• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
UT UNUM SINT
Over de inzet voor de oecumene
HOOFDSTUK 2  -  De vruchten van de dialoog
ARTIKEL 11  -  De dialoog met de andere Kerken en kerkelijke Gemeenschappen in het Westen

ARTIKEL 11 - De dialoog met de andere Kerken en kerkelijke Gemeenschappen in het Westen

In zijn grote plan voor het herstel van de eenheid onder alle christenen spreekt het 2e Vaticaans Concilie - Decreet
Unitatis Redintegratio
Over de oecumene
(21 november 1964)
ook over de betrekkingen met de Kerken en kerkelijke Gemeenschappen van het Westen. Het Concilie wenst een klimaat van christelijke broederschap en dialoog te scheppen en plaatst zijn richtlijnen in de context van twee algemene overwegingen: een van historische en psychologische aard, en de andere theologisch en leerstellig. Aan de ene kant bekrachtigt dit Concilie: "De Kerken en kerkelijke Gemeenschappen die óf in de uiterst kritieke periode van de geschiedenis, welke in het Westen reeds op het einde van de Middeleeuwen begon, óf in latere tijden van de Apostolische Stoel van Rome zijn afgescheiden, hebben met de katholieke Kerk banden van bijzondere verwantschap en betrekkingen wegens de lange tijd waarin het christenvolk in de voorafgaande eeuwen in kerkelijke gemeenschap heeft geleefd". 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de oecumene, Unitatis Redintegratio (21 nov 1964), 19 Anderzijds stelt het document met een gelijk realisme vast: "Toch moeten wij erkennen, dat tussen deze Kerken en gemeenschappen en de katholieke Kerk belangrijke verschillen bestaan, niet alleen van historische, sociologische, psychologische en culturele aard, maar vooral in de uitleg van de geopenbaarde waarheid 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de oecumene, Unitatis Redintegratio (21 nov 1964), 19.
Gemeenschappelijke wortels en gelijksoortige, ofschoon onderscheiden, overwegingen hebben de ontwikkeling in het Westen geleid, van de katholieke Kerk en van de Kerken en Gemeenschappen die hun oorsprong vinden in de Hervorming. Zij delen dan ook het feit dat ze 'westers' van karakter zijn. Hun bovengenoemde "verschillen", ook al zijn ze van belang, sluiten dus wederzijdse entingen en aanvullingen niet uit.

De oecumenische beweging heeft juist binnen de Kerken en kerkelijke Gemeenschappen van de Hervorming een aanvang genomen. Omstreeks dezelfde tijd, in januari 1920, sprak het Oecumenisch Patriarchaat de hoop uit dat men een vorm van samenwerking tussen de christelijke Gemeenschappen zou kunnen organiseren. Dit feit toont aan dat het gewicht van de culturele achtergrond niet doorslaggevend is. Wezenlijk is de kwestie van het geloof. Het gebed van Christus, onze ene Heer, Verlosser en Meester, spreekt tot iedereen op dezelfde wijze, zowel in het Oosten als in het Westen. Dat gebed wordt tot een gebod om onze verdeeldheid achter ons te laten om de eenheid te zoeken en te herstellen, ook als een resultaat van de bittere ervaringen van de verdeeldheid zelf.

Het Tweede Vaticaans Concilie heeft niet getracht om een "beschrijving" te geven van het christendom van "na de Hervorming" aangezien "deze Kerken en kerkelijke Gemeenschappen verschillen door hun ongelijkheid in oorsprong, leer en geestelijk leven niet alleen van ons maar ook onderling in niet geringe mate". 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de oecumene, Unitatis Redintegratio (21 nov 1964), 19 Bovendien merkt het Decreet op dat de oecumenische beweging en het verlangen naar vrede met de katholieke Kerk nog niet overal wortel hebben geschoten Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de oecumene, Unitatis Redintegratio (21 nov 1964), 19 Niettegenstaande deze omstandigheden roept het Concilie op tot dialoog.

Het Concilie-decreet wil dan "enige punten naar voren brengen die de grondslag en de drijfveer voor deze dialoog kunnen en moeten vormen". 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de oecumene, Unitatis Redintegratio (21 nov 1964), 19 "Onze aandacht richt zich (...) op de christenen die tot eer van de ene God, Vader, Zoon en heilige Geest, Jezus Christus openlijk belijden als hun God en Heer en de enige Middelaar tussen God en mens". 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de oecumene, Unitatis Redintegratio (21 nov 1964), 20

Deze broeders koesteren liefde en eerbied voor de Heilige Schrift: "Onder aanroeping van de heilige Geest zoeken zij in de Heilige Schrift naar God, die als het ware tot hen spreekt in Christus, aangekondigd door de profeten en Woord van God, voor ons mens geworden. Daarin overwegen zij het leven van Christus en hetgeen onze goddelijke Leraar voor de redding van de mensen heeft geleerd en gedaan, in het bijzonder de geheimen van zijn dood en verrijzenis (...) Zij aanvaarden het goddelijk gezag van de heilige boeken". 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de oecumene, Unitatis Redintegratio (21 nov 1964), 21 Tegelijkertijd echter "denken zij anders dan wij (...) over de verhouding tussen Schrift en Kerk, waarin volgens het katholiek geloof het authentieke leergezag een bijzondere plaats inneemt bij het verklaren en verkondigen van het geschreven woord van God". 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de oecumene, Unitatis Redintegratio (21 nov 1964), 21 "Toch is de Heilige Schrift juist bij de [oecumenische] dialoog een uitstekend hulpmiddel in Gods machtige hand voor het verkrijgen van die eenheid die onze Verlosser alle mensen aanbiedt". 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de oecumene, Unitatis Redintegratio (21 nov 1964), 21

Bovendien biedt het Sacrament van het Doopsel, dat we allemaal gemeenschappelijk hebben, "een sacramentele band van eenheid (...) tussen allen die erdoor zijn wedergeboren". 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de oecumene, Unitatis Redintegratio (21 nov 1964), 22 De theologische, pastorale en oecumenische vervlechtingen van ons gemeenschappelijk doopsel zijn talrijk en belangrijk. Ofschoon dit Sacrament op zich "niet meer dan een eerste begin" is, is het "gericht op de volledige belijdenis van het geloof, op de volledige inlijving in het heilsinstituut zoals Christus zelf het gewild heeft, kortom op de volledige opneming in de eucharistische gemeenschap". 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de oecumene, Unitatis Redintegratio (21 nov 1964), 22

Leerstellige en historische meningsverschillen kwamen ten tijde van de Hervorming op met betrekking tot de Kerk, de sacramenten en het gewijde priesterschap. Daarom verlangt het Concilie dat "de leer over het avondmaal van de Heer, de overige Sacramenten, de eredienst en de kerkelijke ambten onderwerp vormen van de dialoog". 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de oecumene, Unitatis Redintegratio (21 nov 1964), 22 Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de oecumene, Unitatis Redintegratio (21 nov 1964), 20

Terwijl het Decreet 2e Vaticaans Concilie - Decreet
Unitatis Redintegratio
Over de oecumene
(21 november 1964)
erop wijst dat de Gemeenschappen van na de Hervorming die "volle eenheid met ons die het gevolg is van het doopsel" missen, stelt het vast, dat "zij vooral door het ontbreken van het wijdingssacrament, niet de authentieke en ongeschonden werkelijkheid van het eucharistisch mysterie bewaard hebben", hoewel zij "wanneer zij bij het heilig Avondmaal de dood en verrijzenis van onze Heer gedenken, belijden (...) dat het leven in de gemeenschap met Christus tot uitdrukking wordt gebracht en verwachten zij zijn glorievolle wederkomst". 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de oecumene, Unitatis Redintegratio (21 nov 1964), 22

Het Decreet gaat niet voorbij aan het geestelijk leven en zijn morele consequenties: "De christelijke leefwijze van deze broeders wordt gevoed door hun geloof in Christus en gesterkt door de genade van hun doopsel en het aanhoren van het woord van God. Zij openbaart zich in persoonlijk gebed en overweging van de Bijbel, in het christelijk gezinsleven en in de eredienst van de gemeente, wanneer zij samenkomt om God te prijzen. Bovendien vertoont hun eredienst soms opvallende elementen van onze oude, gemeenschappelijke liturgie". 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de oecumene, Unitatis Redintegratio (21 nov 1964), 23

Het Conciliedocument beperkt zich evenwel niet tot deze geestelijke, morele en culturele aspecten maar breidt zijn waardering uit tot het sterke rechtvaardigheidsgevoel en tot de oprechte liefde tot de anderen die aanwezig zijn onder deze broeders. Evenmin veronachtzaamt het hun inspanningen om de sociale omstandigheden menselijker te maken en om de vrede te bevorderen. Dit alles is het resultaat van een oprecht verlangen om trouw te zijn aan het Woord van God als de bron van christelijk leven.

Zo roept de tekst een problematiek op, die op het gebied van de ethiek en de moraliteit in onze dagen steeds dringender wordt: "Er zijn veel christenen die het Evangelie niet altijd op dezelfde manier verstaan als de katholieken". 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de oecumene, Unitatis Redintegratio (21 nov 1964), 23 Op dit uitgestrekte terrein is er veel plaats voor een dialoog over de morele beginselen van het evangelie en hun toepassing.

De verwachtingen en de uitnodiging van het Tweede Vaticaans Concilie zijn reeds in daden omgezet en er is meer en meer een tweezijdige dialoog met de verschillende Kerken en christelijke Gemeenschappen in heel de westelijke wereld op gang gekomen.

Bovendien startte met betrekking tot de multilaterale dialoog reeds in 1964 het proces van de opzet van een "Gemengde Werkgroep" met de Wereldraad van Kerken, en sinds 1968 zijn katholieke theologen toegelaten als volle leden van de theologische afdeling van Raad, de commissie "Geloof en Kerkorde".

Deze dialoog was en is nog steeds vruchtbaar en beloftevol. De thema's die het 2e Vaticaans Concilie - Decreet
Unitatis Redintegratio
Over de oecumene
(21 november 1964)
voorstelde zijn reeds besproken of zullen in de nabije toekomst besproken worden. De bezinning van de verschillende tweezijdige dialogen die gevoerd worden met een toewijding, die voor allen die de zaak van de oecumene zijn toegedaan prijzenswaardig zijn, heeft zich geconcentreerd op veelbesproken kwesties zoals de doop, de eucharistie, het gewijde ambt, de sacramentaliteit en het gezag van de Kerk en de apostolische opvolging. Zo zijn er onverwachte mogelijkheden aan het licht gekomen om deze kwesties op te lossen, terwijl men tegelijkertijd is gaan beseffen dat bepaalde kwesties nader bestudeerd moeten worden.

Dit moeilijke en delicate onderzoek dat kwesties van geloof en respect voor het eigen geweten omvat, maar ook voor dat van anderen, werd begeleid en gesteund door het gebed van de katholieke Kerk en dat van de andere Kerken en kerkelijke Gemeenschappen. Het gebed voor de eenheid dat reeds zo hecht geworteld is in en verspreid over het lichaam van de Kerk, laat zien dat christenen inderdaad het belang onderkennen van de oecumene. Juist omdat het zoeken naar volkomen eenheid van gelovigen verlangt dat zij elkaar vragen stellen met betrekking tot hun geloof in de ene Heer, is het gebed de bron van verlichting aangaande de waarheid die in haar volheid aanvaard moet worden.

Bovendien zal het zoeken naar eenheid, verre van beperkt te worden tot een groep specialisten, door het gebed een zaak van alle gedoopten worden. Iedereen, ongeacht zijn rol in de Kerk of opleidingsniveau, kan een waardevolle bijdrage leveren, op een verborgen en diepgaande wijze.

Document

Naam: UT UNUM SINT
Over de inzet voor de oecumene
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Encycliek
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 25 mei 1995
Copyrights: © 1995, Katholiek Nieuwsblad
Bewerkt: 10 juli 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam