• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
De fundamentele relatie van de priester is die met Jezus Christus, Hoofd en Herder. Hij heeft namelijk op specifieke en gezaghebbende wijze deel aan de “wijding/zalving” en aan de “zending” van Christus Vgl. Lc. 4, 18-19 . Maar met deze relatie is de relatie met de Kerk nauw verstrengeld. Het gaat niet om “relaties” die eenvoudig naast elkaar staan. Zij zijn innerlijk verenigd in een soort in-elkaar zijn. De betrekking met de Kerk ligt opgesloten in de enige betrekking van de priester met Christus zelf, in deze zin dat het de “sacramentele vertegenwoordiging” van Christus is die de betrekking van de priester met de Kerk fundeert en bezielt.

Wat dit betreft hebben de synodevaders geschreven: “In zoverre de priester Christus, Hoofd, Herder en Bruidegom van de Kerk, vertegenwoordigt, staat de priester niet alleen in de Kerk maar ook tegenover de Kerk. Het priesterschap hoort, samen met het Woord van God en de sacramentele tekenen, ten dienste waarvan het staat, tot de constitutieve elementen van de Kerk. Het ambt van de priester is geheel ten behoeve van de Kerk, ter bevordering van de uitoefening van het algemeen priesterschap van heel het volk Gods. Het is niet alleen gericht op de particuliere Kerk maar ook op de universele Kerk Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over het leven en dienst van de priester, Presbyterorum Ordinis (7 dec 1965), 10, in gemeenschap met de bisschop, met Petrus en onder Petrus. Door het priesterschap van de bisschop is het priesterschap van zijn medewerkers ingelijfd in de apostolische structuur van de Kerk. Zo fungeert de priester, zoals de apostelen, als gezant van Christus Vgl. 2 Kor. 5, 20 . Hierop berust het missionaire karakter van iedere priester”. Bisschoppensynodes, Propositiones t.b.v. de 8e Bisschoppensynode over de vorming van priesters, 7

Het gewijde ambt ontstaat dus met de Kerk en heeft in de bisschoppen en in relatie en gemeenschap met hen in de priesters een bijzondere relatie met het oorspronkelijke dienstwerk van de apostelen, dat het werkelijk “opvolgt”, ook al neemt het ten opzichte daarvan bestaanswijzen aan welke ervan verschillen.

Men moet dus niet aan het gewijde priesterschap denken alsof het aan de Kerk voorafgaat, omdat het geheel ten dienste van de Kerk zelf staat; maar ook niet alsof het volgt op de kerkgemeenschap, alsof deze gemeenschap gezien kan worden als reeds gevormd zonder het priesterschap.

De relatie van de priester met Jezus Christus en in Hem met de Kerk is in het zijn zelf van de priester gelegen, krachtens zijn sacramentele wijding/zalving, en in zijn handelen ofwel in zijn zending of ambt. In het bijzonder “is de priesterbedienaar dienaar van Christus, die aanwezig is in de Kerk, mysterie, gemeenschap en zending. Door het feit van de deelname aan de “zalving” en de “zending” van Christus kan hij in de Kerk diens gebed, woord, offer en heilswerk voortzetten. Hij is dus dienaar van de Kerk als mysterie, omdat hij de kerkelijke en sacramentele tekens van de verrezen Christus verwerkelijkt. Hij is de dienaar van de Kerk als gemeenschap, omdat hij, verenigd met de bisschop en nauw verbonden met de priesterschap, de eenheid van de kerkgemeenschap opbouwt in de harmonie van de diverse roepingen, charisma’s en diensten. Hij is tenslotte dienaar van de Kerk als zending, omdat hij de gemeenschap tot verkondigster en getuige van het Evangelie maakt”. H. Paus Johannes Paulus II, Brief, Aan alle priesters ter gelegenheid van Witte Donderdag 1991 (10 mrt 1991), 16 Vgl. Bisschoppensynodes, Propositiones t.b.v. de 8e Bisschoppensynode over de vorming van priesters, 7

Zo verschijnt de priester door zijn sacramentele natuur en zending zelf binnen de structuur van de Kerk als teken van de absolute prioriteit en van de onverschuldigdheid van de genade die door de verrezen Christus aan de Kerk wordt geschonken. Door middel van het ambtelijk priesterschap wordt de Kerk zelf in geloof bewust dat zij niet uit zichzelf bestaat, maar door de genade van Christus in de heilige Geest. De apostelen en hun opvolgers staan als dragers van een gezag dat van Christus, Hoofd en Herder, komt, door hun ambt tegenover de Kerk als zichtbare verlenging en sacramenteel teken van Christus die tegenover de Kerk en de wereld staat als blijvende en altijd nieuwe oorsprong van het heil, Hij die “de verlosser van zijn lichaam is” (Ef. 5, 23).

Document

Naam: PASTORES DABO VOBIS
N.a.v. de Bisschoppensynode over de priesteropleidingen
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Postsynodale Apostolische Exhortatie
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 25 maart 1992
Copyrights: © 1992, Stg. R.K. Voorlichting, Oegstgeest
Colomba
Tekst wordt nog verder gecontroleerd
Bewerkt: 29 november 2017

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam