• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

TOT DE PRIESTERS DIE DEELNAMEN AAN EEN STUDIECONGRES OVER 'VERANTWOORDE VOORTPLANTING'
Georganiseerd door de Universiteit van het H. Hart en het Johannes Paulus II Instituut

De zending van de Kerk om het christelijke gezin te bevestigen in zijn eigen taak tot ,opbouw van het Lichaam van Christus’ heeft vele facetten. Worden op de eerste plaats de gehuwden zelf aangesproken en aangespoord om te worden wat zij zijn en om hun actieve medewerking te verlenen aan het gezinsapostolaat, en worden tegelijkertijd de herders van de Kerk aangesproken op hun herderlijke verantwoordelijkheid, daarnaast is er nog een andere dienst aan het gezin nodig: die van een systematische uitdieping en uitleg van de leer van de Kerk met betrekking tot huwelijk en gezin. Met het oog daarop richtte de Paus een instituut op voor studies over huwelijk en gezin aan de pauselijke Lateraanse universiteit. Samen met een ander studiecentrum (het centrum voor studie en onderzoek inzake geboorteregeling van de Katholieke Heilig Hart universiteit te Rome) organiseerde dit instituut in de derde week van september 1983 enige studiedagen over verantwoord ouderschap. Deelnemers waren een vijftigtal priesters uit verschillende landen: rectoren en docenten van seminaries, en diocesaan-verantwoordelijken voor gezinspastoraal. Tot hen richtte de paus zich in de volgende toespraak:

Dierbaren,

Het is mij een vreugde u aan het slot van uw belangrijk congres hier te ontvangen. Terwijl ik u van harte begroet, zou ik de organisatoren van deze studiedagen willen zeggen hoe blij ik ben met dit zo nuttige initiatief dat u heeft samengebracht om over een van de wezenlijke punten na te denken van de christelijke leer over het huwelijk. U hebt immers dezer dagen getracht opnieuw inzicht te krijgen in de argumenten van wat Paulus VI in zijn encycliek H. Paus Paulus VI - Encycliek
Humanae Vitae
Het menselijk leven en geboorteregelingen
(25 juli 1968)
geleerd heeft en ikzelf hernomen heb in de apostolische aansporing H. Paus Johannes Paulus II - Postsynodale Apostolische Exhortatie
Familiaris Consortio
Over de taken van het christelijk gezin in de wereld van deze tijd
(22 november 1981)
.

De argumenten van deze leer uitdiepen is een van de dringendste opgaven voor ieder die werkzaam is in het onderwijs van de ethiek of in de gezinspastoraal. Het is immers niet voldoende dat deze leer getrouw en onverkort wordt voorgehouden, maar men moet zich bovendien moeite geven om duidelijk te maken wat de diepste argumenten ervoor zijn.

Deze zijn vóór alles van theologische aard. Aan de oorsprong van iedere menselijke persoon staat een scheppende daad van God. Geen enkele mens komt zomaar toevallig tot leven: altijd is hij de eindterm van de scheppende liefde van God. Uit deze fundamentele waarheid van het geloof en van de rede volgt, dat het voortplantingsvermogen zoals dat in de menselijke seksualiteit vervat ligt, in zijn diepste waarheid een meewerken is met het scheppend vermogen van God. En tevens volgt daaruit dat man en vrouw over dit vermogen niet naar willekeur kunnen beschikken, er geen baas over zijn, geroepen als zij zijn om juist in en door dit vermogen te delen in de scheppende beslissing van God. Gehuwden die door het gebruik van voorbehoedmiddelen aan hun echtelijk geslachtsleven de eventuele mogelijkheid ontnemen van het verwekken van nieuw leven, eigenen zich dan ook een macht toe die alleen aan God toekomt: de macht namelijk om in laatste instantie uit te maken of er een persoon tot leven zal komen. Zij matigen zich aan, niet meer de mede-werkers te zijn van de scheppende macht van God, maar de uiteindelijke bezitters van de bron van het menselijk leven. Vanuit dit zicht moet men van het gebruik van voorbehoedmiddelen objectief zeggen dat het zozeer ten diepste ongeoorloofd is, dat het nooit, om geen enkele reden, te rechtvaardigen is. Het tegendeel denken of zeggen staat gelijk met de opvatting huldigen dat er in het menselijk leven omstandigheden kunnen voorkomen waarin het geoorloofd zou zijn God niet als God te erkennen.

Van persoon tot persoon
Vervolgens zijn er ook argumenten van antropologische aard. De leer van H. Paus Paulus VI - Encycliek
Humanae Vitae
Het menselijk leven en geboorteregelingen
(25 juli 1968)
en H. Paus Johannes Paulus II - Postsynodale Apostolische Exhortatie
Familiaris Consortio
Over de taken van het christelijk gezin in de wereld van deze tijd
(22 november 1981)
krijgt haar rechtvaardiging ook vanuit de waarheid omtrent de menselijke persoon: ja, het is deze waarheid die er de grondslag van vormt.

De encycliek heeft het over de onlosmakelijke band van enerzijds de verenigde betekenis en anderzijds de levenverwekkende betekenis van de huwelijksdaad. Die onlosmakelijke band maakt ons duidelijk dat het lichaam constructief is voor de mens, dat het deel uitmaakt van zijn wezen en niet slechts behoort tot wat hij heeft. In de handeling die hun huwelijksliefde tot uitdrukking brengt, zijn de gehuwden geroepen tot een gave van zichzelf aan de ander: niets van datgene wat wezenlijk tot hun persoon hoort, mag van deze zelfgave worden uitgesloten.

Beluisteren we in dit verband de hier volgende, zeldzaam diepe tekst van Vaticanum II:

"Deze liefde is bij uitstek menselijk, omdat zij van persoon tot persoon gaat krachtens de genegenheid van de wil, en omvat daardoor het goede van heel de persoon... Een dergelijke liefde, die het menselijke en het goddelijke in zich verenigt, brengt de echtgenoten tot een vrije en wederzijdse gave van zichzelf" 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 49.

"Van persoon tot persoon": deze eenvoudige woorden drukken heel de waarheid van de huwelijksliefde uit; zij is een interpersoonlijke liefde, een liefde die helemaal gericht staat op de persoon, op het goede van de persoon ("zij omvat het goede van heel de persoon"): het goede dat het persoon-zijn is, Het is dit goede dat de gehuwden elkaar wederzijds geven ("een vrije en wederzijdse gave van zichzelf"). Het gebruik van voorbehoedmiddelen nu, brengt binnen deze wederzijdse gave een wezenlijke beperking aan en drukt een objectie weigering uit om aan de ander héél het goede te geven van respectievelijk de mannelijkheid of de vrouwelijkheid. In één woord: het gebruik van voorbehoedmiddelen is in tegenspraak met de waarheid van de huwelijksliefde.

Er niets van af willen doen
Men kan niet voorbijgaan aan de moeilijkheden die de gehuwden tegenkomen wanneer zij trouw willen zijn aan de wet van God, en u hebt ook over die moeilijkheden nagedacht. Al het mogelijke moet worden gedaan om de echtgenoten hierbij de passende hulp te bieden.

Vóór alles moet vermeden worden dat men iets als een geleidelijkheid aanbrengt in de wet van God, al naar gelang de verschillende omstandigheden waarin de gehuwden zich bevinden. De zedelijke norm wordt ons geopenbaard door Gods plan met het huwelijk, door héél het goede van de huwelijksliefde. Daar iets van af willen doen, betekent een tekort aan eerbied voor de waardigheid van de mens. De wet van God geeft uitdrukking aan de eisen die de waarheid omtrent de menselijke persoon stelt: aan de ordening van de goddelijke wijsheid die, zoals de heilige Augustinus zegt, "wanneer wij er ons in dit leven aan houden, ons tot God brengt, en wij zullen God niet vinden tenzij wij er ons in dit leven aan houden" H. Augustinus, De Ordine I, 9, 27.

Men kan zich inderdaad afvragen of het verwarren van "de geleidelijkheid van de wet" met "de wet van de geleidelijkheid" niet tevens verklaard wordt door een geringe achting voor de wet van de God. Men is de overtuiging toegedaan dat die niet voor iedere mens geldt, niet op iedere situatie past, en wil haar daarom vervangen door een ordening die van de goddelijke verschilt.

Geroepen tot heiligheid
In de christelijke ethiek bestaat er een centrale waarheid waaraan op dit punt herinnerd moet worden Enkele dagen geleden lazen we in het brevier bij gelegenheid van het geboortefeest van Maria: "De wet werd tot leven gewekt door de genade en in haar dienst gesteld, in een harmonische en vruchtbare samenhang. Beide behielden hun eigen kenmerken, zonder verandering of vermenging. Toch werd de wet, die eerst een zware last en een onderdrukking vormde, door Gods werk een lichte last en een bron van vrijheid" Sint Andreas van Creta, Sermo I: PG 97, 806.

De Geest die de gelovigen geschonken is, schrijft in ons hart Gods wet op zo’n manier dat deze niet alleen maar van buitenaf wordt opgelegd, maar ook en vooral van binnenuit gegeven wordt. Houden dat er omstandigheden bestaan waarin het de gehuwden niet mogelijk is om trouw te zijn aan alle eisen die de waarheid omtrent de huwelijksliefde stelt, komt neer op het vergeten van dit genade-gebeuren dat het Nieuwe Verbond kenmerkt: de genade van de heilige Geest maakt datgene mogelijk wat voor de mens die enkel op eigen krachten is aangewezen onmogelijk is. Het is daarom noodzakelijk de gehuwden ondersteuning te geven bij hun geestelijk leven, hen uit te nodigen dikwijs hun toevlucht te zoeken tot de sacramenten van de biecht en de eucharistie, teneinde in een aanhoudende bekering steeds weer terug te keren tot de waarheid van hun huwelijksliefde.

Iedere gedoopte, dus ook de gehuwde, is geroepen tot de heiligheid. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 39 Zo heeft het Tweede Vaticaans Concilie het geleerd:

"In de diverse levensvormen en levenstaken is het één en dezelfde heiligheid waarnaar allen streven die, door de heilige Geest bewogen en aan de stem van de Vader gehoor gevend, God de Vader in geest en waarheid aanbidden, en de arme, nederige en kruisdragende Christus navolgen, opdat zij verdienen Zijn heerlijkheid deelachtig te worden." 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 41

Allemaal, de gehuwden incluis, zijn wij geroepen tot heiligheid, en dat is een roeping die soms heldhaftigheid kan vragen. Dat mag men niet vergeten.

Dierbaren,

het denkwerk dat u dezer dagen volbracht hebt, moet worden voortgezet en voortdurend uitgediept, om steeds beter zicht te krijgen op die waarheid omtrent de huwelijksliefde die kostbaarste erfgoed uitmaakt van het huwelijk. Neemt edelmoedig deze taak op u. Moge de apostolische zegen die ik u van harte verleen, u bij uw arbeid vergezellen.

Document

Naam: TOT DE PRIESTERS DIE DEELNAMEN AAN EEN STUDIECONGRES OVER 'VERANTWOORDE VOORTPLANTING'
Georganiseerd door de Universiteit van het H. Hart en het Johannes Paulus II Instituut
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Toespraak
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 17 september 1983
Copyrights: © 1984, Stichting Verkondiging, Roermond
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam