• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Het begin van Christus' optreden en prediking

Voor zijn stadgenoten in Nazareth liet Christus de woorden van de profeet Jesaja horen: "De geest des Heren is over mij gekomen, omdat Hij mij gezalfd heeft. Hij heeft mij gezonden om aan armen de Blijde Boodschap te brengen, aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken, en aan blinden, dat zij zullen zien; om verdrukten te laten gaan in vrijheid, om een genadejaar af te kondigen van de Heer.” (Lc. 4, 18-19) Volgens Lucas zijn deze uitspraken zijn eerste messiaanse verklaring, die daarna gevolgd wordt door de ons uit het Evangelie bekende daden en woorden. Door deze daden en woorden stelt Christus de Vader onder de mensen aanwezig. Maar het is van groot belang op te merken dat deze mensen in de eerste plaats de armen zijn, die de middelen missen om in hun levensonderhoud te voorzien, anderen die van hun vrijheid beroofd zijn, blinden die de schoonheid van al het geschapene niet kunnen zien, weer anderen die lijden aan geestelijke angsten of die gebukt gaan onder sociaal onrecht, en uiteindelijk de zondaren zelf. Vooral voor deze mensen wordt de Messias dus een uiterst gemakkelijk te lezen teken van God die liefde is; Hij wordt het teken van de Vader zelf. En in dit zichtbare teken kunnen ook de mensen van onze tijd – net als de mensen van toen – de Vader zien.

Ook is het nuttig op te merken dat, toen de gezanten die door Johannes de Doper gestuurd waren bij Jezus aankwamen om Hem te ondervragen: "Zijt Gij de komende, of hebben wij een ander te verwachten?” (Lc. 7, 19) Hij hun antwoordde met een aanhaling van hetzelfde getuigenis waarmee Hij in Nazareth zijn onderrichting begonnen was: "Gaat aan Johannes zeggen dat wat gij gezien en gehoord hebt: blinden zien en lammen lopen, melaatsen worden gereinigd en doven horen, doden staan op en aan armen wordt de Blijde Boodschap verkondigd,” en Hij eindigde aldus: "Gelukkig hij die aan Mij geen aanstoot neemt.” (Lc. 7, 22-23)

Vooral door zijn eigen levenswijze en daden heeft Jezus geopenbaard op welke manier de liefde in deze door ons bewoonde wereld aanwezig zou zijn: een liefde namelijk die werkzaam is, die een beroep doet op de mens en die alles omvat waardoor zijn menselijkheid tot stand wordt gebracht. Een dergelijke liefde ziet men duidelijk, telkens wanneer het gaat om ziekte, onrecht, armoede – ja om die hele "menselijk situatie” in de geschiedenis, die op verschillende manieren de beperktheid van de mens en zijn lichamelijke en morele broosheid aangeeft. Welnu, juist de manier waarop en de context waarin de liefde bewezen wordt, wordt in de bijbelse taal "barmhartigheid” genoemd.

Daarom openbaart Christus God, de Vader die "liefde” is, zoals de heilige Johannes in zijn eerste brief heeft verkondigd; (1 Joh. 4, 16) Hij openbaart God als "rijk aan erbarming", zoals wij bij St. Paulus lezen. Vgl. Ef. 2, 4 Deze waarheid is meer dan een thema van een leer, ze is juist een realiteit die ons door Christus voor ogen wordt gesteld. De Vader tegenwoordig stellen als liefde en barmhartigheid vormt in het bewustzijn van Christus zelf de voornaamste toetsteen van zijn taak of zending als Messias; dit wordt bevestigd door de woorden die Hij eerst in de synagoge van Nazareth en later in het bijzijn van zijn leerlingen en van anderen die door Johannes de Doper naar Hem gestuurd waren, gesproken heeft.

Op basis van dit tegenwoordig stellen van God die Vader, liefde, barmhartigheid is, maakt Jezus de barmhartigheid tot een van de voornaamste thema’s van zijn prediking. Zoals ook elders zijn gewoonte is, leert Hij hier uitdrukkelijk "in gelijkenissen” , omdat deze juist het wezen van de zaak beter kunnen onthullen. Het is voldoende zich de parabel van de verloren zoon (Lc. 15, 11-32) of van de barmhartige Samaritaan (Lc. 10, 30-37) of - bij wijze van contrast – de parabel van de boze knecht (Mt. 18, 23-35) te herinneren. Men vindt zelfs verscheidene passages in de leer van Christus die op een telkens nieuwe manier de liefde en de barmhartigheid illustreren. Wij hoeven slechts de goede herder voor ogen te houden, die op zoek gaat naar het verdwaalde schaap, (Mt. 18, 12) Vgl. Lc. 15, 3-7 of de vrouw die haar huis schoonveegt om de verloren drachme op te sporen. Vgl. Lc. 15, 8 Het is de evangelist Lucas die heel speciaal deze thema’s van Christus’ onderricht uitvoering behandelt, en daar om heeft zijn Evangelie zich de titel verworven van het "Evangelie van de barmhartigheid.”

Als men over prediking spreekt, stelt zich meteen een probleem van de hoogste orde met betrekking tot de betekenis van de woorden en de inhoud van de begrippen, vooral het verstaan van het begrip barmhartigheid (in verband met het begrip liefde). Het verstaan van deze begrippen is als het ware een sleutel voor het begrijpen van de waarheid zelf van de barmhartigheid. En dit is juist voor ons van het grootste belang. Voordat wij dit thema echter verder gaan overwegen, d.w.z. de betekenis van de woorden en de juiste inhoud van het begrip "barmhartigheid” vaststellen, moeten wij eerst opmerken dat Christus, toen Hij de liefde-barmhartigheid van God openbaarde, van de mensen hetzelfde geëist heeft, namelijk dat zij zich ook door liefde en barmhartigheid zouden laten inspireren. Deze eis hoort tot het wezen van de messiaanse boodschap en vormt tevens de kern van het evangelische "ethos”. De Meester drukt dit uit, deels door een gebod, dat Hij als "het voornaamste en eerste” (Mt. 22, 38) beschrijft, deels in de vorm van een zegen, als Hij in de Bergrede zegt: "Zalig de barmhartigen, want zij zullen barmhartigheid ondervinden.” (Mt. 5, 7)

Daarom wordt de messiaanse boodschap over de barmhartigheid gekenmerkt door een goddelijk en een menselijk karakter. Als vervulling van de messiaanse profetieën is Christus de mensgeworden liefde, die zich met uiterste kracht richt op de dwalende ongelukkige zondaren, die de Vader aanwezig stelt en op die manier nog meer de Vader laat zien, die een God is "rijk aan erbarming”. Omdat Hij, van de andere kant, tegelijkertijd voor de mensen het voorbeeld van barmhartige liefde jegens de anderen is geworden, vertolkt Christus, nog meer door zijn daden dan door zijn woorden, dat beroep op barmhartigheid dat een van de wezenlijke onderdelen uitmaakt van "het evangelische ethos”. En in dit geval is het niet alleen van belang dat aan een gebod of eis van ethische aard voldaan wordt, maar dat voldaan wordt aan een voorwaarde van het hoogste belang, waardoor God zich in zijn barmhartigheid voor de mens kan openbaren: "De barmhartigen ... zullen barmhartigheid ondervinden.”

Document

Naam: DIVES IN MISERICORDIA
Over de Goddelijke Barmhartigheid
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Encycliek
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 30 november 1980
Copyrights: © 1981, Stichting Verkondiging, Roermond nr. 6
Bewerkt: 14 juni 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam