• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

De zonde, in haar ware en eigenlijke betekenis genomen, is altijd een persoonlijke daad, omdat zij de vrije daad is van een bepaalde mens en niet in eigenlijke zin van één of andere groep of gemeenschap. Het is weliswaar zo dat de omstandigheden hem ertoe aangezet kunnen hebben, dat hij onder druk of drang gehandeld kan hebben van allerlei zwaarwegende uitwendige factoren, of zelfs vanuit neigingen, gebreken of gewoonten die met zijn sociale situatie samenhangen. In niet weinig gevallen kunnen dergelijke inwendige of uitwendige factoren zijn vrijheid en daarmee de schuldenlast van zijn geweten in grotere of kleinere maat verminderen. Maar het is een geloofswaarheid, die bovendien door onze ervaring en ons verstand wordt bevestigd, dat de menselijke persoon vrij is. Deze waarheid mag men niet ontkennen met de bedoeling om de individuele zonde af te schuiven op uitwendige factoren, zoals „structuren” van de menselijke samenleving, systemen en dergelijke. Overigens zou men daardoor de waardigheid en de vrijheid van de persoon wegnemen die zich, zij het ten kwade en met schadelijke gevolgen, ook uiten in de verantwoordelijkheid voor de begane zonde. Niets in de mens is dan ook zo persoonlijk en zo onoverdraagbaar eigen dan de verdienste die hij heeft door deugd of de verantwoordelijkheid die hij draagt inzake schuld.

Als persoonlijke daad heeft de zonde haar eerste en belangrijkste uitwerkingen in de zondaar zelf: in zijn verhouding met God, die de grondslag vormt voor zijn leven als mens, in zijn geest, waar zij de wil verzwakt en het verstand verblindt.

Het is nu het moment om de vraag te stellen wat degenen bedoelden die het tijdens de voorbereiding van de Synode en in de loop van haar werkzaamheden meermaals over de sociale zonde hadden. In die uitdrukking en in het begrip dat er aan ten grondslag ligt, liggen immer diverse betekenissen.

Van sociale zonde spreken wil op de eerste plaats zeggen dat men erkent dat de zonde van eenieder op de een of andere manier haar weerslag heeft op de anderen, krachtens een even mysterieuze en onmerkbare als werkelijke en concrete menselijke saamhorigheid. Het betreft hier de keerzijde van de saamhorigheid op godsdienstig vlak die haar gestalte vindt in het diepe en wonderlijke mysterie van de gemeenschap der heiligen, op grond waarvan een uitspraak mogelijk is als: „Iedere ziel die opklimt, trekt de wereld met zich mee”. De uitdrukking is van Elisabeth Leseur, een Frans schrijfster: Journal et pensées de chaque jour, Paris 1918, p. 31 Aan deze wet van opklimming beantwoordt helaas een wet van afdaling, zodat men kan spreken van een gemeenschap in de zonde waardoor een ziel die zichzelf omlaag haalt door de zonde, met zichzelf ook de Kerk en in zekere zin heel de wereld omlaag haalt. Met andere woorden: geen enkele zonde, hoe intiem, verborgen en aller-individueelst ook, betreft alleen degene die haar begaat. Elke zonde heeft, met meer of minder hevigheid en schadelijk gevolg, haar uitwerking op heel de gemeenschap van de Kerk en op heel de menselijke familie. In deze eerste betekenis kan aan iedere zonde onbetwistbaar het karakter toegekend worden van een sociale zonde.

Sommige zonden echter richten zich vanwege de materie waar het over gaat, rechtstreeks tegen de naaste of, beter en meer in de taal van het Evangelie gezegd, tegen de broeder. Zij zijn een belediging van God, omdat zij de naaste beledigen. Deze zonden pleegt men als sociale zonden aan te duiden, waarmee die uitdrukking haar tweede betekenis heeft. Neemt men de uitdrukking in deze betekenis, dan is elke zonde sociaal die indruist tegen de naastenliefde, wat onder de wet van Christus des te zwaarder weegt omdat zij ingaat tegen het tweede gebod dat gelijk is aan het eerste. Vgl. Mt. 22, 39 Vgl. Mc. 12, 31 Vgl. Lc. 10, 27 Eveneens is elke zonde een sociale die begaan wordt tegen de gerechtigheid in de onderlinge verhoudingen, hetzij die tussen personen, hetzij die van de persoon tot de gemeenschap of van de gemeenschap tot de persoon. Een sociale zonde is ook elke zonde tegen de rechten van de menselijke persoon, op de eerste plaats tegen het recht op leven, dat van het ongeboren leven niet uitgesloten, of tegen iemands lichamelijke onschendbaarheid; iedere zonde ook tegen de vrijheid van anderen, bovenal tegen de hoogste vrijheid om in God te geloven en Hem te aanbidden; en iedere zonde tegen de waardigheid en eerbaarheid van de naaste. Een sociale zonde is eveneens elke zonde tegen het algemeen welzijn en zijn vereisten, in heel dat uitgestrekte gebied van de rechten en plichten van de burgers. Sociaal kan ook de zonde zijn door het doen of laten van de kant van verantwoordelijken in de politiek, de economie of de vakbonden, wanneer deze, hoewel zij daartoe in staat zijn, er niet met wijze voorzichtigheid zorg voor dragen de maatschappij te verbeteren of te hervormen volgens de noden en mogelijkheden van de tijd; of ook van de kant van werknemers, die hun plicht van aanwezigheid en samenwerking niet nakomen, waarop de mogelijkheid van de bedrijven steunt om door te kunnen gaan met de verschaffing van welvaart aan henzelf, aan hun gezinnen en aan heel de samenleving.

De derde betekenis van de uitdrukking sociale zonde slaat op de betrekkingen tussen de verschillende gemeenschappen van mensen. Deze betrekkingen zijn niet altijd in overeenstemming met het plan van God, die wil dat in de wereld rechtvaardigheid, vrijheid en vrede heerst tussen de mensen afzonderlijk, tussen de groepen en tussen de volkeren. Zo is de „klassenstrijd”, ongeacht wie haar aansticht of er de wetten van bepaalt, een sociaal kwaad. Zo is ook het hardnekkig voortbestaan van de tegenstelling tussen de ene groep van aaneengesloten naties tegen de andere, tussen naties onderling of tussen groepen binnen één en dezelfde natie, een sociaal kwaad. Voor beide gevallen kan men zich afvragen of aan iemand de morele verantwoordelijkheid voor dit kwaad en daarmee de zonde toegeschreven kan worden. Men zal moeten toegeven dat genoemde feiten en situaties, waar zij zich uitbreiden of zelfs als sociale feiten dramatische proporties aannemen, bijna altijd naamloos gebeuren zoals ook hun ingewikkelde oorzaken niet altijd te achterhalen zijn. Vandaar dat de uitdrukking sociale zonde, als zij in dit verband gebruikt wordt, duidelijk een analoge betekenis heeft. Hoe dan ook, laat het spreken over sociale zonde, ook al gebeurt dat in analoge zin, niemand ertoe brengen de individuele verantwoordelijkheid te onderschatten, maar veeleer voor ieders geweten een aansporing vormen om die zondige situaties en ondraaglijke toestanden te veranderen.

Laat dit heel duidelijk en ondubbelzinnig vooropgesteld zijn. Er moet echter onmiddellijk aan worden toegevoegd dat een bepaalde betekenis van de uitdrukking sociale zonde niet legitiem en onhoudbaar is, ook al is zij in onze tijd in bepaalde kringen heel gangbaar, Vgl. Congregatie voor de Geloofsleer, Instructie over bepaalde aspecten van de "Theologie van de Bevrijding", Libertatis nuntius (6 aug 1984), 32-33 namelijk die welke door een dubbelzinnige tegenstelling tussen sociale en persoonlijke zonde bewust of onbewust een afzwakking, ja haast afschaffing in de hand werkt van de persoonlijke zonde, in die zin dat alleen nog de sociale schuld en verantwoordelijkheid worden erkend. Volgens deze opvatting, waarvan men gemakkelijk kan zien dat zij uit niet-christelijke ideologieën en systemen stamt – die wellicht al verworpen worden door hen die er eens de openlijke voorvechters van waren – zou praktisch iedere zonde een sociale zonde zijn, in zoverre zij namelijk niet zozeer op last komt van het geweten van de individuele mens, maar veeleer toe te schrijven zou zijn aan een vage werkelijkheid of een anonieme collectiviteit, zoals de concrete situatie, het systeem, de menselijke samenleving, de structuren of het instituut.

Wanneer daarentegen de Kerk van zondige situaties spreekt, of wanneer zij bepaalde toestanden of het gedrag van grotere of kleinere sociale groeperingen, van hele naties of van verbanden van naties als sociale zonden aanmerkt, dan is zij zich daarbij bewust en spreekt dat ook uit, dat die sociale zonden tegelijk ook de uitwerking vormen, de opeenstapeling en samenvoeging van een menigte van persoonlijke zonden. Het gaat daarbij om heel persoonlijke zonden: van degene die ongerechtigheid veroorzaakt, deze bevordert of er misbruik van maakt; van degene die, hoewel hij iets zou kunnen doen ter vermijding, opheffing of minstens inperking van één of ander sociaal kwaad, dit nalaat uit vrees, door op een schandelijke wijze te verzwijgen wat hij weet, door verborgen medeplichtigheid of door onverschillige veronachtzaming; van degene die zich verontschuldigt met als reden dat hij de wereld niet kan veranderen; en van degene die de moeite en het ongemak schuwt en deze ontwijkt onder het aanvoeren van zogenaamde redenen van een hogere orde. De werkelijke schuld ligt bij personen.

Geen enkele situatie is uit zichzelf het subject van zedelijk handelen, zoals dat ook geldt van een instituut, een structuur of een samenleving; daarom zijn die uit zichzelf noch goed noch slecht. In iedere zondige situatie zijn altijd mensen betrokken als de eigenlijke zondaars. Dat is zozeer waar dat, ook al kan een dergelijke situatie in haar structuren en institutionele vormen veranderd worden bij wet of, wat helaas steeds vaker voorkomt, door de wet van het geweld, deze verandering in feite onvolledig, van korte duur, kortom zinloos en ijdel zal blijken te zijn wanneer de mensen die direct of indirect voor de situatie verantwoordelijk zijn, zich niet bekeren.

Document

Naam: RECONCILIATIO ET PAENITENTIA
Over de verzoening en boete in de zending van de Kerk in deze tijd
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Postsynodale Apostolische Exhortatie
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 2 december 1984
Copyrights: © 1985, Stg. Verkondiging, Roermond; nr. 13
Vert.: Chr. v. Buijtenen S.J.
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam