• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

In het allerheiligst sacrament van de eucharistie vindt een wonderlijke verandering plaats, namelijk van de hele substantie van brood naar het Lichaam van Christus en van de hele substantie van wijn naar zijn Bloed, een verandering die de katholieke Kerk erg passend transsubstantiatie noemt. Vgl. 4e Concilie van Lateranen, Hfd 1. Over het Katholieke geloof, Caput 1: De fide catholica (11 nov 1215) Vgl. Concilie van Trente, 13e Zitting - Decreet over het Sacrament van de Eucharistie, Sessio XIII - Decretum de SS. Eucharistia (11 okt 1551), 8 “Iedere theologische uitleg die iets van dit mysterie probeert te begrijpen, moet, om in overeenstemming te zijn met het katholieke geloof, eraan vasthouden dat in de werkelijkheid zelf, onafhankelijk van onze geest, na de consecratie het brood en de wijn hebben opgehouden te bestaan, zodat het dan het vererenswaardig Lichaam en Bloed van de Heer Jezus Christus is, die vanaf dat moment werkelijk vóór ons aanwezig zijn onder de sacramentele gedaanten van brood en wijn” H. Paus Paulus VI, Motu Proprio, Sollemnis Professio Fidei - Ter afsluiting van het jaar van het geloof, Solemni hac liturgia - Credo van het Volk van God (30 juni 1968), 32

De formuleringen waarmee het Concilie van Trente het geloof van de Kerk in de heilige Eucharistie uitdrukte zijn geschikt voor mensen van alle tijden en plaatsen, aangezien zij een “altijd geldige leer van de Kerk is” H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, De Kerk leeft van de Eucharistie, Ecclesia de Eucharistia (17 apr 2003), 15

In de Heilige Mis wordt een waarachtig en echt offer op gedragen aan de Allerheiligste Drie-eenheid en dit is een offer van verzoening zowel voor de mensen op aarde als voor de zielen in het vagevuur. Daarom is de mening foutief die stelt dat het offer van de Mis alleen maar bestaat in het feit dat mensen een geestelijke offergave brengen van gebeden en lofprijzing evenals de mening dat de Mis alleen kan en moet worden gedefinieerd als Christus die zichzelf aan de gelovigen geeft als hun geestelijk voedsel. Vgl. Concilie van Trente, 22e Zitting - Over het allerheiligst Misoffer, Sessio XXII - Doctrina de sanctissimo Missae sacrificio (17 sept 1562), 6

“De Mis, gecelebreerd door de priester, die de persoon van Christus representeert op grond van de bevoegdheid die hij ontvangen heeft door het sacrament van de wijding, en door hem opgedragen in naam van Christus en de leden van zijn mystieke lichaam, is het offer van Calvarië, dat sacramenteel op onze altaren wordt tegenwoordig gesteld. Wij geloven dat zoals brood en wijn door de Heer bij het Laatste Avondmaal werden geconsacreerd en werden veranderd in zijn Lichaam en Bloed dat voor ons op het kruis zou worden geofferd, op eenzelfde wijze het brood en wijn door de priester worden geconsacreerd en worden veranderd in het lichaam en bloed van Christus, die glorievol in de hemel troont, en wij geloven dat de mysterievolle aanwezigheid van de Heer onder de gedaanten die voor onze zintuigen hetzelfde lijken als tevoren, echte, waarachtige en substantiële aanwezigheid is” H. Paus Paulus VI, Motu Proprio, Sollemnis Professio Fidei - Ter afsluiting van het jaar van het geloof, Solemni hac liturgia - Credo van het Volk van God (30 juni 1968), 29-30

De onbloedige offerhandeling bij de woorden van de consecratie, als Christus tegenwoordig komt op het altaar in de staat van een slachtoffer, wordt voltrokken door de priester en door hem alleen als de vertegenwoordiger van Christus en niet als vertegenwoordiger van de gelovigen. (…..) De gelovigen dragen het offer op door de handen van de priester vanuit het feit dat de bedienaar aan het altaar bij het opdragen van het offer in naam van alle ledematen van Christus, Christus representeert, die het Hoofd is van het mystieke Lichaam. De conclusie echter dat het volk het offer opdraagt met de priester zelf is niet gebaseerd op het feit dat zij, als ledematen van de Kerk niet minder dan de priester zelf, een zichtbare liturgische ritus voltrekken; want dat is enkel het voorrecht van de bedienaar die van Godswege voor deze taak is aangesteld. Het is veeleer gebaseerd op het feit dat de mensen hun hart in lofprijzing, smeking, verzoening en dankzegging verenigen met de gebeden of de intentie van de priester, zelfs van de Hogepriester zelf, zodat zij in het ene zelfde offer en volgens een zichtbare priesterlijke ritus aan God de Vader worden gepresenteerd” Paus Pius XII, Encycliek, Over de Heilige Liturgie, Mediator Dei et hominum (20 nov 1947), 91-92

Het sacrament van boete en verzoening alleen is het gewone middel waardoor zware zonden die na het doopsel begaan zijn, vergeven kunnen worden, en volgens goddelijke wet moeten al dergelijke zonden naar aantal en soort gebiecht worden. Vgl. Concilie van Trente, 14e Zitting - De leer over het Sacrament van de Biecht, Sessio XIV - Doctrina de sacramento poenitentiae (25 nov 1551), 34

Krachtens goddelijke wet mag de biechtvader het zegel van het sacrament van de biecht om geen enkele reden schenden; geen kerkelijk autoriteit heeft de macht hem te dispenseren van het zegel van het sacrament en burgerlijke macht is volledig onbevoegd hem te verplichten dat te doen. Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 1388. § 1 Vgl. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 1467

Krachtens de wil van Christus en de onveranderlijk traditie van de Kerk mag het sacrament van de eucharistie niet gegeven worden aan hen die in publieke staat van objectief zware zonde zijn, en de sacramentele absolutie mag niet gegeven worden aan hen die hun onwil uiten om te voldoen aan de goddelijke wet, zelfs als hun onwil beperkt blijft tot slechts één ernstige zaak. Vgl. Concilie van Trente, 14e Zitting - De leer over het Sacrament van de Biecht, Sessio XIV - Doctrina de sacramento poenitentiae (25 nov 1551), 10-12 Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Brief, Aan William W. Kard. Baum bij gelegenheid van de cursus over het "forum internum" georganiseerd door de Apostolische Penitentiarie (22 mrt 1996)

Volgens de constante traditie van de Kerk mag het sacrament van de eucharistie niet worden gegeven aan hen die een waarheid van het katholieke geloof ontkennen door de formele belijdenis van hun behoren tot een ketterse of tot een officieel schismatieke christelijke gemeenschap. Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 915.1364

De wet waardoor priesters gehouden zijn volkomen onthouding in acht te nemen in het celibaat komt voort uit het voorbeeld van Jezus en hoort tot de onheuglijke en apostolische traditie volgens het constante getuigenis van de kerkvaders en de Roomse pausen. Daarom moet deze wet in de Romeinse Kerk niet worden afgeschaft door de nieuwigheid van een keuzecelibaat voor priesters, noch op een regionaal noch op universeel niveau. Het permanente gegronde getuigenis van de Kerk stelt dat de wet van de priesterlijke onthouding “geen nieuwe voorschriften inhoudt; deze voorschriften moeten onderhouden worden omdat ze door sommigen veronachtzaamd zijn door onwetendheid en laksheid. Deze voorschriften gaan niettemin terug op de apostelen en werden vastgesteld door de vaders zoals het geschreven staat: ‘Dus, broeders, staat vast en houdt u aan de overleveringen waarin gij door ons, hetzij mondeling hetzij schriftelijk, zijt onderwezen.’ (2 Tess. 2, 15). Er zijn er inderdaad veel die de wetten van onze voorvaderen negeren en de kuisheid van de Kerk door hun arrogantie hebben geschonden en de wil van de mensen zijn gevolgd zonder vrees voor het oordeel van God”. Paus Siricius, Decreet, Over het priestercelibaat, Cum in unum (1 jan 386)

Krachtens de wil van Christus en de goddelijke inrichting van de Kerk kunnen alleen gedoopte mannen het sacrament van de wijding ontvangen. Dat geldt zowel voor het episcopaat, als het priesterschap en het diaconaat. Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Apostolische Brief, Priesterwijding voorbehouden aan mannen, Ordinatio Sacerdotalis (22 mei 1994), 4 Verder is de bewering fout die zegt dat alleen een oecumensich concilie deze zaak kan bepalen omdat het leergezag van een oecumenisch concilie niet verder gaat dan dat van de paus van Rome. Vgl. 5e Concilie van Lateranen, Bul, Sessie 11 - Over de intrekking van de Pragmatische Sanctie (fragment), Sessio XI - Pastor Aeternus Gregem (19 dec 1516) Vgl. 1e Vaticaans Concilie, 4e Zitting - Dogmatische Constitutie over de Kerk van Christus, Pastor Aeternus (18 juli 1870), 15

Document

Naam: "DE KERK VAN DE LEVENDE GOD - PIJLER EN GRONDSLAG VAN DE WAARHEID" (1 TIM. 3, 15)
Verklaring van de waarheden met betrekking tot enkele van de meest voorkomende fouten in het leven van de Kerk van onze tijd
Soort: Raymond Leo Kard. Burke
Auteur: Kard. Burke, Kard. Pujats, mgr. Peta, mgr. Lenga, mgr. Schneider
Datum: 31 mei 2019
Copyrights: © 2019, National Catholic Register
Werkvert.: redactie / restkerk.net
Bewerkt: 20 augustus 2020

Referenties naar dit document

 
Geen dossiers gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam