• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

HET GROTE UUR VAN HET CHRISTELIJK GEWETEN HEEFT GESLAGEN
Toespraak voorafgaand aan de zegen “Urbi et Orbi”, Pasen 1948

Romeinen! Geliefde zonen en dochters.

De plechtige viering van 's Heren Verrijzenis heeft u meerdere malen de gelegenheid geboden, om u hier in een vredelievende schare te verenigen in de majestueuze omgeving van deze grootse colonnade, welker armen geopend zijn om allen te ontvangen, die zich begeven naar de Kerk en naar Petrus.

De Paaszegen "Urbi et Orbi", welke gij wenst te ontvangen, eist van ieder van u een vrijmoedige, blijde en openlijke belijdenis van het geloof, dat gij van uw vaderen hebt geërfd, van onwankelbare trouw aan de Heilige Kerk, van onverbrekelijke eenheid in denken en handelen met de Bewaarder van de hoogste Sleutels, die Hem zijn toevertrouwd door de Goddelijke Stichter en Heer van de Kerk.
In dit jaar van angst en gevaren, op dit ogenblik, waarop wereldgebeurtenissen worden aangekondigd, die wellicht beslissend en onherstelbaar zijn, rust op deze menigte van het gelovige Rome een schaduw van uitzonderlijke zwàarte, een heilig bewustzijn van verwachting, een machtige ademtocht, die als een inwendige brand alle geesten en harten in beweging zet.
Wie niet blind is, ziet het, wie niet geestelijk verdoofd is, voelt het: Rome: de moeder, de boodschapster, de leidster van de beschaving en van eeuwige levensvoorwaarden, dit Rome, dat reeds door zijn grootste historicus als het ware door goddelijke intuïtie genoemd werd “caput orbis terrarum" Titi Livi ab Urbe condita lib. I, n. XVI, en welks lotsbestemming een eeuwenoud mysterie is; dit Rome bevindt zich nu voor, of, om het duidelijker te zeggen, temidden van een wisseling der tijden, die van het Hoofd en van de leden der Christenheid de hoogste waakzaamheid, onvermoeibare werkzaamheid, onvoorwaardelijke actie vraagt.

Vigilate et orate (Mt. 26, 41): waakt en bidt! Zo vermaande de Heer Zijn leerlingen op de vooravond van Zijn lijden.

Vigilate et orate: waakt en bidt! is de kreet, die Wij in naam van de verrezen Verlosser richten tot u, tot uwe en Onze medeburgers, tot alle gelovigen van de wereld.

Het grote uur van het christelijk geweten heeft geslagen.

Ofwel dit geweten ontwaakt tot een volledig en mannelijk bewustzijn van zijn zending tot hulp en redding voor een mensheid, die in haar geestelijke samenhang in gevaar verkeert; en dan is er behoud, is er de bevestiging van de nadrukkelijke belofte van de Verlosser: “Schept moed, Ik heb de wereld overwonnen" (Joh. 16, 33).

Ofwel (hetgeen aan God niet behaagt) ontwaakt dit geweten slechts ten halve, geeft het zich niet moedig aan Christus en dan is Zijn vonnis, een verschrikkelijk vonnis!, niet minder nadrukkelijk: “Wie niet met Mij is, is tegen Mij" (Mt. 12, 30).

Gij, geliefde zonen en dochters, begrijpt zeer wel wat een dergelijke tweesprong betekent en in zich omvat voor Rome, voor Italië, voor de wereld.
In uw geweten, dat ontwaakt is tot een dusdanig volledig bewustzijn van zijn verantwoordelijkheid, is er geen plaats voor een blinde lichtgelovigheid ten opzichte van hen, die zich eerst uitputten in verklaringen, dat zij de godsdienst eerbiedigen, doch zich daarna maar al te dikwijls in hun ware gedaanten ontpoppen door te verloochenen alles wat u heilig is.
In uw geweten is er geen plaats voor de kleinmoedigheid, de gemakzucht, de besluiteloosheid van hen, die in dit beslissende uur menen twee heren te kunnen dieneN. Uw geweten is zich ervan bewUst, dat de verwezenlijking van de sociale rechtvaardigheid, en van de vrede tussen de naties nooit zal kunnen worden verkregen en verzekerd, wanneer men de ogen sluit voor het "Licht van Christus" en men instede daarvan het oor leent aan het bedriegelijke woord van opruiers, die in de ontkenning van Christus en van God de hoeksteen en de wankele grondslag zoeken van hun werk.
Romeinen!

De Kerk van Rome, die voor u ook in nauwere betekems uw Moeder is is in onze dagen openlijk tot voorwerp gemaakt van de meest onrechtvaardige_ aanvallen. Evenals Christus gesteld is “In signum cui contradicetur" (Lc. 2, 34), evenals Hij vals beschuldigd 1s, overdekt werd met beschimpingen en met slijk, zo wordt dé Kerk van de zijde der door hartstocht verblinde tegenstanders geen enkele afschuwelijke bElediging bespaard. Tevergeefs heeft Zij in deze zelfde Stad, middelpunt van de Christenheid, haar weldaden vermenigvuldigd; tevergeefs heeft Zij in ogenblikken van dreigend gevaar vervolgden van iedere categorie, ook van haar wreedste vijanden, gered, geholpen, geherbergd; tevergeefs heeft Zij in een tijd van tyrannieke onderdrukking de waardigheid, de rechten van de menselijke persoon en de rechtvaardige vrijheid van de volkeren verkondigd en verdedigd; tevergeefs heeft Zij, toen de bedreiging van de honger op deze eeuwige Stad drukte, gezorgd voor voedsel; tevergeefs heeft Zij als trouwe vertolkster van de geboden van Christus haar stem verheven tegen de nadelen van de zich verspreidende onzedelijkheid, die het volk voert tot de ondergang en tot de ruïne. Men beschuldigt haar ervan, “reactionnair" te zijn en bevorderaarster van de leerstellingen, die Zij heeft veroordeeld; men verwijt haar het volk, dat Zij ruimschoots geholpen heeft en voortgaat te helpen, vooral met de providentiële hulp, die de caritas van de katholieke wereld, gehoorgevend aan haar herhaalde en vurige smekingen, haar verschaft, arm te maken en in ellende te dompelen; men verwijt haar de leer te verraden van Christus, haar goddelijke Bruidegom, die Zij niet moede wordt te verkondigen, te verdedigen en ten uitvoer te brengen; men beschuldigt haar, terwijl men ze vergroot en generaliseert, van de fouten van enkele harer ontaarde leden, die Zij het allereerst betreurt, afkeurt en streng straft. Maar toch, hoe verplicht als Zij is, dergelijke onrechtvaardige beschuldigingen af te wijzen en te weerleggen omwille van de eer van Christus' naam, omwille van de zuiverheid van haar leer, omwille van de bescherming van zoveel eenvoudige of onnadenkende zielen, die door deze lasterlijke beledigingen in haar geloof zouden kunnen wankelen bemint Zij ook haar lasteraars, die toch haar kinderen zijn en Zij nodigt allen uit, evenals Wij nu u allen uitnodigen, o volk van Rome, o volk van Italië, o volkeren van de wereld, tot de eenheid, tot de eendracht, tot de liefde, tot gedachten aan en plannen voor de vrede.

Opdat de genade van de Almachtige God, de bescherming van de allerzuiversta Maagd Maria, Moeder van de goddelijke liefde en “Salus populi romani", op u mogen rusten, verlenen Wij intussen uit de grond van Ons hart aan allen, aanwezigen en hen die ver weg zijn, Onze vaderlijke Apostolische Zegen.
Zie ook:

Hierna volgt de zegen Urbi et Orbi - de zegen.

Document

Naam: HET GROTE UUR VAN HET CHRISTELIJK GEWETEN HEEFT GESLAGEN
Toespraak voorafgaand aan de zegen “Urbi et Orbi”, Pasen 1948
Soort: Paus Pius XII - Toespraak
Auteur: Paus Pius XII
Datum: 28 maart 1948
Copyrights: © 1948, Katholiek Archief nr 7, kol. 129-130
Alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 14 januari 2020

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam