• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Ten dienste van dit algemeen priesterschap van het nieuwe verbond roept Jezus in de loop van zijn aardse zending enige leerlingen tot zich Vgl. Lc. 10, 1-12 en met een specifieke en gezagvolle opdracht de twaalf, die hij stelt “om Hem te vergezellen en door Hem uitgezonden te worden om te prediken, met de macht de duivels uit te drijven” (Mc. 3, 14-15).

Reeds gedurende zijn openbaar leven Vgl. Mt. 16, 18 en verder ten volle na zijn dood en verrijzenis Vgl. Mt. 28 verleent Jezus aan Petrus en aan de twaalf een heel bijzondere macht met betrekking tot de toekomstige gemeenschap en voor de evangelisatie van alle volkeren. Na hen geroepen te hebben om Hem te volgen houdt Hij hen bij zich, leeft met hen, deelt hun met woord en voorbeeld zijn heilsleer mee en zendt hen tenslotte naar alle mensen. Voor de vervulling van deze zending verleent Jezus hun krachtens een speciale uitstorting van de heilige Geest hetzelfde messiaanse gezag dat Hij van de Vader ontvangt en dat Hem volledig verleend is door de verrijzenis: “Mij is alle macht gegeven in de hemel en op aarde. Gaat dus en maakt alle volkeren tot mijn leerlingen en doopt hen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest en leert hun te onderhouden alles wat Ik u bevolen heb. Ziet, Ik ben met u alle dagen tot aan de voleinding der wereld” (Mt. 28, 18-20).

Zo legt Jezus een nauw verband tussen de taak die Hij aan de apostelen toevertrouwt en zijn eigen zending: “Wie u opneemt, neemt Mij op; en wie Mij opneemt, neemt Hem op die Mij gezonden heeft” (Mt. 10, 40); “Wie naar u luistert, luistert naar Mij; en wie u verstoot, verstoot Mij” (Lc. 10, 16). In het licht van het Paasgebeuren van de dood en de verrijzenis verklaart het vierde Evangelie zelfs met grote kracht en duidelijkheid: “Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik u” (Joh. 20, 21) Vgl. Joh. 13, 20 Vgl. Joh. 17, 18 . Zoals Jezus een zending heeft die Hij direct van God ontvangt en die het gezag van God zelf concretiseert Vgl. Mt. 7, 29 Vgl. Mt. 21, 23 Vgl. Mc. 1, 27 Vgl. Mc. 11, 28 Vgl. Lc. 20, 2 Vgl. Lc. 24, 19 , zo hebben de apostelen een zending die zij van Jezus ontvangen. En zoals “de Zoon niets uit zichzelf kan” (Joh. 5, 19), zodat zijn leer niet van Hem is maar van Degene die Hem gezonden heeft Vgl. Joh. 7, 16 , zo zegt Jezus tot de apostelen: “Los van Mij kunt gij niets” (Joh. 15, 5). Hun zending is niet de hunne maar de zending van Jezus zelf. En dat is niet mogelijk uit menselijke kracht, maar alleen door de “gave” van Christus en van zijn Geest, door het ”Sacrament”: “Ontvangt de heilige Geest. Aan wie ge de zonden vergeeft, zijn ze vergeven, en aan wie ge ze niet vergeeft, zijn ze niet vergeven” (Joh. 20, 22-23). Zo zetten de apostelen de heilszending van Jezus zelf ten behoeve van de mensen voort in de geschiedenis tot aan de voleinding der tijden, niet door één of andere bijzondere eigen verdienste, maar alleen door de onverdiende deelname aan de genade van Christus.

Vooronderstelling en teken van de echtheid en de vruchtbaarheid van de zending is de eenheid van de apostelen met Jezus en in Hem onder elkaar en met de Vader, zoals het hogepriesterlijk gebed van de Heer getuigt, dat de synthese vormt van zijn zending Vgl. Joh. 17, 20-23 .

De apostelen die door de Heer aangesteld zijn zullen op hun beurt geleidelijk hun zending vervullen en op verschillende maar uiteindelijk overeenkomstige wijze andere mannen roepen als bisschoppen, priesters en diakens om de opdracht te vervullen van de verrezen Heer die hen tot alle mensen van alle tijden gezonden heeft.

De geschriften van het Nieuwe Testament benadrukken eenstemmig dat het de Geest van Christus zelf is die deze mannen die onder de broeders uitgekozen zijn, in het ambt binnenleidt. Door middel van de handoplegging Vgl. Hand. 6, 6 Vgl. 1 Tim. 4, 14 Vgl. 1 Tim. 5, 22 Vgl. 2 Tim. 1, 6 , welke de gave van de Geest overdraagt, worden zij geroepen en ontvangen zij de bevoegdheid om het apostolische dienstwerk van de verzoening, van het weiden van Gods kudde en van het onderricht voort te zetten Vgl. Hand. 20, 28 Vgl. 1 Pt. 5, 2 .

De priesters zijn dus geroepen om de aanwezigheid van Christus, de enige en hoogste herder, voort te zetten, zijn levensstijl te verwerkelijken en Hem als het ware uit te stralen te midden van de hun toevertrouwde kudde. Zoals de eerste brief van Petrus duidelijk en nauwkeurig schrijft: “De presbyters onder u vermaan ik, presbyter evenals zij en getuige van het lijden van Christus, tevens deelgenoot van de heerlijkheid die geopenbaard zal worden: weidt de kudden van God waarvan gij de herders zijt; hoedt haar zoals God het wil: van harte en niet uit dwang, met toewijding en niet uit winstbejag. Speelt niet de baas over hen die aan uw zorgen zijn toevertrouwd, maar toont u een voorbeeld voor de kudde. Dan zult ge, als de opperherder verschijnt, de nooit verwelkende krans van de heerlijkheid ontvangen(1 Pt. 5, 1-4).

De priesters vertegenwoordigen in de Kerk en voor de Kerk op sacramentele wijze Jezus Christus, Hoofd en Herder, verkondigen met gezag zijn woord, herhalen zijn gebaren van vergeving en van aanbod van heil, vooral door het doopsel, de biecht en de Eucharistie, dragen tot aan de volledige zelfgave zijn liefdevolle zorg voor de kudde, welke zij in eenheid verzamelen en naar de Vader voeren door Christus in de Geest. In één woord, de priesters zijn er en handelen voor de verkondiging van het Evangelie aan de wereld en voor de opbouw van de Kerk in naam en in de persoon van Christus, Hoofd en Herder. Bisschoppensynodes, Propositiones t.b.v. de 8e Bisschoppensynode over de vorming van priesters, 7

Dat is de typische en eigen manier waarop de gewijde bedienaren deelnemen aan het enig priesterschap van Christus. Door de sacramentele zalving van het priesterschap maakt de heilige Geest hen op een nieuwe en specifieke titel gelijkvormig aan Jezus Christus, Hoofd en Herder, vormt en bezielt Hij hen met diens herderlijke liefde en plaatst Hij hen in de Kerk in de gezagvolle positie van dienaren van de verkondiging van het Evangelie aan ieder schepsel en van dienaren van de volheid van het christelijke leven voor alle gedoopten.

Wat de priester waarlijk is, zoals dit blijkt uit het Woord van God ofwel uit Jezus Christus zelf en uit zijn plan van de stichting van de Kerk, wordt door de liturgie in de prefatie van de Chrismamis met blijde dankbaarheid als volgt bezongen: “Door de zalving van de heilige Geest hebt Gij Christus uw Zoon aangesteld tot hogepriester van het nieuwe, altijddurende Verbond. Gij hebt gewild dat zijn enig priesterschap in de Kerk bestendigd wordt. Hij deelt het koninklijk priesterschap mee aan heel het volk van de verlosten en kiest met voorliefde sommigen onder de broeders, die Hij door de handoplegging deelachtig maakt aan zijn heilsbediening. Gij wilt dat zij in zijn naam het offer van de verlossing hernieuwen, voor uw kinderen het paasmaal bereiden en als zorgzame dienaars van uw volk het voeden met uw woord en het heiligen met de sacramenten. Gij houdt hun Christus als voorbeeld voor, opdat zij hun leven geven voor U en voor hun broeders, zich beijveren om gelijkvormig te worden aan het beeld van uw Zoon en getuigen van trouw en van edelmoedige liefde”.

De fundamentele relatie van de priester is die met Jezus Christus, Hoofd en Herder. Hij heeft namelijk op specifieke en gezaghebbende wijze deel aan de “wijding/zalving” en aan de “zending” van Christus Vgl. Lc. 4, 18-19 . Maar met deze relatie is de relatie met de Kerk nauw verstrengeld. Het gaat niet om “relaties” die eenvoudig naast elkaar staan. Zij zijn innerlijk verenigd in een soort in-elkaar zijn. De betrekking met de Kerk ligt opgesloten in de enige betrekking van de priester met Christus zelf, in deze zin dat het de “sacramentele vertegenwoordiging” van Christus is die de betrekking van de priester met de Kerk fundeert en bezielt.

Wat dit betreft hebben de synodevaders geschreven: “In zoverre de priester Christus, Hoofd, Herder en Bruidegom van de Kerk, vertegenwoordigt, staat de priester niet alleen in de Kerk maar ook tegenover de Kerk. Het priesterschap hoort, samen met het Woord van God en de sacramentele tekenen, ten dienste waarvan het staat, tot de constitutieve elementen van de Kerk. Het ambt van de priester is geheel ten behoeve van de Kerk, ter bevordering van de uitoefening van het algemeen priesterschap van heel het volk Gods. Het is niet alleen gericht op de particuliere Kerk maar ook op de universele Kerk Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over het leven en dienst van de priester, Presbyterorum Ordinis (7 dec 1965), 10, in gemeenschap met de bisschop, met Petrus en onder Petrus. Door het priesterschap van de bisschop is het priesterschap van zijn medewerkers ingelijfd in de apostolische structuur van de Kerk. Zo fungeert de priester, zoals de apostelen, als gezant van Christus Vgl. 2 Kor. 5, 20 . Hierop berust het missionaire karakter van iedere priester”. Bisschoppensynodes, Propositiones t.b.v. de 8e Bisschoppensynode over de vorming van priesters, 7

Het gewijde ambt ontstaat dus met de Kerk en heeft in de bisschoppen en in relatie en gemeenschap met hen in de priesters een bijzondere relatie met het oorspronkelijke dienstwerk van de apostelen, dat het werkelijk “opvolgt”, ook al neemt het ten opzichte daarvan bestaanswijzen aan welke ervan verschillen.

Men moet dus niet aan het gewijde priesterschap denken alsof het aan de Kerk voorafgaat, omdat het geheel ten dienste van de Kerk zelf staat; maar ook niet alsof het volgt op de kerkgemeenschap, alsof deze gemeenschap gezien kan worden als reeds gevormd zonder het priesterschap.

De relatie van de priester met Jezus Christus en in Hem met de Kerk is in het zijn zelf van de priester gelegen, krachtens zijn sacramentele wijding/zalving, en in zijn handelen ofwel in zijn zending of ambt. In het bijzonder “is de priesterbedienaar dienaar van Christus, die aanwezig is in de Kerk, mysterie, gemeenschap en zending. Door het feit van de deelname aan de “zalving” en de “zending” van Christus kan hij in de Kerk diens gebed, woord, offer en heilswerk voortzetten. Hij is dus dienaar van de Kerk als mysterie, omdat hij de kerkelijke en sacramentele tekens van de verrezen Christus verwerkelijkt. Hij is de dienaar van de Kerk als gemeenschap, omdat hij, verenigd met de bisschop en nauw verbonden met de priesterschap, de eenheid van de kerkgemeenschap opbouwt in de harmonie van de diverse roepingen, charisma’s en diensten. Hij is tenslotte dienaar van de Kerk als zending, omdat hij de gemeenschap tot verkondigster en getuige van het Evangelie maakt”. H. Paus Johannes Paulus II, Brief, Aan alle priesters ter gelegenheid van Witte Donderdag 1991 (10 mrt 1991), 16 Vgl. Bisschoppensynodes, Propositiones t.b.v. de 8e Bisschoppensynode over de vorming van priesters, 7

Zo verschijnt de priester door zijn sacramentele natuur en zending zelf binnen de structuur van de Kerk als teken van de absolute prioriteit en van de onverschuldigdheid van de genade die door de verrezen Christus aan de Kerk wordt geschonken. Door middel van het ambtelijk priesterschap wordt de Kerk zelf in geloof bewust dat zij niet uit zichzelf bestaat, maar door de genade van Christus in de heilige Geest. De apostelen en hun opvolgers staan als dragers van een gezag dat van Christus, Hoofd en Herder, komt, door hun ambt tegenover de Kerk als zichtbare verlenging en sacramenteel teken van Christus die tegenover de Kerk en de wereld staat als blijvende en altijd nieuwe oorsprong van het heil, Hij die “de verlosser van zijn lichaam is” (Ef. 5, 23).

Document

Naam: PASTORES DABO VOBIS
N.a.v. de Bisschoppensynode over de priesteropleidingen
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Postsynodale Apostolische Exhortatie
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 25 maart 1992
Copyrights: © 1992, Stg. R.K. Voorlichting, Oegstgeest
Colomba
Tekst wordt nog verder gecontroleerd
Bewerkt: 21 december 2020

Referenties naar dit document

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam