• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

De gave van de vrije wil, waarmee God de Schepper de mens begiftigd heeft, geeft hem het natuurlijke recht om alleen het goede en ware te kiezen. Geen menselijke persoon heeft daarom het natuurlijke recht om God te beledigen door te kiezen voor het morele kwaad van de zonde, religieuze dwaling, afgoderij, godslastering of valse religie. 

Een rechtvaardig persoon heeft de noodzakelijke kracht om met Gods genade de objectieve vereisten van de Goddelijke Wet te vervullen, omdat alle geboden van God mogelijk zijn te onderhouden door de rechtvaardigen. Wanneer de genade van God de zondaar rechtvaardigt, veroorzaakt zij door haar aard een verzaking aan alle ernstige zonden. Vgl. Concilie van Trente, 6. Zitting - Decreet over de rechtvaardiging, Sessio VI - Decretum de iustificatione (13 jan 1547), 16-19.21

"De gelovigen moeten de specifieke, door de Kerk in de Naam van God, de Schepper en Heer, voorgelegde en geleerde zedelijke geboden te erkennen en te respecteren. (...) De liefde tot God en de naastenliefde zijn niet te scheiden van het onderhouden van de geboden van het Verbond, dat in het Bloed van Jezus Christus en in de gave van de Geest vernieuwd werd." H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Over kerkelijke moraalleer, Veritatis Splendor (6 aug 1993), 76 Volgens de leer van dezelfde Encycliek is de mening vals "wanneer ze menen dat ze de vrije en weloverwogen keuze van gedragswijzen, die ingaan tegen de geboden van de goddelijke en van de natuurwet, als zedelijk goed kunnen rechtvaardigen." H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Over kerkelijke moraalleer, Veritatis Splendor (6 aug 1993), 76

Alle geboden van God zijn gelijk, rechtvaardig en barmhartig. Daarom is de mening verkeerd dat zegt dat een persoon in staat is, door een Goddelijk verbod te gehoorzamen - bijvoorbeeld het zesde gebod om geen overspel te plegen - tegen God te zondigen door deze daad van gehoorzaamheid, of om moreel zichzelf schade toe te brengen, of te zondigen tegen een ander.

"Geen enkele omstandigheid, doel, of wet kan een handeling geoorloofd maken die in zichzelf ongeoorloofd is, aangezien zij tegen de wet van God ingaat die geschreven staat in ieder mensenhart, kenbaar is door het verstand zelf en verkondigd wordt door de Kerk." H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Over de waarde en de onaantastbaarheid van het menselijk leven, Evangelium Vitae (25 mrt 1995), 62 In de goddelijke openbaring en in de natuurwet zijn zedelijke principes en zedelijke waarheden vervat, die negatieve verbodsbepalingen omvatten, die bepaalde handelingen absoluut verbieden, in zoverre dat deze handelingen altijd een ernstige onrechtvaardigheid met betrekking tot hun doel vormen. Daarom is het verkeerd om te denken dat een goede bedoeling of een goede consequente handeling voldoende is of kan zijn om de uitvoering van dergelijke handelingen te rechtvaardigen. Vgl. Concilie van Trente, 6. Zitting - Decreet over de rechtvaardiging, Sessio VI - Decretum de iustificatione (13 jan 1547) Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de verzoening en boete in de zending van de Kerk in deze tijd, Reconciliatio et paenitentia (2 dec 1984), 17 Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Over kerkelijke moraalleer, Veritatis Splendor (6 aug 1993), 80

Een vrouw die een kind in haar schoot heeft verwekt, is volgens de natuurlijke en goddelijke wet verboden om dit mensenleven in haar direct of indirect te doden door haar eigen daden of met de hulp van anderen. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Over de waarde en de onaantastbaarheid van het menselijk leven, Evangelium Vitae (25 mrt 1995), 62

Technieken om een zwangerschap buiten het lichaam van de moeder te bewerken zijn "van moreel onaanvaardbaar, omdat ze de voortplanting scheiden van de integraal menselijke context van de huwelijksdaad." H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Over de waarde en de onaantastbaarheid van het menselijk leven, Evangelium Vitae (25 mrt 1995), 14

Niemand heeft het morele recht om zichzelf opzettelijk te doden of anderen te laten doden om aan het tijdelijke lijden te ontsnappen: "Euthanasie is een zware schending van de wet van God, aangezien zij het opzettelijk en zedelijk onaanvaardbaar doden betekent van een menselijke persoon. Deze leer stoelt op de natuurwet en op het geschreven woord van God, is doorgegeven door de Traditie van Kerk en geleerd door het gewone en algemene Leergezag." H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Over de waarde en de onaantastbaarheid van het menselijk leven, Evangelium Vitae (25 mrt 1995), 65

Het huwelijk is een onverbrekelijke vereniging van een man en een vrouw naar goddelijke orde en natuurlijke zedenwet. Vgl. Gen. 2, 24 Vgl. Mc. 10, 7-9 Vgl. Ef. 5, 31-32 "Krachtens hun natuurlijke aard zijn het instituut van het huwelijk en de huwelijksliefde gericht op het voortbrengen en opvoeden van kinderen, en ze vinden hierin als het ware hun hoogtepunt en bekroning." 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 48

Volgens de natuurlijke en goddelijke wet kan niemand vrijwillig en zonder een zonde te begaan zijn seksuele krachten buiten een geldig huwelijk uitoefenen. Het is daarom in strijd met de Schrift en de traditie om te beweren dat het geweten naar waarheid en correct kan oordelen dat seksuele handelingen tussen personen die een burgerlijk huwelijk zijn aangegaan, soms moreel correct kunnen zijn, of door God vereist of zelfs bevolen kunnen worden, hoewel één of beide personen in een sacramenteel huwelijk verbonden is met een andere persoon. Vgl. 1 Kor. 7, 11 Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de taken van het christelijk gezin in de wereld van deze tijd, Familiaris Consortio (22 nov 1981), 84

Volgens de natuurlijke en goddelijke wet is "elke handeling die zich, hetzij voorafgaande aan de huwelijksgemeenschap, hetzij tijdens de voltrekking ervan, hetzij bij het verloop van haar natuurlijke gevolgen, het verhinderen van de voortplanting ten doel zou stellen of als middel zou aanwenden." H. Paus Paulus VI, Encycliek, Het menselijk leven en geboorteregelingen, Humanae Vitae (25 juli 1968), 14

Een man of vrouw die een burgerlijke scheiding verkrijgt van zijn of haar echtgenoot met wie hij of zij geldig gehuwd is en die een burgerlijk huwelijk met een andere persoon is aangegaan terwijl zijn of haar echtgenoot nog in leven is, en die met zijn of haar burgerlijke partner in het huwelijk treedt, en die besluit om in die staat te zijn met volledige kennis van de aard van de daad en met volledige instemming van zijn of haar wil, bevindt zich in de staat van de doodzonde en kan daarom niet de heiligmakende genade ontvangen en niet in liefde groeien. Als deze Christenen niet als "broeders en zusters" leven, kunnen zij dus niet het Heilig Communie ontvangen.  Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de taken van het christelijk gezin in de wereld van deze tijd, Familiaris Consortio (22 nov 1981), 84

Twee personen van hetzelfde geslacht begaan zware zonde als zij seksueel genot bij elkaar zoeken. Vgl. Lev. 18, 22 Vgl. Lev. 20, 13 Vgl. Rom. 1, 24-28 Vgl. 1 Kor. 6, 9-10 Vgl. 1 Tim. 1, 10 Vgl. Jud. 7 Homoseksuele daden “kunnen onder geen enkele omstandigheid worden goedgekeurd”. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 2357 Daarom gaat de mening in tegen de natuurwet en de goddelijke openbaring, die beweert dat God de Schepper, zoals Hij aan sommige mensen een natuurlijke aanleg heeft gegeven seksueel verlangen te ervaren naar personen van de andere sekse, Hij zo aan anderen de natuurlijke aanleg gegeven heeft seksueel verlangen te ervaren naar personen van dezelfde sekse; en dat God wil dat deze laatste aanleg in bepaalde omstandigheden actief wordt beoefend.

Geen menselijke wet of geen enkele menselijk macht kan twee personen van hetzelfde geslacht het recht geven om met elkaar te huwen of te verklarend dat zulke personen gehuwd zijn, aangezien dit ingaat tegen de natuurwet en de goddelijke wet. “In het plan van de Schepper horen de seksuele complementariteit en vruchtbaarheid tot het wezen van het huwelijk zelf”. Congregatie voor de Geloofsleer, Overwegingen over voorstellen om wettelijke erkenning te geven aan verbintenissen tussen homoseksuele personen (3 juni 2003), 3

Verbintenissen die de naam huwelijk dragen zonder dat werkelijk te zijn, en dus ingaan tegen de natuurwet en de goddelijke wet, kunnen geen zegen van de Kerk ontvangen.

De burgerlijke macht mag geen wettelijke of burgerlijke verbintenissen instellen tussen twee personen van hetzelfde geslacht, die overduidelijk het huwelijksverbond na-apen, zelfs als dergelijke verbintenissen niet de naam huwelijk dragen, aangezien dergelijke verbintenissen ernstige zonde aanmoedigen bij personen die dergelijke verbintenissen zijn aangegaan en een oorzaak zijn van grote ergernis voor anderen. Vgl. Congregatie voor de Geloofsleer, Overwegingen over voorstellen om wettelijke erkenning te geven aan verbintenissen tussen homoseksuele personen (3 juni 2003), 11

Het mannelijk en het vrouwelijk geslacht, man en vrouw, zijn biologische werkelijkheden, geschapen door de wijze wil van God. Vgl. Gen. 1, 27 Vgl. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 369 Het is daarop een opstand tegen de natuurwet en de goddelijke wet en een zware zonde als een man probeert een vrouw te worden door zichzelf te verminken, of zelfs door simpelweg te verklaren dat hij een vrouw is, of dat een vrouw op eenzelfde manier probeert een man te worden of te menen dat het burgerlijk gezag de plicht of het recht heeft te handelen alsof dit alles mogelijk en wettig is of zou kunnen zijn. Vgl. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 2297

In overeenstemming met de Heilige Schrift en de constante traditie van het gewone en universele leergezag dwaalde de Kerk niet als ze leerde dat het burgerlijk gezag wettig de doodstraf mag uitvoeren bij misdadigers als dat echt noodzakelijk is om het bestaan of de rechtvaardige orde van samenlevingen in stand te houden. Vgl. Gen. 9, 6 Vgl. Joh. 19, 11 Vgl. Rom. 13, 1-7 Vgl. Paus Innocentius III, De negotio Durandi de Osca et sociorum ejus - Professio fidei Waldensibus (15 jan 1208) Vgl. Catechismus-Compendium, Catechismus van het Concilie van Trente, Catechismus Romanus Concilii Tridentini. p. III, 5, n. 4 Vgl. Paus Pius XII, Toespraak, Tot de deelnemers aan de VI Nationale Studiebijeenkomst van Italiaanse Katholieke juristen, Accogliete, illustri Signori (5 dec 1954)

Alle gezag op aarde en in de hemel behoort aan Jezus Christus; daarom zijn burgerlijke samenlevingen en alle andere verenigingen van mensen aan zijn koningschap onderworpen zodat “de plicht om God waarachtige eredienst te brengen de mens zowel individueel als sociaal betreft”. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 2105 Vgl. Paus Pius XI, Encycliek, Over het feest van Christus Koning, Quas Primas (11 dec 1925), 18-19.32

Document

Naam: "DE KERK VAN DE LEVENDE GOD - PIJLER EN GRONDSLAG VAN DE WAARHEID" (1 TIM. 3, 15)
Verklaring van de waarheden met betrekking tot enkele van de meest voorkomende fouten in het leven van de Kerk van onze tijd
Soort: Raymond Leo Kard. Burke
Auteur: Kard. Burke, Kard. Pujats, mgr. Peta, mgr. Lenga, mgr. Schneider
Datum: 31 mei 2019
Copyrights: © 2019, National Catholic Register
Werkvert.: redactie
Bewerkt: 15 juni 2019

Referenties naar dit document

 
Geen dossiers gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam