• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Een schets van onze generatie

Wij mogen met het volste recht geloven dat ook onze tijd lag opgesloten in de woorden van de Moeder van God, toen zij die barmhartigheid bezong waaraan allen deelgenoot worden die zich “van geslacht tot geslacht” door de vrees voor God laten leiden. Want de woorden van het Magnificat van Maria bezitten een profetische inhoud, die niet slechts het verleden van Israël maar ook de toekomst van het godsvolk op aarde op het oog heeft. Wij, die nu de aarde bewonen, zijn degenen die van de wereld aanvoelen die nu in de geschiedenis op komst is. Onze eeuw weet dat ze bevoorrecht is, omdat de huidige vooruitgang haar zoveel mogelijkheden biedt, die nog maar enkele decennia geleden ondenkbaar zouden zijn geweest. De creativiteit van de mens, zijn intellect en zijn arbeid hebben diepgaande wijzigingen teweeggebracht, zowel op het gebied van de natuurwetenschap en de technologie als in het maatschappelijke en culturele leven. De mens heeft zijn mogelijkheden ten aanzien van de natuur der dingen duidelijk gezien en heeft ook een grotere kennis verworven van de wetten van zijn sociale gedrag. Hij heeft ook gezien dat de belemmeringen en afstanden tussen mensen en naties doorbroken of verkleind worden door een toegenomen begrip van wat universeel is, dooreen helderder inzicht in de eenheid van verbondenheid, en tenslotte door het verlangen en de mogelijkheid om met broeders en zusters om te gaan die leven buiten de kunstmatige geografische indelingen of grenzen van nationaliteit of ras. Vooral de moderne jeugd ziet in dat de vooruitgang van de wetenschap en de techniek niet slechts materiële goederen, maar ook een grotere deelname aan de menselijke kennis kan opleveren. De snelle vooruitgang bijvoorbeeld van de technieken om gegevens te verspreiden zal de creatieve vermogens van de mens verdubbelen en de toegang tot de geestelijke en culturele rijkdom van andere volken ontsluiten. Nieuwe communicatietechnieken begunstigen een volledigere deelname aan gebeurtenissen en dragen bij tot een grandioze uitwisseling van ideeën. De resultaten van de biologische, psychologische en sociale wetenschappen zullen de mens helpen dieper in de rijkdom van zijn eigen wezen door te dringen. En als is het waar dat deze vooruitgang nog te vaak het privilege blijft van de bevolking van geïndustrialiseerde landen, toch kan men niet ontkennen dat in de toekomst alle naties en volken in deze weldaden kunnen delen en dat dit geen utopie is, omdat de echte politieke wil in dezen aanwezig is. Maar naast dit alles – of liever in dit alles – komen ook moeilijkheden voor, die steeds groter schijnen te worden. Er heersen gevoelens van angst en machteloosheid, die een bedreiging vormen voor het wezenlijke antwoord dat de mens, zoals hij zelf beseft, moet geven. Het beeld van de moderne wereld toont bovendien schaduwzijden en oneffenheden, die niet altijd slechts oppervlakkig van aard zijn. De pastorale constitutie 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Gaudium et Spes
Over de Kerk in de wereld van deze tijd
(7 december 1965)
van het Tweede Vaticaans Concilie is zeker niet het enige document dat het leven van de moderne tijd behandelt, maar zeis wel van het hoogste belang. Daar lezen wij namelijk:

“In feite hangt de onevenwichtigheid waaraan de hedendaagse wereld heeft te lijden samen met de meer fundamentele onevenwichtigheid die wortelt in het diepst van het hart van de mens. In de mens zelf immers zijn velerlei tendensen met elkaar in strijd. Want terwijl hij zich enerzijds als schepsel veelvuldig als beperkt ervaart, bemerkt hij anderzijds, dat hij in zijn verlangens onbeperkt is en dat hij geroepen is tot een hoger leven. Temidden van vele aantrekkelijkheden wordt hij gedwongen daarin verantwoord te selecteren en sommige terzijde te stellen. Sterker: zwak en zondig tevens, doet hij niet zelden wat hij niet wil, en, wat hij zou willen doen, doet hij niet. Vandaar dat hij in zichzelf een verdeeldheid ervaart, waaruit ook in de maatschappij zoveel grote tweedracht ontstaat.” 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 10

En aan het einde van deze inleiding lezen wij:

“... oog in oog met de ontwikkeling van de huidige wereld stellen met de dag meer mensen de hoogst fundamentele vraag, of zij ervaren deze althans nieuw en levendig: wat is de mens? Wat is de zin van het lijden, van het kwaad, de dood, die toch steeds blijven bestaan, hoe grote vooruitgang er ook is gemaakt? Waartoe die overwinningen welke voor zo’n hoge prijs zijn verworven?” 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 10

Is ons in de tijdspanne van deze vijftien jaar na het Tweede Vaticaans Concilie dit geheel aan spanningen en dreigingen, die eigen zijn aan onze tijd, soms minder gaan verontrusten? Het lijkt van niet. Integendeel, diezelfde spanningen en dreigingen, die toen in het Concilie-document slechts schenen op te duiken en die nog niet alle gevaren welke erin verborgen lagen, leken te openbaren, zijn intussen in de loop van deze jaren duidelijker aan het daglicht getreden, ze hebben dat gevaar op velerlei wijzen bevestigd en staan ons niet toe vast te houden aan de drogreden dat deze tijd beter zou zijn.

Oorzaken van de onrust
Daarom groeit in de moderne wereld een besef van gevaar. Er is een groeiende existentiële angst, die vóór alles – zoals ik al in de encycliek H. Paus Johannes Paulus II - Encycliek
Redemptor Hominis
De Verlosser van de mensen
(4 maart 1979)
heb aangestipt – samenhangt met het vooruitzicht van een oorlog die vanwege het grote aantal nu reeds bestaande atoomwapens tevens die althans gedeeltelijke zelfvernietiging van de mensheid met zich mee kan brengen. Dit dreigende gevaar betreft evenwel niet slechts dat wat de mensen elkaar kunnen aandoen door gebruikmaking van uitvindingen van militaire technologie; het betreft ook vele andere verschrikkingen, in het leven geroepen door een puur materialistische maatschappij, die, hoewel ze humanitaire verklaringen aflegt, niettemin de voorrang van de materie boven de menselijke persoon zelf tolereert. Daarom vreest de mens van deze tijd dat door aanwending van het door dit type maatschappij uitgevonden oorlogsinstrumentarium alle individuele mensen zowel als de gezinnen, de gemeenschappen, de volken en de naties slachtoffer kunnen worden van het geweld en het onrecht van andere individuen, families en volken. De geschiedenis van onze eeuw biedt ons hiervan inderdaad rijkelijk veel voorbeelden. Ondanks alle verklaringen over de rechten van de mens, zowel wat betreft zijn blijvende lichamelijke als geestelijke integriteit, kunnen wij niet zeggen dat deze voorbeelden slechts tot het verleden behoren.

Terecht vreest de mens dus dat hij slachtoffer zal worden van een geweldpleging die hem van zijn innerlijke vrijheid berooft: van zijn vermogen om uitdrukking te geven van de waarheid waarvan hij overtuigd is, van het geloof dat hij belijdt, en van het vermogen om te gehoorzamen aan de stem van zijn geweten, dat hem de juiste weg toont die hij moet volgen. Daarom bezitten de technische middelen die de moderne maatschappij ter beschikking staan, niet alleen de potentie tot zelfvernietiging door een militaire botsing, maar ook het vermogen om op “vreedzame” wijze de individuele personen, het levensmilieu, alle volken en staten tot onderwerping te dwingen, die om een of andere reden lastig kunnen worden voor degenen die dit instrumentarium beheersen en die klaarstaan om het zonder gewetenswroeging te gebruiken. Men denke hierbij aan de ook nu in de wereld in zwang zijnde folteringen, die met beredeneerd geweld en als het ware als kunstmatig middel door gezaghebbers gebruikt worden om mensen politiek te overheersen of te onderdrukken, en die door hun ondergeschikten straffeloos worden aangewend.

Zo groeit daarom tegelijk met het gevoel van een biologische dreiging het bewustzijn van een ander gevaar, dat nog vollediger alles verwoest wat wezenlijk menselijk is, alles namelijk wat ten diepste samenhangt met de waardigheid van de persoon en zijn recht op waardigheid en vrijheid.

Dit alles gebeurt terwijl er een enorme neerslachtigheid heerst, die voortkomt uit het feit dat er naast mensen en groepen die door de fortuin begunstigd en verzadigd zijn, die in weelde baden en aan consumptie en luxe verslaafd zijn, in diezelfde menselijke familie zowel individuen als groepen gevonden worden die honger lijden. Er zijn baby’s die onder de ogen van hun moeders van honger omkomen. Er zijn in verscheidene werelddelen en in verschillende sociale en economische structuren uitgestrekte gebieden waar gebrek, ellende en onderontwikkeling heersen. Dit feit is reeds algemeen bekend. Deze toestand van ongelijkheid van mensen en volken duurt niet alleen voort, maar neemt zelfs nog toe. Het komt heden ten dage nog voor dat er naast degenen die rijk zijn en in overvloed leven, anderen zijn die in gebrek leven, die ellende te verduren hebben en vaak in feite door voedselgebrek omkomen; en hun aantal omvat tientallen, zelf honderden miljoenen. Om die reden moet de innerlijke onrust en zorg nog ernstiger worden. Het is duidelijk dat er een fundamenteel gebrek, of liever een opeenhoping van gebreken, ja zelfs een gebrekkig systeem ten grondslag ligt aan de economie van onze tijd en aan de maatschappelijke cultuur; dat is de oorzaak waarom de menselijke familie zich niet van deze totaal onrechtvaardige situatie kan losrukken.

Deze schets van de moderne wereld – waarin zo’n groot fysiek en moreel kwaad bestaat, dat ze geheel en al in tegenspraak en twisten verstrikt schijnt te zijn en tegelijk volg gevaren die de menselijke vrijheid, geweten en godsdienst bedreigen – verklaart de verwarring waaraan de mens van deze tijd ten prooi is. Deze angst ondervinden echter niet alleen degenen die in de steek gelaten of onderdrukt worden, maar ook degenen die genieten van de voorrechten van rijkdom, vooruitgang en macht. En hoewel het niet schort aan mensen die proberen de oorzaken van die angst te ontdekken of ook zich ertegen te verzetten met behulp van tijdelijke middelen, die de technologie, de rijkdom en de macht hun verschaffen, toch wint die bezorgdheid in het diepste wezen van de mens het van al deze middelen. Want, zoals de analyses van het Tweede Vaticaans Concilie terecht hebben aangetoond, deze bezorgdheid strekt zich uit tot de primaire levensvragen van de mens. Deze onrust houdt verband met de wezenlijke zin van het leven van de mens in de wereld en is een soort verbijstering over de toekomst van de mens en van het hele mensdom; ze vraagt dus om krachtige wilsbesluiten, die nu aan het mensdom verschijnen voorgeschreven te moeten worden.

Is rechtvaardigheid voldoende?
Het is niet moeilijk te stellen dat in de maatschappij van deze tijd het gevoel van wat rechtvaardig is op brede schaal gewekt is, en dat dit gevoel van wat rechtvaardig is ongetwijfeld meer en meer aan het daglicht brengt wat tegen de rechtvaardigheid ingaat in de betrekkingen zowel tussen de mensen, sociale groeperingen of “klassen” , als tussen volken en staten en tenslotte hele politieke systemen, ja zelfs wat men noemt hele “werelden” . Deze diepgaande en veelzijdige geesteshouding, waaraan het bewustzijn van de mensen van deze eeuw de rechtvaardigheid als grondslag gegeven heeft, getuigt van het ethische karakter van de heftige uiteenzettingen en twisten die overal in de wereld plaatsvinden.

Met de mensen van onze tijd deelt de Kerk dit diepe en vurige verlangen naar een rechtvaardig leven op alle gebied, en zij houdt niet op allerlei aspecten van deze rechtvaardigheid ter overweging aan te bieden, die het leven van de mensen en van de maatschappelijke geledingen eist. Het bewijs van deze zorg is het hele terrein van de katholieke sociale leer die in de loop van deze eeuw in zo ruime mate ontvouwd is. Volgens de beginselen van deze leer verlopen zowel de opvoeding en vorming van het bewustzijn van de mensen in de geest van rechtvaardigheid, als de afzonderlijke pogingen vooral op het gebied van het lekenapostolaat; en deze pogingen gaan natuurlijk in dezelfde geest voort.

Het is evenwel heel gemakkelijk te begrijpen dat raadgevingen en activiteiten die van het begrip rechtvaardigheid uitgaan en die moeten leiden tot het tot stand brengen van rechtvaardigheid in de samenleving van de mensen, groepen en menselijke gemeenschappen, in de praktijk vaker misvormd worden. Hoewel deze zich blijven beroepen op dit begrip rechtvaardigheid, bewijst toch de ervaring dat de rechtvaardigheid het onderspit delft ten opzichte van andere, negatieve, krachten als afgunst, haat en zelfs wreedheid. Dan wordt het verlangen om een vijand te vernietigen, om zijn vrijheid te beperken, ja zelfs hem in een situatie te brengen waar hij helemaal afhankelijk is van de ander, de voornaamste drijfveer tot handelen; dit in tegenstelling met het wezen van de rechtvaardigheid, die er juist uiteraard naar streeft gelijkheid en onpartijdigheid tot stand te brengen tussen strijdende partijen. Dit soort misbruik van het wezen zelf van de rechtvaardigheid en de feitelijke verdraaiing ervan tonen aan hoezeer het handelen van de mens van de rechtvaardigheid kan afwijken, zelfs als het in naam van de rechtvaardigheid gebeurt. Niet zonder reden verwijt Christus zijn toehoorders die trouw bleven aan de leer van het Oude Testament, een geesteshouding die vervat ligt in de woorden: “Oog om oog, tand om tand.” (Mt. 5, 38) In die tijd was dat een vorm van corruptie van het begrip rechtvaardigheid; de moderne vormen volgen dit evenwel als een soort voorbeeld. Het is immers duidelijk dat soms onder het voorwendsel van quasi-rechtvaardigheid (bv. historische gerechtigheid of klassenjustitie) de evenmens vernietigd wordt, dat een mens gedood wordt en dat hij van zijn vrijheid en zijn elementaire mensenrechten beroofd wordt. De ervaring van het verleden en van onze tijd leert dat de rechtvaardigheid alleen op zich niet voldoende is, dat ze zelfs kan leiden tot ontkenning en vernietiging van zichzelf, tenzij ze aan die grotere deugd, de liefde, toestaat het leven van de mensen in zijn eigen onderscheidene aspecten te doordringen. Deze historische ervaring heeft o.a. geleid tot de spreuk: het hoogste recht is het hoogste onrecht. Dit gezegde doet niets af aan de rechtvaardigheid, ook niet aan het belang van de erop gebouwde orde; maar onder een ander aspect geeft het aan hoe noodzakelijk het is dat men ook veel diepere geestelijke krachten aanboort om juist deze rechtvaardige orde veilig te stellen.

Met de schets van de eeuw waartoe wij behoren voor ogen, deelt de Kerk dus de bezorgdheid van zoveel mensen van onze tijd. Bovendien moet zij zich ook nog bezorgd voelen om het verval van veel fundamentele waarden die de onbetwistbare schat vormen niet alleen van de christelijke moraal, maar eenvoudig van de menselijke ethiek en morele cultuur; hiertoe behoren zeker het respect voor het menselijk leven reeds vanaf het moment van de conceptie, het respect voor het huwelijk betreffende zijn onverbrekelijke band, het respect voor de stabiliteit van de gezinnen. Zedelijke losbandigheid tast in de eerste plaats deze meer kwetsbare plekken van menselijk leven en maatschappij aan. Maar hand in hand hiermee gaan de crisis van de waarheid in de menselijke relaties, een geringere zorg om de waarheid te spreken, het pure nutstreven in de betrekkingen met andere mensen, een verminderd besef van het echte algemene welzijn en het grotere gemak waarmee men zich hieraan onttrekt. Uiteindelijk verliest alles zijn heilig karakter en vaak wordt het onmenselijk: want de mens is de maatschappij voor wie tegen alle uiterlijke schijn in niets meer “heilig” is, gaan moreel te gronde.

Document

Naam: DIVES IN MISERICORDIA
Over de Goddelijke Barmhartigheid
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Encycliek
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 30 november 1980
Copyrights: © 1981, Stichting Verkondiging, Roermond nr. 6
Bewerkt: 4 december 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam