• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Onder de evangelische raden, schrijft het Concilie, "staat op de eerste plaats de kostbare gave van de genade van God die de Vader aan sommigen schenkt Vgl. Mt. 19, 11 Vgl. 1 Kor. 7, 7 om zich in de maagdelijkheid of ongehuwde staat gemakkelijker met een onverdeeld hart Vgl. 1 Kor. 7, 32-34 aan God alleen toe te wijden. Deze volmaakte onthouding omwille van het rijk der hemelen werd in de Kerk altijd in hoge ere gehouden, als een teken en prikkel van de liefde en als een bijzonder rijke bron van geestelijke vruchtbaarheid in de wereld". 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 42 De kuisheid behoudt in de maagdelijkheid en in het celibaat haar oorspronkelijke betekenis van een menselijk seksualiteit die beleefd wordt als een waarachtige uiting van een kostbare dienst aan de liefde van gemeenschap en gave tussen personen. Deze betekenis blijft ten volle bestaan in de maagdelijkheid, welke ook als ziet zij af van het huwelijk, toch de "bruidszin" van het lichaam verwezenlijkt door middel van een gemeenschap met een persoonlijke gave aan Jezus Christus en aan zijn Kerk, die de volmaakte en definitieve gemeenschap en gave in het hiernamaals voorafbeelden en daarop vooruitlopen: "In de maagdelijkheid is de mens in afwachting, ook lichamelijk, van de eschatologische bruiloft van Christus met de Kerk en schenkt hij zich geheel en al aan de Kerk, in de hoop dat Christus zich aan haar zal schenken in de volle werkelijkheid van het eeuwig leven". H. Paus Johannes Paulus II, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de taken van het christelijk gezin in de wereld van deze tijd, Familiaris Consortio (22 nov 1981), 16

In dit licht kan men gemakkelijker de motieven begrijpen en waarderen van de eeuwenlange keuze die de Kerk in het westen gedaan heeft en die zij gehandhaafd heeft ondanks alle moeilijkheden en de tegenwerpingen welke in de loop der eeuwen opgeworpen zijn, de keuze namelijk om het priesterschap alleen te verlenen aan mannen die blijk geven door God geroepen te zijn tot de gave van de kuisheid in het volstrekte en blijvende celibaat.

De Synodevaders hebben duidelijk en krachtig hun gedachte uitgedrukt in een belangrijke positieve die verdient geheel en letterlijk weergegeven te worden: "Met behoud van de tucht van de oosterse kerken brengt de synode, in de overtuiging dat de volmaakte kuisheid in het priesterlijk celibaat een charisma is, aan de priesters in herinnering dat zij een onschatbaar geschenk van God aan de Kerk vormt en profetische waarde voor de huidige wereld vertegenwoordigt. Deze synode bevestigt opnieuw met kracht wat de Latijnse Kerk en sommige oosterse riten eisen, namelijk dat het priesterschap alleen verleend wordt aan mannen die van God de gave van de roeping tot de celibataire kuisheid ontvangen hebben H. Paus Johannes Paulus II, Apostolische Brief, Priesterwijding voorbehouden aan mannen, Ordinatio Sacerdotalis (22 mei 1994), 42. Onverminderd de traditie van sommige Oosterse kerken en de bijzondere gevallen van gehuwde geestelijken die voortvloeien uit bekering tot het katholicisme en waarvoor een uitzondering gemaakt wordt in de encycliek van Paulus VI over het priestercelibaat. De synode wil in de geest van wie ook geen enkele twijfel laten bestaan over de vaste wil van de Kerk om de wet te handhaven die het vrijgekozen en blijvende celibaat eist van de kandidaten voor de priesterwijding in de Latijnse ritus. De synode vraagt dat het celibaat voorgehouden en verklaard wordt in zijn volle Bijbelse, theologische en geestelijke rijkdom, als kostbare gave die God aan zijn Kerk schenkt en als teken van het Rijk dat niet van deze wereld is, teken van liefde van God voor deze wereld alsmede van de onverdeelde liefde van de priester voor God en voor het volk van God, zodat het celibaat gezien wordt als positieve verrijking van de priester". Bisschoppensynodes, Propositiones t.b.v. de 8e Bisschoppensynode over de vorming van priesters, 11

Het is zeer belangrijk dat de priester de theologische motivering van de kerkelijke wet van het celibaat begrijpt. Als wet drukt zij de wil van de Kerk uit, nog voor de wil van het subject, welke uitgedrukt wordt door zijn beschikbaarheid. Maar de wil van de Kerk vindt zijn uiteindelijke motivering in de band die het celibaat heeft met de heilige wijding, welke de priester gelijkvormig maakt aan Jezus Christus, Hoofd en Bruidegom van de Kerk. Als Bruid van Jezus Christus wil de Kerk door de priester bemind worden op de totale en exclusieve wijze waarop Jezus Christus, Hoofd en Bruidegom, haar bemind heeft. Het priesterlijk celibaat is dus de gave van zichzelf in en met Christus aan de Kerk en drukt de dienst uit van de priester aan de Kerk in en met de Heer.

Voor een adequaat geestelijk leven van de priester is het nodig dat het celibaat niet beschouwd en beleefd wordt als een geïsoleerd of louter negatief element maar als een aspect van een positieve, specifieke en karakteristieke oriëntering van de priester. Deze verlaat zijn vader en moeder en volgt Jezus, de goede Herder, in een apostolische gemeenschap, ten dienste van het volk Gods. Het celibaat moet dus aanvaard worden met een vrije en liederlijke beslissing, welke steeds hernieuwd moet worden, als onschatbare gave van God, als "stimulans voor de herderlijke liefde", 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over het leven en dienst van de priester, Presbyterorum Ordinis (7 dec 1965), 16 als bijzondere deelname aan het vaderschap van God en aan de vruchtbaarheid van de Kerk, als getuigenis van het eschatologische Rijk aan de wereld. Om te leven volgens alle morele, pastorale en geestelijke eisen van het priesterlijk celibaat is het nederige en vertrouwvolle gebed absoluut noodzakelijk, zoals het Concilie opmerkt: "Hoe meer (...) de volkomen onthouding in de wereld van vandaag door niet weinig mensen voor onmogelijk wordt gehouden, des te nederiger en volhardender zullen de priesters de genade van trouw, die aan hen die erom vragen nooit is geweigerd, samen met de Kerk afsmeken, daarbij; tevens alle natuurlijke en bovennatuurlijke middelen gebruikend die iedereen ten dienste staan". 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over het leven en dienst van de priester, Presbyterorum Ordinis (7 dec 1965), 16 Samen met de Sacramenten van de Kerk en met de beoefening van de ascese zal het gebed ook hoop instorten bij moeilijkheden, vergeving bij tekortkomingen, vertrouwen en moed bij het vervolgen van de tocht.

Document

Naam: PASTORES DABO VOBIS
N.a.v. de Bisschoppensynode over de priesteropleidingen
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Postsynodale Apostolische Exhortatie
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 25 maart 1992
Copyrights: © 1992, Stg. R.K. Voorlichting, Oegstgeest
Colomba
Tekst wordt nog verder gecontroleerd
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam