• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

DE GEESTELIJKE EENHEID VAN HET CHRISTELIJK EUROPA
In de Kathedraal van Gniezno (Polen)

Zeer eminente en zeergeliefde primaat van Polen, geliefde broeders aartsbisschoppen en bisschoppen van Polen, zeer geëerde gasten,

In u begroet ik het gehele volk van God dat op mijn geboortegrond woont: priesters, religieuze families, leken!

Ik groet het meer dan duizend jaar geleden gedoopte Polen!

Ik groet het Polen dat opgenomen is in de geheimen van het goddelijke leven door middel van de sacramenten van de doop en het vormsel. Ik groet de Kerk op de grond van mijn voorouders, in haar gemeenschap en hiërarchische eenheid met de opvolger van de heilige Petrus. Ik groet de kerk in Polen die vanaf het begin geleid werd door de heilige bisschoppen en martelaren Ade/hert en Stanislaus, verenigd met de koningin van Polen, Onze lieve Vrouw van Jasna Góra !

Temidden van u gekomen als pelgrim van het grote jubileum, groet ik u allen, zeer geliefde broeders en zusters, met de broederlijke vredeskus.

Zie, de dag van Pinksteren is weer aangebroken en geestelijk bevinden we ons in het cenakel in Jeruzalem, en tegelijk zijn we hier aanwezig: in dit cenakel van ons Poolse millennium, waarin de geheimnisvolle datum van dat Begin vanwaar af wij de geschiedenis van ons vaderland en van de kerk tellen, tegelijk met de geschiedenis van 'het altijd trouwe Poolse vaderland, nog steeds met dezelfde kracht tot ons spreekt.

En zie, op Pinksteren wordt in het cenakel van Jeruzalem de door de Verlosser op Calvarië met zijn bloed bezegelde belofte vervuld: 'Ontvangt de Heilige Geest. Aan wie ge de zonden vergeeft, zijn ze vergeven, en aan wie ge ze niet vergeeft, zijn ze niet vergeven' (Joh. 20, 22-23). De kerk wordt juist geboren uit de kracht van deze woorden. Ze wordt geboren uit de kracht van deze adem. Door het hele leven van Christus voorbereid, wordt ze definitief geboren wanneer de apostelen de gave van Pinksteren van Christus ontvangen, wanneer ze van Hem de Heilige Geest ontvangen. Zijn nederdaling geeft het begin aan van de kerk die alle generaties door, de mensheid - individuen en naties - in de eenheid van het mystieke lichaam van Christus moet binnenbrengen. De nederdaling van de Heilige Geest betekent het begin en de duurzaamheid van dit mysterie. Die duurzaamheid is immers de voortdurende terugkeer naar het begin.

En daar horen we hoe de apostelen in het cenakel van Jeruzalem, vervuld van de Heilige Geest, 'in vreemde talen begonnen te spreken, naargelang de Geest hun te vertolken gaf (Hand. 2, 4). De verschillende talen werden de hunne, werden hun eigen taal, dankzij het mysterievolle handelen van de Heilige Geest die 'blaast waarheen Hij wil' (Joh. 3, 8) en 'het aangezicht van de aarde vernieuwt' (Ps. 103, 30). En hoewel de schrijver van de Handelingen van de Apostelen onder de talen die de apostelen die dag begonnen te spreken, onze taal niet opnoemt, zal ook de tijd komen waarin de opvolgers van de apostelen van het cenakel ook de taal van onze voorouders zullen gaan spreken en het evangelie zullen gaan verkondigen aan het volk dat het alleen in die taal kon begrijpen en aanvaarden.

De namen van de Piast-kastelen, waarin deze historische overdracht van de Geest plaatsvond en de fakkel van het evangelie op de grond van onze voorouders werd aangestoken, zijn veelzeggend. De taal van de apostelen kreeg voor de eerste maal, alsof het een nieuwe vertaling was, een klank die het volk dat langs de Warta en de Wisla woonde, begreep en die we vandaag nog begrijpen.

De kastelen immers, waarmee de begintijd van het geloof op het grondgebied van onze voorouders, de polen, is verbonden, zijn die van Poznari, waar sinds de oudste tijden, dat wil zeggen vanaf twee jaar na de doop van Mieszko, de bisschop zetelde, en dat van Gniezno, waar in het jaar 1000 een grote gebeurtenis plaats vond van kerkelijk en burgerlijke aard. Bij de relikwieën van de heilige Adelbert ontmoetten elkaar de afgezanten van paus Silvester II van Rome en de roomse keizer Otto III en de eerste Poolse koning ~oen nog slechts vorst) Boleslaw de Dappere, zoon en opvolger van Mieszko, om de eerste Poolse metropool te stichten en zo de grondslagen te leggen voor de hiërarchische orde voor de hele Poolse geschiedenis. In het kader van deze metropool vinden we in het jaar 1000 de bisschoppelijke zetels van Kraków, Wroclaw en Kolobrzeg, binnen een enkele kerkelijke organisatie verbonden.

Steeds wanneer we hier op deze plaats komen moeten we het cenakel ·van Pinkstere opnieuw open zien. En moeten we luisteren naar de taal van onze voorouders, waarin de verkondiging van 'Gods grote daden' (Hand. 2, 11) begon te weerklinken.

En hier heeft ook de kerk in Polen in 1966 haar 'Te Deum' ingezet ter dankzegging voor het millennium van de doop, waaraan ik het geluk had als metropoliet van Kraków deel te nemen. Staat mij toe vandaag, als eerste paus van Poolse afkomst, nogmaals met u dit 'Te Deum' van het millennium te zingen. Onnaspeurlijk en wonderbaar zijn de raadsbesluiten van de Heer, die wegen trekken die van Silvester II tot Johannes Paulus II voeren, op deze plaats!

Na zoveel eeuwen is het cenakel van Jeruzalem weer opengegaan en stonden niet alleen meer de volkeren van Mesopotamië en Judea, van Egypte en Azië of zij die uit Rome kwamen verwonderd, maar de Slavische volkeren en de andere volkeren die in dit deel van Europa woonden en de apostelen van Jezus Christus in hun taal hoorden spreken, in hun eigen taal 'Gods grote daden' hebben horen vertellen.

Toen de eerste soeverein van Polen historisch gezien het christendom in Polen wilde invoeren en zich met de zetel van de heilige Petrus wilde verenigen, richtte hij zich vooral tot de buurvolkeren en nam Dobrawa, dochter van de Tsjechische vorst Boleslaw, tot vrouw die, omdat ze christin was, de meter werd van haar eigen echtgenoot en van al zijn onderdanen. En daarnaast kwamen er missionarissen naar Polen uit verschillende landen van Europa: uit Ierland, Italië, Duitsland (zoals de heilige bisschop en martelaar Bruno van Querfurt). In de herinnering van de kerk op het grondgebied van de Boleslaw-dynastie heeft zich op bijzonder sterke wijze de heilige Adelbert gegrift, zoon en herder uit het Tsjechische buurland. Zijn geschiedenis gedurende zijn bisschopsambt in Praag is bekend, evenals zijn pelgrimstochten naar Rome en vooral zijn verblijf aan het hof van Gniezno, dat hem moest voorbereiden op zijn laatste missionaire reis naar het Noorden. Dicht bij de Oostzee werd deze bisschop-balling, deze onvermoeibare missionaris, tot de graankorrel die in de aarde valt en sterft om veel vrucht voort te dragen. Vgl. Joh. 12, 24 Het getuigenis van het martelaarschap, het getuigenis van het bloed bezegelde op bijzondere wijze de doop die onze voorouders duizend jaar geleden ontvingen. De martelaarsresten van de apostel Adelbert rusten in de fundamenten van het christendom van het hele Poolse land. En daarom is het goed dat ik deze tekst voor ogen heb, geschreven in de broedertaal, in de taal van de heilige Adelbert: 'Denk, heilige vader, aan uw Tsjechische kinderen' (in het Tsjechisch). In vroegere tijden klonken deze Slavische talen, diè zo dichtbij elkaar liggen, nog gelijkluidender. De geschiedenis van de taalwetenschap toont aan dat ze uit dezelfde Slavische wortel werden geboren, uit de gemeenschappelijke wortel van het christendom, uit de wortel van de heilige Adelbert. 'Denk, heilige vader, aan uw Tsjechische kinderen'. Deze paus, die de erfenis van de heilige Adelbert in zich draagt, kan die kinderen niet vergeten. En wij allen, geliefde broeders en zusters, die datzelfde erfdeel van Adelbert in ons dragen, wij kunnen die broeders van ons niet vergeten!

Wanneer we vandaag, op, het feest van de nederdaling van de Heilige Geest, in het jaar onzes Heren 1979, terugkeren tot die fundamenten, is het ons onmogelijk niet - naast de taal van onze voorouders - ook de andere Slavische buurtalen te horen, waarmee het toen wijd openstaande cenakel van de geschiedenis begon te spreken. En het is vooral de eerste Slavische paus in de geschiedenis van de kerk onmogelijk die niet te horen. Misschien heeft Christus hem juist daarom gekozen, misschien heeft de Heilige Geest hem juist daartoe geleid, opdat hij het verstaan van de woorden en talen, die nog vreemd klinken voor oren die aan Romaanse, Germaanse, Anglosaksische en Keltische klanken gewend zijn, zou binnenbrengen in de gemeenschap van de kerk. Wil Christus soms niet, dat de Heilige Geest bewerkt dat de moederkerk zich aan het einde van het tweede millennium van het christendom met liefdevol begrip en met bijzondere gevoeligheid buigt naar de klanken van deze menselijke taal die onderling vervlochten zijn in een gemeenschappelijke wortel, een gemeenschappelijke etymologie, en die - ondanks de bekende verschillen (zelfs in de schrijfwijze) - toch wederzijds nabij en bekend klinken?

Wil Christus soms niet, bewerkt de Heilige Geest soms niet, dat deze paus - die de geschiedenis van zijn eigen natie en die van haar broeder- en buurvolkeren vanaf het begin diep in zijn ziel gegrift meedraagt - in onze tijd hun aanwezigheid in de kerk op een bijzondere wijze aantoont en bevestigt? Hun bijzondere bijdrage aan de geschiedenis van het christendom? Is het niet de bedoeling van de voorzienigheid dat hij de ontwikkelingen bekend maakt welke de rijke architectuur van de tempel van de Heilige Geest juist hier, in dit deel van Europa, heeft gekend?

Wil Christus soms niet, bewerkt de Heilige Geest soms niet, dat deze Poolse paus, deze Slavische paus, juist nu de geestelijke eenheid van het christelijke Europa tot uitdrukking brengt? We weten dat deze christelijke eenheid van Europa gevormd wordt door twee grote tradities: die van het Westen en die van het Oosten. Wij, polen, die gedurende het hele millennium gekozen hebben voor deelneming aan de westerse traditie hebben evenals onze broeders in Litauen gedurende ons millennium altijd de christelijke traditie van het Oosten gerespecteerd. Onze streken waren altijd gastvrij voor deze schitterende tradities die hun oorsprong vinden in het nieuwe Rome, in Constantinopel, maar we willen onze broeders die de tradities van het oosterse christendom weergeven ook met aandrang vragen zich de woorden van de apostel te herinneren: 'Eén geloof, één doop, één God en Vader van allen, de Vader van onze Heer Jezus Christus', zich dit alles te herinneren en nu, in de tijd van zoeken naar nieuwe eenheid onder de christenen, in de tijd van het nieuwe oecumenisme, met ons mee te werken aan dit grote werk waarin de Heilige Geest aanwezig is.

Ja, Christus wil het. De Heilige Geest heeft verordend, dat wat nu gezegd werd, hier, in Gniezno, op de grond van de Piasts, bij de relikwieën van de heilige Adelbert en de heilige Stanislaus, bij het beeld van de maagdelijke moeder van God, Onze Lieve Vrouw van Jasna Góra en moeder van de kerk, gezegd zou worden. Bij gelegenheid van de viering van de doop van Polen dient de kerstening van de slaven in herinnering te worden geroepen: van de Kroaten en de Slowenen, waaronder reeds rond het jaar 650 missionarissen werkten, een proces dat grotendeels rond het jaar 800 werd voltooid; van de Bulgaren, wier vorst Boris I de doop in 864 of 865 ontving; van de Moraviërs en de Slowaken, waar de missionarissen reeds voor 850 kwamen, in 863 gevolgd door de heilige Cyrillus en Methodius, die het geloof van de jonge gemeenschappen in het groot-moravische rijk kwamen bevestigen; van de Tsjechen, wier vorst Borivoi in 874 door de heilige Methodius gedoopt werd. Op het arbeidsveld van de heilige Methodius en zijn leerlingen bevonden zich ook de wislanen en de slaven die in Servië woonden. Ook de doop van Rusland, in Kiew in 988 mag niet vergeten worden. En we moeten ons de evangelisatie herinneren van de slaven die langs de Elbe woonden: de obotrieten, de wieleten en de lusazian-serven. De kerstening van Europa werd aldus voltooid met de doop van Litouen in de jaren 1386 en 1387. Paus Joannes Paulus II - slaaf, zoon van de Poolse natie - voelt hoe diep de wortels waaraan hijzelf zijn oorsprong ontleent geworteld zijn in de grond van de geschiedenis. Hoeveel eeuwen dit woord van de Heilige Geest reeds telt, dat hijzelf verkondigt én vanaf de vaticaanse heuvel van Sint Pieter en hier in Gniezno vanaf de Lechheuvel én te Kraków vanaf de top van de Wawel.

Deze paus - getuige van Christus, minnaar van zijn kruis en verrijzenis - komt vandaag hier naar deze plaats om getuigenis af te leggen van de Christus die leeft in de ziel van zijn eigen _natie, van de Christus die leeft in de ziel van de naties die Hem eens verwelkomd hebben als 'de weg, de waarheid en het leven' (Joh. 14, 6). Hij komt om tot de hele kerk, tot Europa en tot de wereld te spreken over die vaak vergeten naties en volkeren. Hij komt om 'met luide stem' te roepen. Hij komt om de wegen aan te geven die op verschillende wijzen terugvoeren naar het Pinkstercenakel, naar het kruis en de verrijzenis. Hij komt om al deze volkeren - samen met zijn eigen volk - te omhelzen en aan het hart van de kerk te drukken, aan het hart van de moeder van de Kerk, in wie hij een onbegrensd vertrouwen stelt.

Binnenkort zal hier in Gniezno het bezoek besloten worden van de icoon. Het beeld van Onze Lieve Vrouw van Jasna Góra, het beeld van de moeder, drukt op bijzondere wijze haar aanwezigheid uit in het mysterie van Christus en van de kerk dat sinds zovele eeuwen op Poolse grond leeft. Deze beeltenis, welke sinds meer dan twintig jaar de verschillende kerken, bisdommen en parochies in dit land bezoekt, beëindigt binnenkort haar bezoek aan Gniezno, het Gniezno van de primaten, en gaat dan naar Jasna Góra om haar pelgrimstocht door het bisdom Czestochowa te beginnen.

Voor mij is het een grote vreugde deze etappe van mijn pelgrimstocht samen met Maria te kunnen afleggen en mij samen met haar te bevinden op de lange historische route die ik zo dikwijls heb afgelegd, van Gniezno naar Krakáw via Jasna Gára, van de heilige Adelbert naar de heilige Stanislaus, via de maagdelijke godsmoeder, de door God begenadigde Maria.

Die voornaamste route van onze geestelijke geschiedenis, waarlangs alle polen trekken, die uit het Westen en die uit het Oosten, evenals de polen die buiten het vaderland wonen, in de verschillende landen, de verschillende werelddelen ... ik hoop dat ze naar me luisteren ... Het zou me zwaar vallen te denken dat welk pools of Slavisch oor, in welke uithoek van de wereld ook, het woord van de Poolse en Slavische paus niet zou kunnen horen. Mijn geliefden, ik hoop dat ze naar ons luisteren, ik hoop dat ze naar mij luisteren, want wij leven in het tijdperk van de zo vastberaden afgekondigde vrijheid van uitwisseling van informatie, van uitwisseling van culturele goederen en wij raken hier aan de wortel van die goederen. We bevinden ons dus, broeders en zusters, op de voornaamste route van onze geestelijke geschiedenis. Deze is tegelijk een van de voornaamste wegen van de geestelijke geschiedenis van alle slaven en een van de belangrijkste van de geschiedenis van Europa. In deze dagen zal voor het eerst de paus, bisschop van Rome, opvolger van Petrus die de eerste was van hen die uit het Pinkstercenakel in Jeruzalem naar buiten traden, een pelgrimstocht maken langs deze route, zingend:

'Heer, mijn God, hoe ontzaglijk zijt Gij,

met glans en luister bekleed,

gehuld in een mantel van licht ...

Ongeteld zijn uw werken, o Heer,

Gij schiep ze allen met wijsheid.

Van uw rijkdom vervuld is de aarde ... Zendt Gij uw ademtocht, zij ontstaan: het gelaat van de aarde vernieuwt Gij.' (Ps. 104, 1-2.24.30).

Zo zal samen met u, geliefde landgenoten, deze paus zingen, bloed van uw bloed en heen van uw gebeente en zal met u uitroepen:

'Eeuwig zij de roem van de Heer ... Hem behage dit lied van mijn lippen.' (Ps. 104, 31.34).

Gezamenlijk zullen we deze weg van onze geschiedenis opgaan. Naar Jasna Góra, naar de Wawel, naar de heilige Stanislaus. We leggen haar af met de herinnering aan het verleden.

Maar we gaan echter niet terug naar het verleden. We leggen hem af naar de toekomst toe 1 'Ontvangt de Heilige Geest' (Joh. 20, 22).

Amen.

Document

Naam: DE GEESTELIJKE EENHEID VAN HET CHRISTELIJK EUROPA
In de Kathedraal van Gniezno (Polen)
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Homilie
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 3 juni 1979
Copyrights: © 1979, Katholiek Archief p. 931-936
Bewerkt: 1 februari 2019

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam