• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

De affectieve rijping veronderstelt het besef van de centrale plaats van de liefde in het menselijk bestaan. Zoals ik geschreven heb in de encycliek H. Paus Johannes Paulus II - Encycliek
Redemptor Hominis
De Verlosser van de mensen
(4 maart 1979)
, "kan de mens niet zonder liefde leven. Hij krijgt nooit inzicht in zichzelf, en zijn leven is zinloos als hem geen liefde betoond wordt, als hij geen liefde vindt, als hij haar niet ervaart en zich eigen maakt, als hij er niet levendig deel aan heeft". H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, De Verlosser van de mensen, Redemptor Hominis (4 mrt 1979), 10

Het gaat om een liefde waarin de hele persoon betrokken is, in zijn fysieke, psychische en geestelijke dimensies en elementen, en die zich uitdrukt in de "bruidszin" van het menselijk lichaam, dank zij welke de mens zichzelf aan de ander geeft en de ander ontvangt. De juiste begrepen seksuele opvoeding streeft naar het verstaan en verwerkelijken van deze "waarheid" over de menselijke liefde. Men moet vaststellen dat er een wijd verspreide sociale en culturele situatie is "die de menselijke seksualiteit grotendeels 'banaliseert', omdat zij haar interpreteert en beleeft op gereduceerde en verarmde wijze, door haar alleen te verbinden met het lichaam en met het egoïstisch genot". H. Paus Johannes Paulus II, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de taken van het christelijk gezin in de wereld van deze tijd, Familiaris Consortio (22 nov 1981), 37 De situaties in de gezinnen waaruit de priesterroepingen voortkomen, vertonen wat dit betreft dikwijls vele gebreken en soms ook ernstige onevenwichtigheden.

In een dergelijk context wordt het moeilijker maar ook dringender op te voeden tot een seksualiteit die werkelijk en volledig persoonlijk is en daarom plaats inruimt voor waardering en liefde voor de kuisheid "als deugd die de waarachtige rijpheid van de persoon ontwikkelt en hem bekwaam maakt om de "bruidszin" van het lichaam te respecteren en te bevorderen." H. Paus Johannes Paulus II, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de taken van het christelijk gezin in de wereld van deze tijd, Familiaris Consortio (22 nov 1981), 37

De opvoeding tot liefde en verantwoordelijkheid en de affectieve rijping van de mens blijken volstrekt noodzakelijk voor wie, zoals de priester, geroepen is tot het celibaat ofwel tot het geven van heel zijn liefde en zorg aan Jezus Christus en de Kerk, met de genade van de Geest en het vrije antwoord van de wil. Met het oog op de verplichting van het celibaat moet de affectieve rijpheid een grote, levendige en persoonlijke liefde voor Jezus Christus weten in te sluiten in de menselijke relaties van oprechte vriendschap en diepe broederlijkheid. Zoals de Synodevaders geschreven hebben, "is in het opwekken van de affectieve rijpheid de liefde voor Christus, uitgestrekt in een universele toewijding, van het grootste belang. Zo zal de kandidaat, die tot het celibaat geroepen is, in de affectieve rijpheid een krachtige steun vinden om met trouw en vreugde in kuisheid te leven". Bisschoppensynodes, Propositiones t.b.v. de 8e Bisschoppensynode over de vorming van priesters, 21

Omdat het charisma van het celibaat, ook als het authentiek en beproefd is, de neigingen van de affectiviteit en de aandriften van het instinct intact laat, hebben de kandidaten voor het priesterschap een affectieve rijpheid nodig die in staat is tot voorzichtigheid, tot afstand van alles wat haar kan bedreigen, tot waakzaamheid over het lichaam en de geest, tot achting en eerbied in de interpersoonlijke relaties met mannen en vrouwen. Een kostbare hulp kan geboden worden door een geschikte opvoeding tot echte vriendschap, naar gelijkenis van de banden van broederlijke liefde in het leven van Jezus zelf Vgl. Joh. 11, 5 .

De menselijke rijpheid, vooral de affectieve, eist een duidelijke en krachtige vorming tot een vrijheid die de gestalte heeft van overtuigende en hartelijke gehoorzaamheid aan de "waarheid" van het eigen zijn, aan de "zin" van het eigen bestaan ofwel aan de "oprechte gave van zichzelf", als de weg en de fundamentele inhoud van de authentieke zelfverwerkelijking. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 24 De zo begrepen vrijheid eist dat de mens werkelijk meester is over zichzelf, vast besloten is de verschillende vormen van egoïsme en van individualisme, die ieder leven bedreigen, te bestrijden en te overwinnen, bereid is zich open te stellen voor anderen en edelmoedig is in de toewijding en de dienst aan de naaste. Dat is belangrijk voor het antwoord dat gegeven moet worden op de roeping en speciaal op de priesterroeping en voor de trouw daaraan en aan de verplichtingen welke daarmee verbonden zijn ook op moeilijke ogenblikken. Op deze weg van de opvoeding tot rijpe vrijheid en verantwoordelijkheid kan het gemeenschapsleven van het seminarie hulp bieden. Vgl. Bisschoppensynodes, Propositiones t.b.v. de 8e Bisschoppensynode over de vorming van priesters, 21

Innig verbonden met de vorming van de vrijheid is de opvoeding van het morele geweten. Terwijl dit vanuit het binnenste van het eigen "ik" aanspoort tot gehoorzaamheid aan de morele verplichtingen, maakt het de diepe betekenis van die gehoorzaamheid duidelijk, namelijk een bewust en vrij antwoord uit liefde op wat God en zijn liefde vragen. De Synodevaders schrijven; "De menselijke rijpheid van de priester moet speciaal de vorming van zijn geweten insluiten. Om trouw zijn verplichtingen jegens God en de Kerk te kunnen vervullen en om met wijsheid de gewetens van de gelovigen te kunnen leiden moet de kandidaat zich er aan wennen te luisteren naar de stem van God die in zijn hart spreekt, en met liefde en standvastigheid in te stemmen met zijn wil. Bisschoppensynodes, Propositiones t.b.v. de 8e Bisschoppensynode over de vorming van priesters, 22

De geestelijke vorming van wie geroepen is om celibatair te leven moet speciale aandacht besteden aan de voorbereiding van de toekomstige priester op het kennen, waarderen, beminnen en beleven van het celibaat in zijn ware natuur en in zijn ware doeleinden, dus in zijn evangelische, geestelijke en pastorale motiveringen. Vooronderstelling en inhoud van die voorbereiding is de deugd van kuisheid, die alle menselijke relaties kenmerkt en leidt "tot het voelen en uiten (...) van een oprechte, menselijke, broederlijke, persoonlijke en offervaardige liefde voor allen en voor ieder naar het voorbeeld van Christus". Congregatie Katholieke Vorming (seminaries en universiteiten), Fundamentele normen voor de priestervorming, Ratio fundamentalis institutionis sacerdotalis - Editio typica (6 jan 1970)

Het celibaat van de priesters geeft aan de kuisheid enige speciale kenmerken. De priesters doen afstand "van het huwelijksleven omwille van het rijk der hemelen Vgl. Mt. 19, 1 , zij hangen de Heer aan met onverdeelde liefde, ten nauwste in aansluiting met het Nieuwe Verbond, en zij leggen getuigenis af van de verrijzenis van de komende wereld Vgl. Lc. 20, 36 en zij verkrijgen een uitstekend hulpmiddel bij de ononderbroken beoefening van de volmaakte liefde, waardoor zij bij hun priesterlijk dienstwerk als voor allen kunnen worden". 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de priesteropleiding, Optatam Totius Ecclesiae (28 okt 1965), 10 Het christelijke celibaat dient derhalve niet beschouwd te worden als een eenvoudig juridische norm noch als een volstrekt uiterlijke voorwaarde om tot de wijding toegelaten te worden, maar als een waarde die nauw verbonden is met de priesterwijding welke de priester gelijkvormig maakt aan Jezus Christus, die goeder Herder en de Bruidegom van de Kerk, en dus als de keuze voor een grotere en onverdeelde liefde voor Christus en zijn Kerk in de volledige en vreugdevolle beschikbaarheid van het hart voor de pastorale dienst. Het celibaat moet beschouwd worden als een speciale genade, als een gave "die niet iedereen kan (...) begrijpen, maar alleen zij aan wie het gegeven is" (Mt. 19, 11). Ongetwijfeld een genade die niet ontstaat van het bewuste en vrije antwoord van de kant van wie haar ontvangt, maar deze juist met bijzondere kracht eist. Dit charisma van de Geest sluit ook de genade in dat degene die het leven trouw aan blijft en de verplichtingen die ermee verbonden zijn edelmoedig en blij vervult. In de vorming voor het priesterlijk celibaat moet het besef verzekerd worden van de "kostbare gave van God", 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de priesteropleiding, Optatam Totius Ecclesiae (28 okt 1965), 10 wat tot gebed en waakzaamheid zal leiden, opdat de gave behoed blijft voor alles wat haar kan bedreigen.

Door zijn celibatair leven zal de priester zijn dienstwerk onder het volk van God beter kunnen vervullen. Terwijl hij getuigenis zaal afleggen van de evangelische waarde van de maagdelijkheid, zal hij speciaal de christelijke gehuwden kunnen helpen om ten volle het "grote geheim" van de liefde van Christus, de Bruidegom, voor de Kerk, zijn bruid, te beleven, zoals ook zijn trouw aan het celibaat van hulp zal zijn voor de trouw van de gehuwden. H. Paus Johannes Paulus II, Brief, Aan de priesters op Witte Donderdag 1979, Novo incipiente (8 apr 1979)

Het belang en het delicate karakter van de voorbereiding op het priesterlijk celibaat speciaal in de huidige sociale en culturele omstandigheden hebben de Synodevaders ertoe gebracht een aantal vereisten te formuleren, waarvan de blijvende geldigheid overigens bevestigd is door de wijsheid van de Moederkerk. Ik geeft ze op gezaghebbende wijze weer als criteria die gevolgd moeten worden bij de vorming tot de kuisheid in het celibaat: "Samen met de rectoren van de seminaries en de geestelijke leidslieden moeten de bisschoppen beginselen vaststellen en criteria en hulpmiddelen aanbieden voor het oordeel in deze materie. De zorg van de bisschop en de broederlijke samenleving onder de priesters zijn van het hoogste gewicht voor de vorming tot de kuisheid in het celibaat. In het seminarie ofwel in het vormingsprogramma daarvan moet het celibaat duidelijk, ondubbelzinnig en op positieve wijze voorgesteld worden. De seminarist moet de vereiste graad van psychische en seksuele rijpheid bezitten evenals een leven van volhardend en authentiek gebed en hij moet zich onder de leiding van een geestelijke vader stellen. De geestelijke leidsman moet de seminarist helpen om tot een rijpe en vrije beslissing te komen, die gebaseerd moet zijn op waardering voor de priesterlijke vriendschap en voor de zelfdiscipline, alsmede op de aanvaarding van het alleen zijn en op een goede persoonlijke fysieke en psychische staat. Daartoe dienen de seminaristen goed de leer te kennen van het Tweede Vaticaans Concilie, de encycliek H. Paus Paulus VI - Encycliek
Sacerdotalis Caelibatus
Over het priestercelibaat
(24 juni 1967)
en de Congregatie Katholieke Vorming (seminaries en universiteiten)
Instructie voor de vorming tot het priesterlijk celibaat (11 april 1974)
die in 1974 uitgegeven is door de Congregatie voor de Katholieke Opvoeding. Opdat de seminarist het priesterlijk celibaat omwille van het Rijk der hemelen met een vrije beslissing kan omhelzen, is het nodig dat hij de christelijke en waarlijk menselijke natuur en ook het doel van de seksualiteit in huwelijk en celibaat kent. Het is ook nodig de christengelovigen te instrueren inzake de evangelische, geestelijke en pastorale motieven voor het priesterlijk celibaat en hen op te voeden tot het helpen van de priesters door hun vriendschap, begrijp en medewerking". Bisschoppensynodes, Propositiones t.b.v. de 8e Bisschoppensynode over de vorming van priesters, 24

Document

Naam: PASTORES DABO VOBIS
Ik zal u herders geven - N.a.v. de Bisschoppensynode over de priesteropleidingen
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Postsynodale Apostolische Exhortatie
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 25 maart 1992
Copyrights: © 1992, Stg. R.K. Voorlichting, Oegstgeest
Bewerkt: 1 juli 2021

Referenties naar dit document

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam