• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
De geleerde voelt als het ware de harteklop van deze eeuwige wijsheid, wanneer zijn onderzoekingen hem openbaren, dat het heelal als uit één gietsel is gevormd in de onmetelijke smidse van tijd en ruimte. De stralende sterrenhemelen zijn niet alleen uit dezelfde elementen samengesteld, maar zij gehoorzamen in hun innerlijke werkzaamheid en in hun activiteit naar buiten aan dezelfde grote, fundamentele kosmische wetten, altijd en overal waar zij verschijnen. De ijzeratomen, door de boog of de elektrische vonk in beweging gebracht, zenden duizenden duidelijk bepaalde lijnen uit; zij zijn identiek met de lijnen, die de astrofysicus in het zogenaamde „flashspectrum" waarneemt enkele ogenblikken vóór de totale zonsverduistering. Dezelfde wetten van zwaartekracht en stralingsdruk bepalen de hoeveelheid van de massa voor de vorming van de zonnelichamen in de onmetelijkheid van het heelal tot aan de verst verwijderde nevelspiralen; dezelfde mysterieuze wetten van de atoomkern regelen door atoomcompositie en atoomsplitsing de economie van de energie van alle vaste sterren.
Eenzelfde absolute eenheid van plan en leiding als zich in de anorganische wereld openbaart, ziet gij ook in niet minder grootse vorm in de levende organismen. Beperkt uw beschouwingen slechts tot de causaliteit en ziet bewust af van de eigenlijke finaliteit, die gij bij iedere schrede in de ontwikkeling van het leven tegenkomt. Wat toch leert u een eenvoudige blik op de algemene, aan allen gemeenschappelijke samenstelling van de organismen en op de jongste ontdekkingen en conclusies van de anatomie en de vergelijkende fysiologie? Beschouwt slechts de bouw van het skelet van de hogere levende wezens met hun overeenstemmende organen en heel bijzonder de inrichting en werkwijze van de sensitieve organen, bijv. van het oog, van zijn eenvoudigste vormen tot het meest volmaakte gezichtsorgaan van de mens; beschouwt in heel de wereld van de levende wezens de fundamentele wetten van assimilatie, stofwisseling en voortplanting. Is dat alles niet een openbaring van een algemeen geldend en prachtig eenheidsbegrip, dat in onderscheiden vormen en op de meest verschillende manieren wordt verwezenlijkt en naar buiten straalt? Is dat niet de gesloten en volstrekt onveranderlijke eenheid van de natuurwetten?

Ja, het is een eenheid, gesloten met de sleutel van die universele orde der dingen, waartegen God zelf niet kan ingaan, in zover zij afhangt van Hem, de Schepper, als eerste oorzaak; want deed Hij dit, dan zou Hij handelen tegen Zijn voorkennis of wil of goedheid; welnu, in Hem „bestaat geen verandering of schaduw van wisselvalligheid" (Jak. 1, 17) Beschouwt men deze orde echter in zover zij afhangt van de tweede oorzaken, dan bezit God de sleutel ervan en kan Hij ze gesloten laten of openen en buiten haar om handelen. Of heeft God bij de schepping van het heelal Zich onderworpen aan de lagere tweede oorzaken?

Of is deze orde niet onderworpen aan Hem, daar zij van Hem voortkomt niet door natuurnoodzakelijkheid, maar door vrije keuze van Zijn wil? Daarom kan Hij handelen buiten de door Hem vastgestelde orde om, als Hij dat wil, bijv. door effecten van de tweede oorzaken zonder haar tot stand te brengen of door andere effecten voort te brengen, die boven haar bereik liggen. Vgl. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae. I, q. 105, a. 6 Daarom schreef reeds de grote leraar St. Augustinus: „Het is niet onjuist te zeggen, dat God iets doet tegen de natuur, door iets te doen tegen datgene, wat wij in de natuur zien.. Maar tegen die hoogste wet van de natuur... handelt God evenmin als tegen Zichzelf." Vgl. H. Augustinus, In discussie met de manicheeër Faustus, Contra Faustum Manichaeum (1 jan 397). 1, 26, c. 3 (P.L. 42,481) Welke zijn die werken? Het zijn de werken, waarvan God alleen de sleutel heeft in Zijn binnenste en die Hij in de tijd te midden van de particuliere orde der lagere oorzaken Zich heeft voorbehouden; werken gelijk de goddelijke Dichter zong, „waartoe de natuur nooit 't ijzer kon gloeien of 't aambeeld kon slaan" Dante Alighieri, De Goddelijke Komedie, Divina Commedia (1 jan 1321). Paradiso, canto 24, v. 101 (vert. A. H. J. van Delft, Bussum 1921, 99) Over deze werken, die ongewoon zijn of door het gebeuren zelf of door het subject, waarin zij gebeuren, of door de wijze en de orde, waarin zij voltrokken worden Vgl. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae. I, q. 105, a. 8, staan het volk en de geleerde verstomd, want verwondering ontstaat, wanneer de uitwerkingen duidelijk zijn en de oorzaak verborgen. Maar het niet kennen van de verborgen oorzaak, wat de ongelovige met verbazing slaat, scherpt het oog van de gelovige en van de wijze, die binnen zekere grenzen weet en meet, tot hoever het werk van de natuur met haar wetten en krachten reikt, en boven die grenzen een hogere, verborgen en almachtige hand bespeurt, een hand, die de universele orde van de dingen schiep en in het verloop van de .particuliere ordeningen van oorzaak en gevolgt het ogenblik en de omstandigheden van Zijn wonderbaar ingrijpen vastlegde. Vgl. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae. I, q. 105, a. 7

Document

Naam: NEL RITROVARCI
Over de natuurwet - Tot de Pauselijke Academie van Wetenschappen
Soort: Paus Pius XII - Toespraak
Auteur: Paus Pius XII
Datum: 8 februari 1948
Copyrights: © 1957, Ecclesia Docens 0771, Uitg. Gooi & Sticht, Hilversum, pag. 12-27
Vert.: Dr. M.H. Mulders C.ss.R., Dr. J. Kahmann C.s.R.
Bewerkt: 7 november 2019

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2022, Stg. InterKerk, Schiedam