• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

In de traditie van de kerk wordt de religieuze professie beschouwd als een uniek en vruchtbaar verdiepen van de toeheiliging aan God door de doop: de innige verbondenheid met Christus die aanving met het doopsel, doet zij door het beoefenen van de evangelische raden verder groeien tot de gave van een meer expliciete en volledige gelijkvormigheid. Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Apostolische Exhortatie, Aan de vrouwelijke en mannelijke religieuzen over hun roeping in het licht van het Mysterie van de Verlossing, Redemptionis Donum (25 mrt 1984), 7

Deze verdere toewijding verschilt echter op speciale wijze van de toeheiliging door het doopsel waarvan ze geen noodzakelijke consequentie is. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 44 Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Audiëntie, Over het gewijde leven (26 okt 1994), 5 In feite wordt ieder die in Christus is herboren, geroepen om, met de kracht die een gave is van de Geest, de kuisheid van zijn levensstaat te onderhouden, aan God en de kerk te gehoorzamen, zich op redelijke wijze te onthechten aan materiële dingen. Want allen zijn geroepen tot de heiligheid die in de volmaakte liefde is gelegen. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 42] Maar uit zich vraagt het doopsel niet dat men juist in de vorm van de evangelische raden celibatair of maagdelijk leeft, afziet van eigen bezit, aan een overste gehoorzaamt. Het beoefenen van die raden veronderstelt dus een bijzondere gave van God die niet aan iedereen wordt geschonken, zoals Jezus zelf benadrukt met betrekking tot het vrijwillige celibaat. Vgl. Mt. 19, 10-12

Bovendien gaat die uitnodiging gepaard met een speciale gave van de Heilige Geest opdat de godgewijde mens aan zijn roeping en zending kan beantwoorden. Vandaar dat, zoals uit de oosterse en westerse liturgie bij de gelofteaflegging van monniken en religieuzen en bij de maagdenwijding blijkt, de kerk de gave van de Heilige Geest over de gekozenen afroept en hun zelfgave verenigt met het offer van Christus. vgl. Rituale Romanum, 'De rite voor de religieuze professie', plechtige zegening of wijding van de mannelijke professen, 67; en de vrouwelijke professen, 72 Vgl. Congregatie voor de Riten, Cæremoniale Episcoporum (17 aug 1886). 'Rite voor de maagdenwijding', 38 vgl. Eucologion Sive Rituale Graecorum, Officium Parvi Habitum id est Mandiae, 384-385 vgl. Pontificale Iuxta Ritum Ecclesiae Syrorum Occidentalium id est Antiochiae, Ordo Rituum Monasticorum (Vatican City: Polyglot Press, 1942), 307-309

De beoefening van de evangelische raden is ook een verdere ontplooiing van de sacramentele genade van het vormsel, maar gaat verder dan de normale eisen van de bij het vormsel ontvangen toeheiliging aan God, krachtens een speciale gave van de Heilige Geest die de weg baant naar nieuwe mogelijkheden en vruchten van apostolaat en heiligheid. De geschiedenis van het godgewijde leven toont dat aan.

Wat de priesters betreft die de gelofte afleggen van de evangelische raden, leert de ervaring dat het afleggen van die gelofte aan het sacrament van de priesterwijding een bijzondere vruchtbaarheid schenkt. Want het beoefenen van de evangelische raden vereist een nauwere band met de Heer en bevordert die ook. Mede dankzij de eigen spiritualiteit van zijn instituut en het apostolisch karakter van zijn charisma ondervindt de priester die de evangelische raden beoefent, bijzondere steun om in zich het Christusmysterie ten volle te beleven. Bij hem smelten de roeping tot het priesterschap en die tot het godgewijde leven samen en vormen een diepe en dynamische eenheid.

Onmetelijk kostbaar voor het leven van de kerk is ook de bijdrage van de priesterreligieuzen die zich geheel aan de beschouwing wijden. Met name bij het vieren van de eucharistie voltrekken zij een handeling van en voor de kerk, waarmee, zij, in verbondenheid met Christus die zich aan de Vader offert voor het heil van de gehele wereld, het offer van zichzelf verenigen. Vgl. H. Petrus Damianus, Liber qui appellatur 'Dominus vobiscum' ad Leonem eremitam. PL 145, 231-252

Document

Naam: VITA CONSECRATA
Over het gewijde leven en zijn zending in de Kerk en de wereld
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Postsynodale Apostolische Exhortatie
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 25 maart 1996
Copyrights: © 1996, 1-2-1 Kerkelijke Documentatie jrg 24, nr. 4/5
Vert.: F. van Voorst tot Voorst, s.j.
Bewerkt: 29 november 2017

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam