• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

OVER DE LITURGIEVERNIEUWING

Geliefde zonen en dochters,

In een gemoedelijk gesprek dat een audiëntie als deze is, kunnen wij het niet nalaten te spreken over het onderwerp van de dag nl. de toepassing van de liturgische vernieuwing bij de viering van het heilig misoffer. Wanneer het openbare karakter van deze samenkomst geen beletsel vormde zouden wij u gaarne willen vragen naar uw indrukken over deze grote vernieuwing, zoals wij dat ook in privé-gesprekken doen. Die vernieuwing verdient uw aller aandacht. Wij geloven overigens dat uw antwoord op onze vraag niet zal verschillen van de antwoorden die wij de afgelopen dagen ontvangen hebben.

Liturgische vernieuwing? De antwoorden zijn in twee groepen te onderscheiden. Tot de eerste categorie behoren de antwoorden die spreken van een zekere verwarring en bijgevolg van een zeker onbehagen. Vroeger, zo zeggen zij, was het rustig tijdens de mis, een ieder kon bidden zoals hij verkoos, alles verliep volgens een vertrouwd schema; nu is alles nieuw, anders, verrassend, zelfs het bellen bij het Sanctus is afgeschaft. En dan al die gebeden, men weet niet meer waar men ze moet zoeken; het staande communiceren; het plotseling afbreken van de mis met de zegen; iedereen antwoordt hardop, niemand blijft meer rustig zitten of knielen ... kortom, het is onrustig en men begrijpt er minder van dan eerst, enz. enz.

Wij zouden deze meningen niet bekritiseren wanneer zij niet juist een bewijs waren val) onvoldoende begrip voor de zin van de godsdienstige handelingen. Zij getuigen van een gemis aan echte vroomheid en werkelijk inzicht in de betekenis en de waarde van de heilige mis; zij onthullen eerder een zekere geestelijke gemakzucht, een gebrek aan bereidheid tot persoonlijke geestelijke inspanning om te komen tot een betere deelneming aan en een beter vervullen van de meest verheven godsdienstige handelingen waartoe wij uitgenodigd, ja zelfs verplicht zijn.

Wij herhalen hier hetgeen dezer dagen reeds gezegd is door alle zielzorgers en door alle goede godsdienstleraren. Ten eerste: enige verwarring en enige tegenzin zijn in het begin onvermijdelijk. Het is vanzelfsprekend dat een praktische en tegelijk geestelijke verandering van ingewortelde en vroom beoefende godsdienstige gewoonten een zekere beroering teweegbrengt die niet door iedereen op prijs gesteld wordt. Maar, op de tweede plaats, een behoorlijke uitleg, serieuze voorbereiding en zorgvuldige begeleiding zullen binnen korte tijd die onzekerheid wegnemen en belangstelling en waardering voor de vernieuwing daarvoor in de plaats stellen. Daarom, en dit als derde punt, behoeft men er niet op te rekenen dat na verloop van enige tijd de oude, rustige en devote of gemakzuchtige manier van mishoren weer zal terugkeren. Neen, de nieuwe liturgie moet anders zijn, zij moet de gelovigen wakker schudden uit hun passieve aanwezigheid. Vroeger was het voldoende het offer bij te wonen, nu moet men eraan deelnemen; vroeger was het voldoende erbij te zijn, nu moet men opletten en meedoen. Vroeger kon men misschien zitten dutten of een praatje maken, nu niet meer, nu moet er geluisterd en gebeden worden. Wij hopen dat priesters en gelovigen binnenkort zullen kunnen beschikken over nieuwe liturgische gebedenboeken en dat deze literair zo goed als typografisch niet voor de kerkboeken van vroeger zullen onderdoen.

De samenkomsten krijgen een levendig en actief karakter. Meedoen wil zeggen: het hart erbij betrekken, de geest in actie brengen door samenspraak en gezang. De harmonie van een gemeenschappelijke handeling die niet alleen volvoerd wordt door uiterlijke gebaren maar tevens door innerlijk beleefde gevoelens van geloof en liefde, verleent aan de bijeenkomst een sterke kracht en een bijzondere schoonheid. Zij groeit uit tot een koor, een concert, dat op het ritme van een grote vleugelslag opwiekt tot de mystieks hoogte van de goddelijke liefde.

De tweede categorie commentaren, die ons naar aanleiding van de eerste viering van de nieuwe liturgie bereikten, zijn lovend en enthousiast. Eindelijk, zo zeggen zij, kan men de ingewikkelde en mysterieuze ceremoniën volgen en begrijpen; de priester richt zich tot de gelovigen en het is duidelijk dat hij met hen en namens hen handelt; nu vinden wij het fijn. Wij hebben ontroerende getuigenissen ontvangen van eenvoudige mensen, van jongens en meisjes, van kritische mensen, van vrome gelovigen die er prijs op stellen vurig te kunnen bidden, van mensen met langdurige en grote ervaring en met een hoge cultuur. Een eerbiedwaardige oude heer, groot van hart en fijnzinnig van geest, die zich altijd geestelijk onvoldaan voelde, kwam na afloop van de eerste viering van de nieuwe liturgie de celebrant gelukwensen en zijn vreugde uitspreken over het feit dat hij nu eindelijk, voor het eerst van zijn leven, ten volle aan het offer had deel gehad.

Waarschijnlijk zullen al deze bewondering en heilige opwinding wel weer kalmeren en na enige tijd in een nieuwe, rustige gewoonte overgaan. Waaraan went een mens tenslotte niet? Maar wij geloven dat de sterkere religieuze instelling die de nieuwe liturgieviering vraagt niet zal afnemen en dat men zich daarnaast beter zal realiseren dat er gelijktijdig twee geestelijke handelingen volbracht moeten worden: een waarachtige persoonlijke deelneming aan de liturgie met al het essentieel religieuze wat daarbij hoort, en anderzijds een deelneming in de gemeenschap der gelovigen, in 'de Kerk'. Van deze twee handelingen is de eerste gericht op de liefde tot God, de tweede op de liefde tot de naaste. Ziet, dit is het evangelie van de liefde dat werkelijkheid wordt in de mensen van onze tijd. Is dit niet waarlijk iets groots, iets schoons en iets nieuws dat vol is van stralende beloften?

Maar gij zult wel begrepen hebben, dierbare zonen en dochters, deze liturgische vernieuwing, deze geestelijke wedergeboorte kan zich niet voltrekken zonder uw medewerking, zonder uw vrijwillige en oprechte deelneming. Uw inwilliging gaat ons inderdaad zo zeer ter harte dat wij de liturgievernieuwing tot onderwerp van onze toespraak van vandaag gekozen hebben. In het vertrouwen dat ons woord door u ter harte genomen wordt, stellen wij u Gods overvloedige zegen in het vooruitzicht, onze apostolische zegen is daarvan het onderpand.

Document

Naam: OVER DE LITURGIEVERNIEUWING
Soort: H. Paus Paulus VI - Audiƫntie
Auteur: H. Paus Paulus VI
Datum: 17 maart 1965
Copyrights: © 1965, Katholiek Archief, jrg. 20, nr. 17, p. 480-483
Alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 14 januari 2020

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam