• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

GESPREK EN ONDERHANDELEN ZIJN DE ENIGE WEG OM EEN ECHTE VREDE TE VERKRIJGEN
Tot het Corps Diplomatique bij aanvang van het nieuwe jaar 1984

Excellenties, dames en heren,

Uw woordvoerder, deken van het corps diplomatique en voor het eerst de vertegenwoordiger van een Afrikaans land, heeft zojuist uw gevoelens en wensen vertolkt op een wijze die ons allen treft en mijn hart bijzonder heeft getroffen. Met een fijngevoeligheid en een scherpzinnigheid waarvoor ik hem ten zeerste dank, heeft hij ook een aantal belangrijke problemen van rechtvaardigheid en vrede ter sprake gebracht, die voor de regeringen en de hele internationale gemeenschap van belang zijn en die het voorwerp van de voortdurende zorg van de Heilige Stoel zijn. Mijn dank gaat ook uit naar allen die aanwezig zijn en zich bij de woorden van zijne excellentie Joseph Amichia aansluiten. Ik hoop straks ieder van u te kunnen begroeten. Maar nu spreek ik reeds mijn hartelijke wensen uit voor dit nieuwe jaar, voor ieder van u van wie God alleen de noden, de diepe aspiraties en eventueel de verborgen beproevingen kent, voor elk van uw gezinnen, voor het hele personeel van uw ambassades dat zich met u wijdt aan de waardige vertegenwoordiging van uw landen, en voor elk van uw landen. Op het moment dat ik van God een jaar van geluk en vrede over de hele wereld afsmeek, bid ik Hem ook u, in uw geweten, zijn licht en zijn vrede te verlenen, bronnen van moed en van hoop.

leder jaar worden wij op deze traditionele bijeenkomst uitgenodigd samen het internationale toneel te bekijken om er de bemoedigende of verontrustende aspecten van te onderscheiden, die een betrokkenheid vragen van alle mensen van goede wil, en vooral van hen die, zoals u, de opdracht hebben betrekkingen van vrede te smeden dankzij de middelen van de diplomatie.

Op het moment zijn er 108 landen die diplomatieke betrekkingen bij de Heilige Stoel hebben ingesteld. Sinds de uitwisseling van wensen het afgelopen jaar, was het de beurt aan Belize, Nepal, en deze week nog heeft men het aangaan van diplomatieke betrekkingen kunnen aankondigen met de Verenigde Staten van Amerika, een gebeurtenis waarvan ieder gemakkelijk het belang kan schatten. En zoals ik zei op 12 januari 1979, toen ik voor het eerst het corps diplomatique ontving, zou de Heilige Stoel blij zijn hier nog andere ambassadeurs te zien, vooral van naties die op dit punt een eeuwenoude traditie hadden, in het bijzonder naties die men als katholiek kan beschouwen. H. Paus Johannes Paulus II, Toespraak, Tot het Corps Diplomatique bij aanvang van het nieuwe jaar 1979 (12 jan 1979)

Naast de Soevereine en Militaire Orde van Malta, waarvan de afvaardiging de rang van ambassade is verheven, verwelkomen we met bijzondere vreugde de ambassadeurs van Noorwegen, Zweden, Belize, Fiji Eilanden en de Kaap Verdische Eilanden waarvan de regeringen voor het eerst vertegenwoordigd zijn op deze plechtige bijeenkomst van het corps diplomatique. Wij heten ook de vierentwintig andere nieuwe ambassadeurs welkom die in de loop van het afgelopen jaar hun geloofsbrieven hebben overhandigd. U kunt een grote verscheidenheid tussen uw landen vaststellen op het gebied van geografische afmetingen, cultuur, geschiedenis en godsdienstige overtuiging; er zijn er waar de katholieke gemeenschap bijna met de hele bevolking samenvalt; in andere landen is ze in een min of meer sterke verhouding aanwezig, soms zelfs door een kleine minderheid. Maar met alle probeert de Heilige Stoel de menselijke problemen van rechtvaardigheid, vrede en ontwikkeling, alle vragen van de internationale morele orde te bestuderen, waarvoor zij, hun buurlanden en de hele mensengemeenschap worden gesteld. De Heilige Stoel heeft voor ieder van de vertegenwoordigde naties hetzelfde welkom, dezelfde achting, en dezelfde blijken van respect voor de soevereine staten die er de regering van waarborgen.

In 1950 waren slecht 25 landen bij de Heilige Stoel vertegenwoordigd door een buitengewone en gevolmachtigde ambassadeur, en 21 door een minister. De zeer duidelijke stijging van het aantal vraagt om bezinning. Ze lijkt te betekenen dat de Heilige Stoel in zijn heel bijzondere positie als geestelijk en moreel gezag ten dienste van de vrede voor allen, zonder overeenkomstig de geest van het evangelie van Christus eigen stoffelijke belangen te verdedigen, een groeiend aantal naties vertrouwen heeft weten in te boezemen, met inbegrip van die waarvan de meerderheid van de leden het christelijke geloof deelt volgens een andere, orthodoxe of protestantse belijdenis, of een andere godsdienst of andere overtuigingen aanhangt. De Heilige Stoel ziet hierin vooral een grotere verantwoordelijkheid welke hij zo goed mogelijk zou willen uitoefenen.

Maar deze situatie vloeit ook en vooral voort uit het feit dat de soevereine staten sinds een dertigtal jaren zijn toegenomen. De Organisatie van de Verenigde Naties die hen plechtig in haar midden heeft opgenomen, weet dat heel goed. Het is vooral het gevolg van een dekolonisatieproces, dat het tal van volkeren mogelijk heeft gemaakt de volledige soevereiniteit te bereiken, de vrije waarneming van hun openbare zaken door burgers van het land zelf. Op zich genomen en ongeacht hun min of meer gelukkige verleden, min of meer gekenmerkt door vooruitgang op verschillende niveaus - waarover we hier niet te oordelen hebben - gaat het om een situatie die in overeenstemming is met de historische ontwikkeling en de waardigheid, verantwoordelijkheid en rijpheid van de volkeren wil uitdrukken in een gelijkheid van rechten en plichten met de anderen en in overeenstemming met hun tradities, culturen en noden. De Kerk juicht deze ontwikkeling gaarne toe; ze liep wat dit betreft zelfs voorop. De Kerk beziet deze situatie met hoop, en deze diplomatieke betrekkingen zijn één van de tekenen ervan.

Grenzen aan het bereiken van de onafhankelijkheid

Kent dit proces van het ontstaan en de erkenning van soevereine staten ook grenzen? Het is zeker niet beëindigd. Maar het is een moeilijke kwestie om uit te maken, daar juridische, politieke en historische aspecten meespelen, die behoedzaam afgewogen moeten worden, en in ieder geval in samenhang met het algemeen welzijn van de betrokken volkeren en hun werkelijk tot uitdrukking gebrachte wil. Het is altijd te wensen dat de overgang zonder geweld plaatsvindt en met eerbiediging van de rechten van allen. Bepaalde volkeren zien ongeduldig naar het bereiken van hun onafhankelijkheid uit en naar het als zodanig erkend worden binnen de Organisatie van de Verenigde Naties. Wij delen hun verwachting. Wij kunnen onder hen tenminste Namibië noemen, waarvan het trage en moeizame verloop nog niet tot resultaat heeft geleid.

Het is overigens wenselijk dat andere volkeren, zoals het Palestijnse volk, over een vaderland beschikken. Dat is in onze ogen altijd een voorwaarde geweest voor vrede en gerechtigheid in dat zo geteisterde Midden-Oosten, voorop gesteld dat tegelijk ook de veiligheid van alle volkeren in dit gebied, met inbegrip van Israël, wordt gewaarborgd.

En tenslotte bestaan er tegenwoordig nieuwe en spitsvondiger vormen van afhankelijkheid waarvoor zorgvuldig het woord 'kolonialisme' wordt vermeden, maar er de meest negatieve en twijfelachtige kenmerken van dragen, met beperking van de politieke onafhankelijkheid en vrijheden, en economische onderworpenheid, ook al lijken de betrokken volkeren hun eigen regeringsinstellingen te bezitten, waarvan men niet weet tot op welke hoogte ze beantwoorden aan de wensen van het geheel van de burgers. Daarentegen, zien soevereine landen, die sinds lang of sinds kort onafhankelijk zijn, zich soms in hun integriteit bedreigd door het binnenlandse verzet van een gedeelte dat een afscheiding overweegt of opeist. De gevallen zijn gecompliceerd en zeer uiteenlopend en zouden ieder een andere beoordeling vereisen volgens een ethiek die rekening houdt zowel met de rechten van de naties, die gebaseerd zijn op de homogene cultuur van de volkeren Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Toespraak, Tot de 'United Nations Educational, Scientific and Cultural Organization' (UNESCO), Parijs, De algehele menselijkheid van de mens komt tot uitdrukking in de cultuur (2 juni 1980), 15 als met het recht van de staten op hun integriteit en soevereiniteit. Wij hopen dat men, boven de hartstochten uit - en met vermijding van elke soort geweld - tot goed uitgesproken, evenwichtige politieke vormen komt die in staat zijn de culturele, etnische, religieuze eigenschappen en, in het algemeen de rechten van de minderheden te eerbiedigen.

In ieder geval verhinderen de gegrondheid van de soevereiniteit van de staten en de vooruitgang die ze betekent, deze niet, maar pressen hen veeleer overeenkomsten, verschillende hergroeperingen, 'gemeenschappen', regionale of continentale organisaties in het leven te roepen om beter samen het hoofd te bieden aan de enorme problemen die in een tijd van economische crisis, van technologische veranderingen en hun gevolgen voor het dagelijkse leven, met name de situaties van de werkgelegenheid, praktisch geen enkel land bespaard blijven. In zoverre ze het voordeel van de soevereiniteit niet in gevaar brengt en de vrucht is van een vrije beslissing, is deze nieuwe solidariteit ook een vooruitgang.

De rechten en plichten van een soeverein volk

Welke rechten en plichten heeft tenslotte een soeverein volk? Zij omvatten natuurlijk de vrijheid, zonder inmenging van buiten, zijn eigen politieke systeem te kiezen en de personen die belast zijn met het uitoefenen van het staatsgezag om de maatregelen, die nodig geacht worden voor het algemeen welzijn van de natie, vast te stellen en toe te passen, en zijn lot richting te geven overeenkomstig zijn cultuur.

Maar evenals de menselijke persoon onschendbare rechten heeft en daaraan verbonden plichten, hebben ook de volkeren verplichtingen ten opzichte van zichzelf, en de staten ten opzichte van de volkeren. De volkeren moeten zich die waardig tonen door een toenemend gevoel voor verantwoordelijkheden. De staten moeten in dienst staan van de authentieke cultuur welke tot het eigene van de natie behoort Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Toespraak, Tot de 'United Nations Educational, Scientific and Cultural Organization' (UNESCO), Parijs, De algehele menselijkheid van de mens komt tot uitdrukking in de cultuur (2 juni 1980), 15, in dienst van het algemeen welzijn, van alle staatsburgers en instellingen, door te trachten voor allen gunstige levensvoorwaarden te scheppen in verband met de wezenlijke behoeften, de mogelijkheden van het land en in een billijke verhouding tussen de levensniveaus van de verschillende burgers en sociale milieus. Ze zijn niet minder verplicht een steeds groter respect te tonen voor de fundamentele vrijheden en rechten van de personen, de gezinnen, de middengroepen, met inbegrip van de gewetens- en godsdienstvrijheid. Ze moeten allen door wetten een rechtswaarborg bieden. Ze moeten rekening houden met de redelijke aspiraties, met inbegrip van de wens tot politieke deelneming. Wanneer er binnen de samenleving conflicten ontstaan moeten willekeurige methoden, foltering, verdwijningen, verbanningen, de gedwongen evacuatie van gezinnen en het voltrekken van doodvonnissen op grond van overhaaste vonnissen absoluut worden uitgebannen. Dat is soevereine staten, die zichzelf respecteren, niet waardig, en men zou zich kunnen afvragen of de internationale gemeenschap - waarvan ze overigens de beginselen en handvesten hebben aanvaard - dit gebrek aan logica niet duidelijker zou kunnen veroordelen en doen verhelpen. Wat ons betreft, doen we een plechtig beroep op het geweten van die regeerders, tegenover God en tegenover hun volk.

In een bepaald aantal soevereine landen die reeds hun geschiedenis als natie hebben en hun eenheid hadden verwezenlijkt, blijft de binnenlandse vrede helaas om andere redenen bedenkelijk, want ze moeten het hoofd bieden aan bittere gewapende opstanden. Wat een enorme prijs aan verspilling van noodzakelijke levensbehoefte, aan allerlei soort puinhopen, aan gewelddadigheden, aan verlies van mensenlevens, zonder nog daarbij de tegenstellingen vol haat te rekenen die blijven bestaan! Maar ook tegenover dergelijke verschijnselen moet men de moed hebben zichzelf scherp vragen te stellen. Komt de opstand van een buitenlandse macht die een streek onstabiel probeert te maken, die ingrijpt door ideologische manipulatie, die de haat aanwakkert, en die zelfs deelneemt in de strijd, deze steunt of in stand houdt om een wettelijk politiek systeem omver te werpen? Dit zou dan een betreurenswaardig feit zijn, dat onder zijn ware gedaante aan het licht zou moeten worden gebracht. Of steunt het plaatselijk verzet in het land zelf op overduidelijke onrechtvaardigheden, op een onverdraaglijk totalitarisme van de kant van de regeerders? Dan zou het dezen betamen zich zonder dralen open te stellen voor rechtmatige en noodzakelijke hervormingen. Men kan zich in ieder geval niet neerleggen bij het voortduren van een dergelijke staat van oorlog die onschuldige levens opoffert en de oplossing van de echte problemen uitstelt in zoveel landen waar het leven toch al zo onzeker is!

Het lijkt me dat men in deze overwegingen die samenhangen met.de sociale leer van de Kerk, gemakkelijk heilzame oriënteringen kan vinden voor de oplossing van de verschillende heersende conflicten. U begrijpt zeer goed dat de Heilige Stoel, zoals ongetwijfeld veel van uw landen, zeer bezorgd blijft over de huidige situatie in Midden-Amerika, in Libanon, in Afghanistan, in verschillende gebieden van Afrika, in Cambodja ... Zouden de buitenlandse bezettingstroepen zich niet moeten terugtrekken en zou zich niet tegelijk een politieke overeenstemming vrij in het land moeten vormen in een oprecht nastreven van het algemeen welzijn van alle medeburgers en in de eerbiediging van de plichten van een soevereine staat zoals ik die zojuist heb opgenoemd? Op andere plaatsen van de wereld betreuren wij - en ongeacht de oorzaken - eveneens dat de oorlog voortduurt, zoals het geval is tussen Iran en Irak. En wij hopen overigens ook op een internationaal akkoord om het terrorisme, overal waar dat nog woedt, af te schrikken. We herinneren ons allen enige bijzonder afschuwelijke voorbeelden van bloedbaden die in het afgelopen jaar zijn aangericht.

En wanneer men nu de spanningen beschouwt, die tussen de soevereine staten bestaan, wordt er dikwijls gesproken over een dubbele polarisatie. De ernstige spanning tussen Oost- West trekt vaker de aandacht, want de grootste concentratie van technologische deskundigen en, met hen, van economische macht, sterke industrieën, productievermogen, sociale communicatienetten, en helaas ook van nucleaire of conventionele bewapening bevindt zich in de landen in kwestie. Op dit niveau is de spanning dus reëel en vol dreiging; ze heeft vooral een ideologische achtergrond. Een feit is dat de betrokken volkeren zich ongerust, zelfs beangstigd voelen. Daarvan krijgen wij steeds weer het getuigenis met name door de verschillende episcopaten, en de Heilige Stoel acht het een plicht dit uit te spreken, niet om de angst te vergroten, maar om de vrede beter te waarborgen. Daarom ben ikzelf onlangs tussenbeide gekomen, opdat de onderhandelingen over het verminderen van de kernbewapening zou worden hernomen. Wij hebben geen dag meer te verliezen, wij zijn ervan overtuigd dat er hier een ernstige plicht ligt voor alle betrokken partijen, en wanneer iemand zich aan de noodzaak van dergelijke onderhandelingen zou willen onttrekken, zou hij een grote verantwoordelijkheid op zich nemen ten overstaan van de mensheid en van de geschiedenis.

Maar een volledig overzicht van de wereld vereist ook dat bijzondere aandacht wordt geschonken aan de tegenstelling Noord-Zuid, zoals ik in mijn H. Paus Johannes Paulus II - Boodschap
De vrede ontspringt aan een nieuw hart
Wereldvredesdag 1984 (8 december 1983)
 heb gezegd en in mijn homilie van 1 januari (in dit nummer). Want dit probleem betreft een groot deel van de mensheid en op het spel staat het leven, het overleven van de volkeren die opgesloten zijn in de onderontwikkeling en die gerangschikt worden onder de naam 'Zuid', ook al behoren ze tot alle continenten. Ze zien hoe bepaalde rijke landen, dikwijls uit angst, fabelachtige sommen uitgeven om hun bewapeningsvermogen op te voeren. En zelf komen ze in de verleiding een te groot deel van hun middelen in te zetten voor de aankoop van zulke wapens, terwijl er een bitter gebrek is aan fundamentele voorwaarden van voeding, hygiëne en alfabetisering en dat is een enorme bron van lijden, angst, verbittering en soms van opstand. Uiteraard brengt deze situatie een endemische staat van geweld met zich mee, vooral ook wanneer ze door andere mogendheden wordt uitgebuit. De uitbreiding van de armoedegebieden is op lange termijn de meest ernstige bedreiging voor de vrede.

Bij de menselijke oorzaken die onder andere voortkomen uit de ongelijkheid in het ruilverkeer en bepaalde ongerechtigheden, komen ook nog de natuurrampen zoals de verschrikkelijke droogte in de Sahel. Tegenover deze reusachtige en ongetwijfeld zeer complexe problemen, is de internationale gemeenschap geroepen blijk te geven van een vastberaden betrokkenheid voor een doeltreffende en belangeloze hulpverlening, een groot respect voor de culturen en tradities in zoverre ze gezond zijn, zorg voor het ontwikkelen van de verantwoordelijkheid, de vrije deelneming en de eenheid van de arme landen. Deze zullen trouwens vroeg of laat degenen wel weten te erkennen die hen werkelijk liefhebben, die hen op doeltreffende wijze helpen in hun werkelijke noden, te beginnen met voedselhulp. Van haar kant, en ik leg de nadruk op dit punt, wil de Kerk zich vastberaden blijven inzetten voor de ontwikkeling van deze zogenaamde landen van het Zuiden; en zij moedigt de anderen aan zich er ook steeds meer voor in te zetten, want een werk van gerechtigheid en broederlijke solidariteit verrichten is beslist de beste manier om de wegen van de vrede voor te bereiden.

Ik heb zojuist ten overstaan van u, excellenties, een aantal problemen vermeld die zeker politieke richtingen raken; zoals uw deken heeft aangetoond, zijn ze diplomaten als u overigens vertrouwd. Maar u weet wel, dat ik dit niet doe in naam van een staat, maar in naam van de Heilige Stoel, in naam van de Katholieke Kerk, in naam van het christelijk geweten. Het gaat er om de voorwaarden voor een menselijkere wereld te vinden. Zoals ik u vorig jaar zei, voelt de Heilige Stoelzich vrij die initiatieven te nemen die daartoe nodig zijn, zonder aanmatiging, maar met vastberadenheid door met name de zaak van hen die lijden en wier stem zich niet kan doen gelden. En wij zijn ervan overtuigd dat deze visie gedeeld wordt door veel mensen van goede wil, te beginnen met de staatshoofden en de verantwoordelijken voor het internationale leven. Maar het geloof schenkt ons een vernieuwd begrip van de mens en de samenleving, met bijzondere redenen die de invloed ervan kunnen versterken.

'Z» wil de Heilige Stoel, in het kader van het internationale diplomatieke leven, allereerst het vertrouwen bevorderen: hij houdt niet op met rechtvaardige onderhandelingen tot stand gekomen oplossingen aan te bevelen, aarzelt niet te vragen dat een werkelijke, oprechte dialoog weer wordt opgenomen, boven de hartstochten en vooroordelen uit die verblinden. Dat juist ontbreekt de naties die er niet in slagen hun betrekkingen op het vertrouwen te bouwen. Deze dialoog en dit vertrouwen is helemaal geen afwijken van de werkelijkheidszin, integendeel. In plaats van beslissende uitslagen af te wachten die worden toegeschreven aan de veranderingen, welke bepaalde filosofisch-politieke theorieën beloven voor een niet nader omschreven toekomst, zou de Heilige Stoel ertoe willen bijdragen vandaag uit de impasse te komen door personen en groepen aan te moedigen concrete stappen te verwezenlijken, gerichte maatregelen te nemen om tot de oplossing te komen van de meest elementaire problemen van de gerechtigheid in deze wereld.

Evangelische inspiratie

Ik heb gesproken over een verband tussen deze toespraak en het evangelie. Wanneer de Kerk namelijk uitnodigt het hoofd te bieden aan de dramatische situatie van hongerende volkeren, herinnert ze zich dat Christus zich heeft vereenzelvigd met de mens die honger lijdt.

Zij kiest de partij voor het leven, opdat het wordt aanvaard, geëerbiedigd, verdedigd en bevorderd. Zij weet trouwens heel goed dat de wereld deze strijd kan waarderen, want het leven van een enkele onschuldige - bijvoorbeeld bij een ontvoering - roept terecht groot medelijden en grote solidariteit op; zij zou willen dat men dezelfde gevoeligheid had voor de duizenden menselijke wezens die uit de weg worden geruimd door abortus, hongersnood en oorlog. De Kerk kiest partij voor het persoonlijke en onschendbare in de mens: zijn geweten, zijn verhouding met God. Zij weet dat een regime dat het geloof in God wil uitroeien de eerbiediging van de mens en de broederschap tussen de mensen niet kan waarborgen. Zij blijft onophoudelijk een beroep doen op de godsdienstvrijheid als een fundamenteel recht.

Wat haar betreft dringt de Kerk vooral in dit heilig jaar van de verlossing, aan op de verzoening, de vergeving. Door deze vergeving aan God zelf te vragen nodigt zij de mensen uit deze onderling in praktijk te brengen. De volkeren hebben er behoefte aan zich met elkaar te verzoenen, de anderen in een nieuw licht te zien, de oude grieven te overwinnen, hun deur te openen voor de 'tegenstander' zonder hem te vernederen, en te proberen de eenheid te herstellen.

De Kerk roept op te handelen uit liefde, uit een geest van broederschap, van dienstbaarheid zoals zij van Christus heeft geleerd; ze is ervan overtuigd dat de grote woorden vrede, gerechtigheid en solidariteit zonder bereidheid het gevaar lopen als cymbalen te zijn die weergalmen zonder enig effect.

En zoals ik op de eerste dag van het jaar heb gezegd, is deze broederschap ten diepste gerechtvaardigd omdat we allen kinderen zijn van dezelfde Vader. Hoe kan men een oorlog, welke dan ook, overwegen tussen de kinderen van eenzelfde Vader?

Daarom durft de Kerk over hoop te spreken. Kerstmis heeft ons eraan herinnerd dat de geboorte van een kind het begin is van iets nieuws, des te meer wanneer het de Zoon van God is die zich invoegt in de mensengeschiedenis, niet om te veroordelen maar om te redden. Jezus brengt voor onze ogen als gelovigen, het begin van een nieuwe mensheid. Hij doet de geschiedenis openbreken. Iedere mens wordt door God bemind en geacht, welke zijn persoonlijk en collectieve verleden ook is. Er bestaat geen geblokkeerde en uitzichtloze situatie. Onze angsten en egoïsmen kunnen in Hem, de Verlosser, worden overwonnen. De Christen gelooft niet in het noodlot van de geschiedenis. De mens kan, met de genade van God, de gang van de wereld veranderen. In deze overtuiging wortelt de dienst welke de Heilige Stoel nederig en binnen de grenzen van haar taakgebied aan de internationale gemeenschap verleent. Eerlijk gezegd is de Kerk zich er duidelijk van bewust dat deze geduldige omvorming van de internationale betrekkingen de menselijke krachten te boven gaat gezien het beperkte en zondige karakter van de mens. Daarom bidt zij, te midden van haar handelen, ook bij haar diplomatieke activiteit, en smeekt God en nodigt zij uit tot gebed. Dit gebed beoogt niet allereerst een tekort aan te vullen. In haar ogen is bidden wezenlijk zichzelf in zijn diepste innerlijk in overeenstemming brengen met de wil van God, die alleen absoluut rechtvaardig is; en voor ons is het meer nauwkeurig ons tot leerlingen maken van Christus in de werkelijkheid van ons zijn. Wanneer de Christenen ten overstaan van de hele mensengemeenschap de eisen die ik in herinnering heb geroepen durven uitspreken en onder woorden brengen, dan is dat, omdat ze trouw proberen te zijn aan het innerlijk licht dat ze van God ontvangen door de liefdesgave van Christus, die aanwezig is in de geschiedenis. In deze geest kunnen zij werken opdat het 'hart' in zijn diepste zones verandert. Dan zal de vrede ontstaan en worden versterkt, overeenkomstig de boodschap die ik aan alle politieke verantwoordelijken heb gericht.

Ziedaar het ideaal dat de Heilige Stoel in naam van de Kerk vrij voorstelt en met u en de regeringen van de hele wereld die u vertegenwoordigt, wil delen. En u, bij de Heilige Stoel geaccrediteerde diplomaten, wil ik bijzonder uitnodigen er de getuigen van te zijn, persoonlijk en als corps diplomatique geroepen tot een vertegenwoordiging welke enig in zijn soort is.

Excellenties, dames en heren, na deze woorden van hoop spreek ik nogmaals mijn hartelijke wensen uit. Moge de Heer, de bewerker van alle goeds, u overstelpen met zijn zegeningen, u en allen die u lief zijn!

Document

Naam: GESPREK EN ONDERHANDELEN ZIJN DE ENIGE WEG OM EEN ECHTE VREDE TE VERKRIJGEN
Tot het Corps Diplomatique bij aanvang van het nieuwe jaar 1984
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Toespraak
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 14 januari 1984
Copyrights: © 1984, Archief van de Kerken, jr. 39 p. 14-18
Bewerkt: 12 januari 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam