• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Een analogie

Als het ware op de drempel van het Nieuwe Testament klinkt in het Evangelie van St. Lucas een unieke harmonie van twee stemmen die spreken over de goddelijke barmhartigheid; in deze woorden moet ook als een echo op krachtige wijze de hele traditie van het Oude Testament weerklinken. Hier worden ook de semantische elementen die aan de gevarieerde taal van de Oude Boeken verbonden zijn, tot uitdrukking gebracht. Maria verheerlijkt bij het betreden van het huis van Zacharias uit heel haar hart de Heer om "zijn barmhartigheid”, waaraan de mensen die Hem vrezen "van geslacht tot geslacht” deel krijgen. Even later, als zij de uitverkiezing van Israël bezingt, spreekt zij over de barmhartigheid die de Heer, die dit volk heeft uitverkoren, voor eeuwig gedachtig blijft. In beide gevallen gaat het om chesed, d.w.z. de trouw die God aan de dag legt ten aanzien van zijn eigen liefde voor het volk, trouw aan de beloften die hun definitieve voltooiing juist in het moederschap van de moeder God zullen vinden (vgl. Lc. 1, 49-54) Vervolgens, na de geboorte van Johannes de Doper, prijst zijn vader Zacharias in hetzelfde huis de God van Israël en bezingt uitbundig de barmhartigheid die Hij getoond heeft "aan onze vaderen ... zijn heilig verbond indachtig.” (Lc. 1, 72). Ook hier gaat het om de barmhartigheid in de zin van chesed, omdat in de volgende zinnen, waar Zacharias spreek over de barmhartige goedheid van onze God, duidelijk de andere gedachte wordt uitgedrukt, namelijk die van het woord rahàmìm (in de Latijnse vertaling: viscera mirericordiae), hetgeen eerder uitdrukt dat de goddelijke erbarmelijkheid hetzelfde is als de moederliefde)

Vervolgens de leer van Christus echter wordt dit beeld, dat als erfenis uit het Oude Testament ontvangen wordt, al eenvoudiger en tegelijk van diepere betekenis. Dit blijkt misschien het duidelijkst uit de gelijkenis van de verloren zoon, Vgl. Lc. 15, 11-32 waar het wezen van de goddelijke barmhartigheid op een opvallend heldere manier wordt uiteengezet, al komt het woord "barmhartigheid” in de brontekst niet voor. Dit effect wordt niet alleen door de terminologie bewerkt, zoals in de boeken van het Oude Testament, maar ook door de analogie, die ons nog vollediger het mysterie van de barmhartigheid laat zien als een tragisch conflict tussen de liefde van een vader en de zondige verkwisting van een zoon.

Want deze zoon, die van de vader het hem toekomende erfdeel ontvangt en van huis weggaat om het in een ver land "in een losbandig leven” te verkwisten, is in zekere zin de mens van iedere eeuw, beginnend met degene die het eerst de erfenis van de genade en van de oorspronkelijke rechtvaardigheid verloor. Hier blijkt de analogie wel het meest. Zijdelings slaat de parabel op iedere schending van een liefdesovereenkomst, op ieder genadeverlies op ieder misdrijf. Maar vergeleken met de profetische traditie wordt in de gelijkenis van de verloren zoon minder de nadruk gelegd op de ontrouw van het hele volk van Israël, al zou men de analogie ook tot die ontrouw kunnen uitbreiden. "Nadat hij alles opgemaakt had ... begon (de zoon) gebrek te lijden,” te meer omdat "er een verschrikkelijke hongersnood over dat land” kwam, waarheen hij zich begeven had na het vaderhuis de rug toegekeerd te hebben. In deze situatie "had hij graag zijn buik willen vullen” met al het mogelijke, zelfs "met de schillen die de varkens aten,” die door hem gehoed werden voor "een der inwoners van dat land.” Maar zelfs dit werd hem geweigerd.

De analogie richt zich duidelijk op het innerlijke van de mens. Want het erfdeel dat hij van de vader ontvangen had, was weliswaar een aantal materiële goederen; maar van veel groter gewicht dan die goederen bleef zijn waardigheid als zoon in het huis van zijn vader. Daarom had de situatie waarin hij zich bevond nadat hij zijn vermogen had verteerd, hem bewust moeten maken van de op deze manier verloren gegane waardigheid. Van te voren had hij daar niet aan gedacht, toen hij de vader vroeg hem het hem toekomende erfdeel te schenken om daarna te vertrekken. En ook nu schijnt hij er zich nog niet van bewust te zijn, als hij tot zichzelf zegt: "Hoeveel dagloners van mijn vader hebben eten in overvloed, en ik verga hier van de honger.”

Hij beoordeelt zijn situatie met de maatstaf van de goederen die hij verloren heeft, die hij niet meer "bezit”, terwijl de dagloners in het huis van zijn vader ze wel "bezitten.” Deze woorden openbaren vooral zij mentaliteit met betrekking tot de aardse goederen. Niettemin schuilt onder dit kleed de ellendige situatie van de ten val gebrachte waardigheid en tevens het bewustzijn van een verspild leven als zoon.

Dan komt hij er uiteindelijk toe een besluit te nemen: "Ik ga weer naar mijn vader en ik zal hem zeggen: Vader, ik heb misdaan tegen de hemel en tegen u; ik ben niet meer waard uw zoon te heten, maar neem mij aan als een van uw dagloners.” (Lc. 15, 18-19) Dit zijn dus de woorden die de aard van het hoofdprobleem het scherpst omschrijven. Door het fiasco van zijn aardse goederen, waarin de verloren zoon zich tengevolge van zijn lichtzinnigheid en misdrijf bevond, rijpte het besef van zijn gekrenkte waardigheid. Als hij tenslotte het besluit neemt naar zijn vaderhuis terug te keren om hem te smeken hem te verhoren – weliswaar niet meer krachtens zijn recht als zoon, maar op voorwaarde dagloner te mogen zijn – schijn hij uiterlijk wel te handelen omwille van de honger en de ellende waarin hij was terechtgekomen; maar dit motief is doortrokken van het besef van een groter verlies: het is immers zeker een heel grote vernedering en schande een dagloner te zijn het huis van zijn vader. Zijn besluit werd genomen in het volle bewustzijn van wat hij verdiend had en van wat hij toentertijd volgens de normen van de rechtvaardigheid rechtens kon vragen. Deze overweging bewijst echter dat in het bewustzijn van de verloren zoon het gevoel van een verloren gegane waardigheid opduikt, juist van de waardigheid die ontstaat uit de verwantschap tussen vader en zoon. In deze gemoedstoestand begeeft hij zich dan op weg.

In de gelijkenis van de verloren zoon wordt de relatie tussen rechtvaardigheid en liefde, die al barmhartigheid wordt aangeduid, met de uiterste zorg in de centrale leer van het evangelische beeld ingeplant. Want het staat nu duidelijker vast dat liefde overgaat in barmhartigheid, telkens als men boven de vastgestelde norm van de rechtvaardigheid moet uitgaan, juist omdat deze norm exact en vaak te beperkt is. Na de goederen die zijn terugkeer om in zijn levensonderhoud te voorzien door als dagloner in het vaderlijk huis te werken en vervolgens langzaamaan een zekere welstand op te bouwen, hoewel misschien nooit zo groot als die welke hij door zijn verkwisting verloren had. Deze eisen zouden althans binnen de orde van de rechtvaardigheid vallen, en juist des te meer omdat de zoon niet alleen het voor hem gereserveerde erfdeel had verkwist, maar ook omdat hij zijn vader door zijn levenswijze beledigd en bedroefd had. Deze levenswijze, die hem naar zijn eigen menig blijkbaar van zijn waardigheid had beroofd, kon de vader echt niet onverschillig laten. Ze moest hem ook pijn doen. Ze moest hem op de een of andere manier erbij betrekken. Maar uiteindelijk gaat het hem om zijn eigen zoon, en deze relatie kon niet verbroken worden en door geen enkele daad van welke aard ook vernietigd worden. De verloren zoon is zich hiervan ook bewust; en dit bewustzijn is van dien aard dat het hem duidelijk zijn verloren gegane waardigheid laat zien en hem ertoe brengt een juiste schatting te maken van de plaats die hem in het vervolg in het huis van zijn vader toekomt.

Document

Naam: DIVES IN MISERICORDIA
Over de Goddelijke Barmhartigheid
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Encycliek
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 30 november 1980
Copyrights: © 1981, Stichting Verkondiging, Roermond nr. 6
Bewerkt: 14 juni 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam