• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Broederlijk en zusterlijk leven, verstaan als een in liefde gedeeld leven, is een welsprekend teken van de kerkelijke eenheid. De religieuze instituten en de sociëteiten van apostolisch leven, waarin het communauteitsleven een bijzondere betekenis heeft, besteden er grote zorg aan. Vgl. Bisschoppensynodes, Propositiones van de 9e Gewone Bisschoppensynode over het religieuze leven (29 okt 1994), 20 Maar het aspect van broederlijke verbondenheid is ook bij de seculiere instituten of bij individuele vormen van godgewijd leven te vinden. De eremieten onttrekken zich in hun diepe eenzaamheid niet aan de kerkelijke gemeenschap, maar dienen deze door hun specifiek charisma van beschouwend leven; de godgewijde maagden in de wereld beleven hun wijding in een speciale relatie van verbondenheid met de particuliere en universele kerk. Hetzelfde geldt voor de godgewijde weduwen en weduwnaars.

Al deze mensen die als volgelingen een door het evangelie geïnspireerd leven leiden, streven ernaar ”het nieuwe gebod” van de Heer in praktijk te brengen door elkaar lief te hebben zoals Hij ons heeft liefgehad. Vgl. Joh. 13, 34 De liefde heeft Christus gebracht tot het Zichzelf wegschenken, ja zelfs, tot het hoogste offer van het kruis. Ook onder de volgelingen bestaat er geen ware eenheid zonder deze onvoorwaardelijke wederzijdse liefde, die de bereidheid vereist om anderen te dienen zonder zich te ontzien, om anderen te nemen zoals ze zijn zonder hen ”te veroordelen”, Vgl. Mt. 7, 1-2 het vermogen om zelfs ”zeventig maal zeven maal” te vergeven (Mt. 18, 22). De godgewijden, die ”één van hart en één van ziel” worden (Hand. 4, 32) dankzij de liefde die door de Heilige Geest in de harten is uitgestort, Vgl. Rom. 5, 5 ervaren een inwendige drang om alles gemeenschappelijk te hebben: materiële dingen en geestelijke ervaringen, talenten en ingevingen, apostolische idealen en werken van naastenliefde: ”In het gemeenschapsleven deelt de kracht van de Geest die werkzaam is in één individu zich tegelijk mee aan allen…Daar verheugt men zich niet alleen over de eigen gaven, maar vermenigvuldigt ze door anderen erin te doen delen; en zo geniet ieder van de gaven van de anderen evenzeer als van zijn eigen gaven.” H. Basilius van Caesarea, Grote Regel. vragen 7,2: PG 31, 931

In het communauteitsleven moet men als het ware kunnen proeven dat de broederlijke en zusterlijke eenheid, meer nog dan een instrument te zijn voor een bepaalde zending, een in Gods licht staande ruimte is, waarin men de mystieke aanwezigheid van de verrezen Heer mag ervaren. Vgl. Mt. 18, 20 Vgl. H. Basilius van Caesarea, Kleine Regels, Regulae fusius tractatae - Regulae Brevius Tractatae. vragen 225: PG 31, 1231 Dat gebeurt dankzij de wederzijdse liefde van allen die de gemeenschap vormen, een liefde die wordt gevoed door Woord en eucharistie, gezuiverd wordt door het sacrament van de verzoening en gedragen door het gebed om de eenheid die de speciale gave is van de Heilige Geest aan allen die gehoorzaam luisteren naar het evangelie. Het is de Geest die de ziel binnenvoert in de verbondenheid met de Vader en met zijn Zoon Jezus Christus, Vgl. 1 Joh. 1, 3 een verbondenheid die de bron is van het broederlijk leven. Door de Geest worden de gemeenschappen van godgewijd leven geleid bij het vervullen van hun opdracht, de kerk en heel de mensheid overeenkomstig hun oorspronkelijke inspiratie te dienen.

In verband hiermee zijn de algemene of bijzondere ‘kapittels’ (of soortgelijke vergaderingen) bijzonder belangrijk; hierin dient ieder instituut zijn oversten te kiezen overeenkomstig de in de constituties vastgestelde normen, en, in het licht van de Geest, de beste wegen te onderscheiden om het eigen charisma en geestelijk erfgoed te bewaren en aan te passen aan de veranderende historische en culturele omstandigheden. Vgl. Congregatie voor de Religieuzen en Seculiere Instituten, Wezenlijke elementen in de leer van de Kerk over het religieuze leven toegepast op de instituten die aan apostolaatswerken zijn gewijd (31 mei 1983), 51 Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 631. 1 Vgl. Wetboek, Codex van Canoniek Recht van de Oosterse Kerken, Codex Canonum Ecclesiarum Orientalium (1 okt 1991), 512. 1

Document

Naam: VITA CONSECRATA
Over het gewijde leven en zijn zending in de Kerk en de wereld
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Postsynodale Apostolische Exhortatie
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 25 maart 1996
Copyrights: © 1996, 1-2-1 Kerkelijke Documentatie jrg 24, nr. 4/5
Vert.: F. van Voorst tot Voorst, s.j.
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam