• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
De gemeenschappen waaruit de kandidaat voor het priesterschap komt, blijven een niet onverschillige invloed uitoefenen op de vorming van de toekomstige priester, ook al noodzaakt de keuze voor zijn roeping hem zich daaruit los te maken. Zij moeten zich dus bewust zijn van hun specifieke aandeel in de verantwoordelijkheid.

Men moet allereerst aan het gezin denken. De christelijke ouders en ook de broers, zussen en andere familieleden zullen nooit moeten proberen de toekomstige priester terug te brengen binnen de enge grenzen van een te menselijke, zo niet wereldlijke logica, ook al berust deze op oprechte liefde (Mc. 3, 20-21.31-35). Als zij bezield worden door eenzelfde voornemen om "de wil van God te volbrengen", zullen zij de weg van de opvoeding weten te begeleiden met gebed, met eerbied, met het goede voorbeeld van de huiselijke deugden en met geestelijke en materiële hulp, vooral op de moeilijke ogenblikken. De ervaring leert dat deze veelvoudige hulp in vele gevallen beslissend is gebleken voor de kandidaat voor het priesterschap. Ook in het geval van ouders en familieleden die onverschillig zijn of zich verzetten tegen de keuze van de roeping kunnen de duidelijke en rustige confrontatie met hun standpunt en de stimulansen die daaruit voortvloeien van grote hulp zijn om de priesterroeping op meer bewuste en besliste wijze te doen rijpen.

De parochiegemeenschap staat in nauwe verbinding met de gezinnen. Zij zijn met elkaar verweven op het gebied van de geloofsopvoeding. Dikwijls ook vervult de parochie door een specifieke jongerenpastoraal een aanvullende rol ten opzichte van het gezin. De parochie levert vooral als meer onmiddellijke plaatselijke verwerkelijking van het mysterie van de Kerk een oorspronkelijke en bijzonder kostbare bijdrage tot de vorming van de toekomstige priester.

De parochiegemeenschap moet de jongere die op weg is naar het priesterschap blijven beschouwen als een levend deel van zichzelf, hem begeleiden met gebed, in de vakantieperiode hartelijk ontvangen, eerbiedigen en begunstigen in de vorming van zijn priesterlijke identiteit en hem geschikte gelegenheid en krachtige stimulansen bieden om zijn roeping tot de priesterlijke zending te beproeven.

Ook de jeugd verenigingen en -bewegingen, die teken en bevestiging zijn van de vitaliteit welke de Geest aan de Kerk verzekert, kunnen en moeten bijdragen tot de vorming van de kandidaten voor de priesterschap, in het bijzonder van diegenen die voortkomen uit de christelijke, geestelijke en apostolische ervaring van deze groeperingen. De jongeren die daarin hun basisvorming ontvangen hebben en die zich daarop beroepen voor hun ervaring van kerk-zijn, moeten zich niet gedwongen voelen zich van hun verleden los te maken en de relatie af te breken met het milieu dat bijdragen heeft tot de bevestiging van hun roeping. Zij moeten ook niet de karakteristieke trekken uitwissen van de spiritualiteit welke zij daarin geleerd en beleefd hebben, in al het goede, stichtelijke en verrijkende dat die verenigingen en bewegingen bevatten. Vgl. Bisschoppensynodes, Propositiones t.b.v. de 8e Bisschoppensynode over de vorming van priesters, 25 Ook voor hen blijft dit milieu waaruit zij komen een bron van hulp en steun op de weg van de vorming voor het priesterschap.

De gelegenheid voor opvoeding tot geloof en voor christelijke en kerkelijke groei die de Geest aan vele jongeren biedt door allerlei soorten groepen, verenigingen en bewegingen, welke op verschillende wijzen door het Evangelie geïnspireerd worden, moeten gevoeld en ervaren worden als gave van een voedende geest binnen het kerkinstituut en ten dienste daarvan. Een bijzondere beweging of spiritualiteit is "geen alternatieve structuur voor het instituut. Integendeel, zij is de bron van een aanwezigheid die voortdurend de existentiële en historische echtheid van het instituut hernieuwt. De priester moet daarom in een beweging het licht en de warmte vinden die hem in staat stellen trouw te blijven aan de bisschop, bereid maken de opdrachten van het instituut te vervullen en oplettend maken voor de kerkelijke discipline, zodat de vibratie van zijn geloof en de smaak voor zijn trouw vruchtbaarder zijn". H. Paus Johannes Paulus II, Toespraak, Tot de priesters aangesloten bij Communione e Liberazione (12 sept 1985)

Het is dus nodig dat de jongeren die uit kerkelijke verenigingen en bewegingen komen, in de nieuwe gemeenschap van het seminarie waarin zij door de bisschop samengebracht zijn, "eerbied voor de andere wegen van spiritualiteit en de geest van dialoog en samenwerking" leren, zich op coherente en hartelijke wijze schikken naar de aanwijzingen van de bisschop omtrent de vorming en naar de opvoeders va het seminarie en zich met eerlijk vertrouwen aan hun leiding en oordeel onderwerpen. Vgl. Bisschoppensynodes, Propositiones t.b.v. de 8e Bisschoppensynode over de vorming van priesters, 25 Door deze houding wordt de oprechte keuze van de priesterschap en in gehoorzaamheid aan de bisschop, voorbereid en op zekere wijze reeds bij voorbaat gedaan.

De deelneming van de seminarist en van de diocesane priester aan bijzonder spiritualiteiten of kerkelijke groeperingen is in zichzelf zeker een weldadige factor voor de priesterlijke groei en broederlijkheid. De uitoefening van het ambt en het geestelijk leven welke de diocesane priester kenmerken, moeten echter door deze deelneming niet belemmerd maar integendeel geholpen worden. De diocesane priester "blijft altijd de herder van het geheel. Hij is niet alleen de "blijver", die altijd voor allen beschikbaar is, maar gaat de bijeenkomst van allen voor, vooral als hoofd van een parochie, opdat allen het onthaal vinden dat zij mogen verwachten dat in de gemeenschap en in de Eucharistie die hen verenigt, welke hun godsdienstige gevoeligheid en pastorale inzet ook mogen zijn". H. Paus Johannes Paulus II, Toespraak, Einsiedeln, Ontmoeting met leden van de Zwitserse priesters (15 juni 1984), 10

Document

Naam: PASTORES DABO VOBIS
N.a.v. de Bisschoppensynode over de priesteropleidingen
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Postsynodale Apostolische Exhortatie
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 25 maart 1992
Copyrights: © 1992, Stg. R.K. Voorlichting, Oegstgeest
Colomba
Tekst wordt nog verder gecontroleerd
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam