• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

De zending van het godgewijde leven en de vitaliteit van de instituten zijn ongetwijfeld afhankelijk van de daadwerkelijke trouw waarmee de godgewijden aan hun roeping beantwoorden. Maar ze hebben slechts toekomst in zoverre andere mannen en vrouwen edelmoedig op de uitnodiging van de Heer ingaan. Het roepingenvraagstuk betekent een werkelijke uitdaging die rechtstreeks is gericht tot de instituten, maar waarbij de hele kerk betrokken is. Veel geestelijke en materiële energie wordt besteed aan de roepingenpastoraal, maar de resultaten beantwoorden niet altijd aan de verwachtingen en het vele werk. Terwijl in de jonge kerken en in de kerken die te lijden hebben gehad onder vervolgingen door totalitaire regimes, het aantal roepingen tot het godgewijde leven toeneemt, zijn ze weinig talrijk in de landen die traditioneel veel roepingen, met name missieroepingen, telden.

Deze moeilijke situatie stelt de godgewijden op de proef, en zij vragen zich soms af: zijn we niet meer in staat om nieuwe roepingen aan te trekken? Men moet vertrouwen op onze Heer Jezus, die mensen blijft uitnodigen om Hem te volgen, en zich toevertrouwen aan de Heilige Geest die de bron en schenker is van de charisma’s van het godgewijde leven. Terwijl we met vreugde zien hoe de Heilige Geest de bruid van Christus verjongt door in talrijke landen het godgewijde leven te doen bloeien, moeten we de Heer van de oogst met aandrang bidden, arbeiders in Zijn kerk te zenden om te kunnen voorzien in de dringende behoeften van de nieuwe evangelisatie. Vgl. Mt. 9, 37-38 Niet alleen moet het bidden om roepingen worden gestimuleerd, maar daarnaast moet men, door duidelijk erover te spreken en door geschikte catechese, degenen die tot het godgewijde leven worden geroepen, aanmoedigen tot het geven van een vrij maar direct en edelmoedig antwoord, waardoor de roepingsgenade geëffectueerd wordt.

De uitnodiging van Jezus: ”Gaat mee om het te zien” (Joh. 1, 39), is nog steeds de gulden regel voor de roepingenpastoraal. Deze wil naar het voorbeeld van de stichters laten zien welk een aantrekkingskracht er van Jezus uitgaat en hoe schoon het is, zichzelf geheel weg te schenken omwille van het evangelie. Alle godgewijden moeten dus allereerst door woord en voorbeeld het ideaal van de sequela Christi aan de orde stellen, en vervolgens de reactie op de ingevingen van de Heilige Geest in het hart van de geroepenen ondersteunen.

Na de geestdrift van de eerste ontmoeting met Christus zal natuurlijk de geduldige arbeid komen, die nodig is om iedere dag meer daarop in te gaan en zo de roeping te doen worden tot een vaste vriendschap met de Heer. Daartoe dient de roepingenpastoraal geëigende hulpmiddelen te gebruiken, zoals geestelijke leiding, tot ondersteuning van dat antwoord in persoonlijke liefde tot de Heer dat de wezenlijke voorwaarde is om leerling en apostel te worden van Zijn Rijk.

Daarnaast moge het toenemend aantal roepingen in verschillende delen van de wereld dan wel reden geven tot optimisme en hoop, toch mag het teruglopen van dat aantal in andere steken niet tot ontmoediging leiden en ook niet tot de bekoring om lichtvaardig en ondoordacht roepingen te werven. De opdracht tot het bevorderen van de roepingen moet zo worden uitgevoerd dat ze steeds meer een gemeenschappelijke verplichting van de hele kerk blijkt te zijn. Vgl. Bisschoppensynodes, Propositiones van de 9e Gewone Bisschoppensynode over het religieuze leven (29 okt 1994), 48. A Deze opdracht vraagt dus de actieve samenwerking van pastores, religieuzen, gezinnen en opvoeders, want zij is een integraal onderdeel van de gezamenlijke pastoraal van iedere particuliere kerk. Er moet daarom in ieder diocees een gemeenschappelijke dienst zijn om de krachten te coördineren en te bundelen, maar zó dat de activiteiten van ieder instituut op het gebied van de roepingen niet geschaad maar veeleer bevorderd worden. Vgl. Bisschoppensynodes, Propositiones van de 9e Gewone Bisschoppensynode over het religieuze leven (29 okt 1994), 48. B

Het kan niet anders of een dergelijke, door de Voorzienigheid ondersteunde actieve samenwerking van heel het volk van God zal zorgen voor overvloedige goddelijke gaven. Dankzij de christelijke solidariteit moet het mogelijk zijn, te voorzien in de behoeften voor de vorming van hen die in de in economische opzicht armste landen een roeping hebben. Het bevorderen van roepingen in die landen dient door de verschillende instituten te gebeuren op basis van een actieve en duurzame betrokkenheid bij de pastoraal van de plaatselijke kerken en in volle overeenstemming daarmee. Vgl. Bisschoppensynodes, Propositiones van de 9e Gewone Bisschoppensynode over het religieuze leven (29 okt 1994), 48. C De doeltreffendste manier waarop de instituten het werken van de Geest kunnen ondersteunen zal zijn, hun beste krachten edelmoedig in te zetten voor de roepingen, met name door grote aandacht te besteden aan de jongerenpastoraal.

Document

Naam: VITA CONSECRATA
Over het gewijde leven en zijn zending in de Kerk en de wereld
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Postsynodale Apostolische Exhortatie
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 25 maart 1996
Copyrights: © 1996, 1-2-1 Kerkelijke Documentatie jrg 24, nr. 4/5
Vert.: F. van Voorst tot Voorst, s.j.
Bewerkt: 29 november 2017

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2018, Stg. InterKerk, Schiedam