerkt hij anderzijds, dat hij in zijn verlangens onbeperkt is, en dat hij geroepen is tot een hoger leven. Te midden van vele aantrekkelijkheden wordt hij gedwongen daarin verantwoord te selecteren en sommige terzijde te stellen. Sterker: zwak en zondig tevens, doet hij niet zelden wat hij niet wil, en wat hij zou willen doen doet hij niet. Vandaar dat hij in zichzelf een verdeeldheid ervaart, waaruit ook in de maatschappij zoveel grote tweedracht ontstaat.’ Wanneer de Kerk de blijde boodschap van de verzoening verkondigt, of wanneer zij voorstelt haar door middel van de sacramenten tot stand te brengen, vervult zij een echt profetische taak: zij wijst op het kwaad onder de mensen, hoe dat uit een besmette bron voortkomt; zij laat zien waar de wortel van de verdeeldheid zit; en zij geeft hoop dat de spanningen en conflicten overwonnen kunnen worden, waardoor de eendracht en de vrede op alle niveaus en in alle groeperingen van de menselijke samenleving bereikt kunnen worden. Zij verandert een door haat en geweld getekende historische situatie in een beschaving van de liefde. Allen biedt zij het evangelische en sacramentele beginsel van de verzoening aan waaruit, als uit een „bron”, elk ander verzoeningsgebaar of daad van verzoening voortkomt, ook op het maatschappelijke vlak.

Over deze verzoening als vrucht van bekering gaat het in deze apostolische aansporing. Want zoals aan het einde van de vorige drie Synodebijeenkomsten, hebben de Synodevaders ook deze keer weer de resultaten van hun werk in handen gelegd van de bisschop van Rome, de herder van heel de Kerk en het hoofd van het college van de bisschoppen, in zijn hoedanigheid van voorzitter van de Synode. Als een zware maar tegelijk dankbare plicht van mijn bediening heb ik de taak op mij genomen om, puttend uit de rijke schat van de Synode, aan het volk van God bij wijze van vrucht van deze Synode een leerstellige en tevens herderlijke boodschap te richten over bekering en verzoening. In het eerste deel daarvan zal ik het hebben over de Kerk in zoverre zij de zending van de verzoening vervult en zich toelegt op de bekering van de harten, waardoor de mens en God, de mens en zijn broeder, ja de mens en heel de schepping elkaar opnieuw omhelzen. In het tweede deel zal de diepste oorzaak van alle verscheurdheid en verdeeldheid tussen de mensen onderling en vooral ten opzichte van God mijn onderwerp zijn, namelijk de zonde. Tenslotte zal ik de middelen behandelen waarmee de Kerk de volledige verzoening tussen de mensen en God en de daaruit voortvloeiende verzoening van de mensen met elkaar kan bevorderen stimuleren.

Bij deze bied ik dit document aan de kinderen van de Kerk aan, evenals aan allen die, of zij nu in God geloven of niet, een oprechte belangstelling voor haar hebben. Het vormt het antwoord dat ik verschuldigd was op het door de Synode aan mij gerichte verzoek. Maar ik ben het aan de waarheid en de rechtvaardigheid verplicht te zeggen, dat het tevens het werk van de Synode zelf is. De inhoud van deze bladzijden komt immers uit de Synode voort: uit de verwijderde en de onmiddellijke voorbereiding ervan, uit de werktekst, uit de interventies die in de aula van de Synode en in de werkgroepen zijn gehouden, maar vooral uit de drieënzestig voorstellen. Daarin is immers de vrucht samengebracht van het werk dat de vaders gezamenlijk verricht hebben. Onder hen waren ook vertegenwoordigers van de Oosterse Kerken, wier theologisch, spiritueel en liturgisch erfgoed zo rijk en eerbiedwaardig is, ook met betrekking tot het onderwerp dat ons hier bezig houdt. Bovendien heeft de raad van het synode-secretariaat, kort na de afsluiting van de Synode, in twee belangrijke zittingen het werk van de Synode en de bedoeling van haar deelnemers geëvalueerd, de innerlijke samenhang van de genoemde voorstellen duidelijk gemaakt en grondlijnen aangegeven voor het opstellen van dit document. Mijn dank gaat uit naar allen die dit werk hebben verricht. In het hier volgende wil ik, in trouw aan mijn zending, datgene voorleggen wat mij in de leerstellige en pastorale schat van de Synode nuttig lijkt voor alle mensen die in dit prachtige maar ook moeilijke uur van de geschiedenis leven.

Het is nuttig – en ook van veel betekenis – dit nu te doen, nu bij velen de herinnering nog levendig is aan het Heilige Jaar, dat helemaal in het teken heeft gestaan van de bekering, de omkeer en de verzoening. Deze aansporing richt ik tot mijn medebroeders in het bisschopsambt, tot hun medewerkers, de priesters, de diakens en de mannelijke en vrouwelijke religieuzen, tot alle gelovigen en tot alle gewetensvolle mannen en vrouwen: mogen zij niet alleen bijdragen tot de zuivering, de groei en de verdieping van ieders persoonlijk geloof, maar ook zoiets als een kiem vormen die helpt om in de harten van de mensen de vrede en de broederschap, de hoop en de vreugde te doen toenemen. Deze kostbare goederen komen voort uit het Evangelie, dat aanvaard, overwogen en in praktijk gebracht moge worden, naar het voorbeeld van de heilige Maagd Maria, de Moeder van onze Heer Jezus Christus: door Hem heeft het God behaagd alles met zich te verzoenen. Vgl. Kol. 1, 19. e.v.

Document

Naam: RECONCILIATIO ET PAENITENTIA
Over de verzoening en boete in de zending van de Kerk in deze tijd
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Postsynodale Apostolische Exhortatie
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 2 december 1984
Copyrights: © 1985, Stg. Verkondiging, Roermond; nr. 13
Vert.: Chr. v. Buijtenen S.J.
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam