• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

VESPERVIERING MET PRIESTERS, RELIGIEUZEN, SEMINARISTEN EN DIAKENS
Kathedraal van Notre-Dame, Parijs

Beste broeders kardinalen en bisschoppen,
Eerwaarde kanunniken van het kathedrale kapittel,
Eerwaarde plebanen van de Notre-Dame,
Beste priesters en diakens,
Beste vrienden van niet-katholieke kerken en kerkelijke gemeenschappen,
Beste broeders en zusters!

Gezegend zij God die ons bijeengebracht heeft op deze plaats die elke Parijzenaar en alle Fransen zo dierbaar is! Gezegend zij God die ons de genade schenkt om Hem ons Avondgebed aan te bieden en Hem de lof te geven met dezelfde woorden die de liturgie van de Kerk geërfd heeft van het gebed der synagoge dat Jezus en zijn eerste leerlingen hebben beoefend! Ja, gezegend zij God die ons te hulp komt – in adiutorium nostrum – en ons helpt Hem ons offer van lof aan te bieden!

We zijn bijeen in de Moederkerk van het bisdom van Parijs, de kathedraal van Notre-Dame, die oprijst in het hart van de stad als een levend teken van Gods aanwezigheid in ons midden. Mijn voorganger paus Alexander III legde de eerste steen, en pausen Pius VII en Johannes Paulus II eerden haar met hun aanwezigheid. Ik ben gelukkig hen in hun voetstappen te volgen, een kwart eeuw nadat ik hier een conferentie over catechese kwam geven. Het is moeilijk om geen dank te betuigen aan de Schepper van zowel materie als geest voor de schoonheid van dit bouwwerk. De Christenen van Lutetia bouwden oorspronkelijk een kathedraal gewijd aan heilige Stefanus, de eerste martelaar. Met de tijd werd deze te klein en werd geleidelijk vervangen, tussen de twaalfde en de veertiende eeuw, door het grootse gebouw dat we nu bewonderen. Het geloof van de Middeleeuwen bouwde de kathedralen, en hier kwamen uw voorvaders God eren, hun hoop aan Hem toewijden en hun liefde voor Hem uiten. Grote godsdienstige en burgerlijke gebeurtenissen vonden plaats in dit heiligdom waar architecten, schilders, beeldhouwers en musici het beste van zichzelf gaven. We hoeven maar te verwijzen naar de architect Jean de Chelles, de schilder Charles Le Brun, de beeldhouwer Nicolas Coustou en de organisten Louis Vierne en Pierre Cochereau, onder de velen. Kunst, als weg naar God, en het koorgebed, lofzang van de Kerk aan haar Schepper, hielpen Paul Claudel op de weg naar een persoonlijke godservaring toen hij hier de Vespers bijwoonde op Kerstdag 1886. Het is betekenisvol dat God zijn ziel vervulde met licht tijdens het zingen van het Magnificat waarin de Kerk luistert naar de zang van de maagd Maria, de patrones van deze kerk, die de wereld herinnert dat de Almachtige de nederigen verheft. Vgl. Lc. 1, 52 Als plaats van andere bekeringen, minder gevierd maar niet minder werkelijk, en als preekstoel vanwaar predikers zoals Lacordaire, Monsabré en Samson de vlam van hun liefde overbrachten op de meest uiteenlopende verzamelingen van gelovigen, blijft de kathedraal van Notre-Dame terecht een van de meest geliefde monumenten van nationaal erfgoed. In navolging van een traditie die terug gaat op de heilige Lodewijk, heb ik zojuist de relieken vereerd van het heilig Kruis en de Doornenkroon die nu een waardig verblijf hier hebben gevonden. Een waardig offer van de menselijke geest aan de macht van scheppende Liefde.

Onder de gewelven van deze historische kathedraal, die getuigen van de ononderbroken dialoog die God wil aangaan met alle mannen en vrouwen, heeft Zijn Woord zojuist weerklonken om het wezenlijk deel te worden van ons avondoffer, zoals uitgedrukt in het wierookoffer dat onze lofprijzing aan God zichtbaar maakt. Op gelukkige wijze beschrijven de woorden van de psalmist het gevoelen dat onze zielen vervult zo treffend als we ons bijna niet durfden voorstellen: “Hoe verblijd was ik toen zij mij zeiden: ‘wij gaan op naar het huis van de Heer’ (Ps. 122, 1). Laetatus sum in his quae dicta sunt mihi: de vreugde van de psalmist stroomt over in de woorden van de psalm, dringt door in onze harten en weerklinkt er diep in. Wij verheugen ons er in het huis van de Heer te betreden omdat, zoals de Kerkvaders ons leerden, dit huis niets anders is dan een concreet symbool van het Jeruzalem van omhoog dat tot ons neerdaalt Vgl. Openb. 21, 2  om ons de allerschoonste woonstede te bieden. “Als wij daar verblijven”, schrijft heilige Hilarius van Poitiers, “zijn wij medeburgers van de heiligen en huisgenoten van God, want het is het huis van God”. H. Hilarius van Poitiers, Tractaten over de Psalmen, Tractatus super Psalmos. in Ps. 121,2 En heilige Augustinus voegt toe: “Dit is een psalm van verlangen naar het hemels Jeruzalem … Het is een hymne van treden, niet om af te dalen maar om op te stijgen … Op onze bedevaart zuchten wij, in ons thuisland verheugen we ons; maar gedurende onze ballingschap ontmoeten we gezellen die de heilige stad reeds hebben aanschouwd en zij sporen ons aan gezwind voort te snellen”. H. Augustinus, Enarrationes in Psalmos. in Ps. 121,2 Beste vrienden, gedurende de Vespers van vanavond zijn we in gedachten en gebed verenigd met de stemmen van de talloze mannen en vrouwen die deze psalm zongen op deze plaats gedurende eeuwen. We zijn verenigd met de pelgrims die naar Jeruzalem trokken en naar de treden van haar Tempel, en met de duizenden mannen en vrouwen die verstonden dat hun aardse pelgrimstocht moest eindigen in het hemelse Jeruzalem, en op Christus vertrouwden als hun gids daarheen. Welke vreugde te weten dat we onzichtbaar zijn omringd door een zo grote schare van getuigen!

Onze tocht naar de heilige Stad zou niet mogelijk zijn als zij niet gemaakt werd in de Kerk, het zaad en de voorafbeelding van het hemelse Jeruzalem. “Als de Heer het huis niet bouwt, bouwen de bouwers tevergeefs” (Ps. 127, 1). Wie is deze Heer, als niet onze Heer Jezus Christus? Want Hij stichtte zijn Kerk en bouwde haar op een rots, op het geloof van de apostel Petrus. Met de woorden van heilige Augustinus: “Het is Jezus Christus onze Heer die zelf zijn Tempel bouwt. Velen ijveren haar te bouwen, maar tenzij de Heer zich mengt in de bouw, zullen de bouwers tevergeefs werken”. H. Augustinus, Enarrationes in Psalmos. in Ps. 126,2 Beste vrienden, Augustinus gaat voort met te vragen hoe wij kunnen weten wie deze bouwers zijn, en zijn antwoord is: “Al zij die Gods woord verkondigen in de Kerk, al die bedienaars zijn van Gods heilige Sacramenten. Al van ons die haasten, die werken, al die bouwen” maar het is slechts God die in ons “bouwt, aanspoort en ontzag inboezemt; die ons begrip opent en ons verstand geleidt tot geloof”. H. Augustinus, Enarrationes in Psalmos. in Ps. 126,2 Wat een wonderen omgeven ons werk in dienst van Gods Woord! Wij zijn instrumenten van de Heilige Geest; God is zo nederig dat Hij ons gebruikt zijn Woord te verspreiden. Wij worden zijn stem als we aandachtig hebben geluisterd naar het Woord uit zijn mond. We brengen zijn Woord naar onze lippen om het naar de wereld te brengen. Hij aanvaardt het offer van ons gebed en daardoor deelt Hij zich mee aan eenieder die wij ontmoeten. Het is waarachtig zoals Paulus zegt aan de Efeziërs: “Hij heeft ons in Christus gezegend met elke geestelijke zegen” (Ef. 1, 3) want Hij heeft ons uitverkoren om zijn getuigen te zijn tot aan de uiteinden van de aarde, en Hij heeft ons uitgekozen nog voordat we tot bestaan kwamen door een wonderlijk geschenk van zijn genade.

Gods Woord, het eeuwig Woord dat bij Hem was vanaf den beginne Vgl. Joh. 1, 1 , werd geboren uit een vrouw, geboren onder de Wet, “opdat Hij hen die onder de wet stonden zou bevrijden, opdat wij de rang van zonen zouden verkrijgen”. Vgl. Gal. 4, 4-5 De Zoon van God nam het vlees aan in de schoot van een vrouw, een maagd. Uw kathedraal is een levende hymne in steen en licht tot lofprijzing van die daad, uniek in de annalen van de menselijke geschiedenis. Het eeuwige Woord van God dat onze geschiedenis binnentreedt in de volheid van de tijd om ons te verlossen door zijn zelfopoffering in het Kruisoffer. Onze aardse liturgieën, geheel gericht op de viering van deze unieke daad in de geschiedenis, zullen nooit ten volle uiting kunnen geven aan de grenzeloze betekenis hiervan. De schoonheid van onze vieringen kan zeker nooit genoeg gecultiveerd, bevorderd en verfijnd worden, want niets kan te schoon zijn voor God, die zelf oneindige Schoonheid is. En toch zullen onze aardse liturgieën nooit meer dan een vage weerspiegeling zijn van de liturgie die gevierd wordt in het Jeruzalem in den hoge, het doel van onze pelgrimage op aarde. Mogen onze eigen vieringen desalniettemin zo goed mogelijk lijken op die liturgie, en ons er een voorsmaak van geven!

Ook nu wordt ons het Woord van God gegeven als de ziel van ons apostolaat, de ziel van ons priesterlijk leven. Elke morgen wekt het Woord ons. Iedere morgen is het de Heer die “ons oor ontsluitVgl. Jes. 50, 5 door de psalmen in de Lezingendienst en het Ochtendgebed. Gedurende de dag wordt het woord van God het onderwerp van gebed van de gehele Kerk als zij op deze wijze getuigt van haar trouw aan Christus. In de beroemde zin van heilige Hiëronymus, die opgenomen wordt in de twaalfde bisschoppensynode van volgende maand: “De Heilige Schrift niet kennen, is Christus niet kennen”. H. Hieronymus, Commentariorum in Isaiam libri. Prol. Beste priesterbroeders, wees niet bang om veel tijd door te brengen met het lezen van en mediteren op de Schrift en het bidden van het Getijdengebed! Bijna zonder het te beseffen, werkt Gods Woord, gelezen en overwogen in de Kerk, op u en vormt u om. Als dat woord uw “levensgezel” wordt, zal de uitdrukking van goddelijke Wijsheid uw “goede raadgeefster” worden en een “troost in zorgen en verdriet” (Wijsh. 8, 9).

Want het Woord van God is levend en krachtig. Het is scherper dan een tweesnijdend zwaard” zegt ons de schrijver van de brief aan de Hebreeën (Hebr. 4, 12). Beste seminaristen die u voorbereidt op het ontvangen van het Wijdingssacrament en aldus op het delen in het drievoudig dienstwerk om te onderrichten, besturen en heiligen, dit Woord is u gegeven als een kostbare schat. Door het dagelijks te overwegen zult u binnentreden in Christus’ leven dat u geroepen bent rond u uit te stralen. Door zijn woord stelde de Heer Jezus het heilig Sacrament van zijn Lichaam en Bloed in; door Zijn woord genas Hij de zieken, dreef duivels uit en vergaf zonden; door Zijn woord openbaarde Hij ons de verborgen geheimenissen van Zijn Koninkrijk. U bent geroepen om dienaren van dit Woord te worden dat vervult wat het meedeelt. Koester altijd een dorst naar het Woord van God! Zo zult u leren ieder te beminnen op het levenspad. In de Kerk heeft ieder een plaats, iedereen! Elke persoon kan en moet een plaats in Haar vinden.

En u, beste diakens, effectieve medewerkers van de bisschoppen en priesters, blijf het Woord van God beminnen! U verkondigt het Evangelie in het hart van de Eucharistie, en u zet het uiteen in de catechese die u uw broeders en zusters biedt. Maak het Evangelie tot middelpunt van uw leven, van uw dienst aan uw naaste, van uw gehele diakonia. Zonder de plaats in te nemen van priesters, maar door hen terzijde te staan met uw vriendschap en activiteit, moge u levende getuigen zijn van de onmetelijke macht van Gods Woord!

Op een bijzondere wijze putten de mannen en vrouwen religieuzen en alle Godgewijden uit de Wijsheid van God zoals uitgedrukt in zijn Woord. De gelofte van de evangelische raden heeft u, beste Godgewijden, gevormd naar Christus die om onzentwil arm, gehoorzaam en zuiver is geworden. Uw enige schat – de enige, om de waarheid te spreken, die de tijd en het gordijn des doods zal overleven – is het Woord van de Heer. Hij is het die zei: “Hemel en aarde zullen voorbij gaan, maar mijn woorden zullen niet voorbij gaan” (Mt. 24, 35). Uw gehoorzaamheid is etymologisch een “horen”, want het woord obéir N.v.d.v.: horen in het Frans komt van het Latijnse obaudire en betekent iets of iemand het oor toewenden. Door te gehoorzamen wendt u uw ziel naar degene die de Weg is, de Waarheid en het Leven Vgl. Joh. 14, 6 , en die u zegt, zoals heilige Benedictus zijn monniken leerde: “Hoor, mijn kind, het onderricht van de Meester, en haak er naar met heel uw hart” (Proloog bij de Regel van heilige Benedictus). Laat u tenslotte dagelijks gezuiverd worden door hem die zei: “Elke rank die vrucht draagt zal door mijn Vader worden gezuiverd opdat zij meer vrucht draagt” (Joh. 15, 2). De zuiverheid van Gods Woord is het model voor uw eigen kuisheid en verzekert de geestelijke vruchtbaarheid.

Met onfeilbaar vertrouwen in de macht van God die ons “in de hoop” heeft gered Vgl. Rom. 8, 24 en die verlangt ons tot een kudde te maken onder leiding van een herder, Jezus Christus, bid ik voor de eenheid van de Kerk. Opnieuw groet ik met respect en affectie de vertegenwoordigers van de christelijke kerken en kerkelijke gemeenschappen die, als onze broeders en zusters, gekomen zijn om met ons samen te bidden in deze kathedraal. Zo groot is de macht van Gods Woord dat wij er allen aan kunnen worden toevertrouwd, gedachtig wat heilige Paulus eens deed, onze geliefde voorspreker gedurende dit jaar. Toen Paulus in Milete afscheid nam van de presbyters van Efese, twijfelde hij niet hen toe te vertrouwen “aan God en aan het woord van zijn genade” (Hand. 20, 32), en waarschuwde hun voor elke vorm van verdeeldheid. Ik smeek God om in ons de zin van deze eenheid van het Woord van God te vermeerderen; zij is een teken, belofte en waarborg van eenheid van de Kerk: er is geen liefde in de Kerk zonder liefde voor het Woord, geen Kerk zonder eenheid rond Christus de Verlosser, geen vruchten van verlossing zonder liefde tot God en de naaste, overeenkomstig de twee geboden die de hele Heilige Schrift samenvatten!

Beste broeders en zusters, in Onze Lieve Vrouw vinden we het mooiste voorbeeld van trouw aan Gods Woord. Haar grote trouw vond zijn vervulling in de Menswording. Met absoluut vertrouwen kan Maria zeggen: “Zie de dienstmaagd van de Heer, mij geschiede naar uw woord” (Lc. 1, 38). Ons Avondgebed begint weldra het Magnificat, het gezang van haar die alle geslachten zalig zullen prijzen. Maria geloofde in de vervulling van de woorden die de Heer tot haar had gesproken Vgl. Joh. 19, 27 ; zij hoopte tegen alle hoop in op de verrijzenis van haar Zoon. En zo groot was haar liefde voor de mensen dat zij ons werd gegeven als onze Moeder. Vgl. Joh. 19, 27 Zo zien wij dat “zij in het Woord van God thuis is, daar in en uit gaat. Zij spreekt en denkt in Gods Woord; het Woord van God wordt haar woord, en haar woord komt voort uit Gods Woord”. Paus Benedictus XVI, Encycliek, God is Liefde, Deus Caritas Est (25 dec 2005), 41 Tot haar kunnen wij daarom met vertrouwen zeggen: ”Heilige Maria, moeder van God, onze moeder, leer ons met u geloven, hopen en liefhebben. Toon ons de weg naar Zijn koninkrijk!”. Paus Benedictus XVI, Encycliek, Liefde in Waarheid - Over de Christelijke hoop, Spe Salvi (30 nov 2007), 50

Amen.

Document

Naam: VESPERVIERING MET PRIESTERS, RELIGIEUZEN, SEMINARISTEN EN DIAKENS
Kathedraal van Notre-Dame, Parijs
Soort: Paus Benedictus XVI - Homilie
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 12 september 2008
Copyrights: © 2008, Libreria Editrice Vaticana / Stg. InterKerk / Nederlandse Bisschoppenconferentie
© 2019, Vert. uit het Engelse vertaling van het Franse origineel: W.J.G.A. Veth pr,; alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 7 november 2019

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam