• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
De mensgeworden barmhartigheid

God, die "woont in ongenaakbaar licht” (1 Tim. 6, 16), spreekt echter tegelijk de mens toe in de taal van de zichtbare wereld: "Van de schepping der wereld af wordt zijn onzichtbaar wezen door de rede in zijn werken aanschouwd, zijn eeuwige macht namelijk en zijn godheid.” (Rom. 1, 20) Deze indirecte en onvolmaakte kennis, de noeste arbeid van de geest die God via de schepselen en al het zichtbare tracht te vinden, is nog niet het "zien van de Vader”. Want niemand heeft ooit God gezien,” zegt de heilige Johannes om zo deze waarheid meer naar voren te halen; daarom zegt hij: "De Eniggeboren Zoon, die in de schoot des Vaders is, Hij heeft Hem doen kennen.” (Joh. 1, 18) Deze "kennismaking” openbaart God in het ondoorgrondelijke mysterie van zijn leven – een en drievuldig -, de God die "woont in ongenaakbaar licht.” (1 Tim. 6, 16) Via deze "kennismaking” door Christus kennen wij God echter allereerst in zijn liefde voor de mens, d.w.z. in zijn "filantropie” (Tit. 3, 4) of "mensenliefde”. Daar wordt zijn "onzichtbare natuur” op opvallende wijze "zichtbaar”, ja zelfs onvergelijkelijk meer zichtbaar dan door alle overige dingen die door Hem "geworden zijn”: want zij wordt duidelijk zichtbaar in en door Christus, d.w.z. door zijn daden en woorden en uiteindelijk door zijn dood aan het kruis en zijn verrijzenis.

Zo treedt God ook in en door Christus op bijzondere wijze aan het licht in zijn barmhartig; hier wordt namelijk die eigenschap van de Godheid benadrukt die het Oude Testament met gebruikmaking van allerlei voorstellingen en zegswijzen als "barmhartigheid” heeft gedefinieerd. Aan deze traditie van het Oude Testament betreffende de goddelijke barmhartigheid voegt Christus een definitieve betekenis toe. En Hij spreekt er niet alleen over. Hij verklaart ze ook niet alleen met beelden en gelijkenissen, maar bovenal belichaamt Hij ze in zichzelf en bekleedt ze als het ware met zijn eigen persoon. Hij is immers in zekere zin zelf barmhartigheid. Voor ieder die ze in Hem waarneemt en ontdekt, wordt God op een bijzondere wijze "zichtbaar” gemaakt als de Vader "die rijk is aan erbarming.” (Ef. 2, 4) De moderne mentaliteit, meer dan die van de mensen van vroeger, schijnt zich tegen de barmhartigheid van God te verzetten en probeert ook de gedachte aan barmhartigheid uit het leven te bannen en in het hart van de mensen uit te roeien. Het woord en het begrip barmhartigheid schijnen de mens te benauwen, die dank zij de geweldige en ongekende vooruitgang van de wetenschap en van de technologie veel meer dan vroeger in de geschiedenis baas over de wereld is geworden en de aarde onderworpen heeft en nu beheerst. Vgl. Gen. 1, 28 Deze beheersing van de aarde, die soms slechts eenzijdig en oppervlakkig begrepen wordt, schijnt voor barmhartigheid geen ruimte te laten. Wat dit betreft kan het niettemin nuttig zijn het beeld te herhalen van "de situatie van de mens in de moderne wereld” dat beschreven wordt in het begin van de constitutie 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Gaudium et Spes
Over de Kerk in de wereld van deze tijd
(7 december 1965)
. We lezen er o.a. deze zinnen:

"In deze situatie blijkt de wereld van vandaag tegelijk machtig en zwak, in staat om het beste óf het slechtste te realiseren; voor de mensheid staat de weg open naar vrijheid of slavernij, naar voortgang of teruggang, naar broederschap of haat. Voorts wordt de mens zich ervan bewust, dat aan hem de taak is om de krachten die hijzelf heeft opgeroepen en die hem kunnen terneerdrukken of optillen in goede banen te leiden.” 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 9

De situatie van de moderne wereld laat niet alleen veranderingen zien die hoop op een betere toekomst van de mensheid op aarde in het vooruitzicht stellen, maar openbaart ook verschillende dreigingen die alle tot nu toe bekende gevaren ver overtreffen. Ofschoon de Kerk nooit ophoudt dit soort dreigingen bij allerlei gelegenheden die haar geboden worden openlijk te noemen (bv. bij toespraken tot de Verenigde Naties, de UNESCO, de Wereld Voedsel Organisatie en elders), moet ze deze toch onderzoeken in het licht van de van God ontvangen waarheid.

De in Christus geopenbaarde waarheid over God, "de Vader vol ontferming,” (2 Kor. 1, 3) stelt ons in staat Hem als heel dichtbij de mens te "zien” , en wel het meest, als de mens in het wezen van zijn existentie en zijn waardigheid aan gevaren blootgesteld wordt. Daarom zoeken ook, in de situatie van de Kerk en de wereld van vandaag, veel mensen en groepen, die door een levende geloofszin geleid worden, als het ware spontaan hun toevlucht bij de barmhartigheid van God. Ongetwijfeld worden zij hiertoe gedreven door Christus zelf, die door zijn Geest in de harten van de mensen werkt. Want het door Hem geopenbaarde mysterie van God, "de Vader vol ontferming,” wordt als het ware een echt beroep dat op de Kerk wordt gedaan in de huidige omstandigheden die de mens bedreigen.

Daarom wil ik in deze encycliek op dit beroep ingaan; uit het eeuwige en om zijn eenvoud en diepgang onvergelijkelijke woord van de openbaring en het geloof wil ik putten om hierdoor weer voor God en de mensen de grote zorgen van onze tijd kenbaar te maken.

Immers, het geloof en de openbaring sporen ons aan om niet alleen het mysterie van God als "de Vader vol ontferming” op abstracte wijze te overwegen, maar ook om in de naam van Christus en samen met Christus onze toevlucht bij deze barmhartigheid te zoeken. Heeft juist Christus niet verzekerd dat onze Vader, "die in het verborgene ziet,” (Mt. 6, 4)(Mt. 6, 18) om zo te zeggen onophoudelijk van ons verwacht dat wij, door ons in al onze nood tot Hem te wenden, voortdurend zijn mysterie onderzoeken, het mysterie namelijk van de Vader en diens liefde? Vgl. Ef. 3, 18 Vgl. Lc. 11, 5-13

Daarom hoop ik dat de volgende overwegingen dit mysterie dichter bij allen brengen en dat ze tegelijk een krachtig beroep van de Kerk op die barmhartigheid worden waaraan de moderne mens en wereld zo’n behoefte hebben. Zij hebben er inderdaad behoefte aan, al beseffen zij het dikwijls niet.

Document

Naam: DIVES IN MISERICORDIA
Over de Goddelijke Barmhartigheid
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Encycliek
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 30 november 1980
Copyrights: © 1981, Stichting Verkondiging, Roermond nr. 6
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam