• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
"Ik zal u herders geven naar mijn hart" (Jer. 3, 15). Nu nog leeft en werkt deze belofte in de Kerk, die zich te allen tijde gelukkig voelt met deze profetische woorden welke voor haar bedoeld zijn. Zij ziet de dagelijkse vervulling ervan in vele delen van de wereld, beter in vele mensenharten, vooral in de harten van jongeren. En zij heeft het verlangen dat op de drempel van het derde millennium, gezien de ernstige en dringende noden van de Kerk en van de wereld, deze goddelijke belofte op nieuwe, ruimere, meer intense en doeltreffende wijze vervuld zal worden: als het ware een buitengewone uitstorting van de Pinkstergeest.

De belofte van de Heer werkt in het hart van de Kerk het gebed, de vertrouwvolle en in de liefde van de Vader vurige smeekbeden dat Hij, zoals Hij Jezus, de goede Herder, de apostelen en hun opvolgers, een ontelbare schare priesters, gezonden heeft, zijn trouw en goedheid blijft betuigen aan de mensen van deze tijd.

En de Kerk is bereid op deze genade te antwoorden. Zij voelt dat de gave van God een algemeen en edelmoedige antwoord eist. Heel het volk Gods moet onvermoeibaar bidden en weken voor de priesterroepingen. De kandidaten voor het priesterschap moeten zich met grote ernst voorbereiden om Gods genade te ontvangen en daaruit te leven, in het bewustzijn dat de Kerk en de wereld hen absoluut nodig hebben. Zij moeten Christus, de goede Herder, gaan liefhebben, hun hart naar zijn hart vormen, bereid zijn om als beeld van de Heer uit te trekken over de wegen van de wereld om aan allen Christus te verkondigen, de Weg, de Waarheid en het Leven.

Ik richt een bijzonder oproep tot de gezinnen: mogen de ouders en speciaal de moeders edelmoedig hun zonen die tot het priesterschap geroepen worden aan de Heer afstaan en vol vreugde meewerken aan de weg van hun roeping, wetend dat zij op deze wijze hun christelijke en kerkelijke vruchtbaarheid groter en dieper maken en in zekere zin de zaligspreking van Maria, de Moedermaagd, kunnen ervaren: "Gij zijt gezegend onder de vrouwen en gezegend is de vrucht van uw schoot" (Lc. 1, 42).

Tot de jongeren van nu zeg ik: weest gehoorzamer aan de stem van de Geest, laat in de grond van uw hart de grote verwachtingen van de Kerk en van de mensheid weerklinken, vreest niet uw Geest te openen voor de roepstem van Christus, de Heer, voelt de blik vol liefde van Jezus op u gericht en antwoordt met enthousiasme op zijn voorstel om Hem op radicale wijze te volgen.

De Kerk antwoordt op de genade door de verplichting die de priesters op zich nemen om de permanente vorming te verwerkelijken, die gevraagd wordt door de waardigheid en de verantwoordelijkheid welke hun door het sacrament van het priesterschap verleend zijn. Alle priesters zijn geroepen de uitzonderlijke noodzaak van hun vorming in deze tijd te zien. De nieuwe evangelisatie heeft nieuwe evangelisatoren nodig. Dat zijn de priesters die zich inspannen om hun priesterschap te beleven als een specifieke weg naar de heiligheid.

God belooft niet onverschillig welke herders aan zijn Kerk, maar herders "naar zijn hart". Het "hart" van God heeft zich volledig aan ons geopenbaard in het hart van Christus, de goede Herder. En het hart van Christus blijft ook nu medelijden hebben met de menigten en hun het brood van de waarheid, de liefde en het leven geven (Mc. 6, 30, vv.). En het vraagt in andere harten te kloppen, in de harten van de priesters: "Geeft gij hun maar te eten" (Mc. 6, 37). De mensen hebben behoefte om uit de anonimiteit en de angst te geraken, om gekend en bij hun naam genoemd te worden, om veilig over de levenspaden te gaan, om teruggevonden te worden als zij verdwaald zijn, om bemind te worden, om het heil te ontvangen als hoogste gave van Gods liefde. Dat is juist wat Jezus, de goede Herder, doet. En de priesters doen het met Hem.

Aan het eind van deze exhortatie richt ik nu mijn blik op de schare kandidaten voor het priesterschap, seminaristen en priesters die dagelijks in alle delen van de wereld hun leven aanbieden voor de groei van het geloof, de hoop en de liefde in de harten en de geschiedenis van de mannen en vrouwen van onze tijd, ook in de moeilijkste en soms dramatische omstandigheden en steeds met de vreugdevolle inspanning voor trouw aan de Heer en voor de onvermoeibare dienst aan zijn kudde.

U doet het dierbare broeders, omdat de Heer zelf u door de kracht van zijn Geest geroepen heeft om in de lemen vaten van uw eenvoudig leven de onmetelijke schat van zijn liefde als goede Herder tegenwoordig te stellen.

Samen met de Synodevaders en in naam van alle bisschoppen van de wereld en van de gehele kerkgemeenschap druk ik heel dankbaarheid uit die uw trouw en uw dienst verdienen. Vgl. Bisschoppensynodes, Propositiones t.b.v. de 8e Bisschoppensynode over de vorming van priesters, 40

En twijfel ik u allen de genade toewens om ieder dag de gave van God die u door de handoplegging ontvangen hebt Vgl. 2 Tim. 1, 16 , te hernieuwen, om de troost te voelen van de diepe vriendschap die u met Jezus en onder elkaar verbindt, om de vreugde te ervaren van de groei van de kudde van God naar een steeds grotere liefde voor Hem en voor iedere mens, om de geruststellende overtuiging te koesteren dat Hij die dit goede werk in u begonnen is het zal voltooien tegen de dag van Jezus Christus Vgl. Fil. 1, 6 , richt ik mij met u allen en met ieder van u in gebed tot Maria, moeder en opvoedster van ons priesterschap.

Ieder aspect van de priesterlijke vorming kan toegeschreven worden aan Maria als aan de menselijke persoon die beter dan wie ook aan de roeping door God beantwoord heeft; die dienstmaagd en leerlinge van het woord is geworden tot aan het in haar hart en in haar vlees ontvangen van het Woord dat mens is geworden, om Hem aan de mensheid te geven; die geroepen is om de enige en eeuwige hogepriester op te voeden, die gehoorzaam en onderdanig is geworden aan haar moederlijk gezag. Met haar voorbeeld en haar voorspraak blijft de allerheiligste Maagd waken over de ontwikkeling van de roepingen en van het priesterleven in de Kerk.

Daarom zijn wij, priesters, geroepen om te groeien in een solide en tedere verering voor de Maagd Maria en deze te tonen door de navolging van haar deugden en door voortdurend gebed.

Maria,

Moeder van Jezus Christus en Moeder van de priesters,
aanvaard deze titel die wij u geven
om uw moederschap te vieren
en dicht bij u het priesterschap van uw Zoon en van uw zonen te beschouwen,
Heilige Moeder van God.

Moeder van Christus,
u hebt de Mensenzoon, die de vervulling is van de beloften van de Vader,
vergezeld naar de tempel,
geef de priesters van uw Zoon aan de Vader, tot zijn eer,
Ark van verbond.

Moeder van de Kerk,
u hebt temidden van de leerlingen in het cenakel de Geest gebeden
voor het nieuwe volk en zijn herders,
verkrijg voor de priesterschap
de volheid der gaven,
koningin van de apostelen.

Moeder van Jezus Christus,
u was bij Hem aan het begin van Zijn leven
en van Zijn zending,
Hem, de Heer, hebt gij in mensenmassa gezocht
u hebt Hem bijgestaan, van de aarde opgeheven,
verteerd voor het enige eeuwige offer,
en u had Johannes bij u, uw zoon,
bescherm de groei van uw zonen,
begeleid hen in hun leven en ambt,
Moeder van de priesters.

Amen!

Gegeven te Rome, bij Sint Pieter
Op 25 maart, het Feest van de Maria Boodschap in jaar 1992,
het veertiende jaar van mijn Pontificaat

Paus Johannes Paulus II

Document

Naam: PASTORES DABO VOBIS
N.a.v. de Bisschoppensynode over de priesteropleidingen
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Postsynodale Apostolische Exhortatie
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 25 maart 1992
Copyrights: © 1992, Stg. R.K. Voorlichting, Oegstgeest
Colomba
Tekst wordt nog verder gecontroleerd
Bewerkt: 29 november 2017

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam