• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

BIJ DE ONTMOETING MET DE DUITSE BISSCHOPPEN
Piuszaal Seminarie van Keulen

Eerbiedwaardige en dierbare broeders in het episcopaat:

Voor alles wil ik mijn grote vreugde uitspreken dat ik opnieuw de mogelijkheid heb om u te zien, om samen te zijn na een paar mooie, hoewel zware dagen en bijgevolg de vreugde te hebben elkaar te ontmoeten. Hoewel ik in feite slechts een voormalig lid ben van de Duitse bisschoppenconferentie, voel ik me nog steeds verbonden met u allen in een broederlijke band die niet kan verdwijnen.

Ik wil kardinaal Lehmann danken voor zijn hartelijke woorden en deze bevestigen in de geest van wat ik vandaag zei aan het einde van de eucharistieviering; dat wil zeggen om nogmaals de diepe dankbaarheid uit te drukken die we allemaal in ons hart voelen. We weten allemaal dat het grote voorbereidende werk, de grote werken die tot stand zijn gekomen, niet voldoende zijn om dit allemaal mogelijk te maken, en dat dit daarom noodzakelijkerwijs een geschenk moet zijn. Het is een feit dat niemand het enthousiasme van de jonge mensen kan creëren, niemand kan dagenlang deze band in geloof en vreugde scheppen. Tot het weer aan toe is echt een geschenk geweest waarvoor we de Heer danken en dat we ook interpreteren als een plicht om te doen wat aan we kunnen, zodat dit enthousiasme wordt voortgezet en een kracht wordt voor het leven van de Kerk in ons land.

Ik wil nogmaals de kardinaal Meisner en zijn medewerkers danken voor het geweldige voorbereidingswerk dat ze hebben verricht. Ik wil ook kardinaal Lehmann, zijn medewerkers en u allen bedanken, omdat alle bisdommen hebben meegewerkt aan de realisatie van deze gebeurtenis. Heel Duitsland heeft de gasten verwelkomd, is op weg gegaan met de Maagd en het kruis, en heeft zo dit geschenk kunnen ontvangen. Ik dank u voor dit standbeeld dat nog wat tijd nodig heeft om zogezegd zijn definitieve vorm te bereiken. Ik vind het echter heel mooi dat heilige Bonifatius nu ook in mijn huis aanwezig zal zijn en zo zal hij me zichtbaar uitdrukken wat hem boeide, dat wil zeggen de band tussen de Kerk in Duitsland en Rome. Zoals hij de Kerk in Duitsland richtte op de eenheid met de opvolger van Petrus, zo leidt hij me ook naar een blijvende broederlijke gemeenschap met de bisschoppen van Duitsland, met de Kerk die is in Duitsland.

De Heilige Vader Johannes Paulus II, briljante initiatiefnemer van de Wereldjongerendagen - een intuïtie die ik als een inspiratie beschouw - toonde dat beide partijen geven en ontvangen. Niet alleen wij hebben op de best mogelijke manier gedaan wat we konden, maar ook de jongeren, met hun vragen, hun hoop, hun blijdschap in het geloof, hun enthousiasme voor het vernieuwen van de Kerk, hebben ons iets gegeven. We danken voor deze wederkerigheid en hopen dat ze zal aanhouden, dat wil zeggen dat jonge mensen, met hun vragen, met hun geloof en met hun vreugde in geloof, voor ons een stimulans blijven om de kleinzieligheid en de vermoeidheid te overwinnen, en ons aanmoedigen hun de weg te wijzen, met de ervaring die het geloof ons geeft, met de ervaring van de pastorale bediening, met de genade van het sacrament waarin we ons bevinden, zodat hun enthousiasme ook een juiste orde vindt. Zoals een bron moet worden gekanaliseerd om haar water te kunnen benutten, zo moet dit enthousiasme steeds opnieuw worden gericht in zijn kerkelijke vorm.

Hier in Duitsland, en ik met name als professor, zijn we gewend om vooral problemen te zien. Ik denk echter dat we moeten toegeven dat dit allemaal mogelijk is geweest omdat in Duitsland, ondanks alle problemen van de Kerk, ondanks alle betwistbare dingen die er kunnen zijn, er echt een levende Kerk bestaat, een Kerk die veel positieve aspecten heeft, waarin zoveel mensen bereid zijn zich in te zetten voor hun geloof en hun vrije tijd daaraan te besteden, ja zelfs hun geld en een deel van hun bezit, eenvoudigweg om bij te dragen met hun eigen leven.

Ik denk dat het ons opnieuw duidelijk is geworden dat veel mensen in Duitsland, ondanks alle moeilijkheden die we betreuren, gelovigen blijven, een levende Kerk vormen en zo maken dat een gebeurtenis als de Wereldjongerendagen zijn eigen context heeft, zijn humus, waarin te groeien en eigen vorm aan te nemen.

Ik denk dat we de vele priesters, religieuzen en leken, moeten gedenken die hun dienstwerk in vaak moeilijke pastorale situaties trouw vervullen. En ik hoef de edelmoedigheid van de Duitse katholieken niet te benadrukken, bekend over echt de hele wereld, een edelmoedigheid die niet alleen materieel is, want er zijn veel Duitse priesters "Fidei donum".

Ik constateer dat tijdens de bezoeken "ad limina”: zelfs in Papoea Nieuw-Guinea, op de Salomonseilanden en in gebieden die je je niet kunt voorstellen, werken Duitse priesters apostolisch, die het zaad van het Woord zaaien, die zich vereenzelvigen met de mensen, en in deze bedreigde wereld waarin er ook zoveel negatieve elementen uit het Westen komen, geven zij zo de grote kracht van het geloof en met dat geloof de positieve elementen die zij ons biedt.

Het werk van de vele liefdadigheidsorganisaties is opmerkelijk: van Misereor, Adveniat, Missio of Renovabis tot aan de diocesane en parochiële Caritas. Ook de educatieve actie van katholieke scholen en andere katholieke instellingen en organisaties ten behoeve van de jeugd is enorm. Ik wil niet de indruk wekken dat wat positief kan worden gezegd is uitgeput met deze instellingen; Ik wilde alleen maar op hen wijzen, zodat wij deze aspecten niet vergeten en zij ons altijd moed en vreugde brengen.

Naast de positieve aspecten, die belangrijk zijn om niet te vergeten en waarvoor we altijd moeten danken, moeten we tevens toegeven dat er helaas, in het gelaat van de universele Kerk, en ook in die van de Kerk in Duitsland, de rimpels niet ontbreken, schaduwen die haar pracht verdoezelen. We moeten ze ook in gedachten houden, uit liefde en met liefde, op dit moment van feest en dankbaarheid. We weten dat secularisme en ontkerstening blijven oprukken, dat het relativisme groeit. De invloed van katholieke ethiek en moraal wordt steeds geringer.

Heel wat mensen verlaten de Kerk of, zelfs als ze blijven, accepteren ze slechts een deel van de katholieke leer en kiezen ze slechts enkele aspecten van het christendom. De godsdienstige situatie in het Oosten blijft zorgelijk, waar, zoals we weten, de meerderheid van de bevolking ongedoopt is en geen enkel contact heeft met de Kerk en Christus of de Kerk vaak helemaal niet kent. We erkennen in deze realiteiten even vele uitdagingen, en u zelf, beste broeders in het episcopaat, hebt in uw pastorale brief van 21 september 2004 bevestigd ter gelegenheid van de 1250e verjaardag van het martelaarschap van heilige Bonifatius: “We zijn een missieland geworden." Dat geldt voor grote delen van Duitsland.

Om deze reden denk ik dat in heel Europa, net als in Frankrijk, in Spanje en elders, we serieus moeten nadenken over hoe we vandaag een echte evangelisatie tot stand kunnen brengen, niet alleen een nieuwe evangelisatie, maar vaak een echte eerste evangelisatie. Mensen kennen God niet, zij kennen Christus niet. Er bestaat een nieuw heidendom en het is niet voldoende dat we proberen de gelovige gemeenschap te behouden, hoewel dit heel belangrijk is; de grote vraag doet zich voor: wat is het leven werkelijk? Ik geloof dat we allen samen moeten proberen nieuwe wijzen te vinden om het Evangelie naar de huidige wereld te brengen, Christus opnieuw te verkondigen en het geloof te vestigen.

Dit panorama dat ons de Wereldjongerendagen bieden, en dat ik alleen in korte trekken heb beschreven, nodigt ons uit om onze blik op de toekomst te richten. Voor de Kerk, en in het bijzonder voor ons, de herders, voor de ouders en opvoeders, zijn jonge mensen een levende oproep tot geloof. Ik zou nogmaals willen zeggen dat het mij tot grote inspiratie lijkt te zijn dat paus Johannes Paulus II voor deze Wereldjongerendagen het thema heeft gekozen: “We zijn gekomen om Hem te aanbidden" (Mt. 2, 2). We zijn vaak zo overweldigd, begrijpelijkerwijs overweldigd, door de immense sociale noden van de wereld, door alle organisatorische en structurele problemen die er zijn, dat we de aanbidding opzij hebben kunnen zetten als iets dat we later zullen doen. Pater Delp heeft eens bevestigd dat er niets belangrijker is dan aanbidding. Hij zei dat in de context van zijn tijd, toen het duidelijk was dat een vernietigde aanbidding de mens vernietigde. Maar in onze nieuwe context van de verloren aanbidding, en daarom van het verloren gezicht van menselijke waardigheid, is het opnieuw aan ons om de voorrang van de aanbidding te begrijpen en jonge mensen - evenals onszelf en onze gemeenschappen - zich ervan bewust te maken dat dit geen luxe is van onze verwarde tijd die we ons misschien niet kunnen veroorloven, maar een prioriteit. Waar er geen aanbidding is, waar geen eer aan God wordt gegeven als eerste, kunnen zelfs de menselijke realiteiten niet vooruitgaan. Daarom moeten we proberen het gelaat van Christus zichtbaar te maken, het gelaat van de levende God, zodat ons spontaan zal overkomen wat de Wijzen overkwam, die neerknielden en aanbaden. Zeker in de Wijzen werden twee dingen waargenomen: eerst zochten zij, vervolgens vonden zij en aanbaden. Veel mensen zijn tegenwoordig op zoek. Zo ook wij. Diep van binnen, met een andere dialectiek, moeten beide dingen er altijd zijn. We moeten de zoektocht van de mens respecteren, ondersteunen, de mens laten voelen dat geloof niet simpelweg een volledig dogmatisme op zich is, dat de zoektocht en de grote dorst van de mens daarmee niet eindigt. Maar in plaats daarvan richt het geloof de grote bedevaart op het oneindige; we laten begrijpen dat wij als gelovigen zoeken en vinden tegelijkertijd. In zijn commentaar op de Psalmen interpreteerde heilige Augustinus de uitdrukking "Quaerite faciem eius semper", "Zoekt zijn aanschijn zonder ophouden", op zo'n prachtige manier dat zijn woorden sinds mijn studententijd in mijn hart werden gegrift. Niet geldt niet alleen voor dit leven, maar ook voor alle eeuwigheid. We moeten dat aanschijn voortdurend herontdekken. Hoe meer we de pracht van goddelijke liefde binnengaan, hoe groter onze ontdekkingen zullen zijn, des te schoner zal het zijn om voort te gaan en te weten dat de zoektocht geen einde heeft en dat daarom vinden geen einde heeft, dat wil zeggen, het is eeuwigheid de vreugde te zoeken en tegelijkertijd te vinden. We moeten de mensen ondersteunen bij hun zoektocht, wetende dat wij ook zoeken, en ze tegelijkertijd de zekerheid bieden dat God ons heeft gevonden en dat wij Hem daarom kunnen vinden. We willen een Kerk zijn die open staat voor de toekomst en als zodanig rijk aan beloften voor nieuwe generaties. Het is geen obsessieve ijver voor wat jeugdig is, die uiteindelijk belachelijk zou zijn, maar een authentieke jeugdigheid die voortkomt uit de bron van eeuwigheid, die altijd nieuw is, die voortkomt uit de transparantie van Christus in zijn Kerk: op deze manier geeft hij ons het licht om door te gaan. In dit licht kunnen we de moed hebben om de moeilijkste kwesties die zich vandaag voordoen voor de Kerk in Duitsland met vertrouwen te lijf te gaan. Zoals ik al zei, enerzijds moeten we de provocatie van jongeren accepteren, maar anderzijds moeten we jongeren op onze beurt met geduld vormen in het geduld, zonder welke niets bereikt kan worden; we moeten ze onderwijzen in het onderscheidingsvermogen, in een gezond realisme, in het vermogen om definitieve beslissingen te nemen. Een van de staatshoofden die me onlangs bezocht, vertelde me dat zijn grootste zorg het wijdverspreide onvermogen is om definitieve beslissingen te nemen uit angst de eigen vrijheid te verliezen.

De mens wordt feitelijk vrij wanneer hij bindt, wanneer hij wortels heeft, omdat hij dan kan groeien en volwassen worden. Voed op in het geduld, het onderscheidingsvermogen, het realisme, maar zonder valse compromissen, om het Evangelie niet te verdunnen.

De ervaring van de afgelopen twintig jaar heeft ons geleerd dat in zekere zin elke Wereldjongerendag voor het land waar het plaatsvindt een nieuw begin voor de jongerenpastoraal vormt. De voorbereiding van de gebeurtenis mobiliseert mensen en middelen. We hebben het precies zo hier in Duitsland gezien: er is een echte "mobilisatie" geweest die krachten heeft geactiveerd. Ten slotte brengt het feest zelf een sterke impuls van enthousiasme met zich mee, die moet worden vastgehouden en als het ware definitief moet worden gemaakt. Het gaat om een enorm potentieel van krachten, dat steeds meer kan worden uitgebreid en zich over het hele grondgebied verspreidt. Ik denk aan de parochies, verenigingen, bewegingen; ik denk aan de priesters, religieuzen, catechisten, jeugdwerkers. Ik denk dat het in Duitsland goed bekend is hoeveel mensen er bij dit evenement betrokken zijn geweest. Ik vraag de Heer dat voor elk van hen die heeft meegewerkt, dit een echte groei mag hebben betekend in de liefde voor Christus en de Kerk, en ik moedig allen aan met een hernieuwde geest van dienstbaarheid om gezamenlijk het pastorale werk onder de nieuwe generaties op te vatten. We moeten opnieuw de beschikbaarheid voor het dienstwerk leren en overbrengen.

De meeste jonge Duitsers leven in goede maatschappelijke en economische omstandigheden, maar we weten dat moeilijke situaties niet ontbreken. In alle sociale sectoren, en vooral in de welgestelde klassen, neemt het aantal mensen uit gebroken gezinnen toe. Helaas is de jeugdwerkloosheid in Duitsland toegenomen. Bovendien zijn veel jongens en meisjes verward, ze hebben geen afdoende antwoorden op de vragen over de zin van het leven en de dood, over hun heden en hun toekomst. Veel voorstellen van de moderne samenleving leiden tot leegte en veel jonge mensen vervallen in het "drijfzand" van alcohol en drugs, of in de kringen van extremistische groepen. Veel van de jonge Duitsers, vooral in het oosten, hebben het goede nieuws van Jezus Christus nooit persoonlijk leren kennen. Zelfs in traditioneel katholieke gebieden brengt het godsdienstonderricht en de catechese niet altijd een blijvende band tot stand van jongeren met de kerkgemeenschap. Daarom bent u allemaal toegewijd - ik weet dat heel goed - om nieuwe manieren te vinden om jongeren te bereiken, en de Wereldjongerendagen zijn, zoals paus Johannes Paulus II zei, in dit opzicht een uitzonderlijk "laboratorium".

Ik denk dat we allemaal nadenken - en in de andere westerse landen gebeurt hetzelfde - over hoe catechese effectiever te maken. In de Herder-Korrespondenz heb ik gelezen dat u een nieuw catechetisch document hebt gepubliceerd; helaas heb ik dat nog niet kunnen zien, maar ik ben blij te kunnen constateren dat u zeer geïnteresseerd bent in dit probleem. Het is inderdaad zorgwekkend voor ons allemaal dat, hoewel het godsdienstonderwijs al sinds heel lang plaatsvindt, godsdienstige kennis schaars is en veel mensen vaak eenvoudige en elementaire zaken niet kennen. Wat kunnen we doen? Ik weet het niet. Aan de ene kant moet misschien aan niet-gelovigen een soort pre-catechese worden gegeven, die vooral opent voor het geloof ?en dit is ook de inhoud van vele catechetische inspanningen?; anderzijds is het ook nodig om altijd weer de moed te hebben om het mysterie zelf in zijn schoonheid en zijn grootsheid over te dragen, en de impuls mogelijk te maken om erover na te denken, om ervan te leren houden en het vervolgens effectief te erkennen. Vandaag, in de homilie, bracht ik in herinnering dat paus Johannes Paulus II twee uitzonderlijke instrumenten schonk: de Catechismus-Compendium
Catechismus van de Katholieke Kerk
(15 augustus 1997)
 en het [663|Compendium] , ook door hem gewild. We hebben ervoor gezorgd dat de Duitse vertaling klaar zou zijn voor de Wereldjongerendagen. In Italië zijn al een half miljoen exemplaren verkocht. Het wordt verkocht in de kiosken en wekt vervolgens de nieuwsgierigheid van mensen: Wat staat daar in? Wat zegt de Katholieke Kerk? Ik denk dat ook wij de moed moeten hebben om deze nieuwsgierigheid te ondersteunen en te proberen ervoor te zorgen dat deze boeken, die de inhoud van het mysterie vertegenwoordigen, juist in catechese terechtkomen, zodat, door de kennis van ons geloof te vergroten, ook de vreugde toeneemt die er uit spreekt.

Er zijn nog twee andere aspecten die me veel zorgen baren. Een daarvan is het roepingenpastoraat. Ik geloof dat het Vespergebed in de kerk van de heilige Pantaleon ons ook de moed heeft gegeven om jonge mensen te helpen en dat op een gepaste manier te doen, zodat hen de roep van de Heer bereikt en zij zich kunnen afvragen: "Houd Hij van mij?" en zodat de beschikbaarheid kan groeien om te worden geroepen en die roep te beluisteren. Het andere aspect dat me veel zorgen baart, is het gezinspastoraat. We zien de dreiging die over gezinnen hangt; ondertussen erkennen seculiere instanties ook hoe belangrijk het is voor het gezin om te leven als basiscel van de samenleving, voor kinderen om op te groeien in een klimaat van gemeenschap tussen generaties, zodat er continuïteit kan zijn tussen heden, verleden en toekomst, en de continuïteit van waarden, om zo het vermogen te laten groeien om samen te blijven en te leven: dit maakt het mogelijk een land in gemeenschap op te bouwen.

Ik wilde precies deze drie aspecten onder ogen zien: catechese, roepingen- en gezinspastoraal.

In de wereld van de jeugd spelen verenigingen en bewegingen een belangrijke rol, die ongetwijfeld een rijkdom vormen. De Kerk moet deze realiteiten waarderen en ze tegelijkertijd met pastorale wijsheid leiden, zodat ze op de best mogelijke manier met hun eigen gaven bijdragen aan de opbouw van de gemeenschap, zonder ooit met elkaar te concurreren - door elk, om zo te zeggen, een eigen kerkje te bouwen - maar respectvol en samenwerkend ten gunste van de enige Kerk - van de enige parochie als lokale kerk - om bij jongeren de vreugde van het geloof, de liefde voor de Kerk en de hartstocht voor het koninkrijk van God te wekken. Ik denk dat juist dit een ander belangrijk aspect is: deze authentieke gemeenschap, enerzijds, tussen de verschillende bewegingen, waarvan de vormen van exclusivisme moeten worden verwijderd, en anderzijds tussen de lokale kerken en deze bewegingen, zodat de lokale kerken deze bijzonderheid herkennen, die voor velen vreemd lijkt, en ze omarmen als een rijkdom, in de wetenschap dat er veel wegen bestaan in de Kerk en dat ze allen samen een symfonie van geloof vormen. De lokale kerken en bewegingen staan ??niet tegenover elkaar, maar vormen de levende structuur van de Kerk.

Beste broeders in het bisschopsambt, zo God wil, zullen we andere gelegenheden hebben om zoveel kwesties te verdiepen die onze gemeenschappelijke pastorale zorg vereisen. Bij deze gelegenheid wilde ik met u, zeker in het kort en niet uitputtend, de boodschap plukken die de grote jongerenbedevaart heeft achtergelaten. Het lijkt mij dat de jongeren aan het einde van deze ervaring ons kunnen zeggen met bondigheid: "Ja, we zijn gekomen om Hem te aanbidden. We hebben Hem gevonden. Help ons nu om zijn leerlingen en getuigen te zijn." Het is een veeleisend verzoek, maar zeer vertroostend voor het hart van een herder. Moge de herinnering aan de dagen die hier in Keulen zijn beleefd onder het teken van hoop onze gemeenschappelijk dienstwerk versterken. Ik laat u mijn hartelijke bemoediging, die tegelijkertijd een vurig broederlijk verzoek is om samen te wandelen en samen te handelen, in harmonie, op het fundament van een gemeenschap die in de Eucharistie haar hoogtepunt vindt en haar onuitputtelijke bron. Ik vertrouw u allen toe aan de Allerheiligste Maria, Moeder van Christus en van de Kerk, terwijl ik tegelijkertijd een speciale apostolische zegen schenk aan ieder van u en uw gemeenschappen.

Dank u!

Document

Naam: BIJ DE ONTMOETING MET DE DUITSE BISSCHOPPEN
Piuszaal Seminarie van Keulen
Soort: Paus Benedictus XVI - Toespraak
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 21 augustus 2005
Copyrights: © 2005, Libreria Editrice Vaticana / Stg. InterKerk / Nederlandse Bisschoppenconferentie
© 2020, Vert. uit het Duits: W.J.G.A. Veth pr,; alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 18 maart 2020

Referenties naar dit document

 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam