• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Vanaf de beginselen, vanaf de verplichtingen van het christelijk geweten tot aan de verwerkelijking van de oecumenische weg naar eenheid, benadrukt het Tweede Vaticaans Concilie vooral de noodzakelijkheid van de innerlijke bekering. De messiaanse aankondiging dat "de tijd vervuld is en het Koninkrijk van God nabij" en de daaropvolgende oproep om "boete te doen en te geloven in het Evangelie" (Mc. 1, 15) waarmee Jezus zijn zending begint, geven het wezenlijke element van ieder nieuw begin aan: de fundamentele noodzaak van evangelisatie op iedere etappe van de heilsweg van de Kerk. Dit betreft bijzonder het proces dat begonnen is met het Tweede Vaticaans Concilie, toen het de oecumenische taak van het verenigen van gescheiden christenen aangaf als een dimensie van vernieuwing. "Een ware oecumenische beweging zonder innerlijke omkeer is niet mogelijk". 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de oecumene, Unitatis Redintegratio (21 nov 1964), 7

Het Concilie roept op tot persoonlijke bekering alsook tot gemeenschappelijke bekering. Het verlangen van iedere christelijke gemeenschap naar eenheid gaat hand in hand met haar trouw aan het Evangelie. In het geval van afzonderlijke personen die hun christelijke roeping beleven, spreekt het Concilie van innerlijke bekering, van een bekering van de geest Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de oecumene, Unitatis Redintegratio (21 nov 1964), 7.

Daarom zou iedereen zich radicaler moeten bekeren tot het Evangelie en, zonder ooit het zicht te verliezen op Gods plan, zijn of haar manier van het kijken naar de dingen moeten veranderen. Dankzij de oecumene is onze beschouwing van "de machtige werken van God" (Mirabilia Dei) verrijkt door nieuwe horizonten. De Drieëne God roept ons op daarvoor dank te brengen: de wetenschap dat de Geest werkt in andere christelijke Gemeenschappen, de ontdekking van voorbeelden van heiligheid, de ervaring van de onmetelijke rijkdom die in de gemeenschap van de heiligen aanwezig is en het contact met onverwachte dimensies van christelijke betrokkenheid. Op overeenkomstige wijze is er een toenemend besef van de noodzaak van boetedoening, een zich bewust zijn van bepaalde uitsluitingen die de broederlijke liefde ernstig schaden, van bepaalde weigeringen om te vergeven, van een bepaalde trots, van een onevangelisch blijven aandringen op een veroordeling van de "andere kant", van een arrogantie die voortkomt uit een ongezonde verwaandheid. Zo wordt het hele leven van de christenen gekenmerkt door zorg voor de oecumene; en zij worden ertoe opgeroepen om zichzelf als het ware te laten vormen door die zorg.

"Deze innerlijke omkeer en heiligheid van leven, mits gepaard met persoonlijke en openbare smeekbeden voor de eenheid van de christenen, moet men beschouwen als de ziel van de gehele oecumenische beweging. Men kan dit terecht een geestelijke oecumene noemen". 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de oecumene, Unitatis Redintegratio (21 nov 1964), 8 Men gaat voort op de weg die tot de bekering van de harten voert, geleid door de liefde die gericht is op God en tegelijkertijd op alle broeders met inbegrip van hen, die niet in volle gemeenschap met ons zijn. Uit de liefde ontstaat het verlangen naar de eenheid, ook bij hen die de eis van de eenheid steeds hebben veronachtzaamd. De liefde is de bouwmeesteres van de gemeenschap onder de mensen en onder de gemeenschappen. Als wij van elkaar houden, streven wij ernaar onze gemeenschap te versterken en haar volmaakt te maken. De liefde richt zich tot God als de volmaakte bron van gemeenschap - de eenheid van Vader, Zoon en heilige Geest - opdat we uit die bron de kracht mogen putten om gemeenschap op te bouwen tussen enkelingen en gemeenschappen of om haar te herstellen tussen christenen die nog verdeeld zijn. Liefde is de grote onderstroom die leven geeft en kracht verleent aan de beweging naar de eenheid.

Deze liefde vindt haar meest volkomen uitdrukking in het gezamenlijk gebed. Als broeders die niet in volledige gemeenschap met elkaar zijn, samenkomen om te bidden, omschrijft het Tweede Vaticaans Concilie hun gebed als de ziel van de hele oecumenische beweging. Dit gebed is "een zeer effectief middel om de genade van de eenheid te vragen", "een echte uitdrukking van de banden waardoor zelfs nu nog de katholieken gebonden zijn aan hun gescheiden broeders". 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de oecumene, Unitatis Redintegratio (21 nov 1964), 8 Zelfs wanneer het gebed niet speciaal wordt opgedragen voor de christelijke eenheid, maar voor andere intenties, zoals de vrede, wordt het gebed op zich een uitdrukking en bevestiging van de eenheid. Het gemeenschappelijk gebed van de christenen is een uitnodiging aan Christus zelf om de gemeenschap te bezoeken van hen, die Hem aanroepen: "Waar twee of drie verzameld zijn in mijn naam, daar ben Ik in hun midden" (Mt. 18, 20).

Document

Naam: UT UNUM SINT
Over de inzet voor de oecumene
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Encycliek
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 25 mei 1995
Copyrights: © 1995, Katholiek Nieuwsblad
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam