• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Door de sacramentele wijding wordt de priester gelijkvormig gemaakt aan Jezus Christus als Hoofd en Herder van de Kerk en ontvangt hij een "geestelijke macht" die deelname is aan het gezag waarmee Jezus Christus door zijn Geest de Kerk leidt. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over het leven en dienst van de priester, Presbyterorum Ordinis (7 dec 1965), 12

Dank zij die wijding, welke bewerkt wordt door de Geest in de sacramentele uitstorting van het priesterschap, wordt het geestelijk leven van de priester gestempeld, gevormd en gekenmerkt door die gesteltenissen en houdingen, welke eigen zijn aan Jezus Christus, Hoofd en Herder van de Kerk, en samengevat worden in zijn herderlijke liefde.

Jezus Christus is Hoofd van de Kerk die zijn lichaam is. Hij is "Hoofd" in de nieuwe en oorspronkelijke zin van "dienaar" -zijn, volgens zijn eigen woorden: "De Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven als losprijs voor velen" (Mc. 10, 45). Het dienen van Jezus bereikt zijn hoogtepunt in de dood aan het kruis ofwel in de totale zelfgave in nederigheid en liefde: "Hij heeft zich van zichzelf ontdaan en het bestaan van een slaaf aangenomen. Hij is aan de mensen gelijk geworden. En als mens verschenen heeft Hij zich vernederd. Hij werd gehoorzaam tot de dood, tot de dood aan het kruis" (Fil. 2, 7-8). Het gezag van Jezus Christus Hoofd valt dus samen met zijn dienen, met de gave van zichzelf, met zijn volledige, nederige en liefdevolle toewijding aan de Kerk. En dit in volmaakte gehoorzaamheid aan de Vader. Hij is de enige ware lijdende dienaar van de Heer, tegelijk Priester en Slachtoffer.

Het geestelijk leven van iedere priester wordt bezield en levend gemaakt precies door dat type van gezag ofwel door de dienst aan de Kerk, juist als eis van zijn gelijkvormigheid aan Jezus Christus, Hoofd en Dienaar van de Kerk, Vgl. Bisschoppensynodes, Propositiones t.b.v. de 8e Bisschoppensynode over de vorming van priesters, 8 De Heilige Augustinus waarschuwde een bisschop op de dag van diens wijding als volgt: "Wie hoofd van het volk is, moet op de eerste plaats beseffen dat hij de dienaar van velen is. En laat hij het niet versmaden dat te zijn, ik herhaal, laat hij het niet versmaden de dienaar van velen te zijn, aangezien de Heer het niet versmaad heeft onze dienaar te worden". H. Augustinus, Sermones. Morin Guelferbytanus, 32, 1: PLS 2, 637

Het geestelijk leven van de bedienaar van het Nieuwe Testament moet dus het stempel dragen van deze wezenlijke houding van dienst aan het volk Gods Vgl. Mt. 20, 24. vv. Vgl. Mc. 10, 43-44 , vrij van iedere verwaandheid en van ieder verlangen om "de baas te spelen" over de hem toevertrouwde kudde Vgl. 1 Pt. 5, 3 . Een dienst die goedsmoeds, volgens God en gaarne verricht wordt. Op deze wijze kunnen de bedienaren, de "oudsten" van de gemeenschap, d.w.z. de priesters, model voor de kudde zijn, welke op haar beurt geroepen is om tegenover de gehele wereld deze priesterlijke houding aan te nemen van dienst aan de volheid van leven van de mens en aan diens integrale bevrijding.

Wat het beeld van Jezus Christus als Hoofd en dienaar inhoudt, wordt door het beeld van Jezus Christus als Herder van de Kerk met nieuwe en meer suggestieve nuances hernomen en opnieuw voorgesteld. Jezus, die de profetische aankondiging vervult van de Messias-Redder, die de psalmist en de profeet Ezechiël Vgl. Ps. 22, 23 Vgl. Ez. 34, 11 vol vreugde bezorgen hebben, zegt van zichzelf dat Hij "de goede Herder" is Vgl. Joh. 10, 11.14 , niet alleen van Israël maar van alle mensen Vgl. Joh. 10, 16 . Zijn leven is een ononderbroken uitdrukking, zelfs een dagelijkse verwerkelijking, van zijn "herderlijke liefde". Hij voelt medelijden met de menigten, omdat zij moe en uitgeput zijn, als schapen zonder herder Vgl. Mt. 9, 35-36 . Hij zoekt de verdwaalde en verstrooide schapen Vgl. Mt. 18, 12-14 en viert feest als Hij ze teruggevonden heeft. Hij leidt ze naar grazige weiden en wateren der rust Vgl. Ps. 22-23 . Hij richt voor hen een maaltijd aan en voedt ze met zijn eigen leven. De goede Herder biedt dit leven aan door zijn dood en verrijzenis, zoals de Romeinse liturgie van de Kerk zingt: "De goede Herder, die zijn leven gegeven heeft voor zijn schapen, is verrezen; Hij heeft zich aan de dood overgeleverd uit liefde voor de zijnen: Alleluia". H. Paus Paulus VI, Apostolische Constitutie, ex Decr. Sacr. Oec. Conc. Vat. II instauratum, auctoritate Pauli PP. VI promulgatum, ed. typica, Missale Romanum (3 apr 1969). Vierde zondag van Pasen, Communio van de Mis

Petrus noemt Jezus de "opperherder" Vgl. 1 Pt. 5, 4 , omdat zijn werk en zending in de Kerk voortgezet worden door de apostelen Vgl. Joh. 21, 15-17 en hun opvolgers Vgl. 1 Pt, 5, 1. vv. en door de priesters. Krachtens hun wijding zijn de priesters gelijkvormig gemaakt aan Jezus, de goede Herder, en zijn zij geroepen om zijn herderlijke liefde na te volgen en te doen herleven.

De zelfgave van Christus aan zijn Kerk, vrucht van zijn liefde, wordt gekenmerkt door de oorspronkelijke toewijding welke eigen is aan de bruidegom ten opzichte van de bruid, zoals de gewijde teksten meermalen suggereren. Jezus is de ware Bruidegom, die de wijn van het heil aan de Kerk schenkt Vgl. Joh. 2, 11 . Hij die "het hoofd van de kerk (...), de verlosser van zijn lichaam" is (Ef. 5, 23), "heeft de Kerk liefgehad: Hij heeft zich voor haar overgeleverd om haar te heiligen, haar reinigend door het waterbad met het woord. Hij heeft de Kerk tot zich gevoerd als een heerlijke bruid, zonder vlek of rimpel of fout, heilig en onbesmet" (Ef. 5, 25-27). De Kerk is het lichaam waarin Christus als Hoofd tegenwoordig en werkzaam is, maar zij is ook de Bruid die als nieuwe Eva voortkomt uit de geopende zijde van de Verlosser aan het kruis. Daarom staat Christus "voor" de Kerk, "voedt en koestert" Hij haar (Ef. 5, 29) door het geven zijn leven voor haar. De priester is geroepen om een levend beeld te zijn van Jezus Christus, de Bruidegom van de Kerk. Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Apostolische Brief, Over de waardigheid en de roeping van de vrouw, Mulieris Dignitatem (15 aug 1988), 26 Hij staat zeker altijd in de gemeenschap waarvan hij als gelovige deel uitmaakt samen met alle andere broeders en zusters die door de Geest bijeengeroepen zijn, maar krachtens zijn gelijkvormigheid aan Christus, Hoofd en Herder, staat hij in die positie van bruidegom tegenover de gemeenschap. "In zoverre hij Christus, Hoofd, Herder en Bruidegom van de Kerk vertegenwoordigt, staat de priester niet alleen in de Kerk maar ook tegenover de Kerk". Bisschoppensynodes, Propositiones t.b.v. de 8e Bisschoppensynode over de vorming van priesters, 7 Hij is derhalve geroepen om in zijn geestelijk leven de liefde van Christus, die bruidegom is ten opzichte van de Kerk, de Bruid is, te doen herleven. Zijn leven moet ook verlicht en gericht worden door dit karakter van bruidegom, dat van hem vraagt dat hij getuige is van de liefde van Christus als Bruidegom, dat hij dus in staat is de mensen met een nieuw, groot en zuiver hart lief te hebben, met waarachtige zelfonthechting, met volle, voortdurende en trouwe toewijding en teven smet een soort goddelijke "naijver" Vgl. 2 Kor. 11, 2 , met een tederheid die zelfs de nuances van de moederlijke liefde aanneemt, in staat "weeën" te doorstaan, totdat de gelovigen "de gestalte van Christus aangenomen" hebben Vgl. Gal. 4, 19 .

Het innerlijk beginsel, de deugd, welke het geestelijk leven van de priester die gelijkvormig gemaakt is aan Christus, Hoofd en Herder, bezielt en leidt, is de herderlijke liefde, welke deelname is aan de herderlijke liefde van Jezus Christus zelf. Zij is een kosteloze gave van de heilige Geest en tegelijk een taak en een oproep tot het vrije en verantwoordelijke antwoord van de priester.

De wezenlijke inhoud van de herderlijke liefde is de zelfgave, de totale gave van zichzelf aan de Kerk, naar het beeld van de gave van Christus en delend in die gave: "De herderlijke liefde is de deugd waarmee wij Christus navolgen in zijn zelfgave en in zijn dienst. Het is niet alleen wat wij doen, maar de gave van onszelf, die de liefde van Christus voor zijn kudde toont. De herderlijke liefde bepaalt onze wijze van denken en doen, de wijze van onze relatie met de mensen. Zij blijkt bijzonder veel van ons te eisen". H. Paus Johannes Paulus II, Homilie, Tijdens de Eucharistische Aanbidding te Seoul (7 okt 1989), 2

De zelfgave, die de wortel en de samenvatting is van de herderlijke liefde, is bestemd voor de Kerk. Zo was het voor Christus die "de Kerk heeft liefgehad: Hij heeft zich voor haar overgeleverd" (Ef. 5, 25). Zo moet het zijn voor de priester. Door de herderlijke liefde, die op de uitoefening van het priesterambt het stempel drukt van "amoris officium", Vgl. H. Augustinus, In Iohannis Evangelium Tractatus. 123, 5; CCI, 36, 678 "is de priester, die de roeping tot het ambt volgt, in staat hiervan een keuze voor de liefde te maken, waardoor de Kerk en de zielen het voornaamste voorwerp van zijn belangstelling worden. Door deze concrete spiritualiteit wordt hij bekwaam om de universele Kerk en het deel ervan dat aan hem is toevertrouwd, lief te hebben met heel het vuur van een bruidegom voor de bruid". H. Paus Johannes Paulus II, Toespraak, Tot de priesters-deelnemers aan een bijeenkomst georganiseerd door de Italiaanse bisschoppenconferentie (4 nov 1980) De gave van zichzelf kent geen grenzen, daar zij gekenmerkt wordt door het apostolische en missionaire elan van Christus zelf, de goede Herder, die gezegd heeft: "Ik heb nog andere schapen, die niet uit deze schaapstal zijn. Ook die moet Ik leiden en zij zullen naar mijn stem luisteren en het zal worden: één kudde en één herder" (Joh. 10, 16).

Binnen de kerkgemeenschap vraagt en vereist de herderlijke liefde van de priester op een bijzondere en speciale wijze zijn persoonlijke relatie met het priestercollege, verenigd in en met de bisschop, zoals het Concilie uitdrukkelijk schrijft: "De pastorale liefde vraagt (...) van de priesters, dat zij, om niet voor niets te werken, hun werk steeds verrichten in gemeenschap met de bisschoppen en andere broeders in het priesterschap". 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over het leven en dienst van de priester, Presbyterorum Ordinis (7 dec 1965), 14

De zelfgave aan de Kerk betreft haar als lichaam en bruid van Jezus Christus. De liefde van de priester gaat daarom op de eerste plaats uit naar Jezus Christus. Alleen als hij Christus, Hoofd en Bruidegom, bemint en dient, wordt de liefde bron, criterium, maat en drijfveer van de liefde en de dienst van de priester voor de Kerk, lichaam en bruid van Christus. Dat heeft de apostel Paulus duidelijk en sterk beseft, want hij schrijft aan de Christenen van de Kerk van Korinte: "Onszelf beschouwen wij slechts als uw dienaars om Jezus' wil" (2 Kor. 4, 5). Dat is vooral de uitdrukkelijke en programmatische leer van Jezus, die de taak om de kudde te weiden eerst aan Petrus toevertrouwt na diens drievoudige verzekering van zijn liefde, ja van zijn voorkeursliefde: "Voor de derde maal vroeg Hij: 'Simon, zoon van Johannes, hebt ge Mij lief?' (...) Petrus (...) zeide Hem: "Heer, Gij weet alles; Gij weet dat ik U liefheb'. Daarop zei Jezus hem: 'Weid mijn schapen'" (Joh. 21, 17).

De herderlijke liefde, die haar specifieke bron in het sacrament van het priesterschap heeft, vindt haar volle uitdrukking en haar voornaamste voedsel in de Eucharistie: "Deze herderlijke liefde vloeit bovenal voort uit het eucharistische offer, dat daarom het middelpunt en de oorsprong vormt van heel het priesterleven, zodat de priesterlijke geest zich beijvert om dat wat op het offeraltaar plaatsheeft op zichzelf over te brengen" 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over het leven en dienst van de priester, Presbyterorum Ordinis (7 dec 1965), 14 In de eucharistie wordt immers het kruisoffer hernieuwd en tegenwoordig gesteld, de totale gave van Christus aan zijn Kerk, de gave van zijn lichaam dat Hij gegeven heeft, en van zijn bloed dat Hij vergoten heeft, als hoogste getuigenis dat Hij Hoofd en Herder, Dienaar en Bruidegom van de Kerk is. Juist daarom vloeit de herderlijke liefde van de priester niet alleen voort uit de Eucharistie maar vindt zij in de viering daarvan haar hoogste verwezenlijking. Uit de Eucharistie ontvangt de priester de genade en de verantwoordelijkheid om zijn gehele leven in het teken van het offer te plaatsen.

Die herderlijke liefde vormt het innerlijke en dynamische beginsel dat in staat is om de veelvoudige en verschillende activiteiten van de priester tot eenheid te brengen. Dankzij zij die liefde kan de wezenlijke en blijvende eis van eenheid tussen het innerlijk leven en de vele activiteiten en verantwoordelijkheden van het ambt een antwoord vinden. Die eis is zeer dringend in een sociaal-culturele en kerkelijke context die sterk gekenmerkt wordt door ingewikkeldheid, onsamenhangendheid en versnippering. Alleen de concentratie van alle ogenblikken en van alle gebaren rondom de fundamentele en karakteristieke keuze van "het geven van zijn leven voor de kudde" kan deze vitale eenheid waarborgen, welke onmisbaar is voor de harmonie en het geestelijk evenwicht van de priester: "De priesters kunnen die eenheid bereiken", brengt het Concilie ons in herinnering, "wanneer zij in de vervulling van hun ambt het voorbeeld volgen van Christus, de Heer, wiens spijs het was de wil te volbrengen van Hem die Hem gezonden heeft om zijn werk te volbrengen (...). Door zo de rol van de goede Herder te vervullen, zullen zij in de beoefening van de pastorale liefde zelf de band van de priesterlijke volmaaktheid vinden die hun leven en activiteit tot eenheid brengt". 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over het leven en dienst van de priester, Presbyterorum Ordinis (7 dec 1965), 14

Document

Naam: PASTORES DABO VOBIS
N.a.v. de Bisschoppensynode over de priesteropleidingen
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Postsynodale Apostolische Exhortatie
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 25 maart 1992
Copyrights: © 1992, Stg. R.K. Voorlichting, Oegstgeest
Colomba
Tekst wordt nog verder gecontroleerd
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam