• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

De evangelische grondslag van het godgewijde leven is gelegen in de speciale relatie die Jezus tijdens Zijn aardse bestaan aanging met sommigen van Zijn leerlingen. Hij nodigde hen niet alleen uit om in hun leven het Rijk Gods toe te laten, maar ook om hun leven in dienst daarvan te stellen, alles achter te laten en van nabij Zijn levenswijze te volgen.

Tot zeer vele gedoopten is heel de geschiedenis door de uitnodiging uitgegaan zo te leven ‘naar het beeld van Christus’. Maar dat is alleen mogelijk op basis van een speciale roeping en uit kracht van een bijzondere gave van de Geest. In een dergelijk leven wordt door de sequela Christi de toeheiliging aan God door de doop gemaakt tot een radicaal ingaan op de beoefening van de evangelische raden, waarvan de eerste en grootste de heilige band is van de maagdelijkheid omwille van het Rijk der hemelen. Vgl. Bisschoppensynodes, Propositiones van de 9e Gewone Bisschoppensynode over het religieuze leven (29 okt 1994), 3. A en B Deze vorm van sequela Christi, waarvan de oorsprong steeds bewust bij het initiatief van de Vader, is dus wezenlijk christologisch en pneumatologisch van aard: daardoor kan het op bijzonder duidelijke wijze het trinitaire karakter van het christelijk leven tot uitdrukking brengen en anticipeert het in zekere zin op de eschatologische voltooiing waarheen heel de kerk op weg is. Vgl. Bisschoppensynodes, Propositiones van de 9e Gewone Bisschoppensynode over het religieuze leven (29 okt 1994), 3. C

In het evangelie komt uit vele handelingen en woorden van Christus de betekenis van deze speciale roeping naar voren. Maar wil men in een alles omvattend beeld de wezenlijke trekken ervan zien, dan is het nuttig de blik te richten op het stralende gelaat van Christus in het geheim van de Gedaanteverandering. Heel een oude geestelijke traditie verwijst naar dit ‘icoon’, en verbindt het beschouwende leven met Jezus’ gebed ‘op de berg’. Vgl. H. Johannes Cassianus, Collationes. 10, 6: PL 49, 827; Secessit tamen solus in monte orare, per hoc scilicet nos instruens suae secessionis exemplo … ut similiter secedamus Vgl. H. Hieronymus, Epistolarium. Ad Paulinum 58, 4: PL 22, 582; “Et Christum quaeras in sollitudine et ores solus in monte cum Iesu” Vgl. Guillaume de Saint-Thierry, Epistula aurea ad Fratres de Monte Dei. 11-12: SC 223, 150-153; “(Vita solitaria) ab ipso Domino familiarissimi celebrata, ab eis discipulis ipso praesente concupita: cuius transfigurationis gloriam cum vidissent qui cum eo in monte sancto erant, continuo Petrus … optimum sibi iudicavit in hoc semper esse” Bovendien kunnen de ‘actieve’ aspecten van het godgewijde leven in zekere zin ook daartoe worden herleid, want de Gedaanteverandering openbaart niet alleen de heerlijkheid van Christus, maar bereidt ook voor op de aanvaarding van zijn kruis. Ze veronderstelt een ‘beklimmen van de berg’ en een ‘afdalen van de berg’: genietend van de intimiteit met de Meester werden de leerlingen een ogenblik omhuld door de glans van het trinitaire leven en de gemeenschap der heiligen, en werden zij als het ware de eeuwigheid binnengevoerd. Vervolgens worden zij plotseling teruggeworpen op de daagse werkelijkheid; ze zien enkel nog maar ‘Jezus alleen’ in de nederigheid van de menselijke natuur, en er wordt hun gevraagd terug te keren naar het dal om te delen in zijn werken aan Gods plan en om moedig de weg van het kruis op te gaan.

In de traditie van de kerk wordt de religieuze professie beschouwd als een uniek en vruchtbaar verdiepen van de toeheiliging aan God door de doop: de innige verbondenheid met Christus die aanving met het doopsel, doet zij door het beoefenen van de evangelische raden verder groeien tot de gave van een meer expliciete en volledige gelijkvormigheid. Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Apostolische Exhortatie, Aan de vrouwelijke en mannelijke religieuzen over hun roeping in het licht van het Mysterie van de Verlossing, Redemptionis Donum (25 mrt 1984), 7

Deze verdere toewijding verschilt echter op speciale wijze van de toeheiliging door het doopsel waarvan ze geen noodzakelijke consequentie is. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 44 Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Audiëntie, Over het gewijde leven (26 okt 1994), 5 In feite wordt ieder die in Christus is herboren, geroepen om, met de kracht die een gave is van de Geest, de kuisheid van zijn levensstaat te onderhouden, aan God en de kerk te gehoorzamen, zich op redelijke wijze te onthechten aan materiële dingen. Want allen zijn geroepen tot de heiligheid die in de volmaakte liefde is gelegen. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 42] Maar uit zich vraagt het doopsel niet dat men juist in de vorm van de evangelische raden celibatair of maagdelijk leeft, afziet van eigen bezit, aan een overste gehoorzaamt. Het beoefenen van die raden veronderstelt dus een bijzondere gave van God die niet aan iedereen wordt geschonken, zoals Jezus zelf benadrukt met betrekking tot het vrijwillige celibaat. Vgl. Mt. 19, 10-12

Bovendien gaat die uitnodiging gepaard met een speciale gave van de Heilige Geest opdat de godgewijde mens aan zijn roeping en zending kan beantwoorden. Vandaar dat, zoals uit de oosterse en westerse liturgie bij de gelofteaflegging van monniken en religieuzen en bij de maagdenwijding blijkt, de kerk de gave van de Heilige Geest over de gekozenen afroept en hun zelfgave verenigt met het offer van Christus. vgl. Rituale Romanum, 'De rite voor de religieuze professie', plechtige zegening of wijding van de mannelijke professen, 67; en de vrouwelijke professen, 72 Vgl. Congregatie voor de Riten, Cæremoniale Episcoporum (17 aug 1886). 'Rite voor de maagdenwijding', 38 vgl. Eucologion Sive Rituale Graecorum, Officium Parvi Habitum id est Mandiae, 384-385 vgl. Pontificale Iuxta Ritum Ecclesiae Syrorum Occidentalium id est Antiochiae, Ordo Rituum Monasticorum (Vatican City: Polyglot Press, 1942), 307-309

De beoefening van de evangelische raden is ook een verdere ontplooiing van de sacramentele genade van het vormsel, maar gaat verder dan de normale eisen van de bij het vormsel ontvangen toeheiliging aan God, krachtens een speciale gave van de Heilige Geest die de weg baant naar nieuwe mogelijkheden en vruchten van apostolaat en heiligheid. De geschiedenis van het godgewijde leven toont dat aan.

Wat de priesters betreft die de gelofte afleggen van de evangelische raden, leert de ervaring dat het afleggen van die gelofte aan het sacrament van de priesterwijding een bijzondere vruchtbaarheid schenkt. Want het beoefenen van de evangelische raden vereist een nauwere band met de Heer en bevordert die ook. Mede dankzij de eigen spiritualiteit van zijn instituut en het apostolisch karakter van zijn charisma ondervindt de priester die de evangelische raden beoefent, bijzondere steun om in zich het Christusmysterie ten volle te beleven. Bij hem smelten de roeping tot het priesterschap en die tot het godgewijde leven samen en vormen een diepe en dynamische eenheid.

Onmetelijk kostbaar voor het leven van de kerk is ook de bijdrage van de priesterreligieuzen die zich geheel aan de beschouwing wijden. Met name bij het vieren van de eucharistie voltrekken zij een handeling van en voor de kerk, waarmee, zij, in verbondenheid met Christus die zich aan de Vader offert voor het heil van de gehele wereld, het offer van zichzelf verenigen. Vgl. H. Petrus Damianus, Liber qui appellatur 'Dominus vobiscum' ad Leonem eremitam. PL 145, 231-252

Document

Naam: VITA CONSECRATA
Over het gewijde leven en zijn zending in de Kerk en de wereld
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Postsynodale Apostolische Exhortatie
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 25 maart 1996
Copyrights: © 1996, 1-2-1 Kerkelijke Documentatie jrg 24, nr. 4/5
Vert.: F. van Voorst tot Voorst, s.j.
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam