• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Ut Unum Sint!

De oproep tot christelijke eenheid die het Tweede Vaticaans Concilie heeft gedaan met zulke hartstochtelijke inzet vindt steeds grotere weerklank in de harten van de gelovigen, vooral nu het Jaar 2000 nadert, een jaar dat de christenen zullen vieren als een heilig Jubileum, de gedachtenis van de Menswording van de Zoon van God, die mens werd om de mensheid te redden.

Het moedige getuigenis van zoveel martelaren van onze eeuw, onder wie leden van Kerken en kerkelijke Gemeenschappen die niet in volle gemeenschap met de katholieke Kerk zijn, geeft nieuwe kracht aan de oproep van het Concilie en herinnert ons aan onze plicht om naar zijn aansporing te luisteren en haar in praktijk te brengen. Deze broeders en zusters van ons, verenigd in het onzelfzuchtige offer van hun leven voor het Koninkrijk van God, vormen het krachtigste bewijs dat ieder element van verdeeldheid overstegen kan worden en overwonnen in de totale zelfgave voor de zaak van het Evangelie.

Christus roept al zijn leerlingen op tot eenheid. Het is mijn diepste wens deze uitnodiging vandaag te hernieuwen, haar weer vastberaden aan te bieden, terwijl ik herhaal wat ik zei bij het Romeinse Colosseum op Goede Vrijdag 1994, aan het einde van de meditatie over de Kruisweg die mijn eerbiedwaardige Broeder Bartholomeüs, de Oecumenische Patriarch van Constantinopel had verzorgd. Daar verklaarde ik dat degenen die in Christus geloven, verenigd als ze zijn in de navolging van de martelaren, niet verdeeld kunnen blijven. Als zij echt en daadwerkelijk de neiging van de wereld om het Geheim van de Verlossing terug te herleiden tot machteloosheid, wensen te weerstaan, moeten zij samen dezelfde waarheid over het Kruis belijden. Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Gebeden en Testament, Overwegingen na de Kruisweg van Goede Vrijdag (1 apr 1994), 3 Het Kruis! Een anti-christelijke stroming stelt zich ten doel het Kruis te minimaliseren, te ontdoen van zijn betekenis, en te ontkennen dat de mens daarin de bron heeft van zijn nieuwe leven heeft. Zij beweert dat het Kruis noch in staat is vooruitzichten, noch hoop te voeden. De mens, zo heet het, is slechts een aards wezen dat moet leven alsof God niet bestond.

Aan niemand ontgaat de uitdaging die dat allemaal aan de gelovigen stelt. Zij moeten deze uitdaging wel aangaan. Zeker, hoe zouden zij kunnen weigeren, al het mogelijke te doen om met Gods hulp de muren van scheiding en wantrouwen af te breken? Om hindernissen en vooroordelen te overwinnen die de verkondiging van het Evangelie van het heil door het Kruis van Jezus, de enige Verlosser van de mens, van iedere individuele mens, verhinderen?

Ik dank de Heer dat Hij ons ertoe gebracht heeft om voort te gaan langs het pad van eenheid en gemeenschap onder de christenen, een pad dat moeilijk is, maar zo rijk aan vreugde. De interconfessionele dialogen op theologisch niveau hebben positieve, tastbare resultaten voortgebracht: dit moedigt ons aan om voort te gaan.

Maar behalve de leerstellige verschillen die opgelost moeten worden, kunnen christenen niet de last van oeroud gebrek aan begrip, geërfd van het verleden, en van wederzijdse misverstanden en vooroordelen onderschatten. Onbeweeglijkheid, onbegrip en onvoldoende kennis van elkaar maken deze situatie vaak erger. Daarom moet de inzet voor de oecumene gegrondvest zijn op de bekering van de harten en op het gebed, die ook zullen leiden tot de noodzakelijke zuivering van de historische herinnering. Door de genade van de heilige Geest worden de leerlingen van de Heer, geïnspireerd door liefde, door de macht van de waarheid en door een oprechte wens tot wederzijdse vergeving en verzoening, ertoe geroepen om samen hun pijnlijke verleden opnieuw te onderzoeken en de pijn die dat verleden helaas zelfs vandaag nog blijft oproepen. Allen worden zij uitgenodigd door de steeds nieuwe kracht van het Evangelie om met oprechte en volledige objectiviteit de fouten die gemaakt zijn, alsook de begeleidende verschijnselen te erkennen die aan de oorsprong liggen van hun betreurenswaardige verdelingen. Nodig is een rustige, heldere en waarheidsgetrouwe kijk op de dingen, een kijk die verlevendigd wordt door goddelijke genade en die in staat is om de geesten van de mensen te bevrijden en om in iedereen een hernieuwde bereidheid te wekken juist met het oog op de verkondiging van het Evangelie aan de mensen van ieder volk en iedere natie.

Op het Tweede Vaticaans Concilie heeft de katholieke Kerk zich onherroepelijk verplicht om de weg van het zoeken naar oecumene in te slaan. Aldus gehoor gevend aan de Geest van de Heer, die de mensen leert om de "tekenen des tijds" zorgvuldig te verstaan. De ervaringen van deze jaren hebben de Kerk zelfs nog dieper bewust gemaakt van haar identiteit en van haar zending in de geschiedenis. De katholieke Kerk erkent en belijdt de zwakheden van haar leden, zich ervan bewust dat hun zonden evenzovele blijken van ontrouw zijn en hindernissen voor de verwerkelijking van het plan van de Verlosser. Omdat zij zich voortdurend opgeroepen voelt tot vernieuwing overeenkomstig het Evangelie, houdt zij niet op om boete te doen. Tegelijkertijd erkent en prijst zij echter nog meer de macht van de Heer die haar vervult met het geschenk van de heiligheid, haar voorwaarts leidt en haar doet lijken op zijn lijden en verrijzenis.

In het besef van de veelvoudige wederwaardigheden van haar geschiedenis zet de Kerk zich ervoor in, zichzelf te bevrijden van iedere puur menselijke steun om de wet van de zaligsprekingen uit het Evangelie in haar volle diepte te beleven. Omdat zij zich ervan bewust is dat de waarheid zichzelf niet oplegt, tenzij "door de kracht van de waarheid zelf, die zacht en sterk tegelijk de geest binnendringt" 2e Vaticaans Concilie, Verklaring, Over de godsdienstvrijheid - Het recht van de persoon en van de gemeenschappen op sociale en burgerlijke vrijheid in godsdienstige aangelegenheden, Dignitatis Humanae (7 dec 1965), 1, zoekt zij niets anders voor zichzelf dan de vrijheid om het Evangelie te verkondigen. Zij oefent haar gezag inderdaad uit in de dienst van waarheid en liefde. Ikzelf wil ieder geschikt initiatief bevorderen opdat het getuigenis van de gezamenlijke katholieke gemeenschap in zijn volle helderheid en consequentie kan worden begrepen, vooral met het oog op het uur dat de Kerk op de drempel van het nieuwe millennium te wachten staat, een buitengewoon ogenblik in het zicht waarvan zij de Heer Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Apostolische Brief, Nu het derde millennium van de nieuwe tijd nadert, Tertio millennio adveniente (10 nov 1994), 16. Dit edele doel heeft ook de thans voorliggende encycliek voor ogen, die in haar vooral pastorale karakter ertoe wil bijdragen, de inspanning van allen te steunen die werken voor de zaak van de eenheid.

Dit is een specifieke zorg van de bisschop van Rome als opvolger van de apostel Petrus. Ik vervul die met de diepe overtuiging dat ik de Heer gehoorzaam en in het volle besef van mijn menselijke zwakheid. Want ook wanneer Christus aan Petrus deze bijzondere zending in de Kerk toevertrouwt en hem heeft opgedragen om de broeders te versterken, dan heeft Hij hem tegelijkertijd zijn menselijke zwakheid doen erkennen en de bijzondere noodzaak van zijn bekering: "En wanneer gij op uw beurt u bekeerd hebt, versterk dan uw broeders" (Lc. 22, 32). Juist in de menselijke zwakheid van Petrus wordt volledig openbaar dat de paus helemaal van de genade en van het gebed van de Heer afhangt om deze speciale dienst in de Kerk te kunnen vervullen: "Ik heb voor u gebeden dat uw geloof niet bezwijkt" (Lc. 22, 32). De bekering van Petrus en van zijn opvolgers steunt op het gebed van de Verlosser zelf en de Kerk neemt voortdurend deel aan dit smeekgebed. In onze oecumenische tijd, gemarkeerd door het Tweede Vaticaans Concilie, is de zending van de bisschop van Rome er op bijzonder wijze op gericht, te herinneren aan de noodzaak van de volle gemeenschap van Christus' leerlingen.

De bisschop van Rome moet zichzelf met vurigheid het gebed van Christus eigen maken om de bekering, die "Petrus" nodig heeft om zijn broeders te kunnen dienen. Ik nodig de gelovigen van de katholieke Kerk en alle christenen uit om mee te doen in dit gebed. Mogen u allen met mij bidden voor deze bekering!

We weten dat de Kerk tijdens haar aardse pelgrimage geleden heeft en zal blijven lijden onder verdrukking en vervolging. Maar de hoop die haar schraagt is onwankelbaar, net zoals de vreugde die voortvloeit uit deze hoop onvernietigbaar is. Want de sterke en eeuwige rots waarop zij gevestigd is, is Jezus Christus, de Heer.

Document

Naam: UT UNUM SINT
Over de inzet voor de oecumene
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Encycliek
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 25 mei 1995
Copyrights: © 1995, Katholiek Nieuwsblad
Bewerkt: 15 februari 2018

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2018, Stg. InterKerk, Schiedam