• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

MANIFEST VAN HET GELOOF

“Laat uw hart niet verontrust worden” (Joh. 14, 1)

Met het oog op de groeiende verwarring over de geloofsleer hebben veel bisschoppen, priesters, religieuzen en leken van de Katholieke Kerk mij gevraagd een publiek getuigenis te geven omtrent de waarheid van de openbaring. Het is de eigen taak van de herders hen die aan hun zorgen zijn toevertrouwd te leiden op de weg van het heil. Dit kan alleen maar slagen als zij deze weg kennen en hem zelf volgen. Hier zijn de woorden van de Apostel van toepassing: “In de eerste plaats dan heb ik u overgeleverd wat ik ook zelf als overlevering heb ontvangen” (1 Kor. 15, 3). In onze tijd zijn veel Christenen niet langer op de hoogte van de grondbeginselen van het geloof, zodat er een toenemend gevaar is dat men de weg van het heil misloopt. Het blijft echter het echte doel van de Kerk de mensheid naar Jezus Christus te leiden, het licht van de volkeren. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964) In deze situatie doet zich de vraag naar oriëntatie voor. Volgens Johannes Paulus II is de [Catechismus-Compendium
Catechismus van de Katholieke Kerk
(15 augustus 1997)
“een betrouwbare leidraad” voor de geloofsleer. H. Paus Johannes Paulus II, Apostolische Constitutie, Publicatie Katechismus van de Katholieke Kerk, Fidei Depositum (11 okt 1992), 4 Hij is geschreven om het geloof van de broeders en zusters te versterken wier geloof massief ter discussie was gesteld door de “dictatuur van het relativisme”.

De ene en Drie-ene God, geopenbaard in Jezus Christus

De kwintessens van het geloof van alle christenen vinden we in de belijdenis van de Allerheiligste Drie-eenheid. Wij zijn leerlingen geworden van de Jezus, kinderen en vrienden van God door het doopsel in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Het onderscheid tussen de drie personen in de goddelijke eenheid Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 254 geeft een fundamenteel verschil aan in het geloof in God en het mensbeeld dat onderscheiden is van andere godsdiensten. Godsdiensten zijn het met ons oneens juist wat betreft dit geloof in Jezus de Christus. Hij is werkelijk God en werkelijk mens door de Heilige Geest verwekt en geboren uit de Maagd Maria. Het vleesgeworden Woord, de Zoon van God, is de enige verlosser van de wereld Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 679, en de enige Middelaar tussen God en mensen. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 846 Daarom noemt de eerste brief van Johannes iemand die zijn godheid ontkent een Antichrist (1 Joh. 2, 22)omdat Jezus Christus, de Zoon van God, van eeuwigheid één in wezen met de Vader is. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 663 Wij dienen ons vastbesloten en helder te verzetten tegen een terugval in oude ketterijen, die in Christus slechts een goed mens, broeder en vriend, profeet en moraalprediker zagen. Hij is eerst en vooral het Woord dat bij God was en God is, de Zoon van de Vader, die onze menselijke natuur heeft aangenomen om ons te verlossen en die zal komen om te oordelen de levenden en de doden. Hem alleen aanbidden wij in eenheid met de Vader en de Heilige Geest als de enige en ware God Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 691

De Kerk

Jezus Christus heeft de Kerk gesticht als een levend teken en instrument van de verlossing en die Kerk is verwerkelijkt in de Katholieke Kerk. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 816 Hij gaf zijn Kerk die is voortgekomen uit de zijde van Christus “toen Christus ingeslapen was op het kruis.” Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 766, een sacramentele grondstructuur die zal blijven bestaan tot het Koninkrijk is verwezenlijkt. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 765 Christus, het Hoofd, en de gelovigen als ledematen van het lichaam, zijn een mystieke persoon. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 795 Daarom is de Kerk heilig, want de ene Middelaar heeft haar zichtbare structuur ontworpen en houdt die voortdurend in stand. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 771

Door haar komt het verlossingswerk van Christus in tijd en ruimte tegenwoordig via de viering van de heilige sacramenten, met name in het eucharistisch Offer, de Heilige Mis . Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 1330 De Kerk geeft met het gezag van Christus de goddelijk openbaring door. En dat geldt voor alle elementen van de leer “met inbegrip van de moraal zonder welke de heilswaarheden van het geloof niet bewaard, verkondigd of toegepast kunnen worden." Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 2035

De sacramentele orde

De Kerk is het universele sacrament van het heil in Jezus Christus. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 776 Zij reflecteert niet zichzelf maar het licht van Christus dat op haar gelaat schijnt. Maar dat gebeurt alleen als de waarheid, die in Christus geopenbaard is, het referentiepunt wordt, en niet de meningen van een meerderheid of van de tijdgeest; want Christus zelf heeft de volheid van genade en waarheid toevertrouwd aan de Katholieke Kerk Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 819, en Hij is zelf aanwezig in de Sacramenten van de Kerk.

De Kerk is geen door mensen gemaakte vereniging waarvan de structuur naar het believen van de leden wordt gekozen. Zij is van goddelijke oorsprong. “Christus zelf is de bron van het ambt in de Kerk. Hij heeft het ingesteld, en er gezag, een zending, een oriëntatie en een bestemming aan gegeven”. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 874 De waarschuwing van de Apostel geldt ook nog vandaag: dat iedereen vervloekt is die een andere evangelie verkondigt, “al zouden wijzelf of een engel uit de hemel [het] verkondigen” (Gal. 1, 8). De bemiddeling van het geloof is onlosmakelijk verbonden met de menselijke geloofwaardigheid van zijn boodschappers. Deze hebben in sommige gevallen de mensen die aan hun zorgen zijn toevertrouwd, in de steek gelaten, hen in de war gebracht en hun geloof ernstig beschadigd. Hier treft het woord van de Schrift hen die niet naar de waarheid luisteren en hun eigen verlangens volgen, die hun oren strelen omdat zij de gezonde leer niet verdragen. Vgl. 2 Tim. 4, 3-4

De taak van het leergezag van de Kerk is “Gods volk te beschermen tegen afwijkingen en tekortkomingen” “om de garantie te bieden dat de gelovigen de objectieve mogelijkheid hebben zonder dwaling het authentieke geloof te belijden”. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 890 Dit is vooral zo met betrekking tot de zeven sacramenten. De heilige Eucharistie is “bron en hoogtepunt van het christelijk leven”. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 1324 Het eucharistisch Offer, waarin Christus ons opneemt in zijn kruisoffer, is gericht op de meest innige vereniging met Christus. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 1382 Daarom vermaant de Heilige Schrift met betrekking tot het ontvangen van de Heilige Communie: “Al wie onwaardig eet van dit brood en onwaardig drinkt uit de beker des Heren, bezondigt zich aan het lichaam en bloed van de Heer” (1 Kor. 11, 27). “Iedereen die zich van zware zonde bewust is moet het Sacrament van Verzoening ontvangen alvorens hij te Communie gaat”. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 1385 Vanuit de interne logica van het Sacrament is het te begrijpen dat gescheiden burgerlijk hertrouwde personen, wier Sacrament voor God bestaat, maar ook die Christenen die niet in volledige gemeenschap zijn met het katholieke geloof en de Kerk, net als al degenen die niet de juiste gesteltenis bezitten, niet met vrucht de Heilige Communie kunnen ontvangen Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 1457, omdat het hen geen heil brengt. Mensen daarop wijzen hoort tot de geestelijke werken van barmhartigheid.

Als de gelovigen hun zonden niet meer belijden en niet de absolutie van hun zonden krijgen, wordt het heil onmogelijk; immers Jezus Christus is mens geworden om ons van onze zonden te verlossen. De volmacht tot vergeven, die de verrezen Heer aan de apostelen en hun opvolgers heeft gegeven in het dienstwerk van de bisschoppen en de priesters, geldt voor doodzonden en dagelijkse zonden die we na het doopsel begaan. De huidige biechtpraktijk maakt duidelijk dat het geweten van de gelovigen niet voldoende is gevormd. Gods barmhartigheid is ons geschonken, zodat wij zijn geboden vervullen en één worden met zijn heilige wil en niet dat wij zijn oproep tot berouw uit de weg gaan. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 1458

“De priester zet het verlossingswerk op aarde voort”. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 1589 De priesterwijding “geeft hem een gewijde macht” Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 1592, die onvervangbaar is omdat daardoor Jezus sacramenteel aanwezig komt in zijn verlossend handelen. Daarom kiest de priester vrijwillig voor het celibaat als “een teken van het nieuwe leven”. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 1579 Het gaat om de zelfgave in de dienst van Christus en Zijn komend rijk. Het gaat om de zelfgave in de dienst aan Christus en zijn komende koninkrijk. Wat betreft het ontvangen van de wijding in de drie graden van het dienstwerk, is de Kerk “gebonden is door de keuze van de Heer zelf. Daarom is de wijding van vrouwen niet mogelijk”. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 1577 Stellen dat deze onmogelijkheid een soort vorm van discriminatie tegen de vrouw is, laat slechts een gebrek aan begrip voor dit sacrament zien, dat niet gericht is op aardse macht maar op het tegenwoordig stellen van Christus, de bruidegom van de Kerk.

Morele wet

Geloof en leven zijn niet te scheiden want geloof los van de werken, die in de Heer gedaan worden, is dood. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 1815 De morele wet is het werk van de goddelijke wijsheid en leidt de mens naar de beloofde zaligheid. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 1950 Bijgevolg is de kennis van de goddelijk wet en de natuurwet noodzakelijk “om het goede te doen en dit doel te bereiken”. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 1955 Het aanvaarden van deze waarheid is wezenlijk voor alle mensen van goede wil. Want hij die zonder berouw sterft in staat van doodzonde zal voor eeuwig van God gescheiden worden. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 1033 Dit leidt tot praktische consequenties in het leven van de Christenen die tegenwoordig vaak worden veronachtzaamd. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 2270-2279 Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 2280-2283.2350-2355 Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 2356-2365 Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 2366-2375 Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 2376-2381 De morele wet is geen last, maar deel van die bevrijdende waarheid Vgl. Joh. 8, 32 waardoor de Christen wandelt op de weg van het heil en die niet mag worden gerelativeerd.

Eeuwig leven

Velen vragen zich tegenwoordig af waarvoor de Kerk eigenlijk nog dient, als zelfs bisschoppen liever politici zijn dan dat zij als leraren van het geloof het evangelie verkondigen. De rol van de Kerk moet niet verzwakt worden door bijzaken maar er moet aandacht worden besteed aan waar het echt om gaat in de Kerk. Ieder menselijk wezen heeft een onsterfelijke ziel, die bij de dood van het lichaam wordt gescheiden, in de hoop op de verrijzenis van de doden. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 366 De dood maakt de beslissing van de mens vóór of tegen God definitief. Iedereen heeft te maken met het bijzonder oordeel onmiddellijk na de dood. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 1021 Ofwel is er dan een zuivering nodig, ofwel men gaat direct naar de hemelse gelukzaligheid en mag men God zien van aangezicht tot aangezicht. Maar er is ook de vreselijke mogelijkheid dat iemand tegen God gekeerd blijft ten einde toe, en in de definitieve afwijzing van zijn liefde “zichzelf onmiddellijk en voor altijd verdoemt”. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 1022 “God heeft ons geschapen zonder ons, Hij heeft ons niet willen redden zonder ons”. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 1847 De eeuwigheid van de straf van de hel is een vreselijke realiteit, die – naar het getuigenis van de Heilige Schrift – allen oplopen die sterven in staat van doodzonde. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 1035 De christen gaat door de nauwe poort, want “de poort is wijd en de weg die tot de ondergang leidt is breed, en velen zijn er die hem inslaan” (Mt. 7, 13).

Zwijgen over deze en andere waarheden van het geloof en de mensen zo leren, is het grootste bedrog waartegen de Catechismus krachtig waarschuwt. Het is de laatste beproeving van de Kerk en leidt de mens tot godsdienstige waanideeën, “de prijs van hun afval van de waarheid” Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 675; het is het bedrog van de Antichrist. “Hij zal hen bedriegen met alle mogelijke misdadige verleiding, bestemd voor hen die verloren gaan, omdat zij zich hebben afgesloten voor de liefde tot de waarheid, die hen had kunnen redden” (2 Tess. 2, 10).

Oproep

Als werkers in de wijngaard van de Heer hebben we allemaal de verantwoordelijkheid ons deze fundamentele waarheden in herinnering te roepen door vast houden aan wat wijzelf hebben ontvangen. Wij willen bemoedigen om de weg van Jezus Christus vastbesloten te gaan om het eeuwig leven te verkrijgen door het opvolgen van zijn geboden. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 2075

Laten we de Heer vragen dat Hij ons laat weten hoe groot de gave van het katholieke geloof is, waardoor de deur naar het eeuwig leven open gaat. “Als iemand zich schaamt over Mij en mijn woorden ten overstaan van dit overspelig en zondig geslacht, zal ook de Mensenzoon zich over hem schamen, wanneer Hij, vergezeld van de heilige engelen, komt in de heerlijkheid van zijn Vader” (Mc. 8, 38). Daarom zijn wij vastbesloten het geloof te sterken door de waarheid te belijden die Jezus Christus zelf is.

Ook wij, en met name wij bisschoppen en priesters, worden aangesproken als Paulus, de Apostel van Jezus Christus de volgende vermaning geeft aan zijn opvolger Timotheüs: “Ik bezweer u voor het aanschijn van God en van Christus Jezus die levenden en doden zal oordelen, bij zijn verschijning en bij zijn koningschap: verkondig het woord, dring aan te pas en te onpas, weerleg, berisp, bemoedig, in een woord, geef uw onderricht met groot geduld. Want er komt een tijd dat de mensen de gezonde leer niet meer zullen verdragen. Zij zullen zich een menigte leraars aanschaffen naar eigen smaak, die hun naar de mond praten. En zij zullen hun oren sluiten voor de waarheid om te luisteren naar allerlei mythen. Maar gij, blijf nuchter bij dit alles, aanvaard uw lijden, doe het werk van een evangelist, wijd u geheel aan uw dienst” (2 Tim. 4, 1-5).

Moge Maria, de Moeder van God, voor ons de genade afsmeken om onwankelbaar trouw te blijven aan de belijdenis van de waarheid omtrent Jezus Christus.

Verenigd in geloof en gebed.

Rome, 10 februari 2019

Gerhard Kardinaal Müller,
Prefect van de Congregatie voor de Geloofsleer, 2012-2017.

Document

Naam: MANIFEST VAN HET GELOOF
Soort: Gerhard Ludwig Kard. Müller
Auteur: Gerhard Ludwig Kard. Müller
Datum: 10 februari 2019
Copyrights: © 2019, Libreria Editrice Vaticana / fidesinfide.nl
Vert. vanuit het Engels: pastoor C. Mennen, pr.
Bewerkt: 22 februari 2019

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen dossiers gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam