• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Men zou kunnen zeggen, dat het Concilie zich minder heeft beziggehouden met de behandeling van de waarheden die op God betrekking hebben dan met het bestuderen, op de eerste plaats, van de Kerk, haar natuur, haar structuur, haar oecumenische taak, haar apostolische en missionaire activiteiten.

Deze eeuwenoude, religieuze maatschappij, de Kerk, heeft zich ingespannen over zichzelf na te denken om zich beter te leren kennen, zich nauwkeuriger te omschrijven en van hieruit haar gevoelens en haar richtlijnen op te stellen. Dit is waar. Maar deze innerlijke zelfbeschouwing was geen doel op zich, zij was geen daad van alleen maar uiterlijk vertoon van haar aardse cultuur. Want door in zichzelf te keren is de Kerk doorgedrongen tot in de diepste schuilhoeken van haar bewustzijn, niet om behagen te scheppen in wetenschappelijke analysen van religieuze psychologie of van de geschiedenis van haar ervaringen, en ook niet om haar rechten opnieuw te bevestigen en haar wetten vast te stellen, maar om het woord van Christus, dat in haar leeft en door de Heilige Geest werkzaam is, beter te begrijpen, grondiger het mysterie, namelijk het plan en de aanwezigheid van God boven en in haar, te onderzoeken en weer opnieuw het vuur van het geloof in zich aan te wakkeren dat het geheim is van haar zekerheid en van haar wijsheid, en het vuur van de liefde waardoor zij wordt aangespoord om onophoudelijk de lof van God te bezingen, volgens het woord van de heilige Augustinus: "Zingen is eigen aan de minnaar". H. Augustinus, Sermones. 336; PL 38, 1472 De documenten van het Concilie, vooral die handelen over de 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Dei Verbum
Over de Goddelijke openbaring
(18 november 1965)
, over de 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Sacrosanctum Concilium
Over de heilige liturgie
(4 december 1963)
, over de 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Lumen Gentium
Over de Kerk
(21 november 1964)
, over de 2e Vaticaans Concilie - Decreet
Presbyterorum Ordinis
Over het leven en dienst van de priester
(7 december 1965)
, de 2e Vaticaans Concilie - Decreet
Perfectae Caritatis
Over de vernieuwing en aanpassing van het religieuze leven
(28 oktober 1965)
en de 2e Vaticaans Concilie - Decreet
Apostolicam Actuositatem
Over het lekenapostolaat
(18 november 1965)
, laten duidelijk dit eerste, directe religieuze doel doorschemeren en zij bewijzen hoe helder, fris en rijk het geestelijk leven is dat het levend contact met de levende God in het hart van de Kerk doet ontstaan en zich, vanuit de Kerk, over de dorre grond van onze aarde verspreidt.

Maar wij mogen niet iets overslaan dat van het hoogste belang is bij ons onderzoek van de religieuze betekenis van het Concilie: het heeft namelijk een zeer levendige belangstelling gehad voor de moderne wereld. De Kerk heeft zich misschien nog nooit zoals in de tijd van deze kerkvergadering genoodzaakt gevoeld om de maatschappij, die haar omringt, te leren kennen, te benaderen, te begrijpen, in haar binnen te dringen, haar te dienen en haar het evangelie te verkondigen en om haar te grijpen en haar als het ware te volgen in haar snelle en voortdurende veranderingen.

Deze houding, veroorzaakt door het feit dat de Kerk in de laatste eeuwen, ook in de vorige en vooral in deze eeuw, afwezig was en van de wereldlijke beschaving was gescheiden, wordt steeds geïnspireerd door de wezenlijke heilszending van de Kerk: zij heeft dan ook krachtig en voortdurend haar invloed in het Concilie doen gelden: zozeer zelfs dat daardoor bij sommigen de verdenking is ontstaan dat bepaalde leden en handelingen van het Concilie teveel hebben toegegeven aan "relativisme", dat zij teveel nadruk hebben gelegd op de uiterlijke wereld, actualiteiten van voorbijgaande aard, moderne cultuur, toevallige behoeften en op de mening van anderen; dit alles tot nadeel van de trouw aan de traditie en aan de religieuze geest en de doelstellingen van het Concilie zelf. Wij van onze kant menen niet, dat men dit Concilie een dergelijke afwijking in zijn waarachtige en diepste bedoelingen en in zijn authentieke handelingen kan verwijten.

Wij wensen liever te benadrukken, dat vooral de liefde het leidend beginsel van het Concilie is geweest. Daar dit de duidelijk uitgesproken wens van het Concilie was, zal niemand het kunnen beschuldigen van een gebrek aan religieuze geest en aan trouw aan het Evangelie, als wij ons herinneren dat Christus zelf ons geleerd heeft: "hieruit zullen allen kunnen opmaken, dat gij mijn leerlingen zijt: als gij de liefde onder elkaar bewaart" (Joh. 13, 25).

En als wij eveneens de woorden van de apostel in ons hart laten weerklinken: "Zuivere en onbevlekte vroomheid in de ogen van onze God en Vader is dit: wezen en weduwen opzoeken in hun nood en zichzelf onbesmet van de wereld bewaren" (Jak. 1, 27). En deze andere woorden: "Wie zijn broeder die hij ziet, niet liefheeft. hoe kan hij dan God liefhebben die hij niet ziet?" (1 Joh. 4, 20).

Document

Naam: HODIE CONCILIUM OECUMENICUM
Homilie bij de laatste algemene zitting van het Tweede Vaticaans Concilie
Soort: H. Paus Paulus VI - Homilie
Auteur: H. Paus Paulus VI
Datum: 7 december 1965
Copyrights: © 1966, Katholiek Archief, 21e jrg. nr. 12 blz. 390-397
Nummering van de redactie
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam