• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

"ONZE VADER": 2. - EEN GEBED DAT VERTROUWVOL VRAAGT
Catechesereeks over het Onze Vader - Aula Paulus VI

Dierbare broers en zussen goedendag!

We gaan verder met de catechese over het “Onze Vader” die we vorige week begonnen zijn. Jezus leert zijn leerlingen een kort, stoutmoedig gebed bestaande uit zeven vragen. In de Bijbel is het getal zeven geen toeval. Het duidt op volheid. Ik noem dit gebed stoutmoedig omdat, moest Jezus het ons niet geleerd hebben, zou niemand, ook de meest vermaarde theologen niet, op deze wijze tot God durven bidden.

Jezus nodigt zijn leerlingen uit tot God te naderen en vertrouwvol enkele verzoeken voor te leggen: deels met betrekking tot God, deels met betrekking tot ons. Er is geen inleiding tot het “Onze Vader”. Jezus leert geen formules om bij de Heer ”in de gunst” te komen. Integendeel, Hij nodigt ons uit tot God te bidden zonder onderwerping of angst. Hij zegt niet dat we God moeten aanspreken met “Almachtige”, “Allerhoogste”, “Gij die zo ver van ons zijt, zie mij arme”. Neen, zo leert Jezus niet, wel eenvoudig “Vader”, in alle eenvoud, zoals kinderen tot hun papa spreken. “Vader” drukt vertrouwelijkheid en kinderlijk vertrouwen uit.

Het “Onze Vader” heeft zijn wortels in het concrete leven van de mens. Bijvoorbeeld. Het nodigt ons uit brood te vragen, het dagelijks brood: een eenvoudige maar levensbelangrijke vraag. Het leert ons dat het geloof geen “versiersel” is los van het leven, dat ter sprake komt wanneer alle andere noden bevredigd zijn. Integendeel, het gebed begint met het leven zelf. Het gebed – leert Jezus ons – begint in het leven van een mens niet nadat de maag verzadigd is. Het is daarentegen overal aanwezig waar een mens is. Om het even welke mens die honger heeft, weent, strijdt, lijdt en zich de vraag stelt “waarom”. In zekere zin is ons eerste gebed de kreet die onze eerste ademtocht heeft begeleid. In dat wenen van de pasgeborene kondigt zich het lot van heel ons leven aan: onze voortdurende honger, onze onophoudelijke dorst, ons zoeken naar geluk.

Jezus wil in het gebed het menselijke niet uitschakelen, er niet ongevoelig voor maken. Hij wil niet dat we de vragen en verzuchtingen temperen en zo alles leren verdragen. Hij wil daarentegen dat elk lijden, elke onrust ten hemel stijgt en dialoog wordt.

Iemand zei: geloof hebben dat is de gewoonte van het schreeuwen.

We zouden allen moeten zijn zoals Bartimeüs in het Evangelie Vgl. Mc. 10, 46-52 – we herinneren ons het verhaal van die blinde man die aan de poorten van Jericho zat te bedelen. Rondom hem veel brave mensen die hem aanspoorden te zwijgen: “Zwijg want de Heer komt langs. Zwijgen. Niet storen. De Meester is zo druk, stoor Hem niet. Door je schreeuwen ben je een vervelend individu. Niet storen.” Hij gaf geen gehoor aan die aansporingen. Met heilige vasthoudendheid was hij ervan overtuigd dat zijn armzaligheid eindelijk Jezus moest ontmoeten. En dus schreeuwt hij nog luider. En de welopgevoede lieden: “ Ah neen, asjeblieft het gaat om de Meester. Je slaat een mal figuur!” Hij bleef schreeuwen want hij wilde gezien, hij wilde genezen worden: “Jezus, heb medelijden met mij” (Mc. 10, 47). Jezus doet hem opnieuw zien en zegt hem: “Uw geloof heeft u genezen” (Mc. 10, 52). Het beslissende in de genezing is het gebed geweest, de met geloof geschreeuwde aanroeping, luider dan de beleefdheid van de vele mensen die hem wilde doen zwijgen. Gebed gaat niet slechts aan de genezing vooraf, maar draagt in zekere zin de genezing in zich. Het bevrijdt van de wanhoop van wie niet gelooft in een uitweg uit veel ondraaglijke situaties.

Natuurlijk, gelovigen voelen ook de behoefte om God te prijzen. De Evangeliën verhalen ons over de jubelende uitroep uit het hart van Jezus, vol dankbare bewondering voor de Vader. Vgl. Mt. 11, 25-27 Zo voelden de eerste christenen de behoefte om aan de tekst van het “Onze Vader” een lofprijzing toe te voegen: “Want van U is het Koninkrijk en de macht en de heerlijkheid in eeuwigheid”. Apostolische Vader, Onderwijs van de Twaalf Apostelen, Didachè. 8,2

Niemand van ons moet de theorie aanvaarden van wie die in het verleden beweerde dat het smeekgebed een zwakke vorm van geloof is. Het echte gebed zou de loutere lofprijzing zijn die God zoekt zonder het gewicht van enige vraag. Neen, dat is niet waar. Het smeekgebed is waarachtig, is spontaan, is een daad van geloof in God Vader die goed is en almachtig. Het is een akte van geloof in mijzelf die klein ben, zondaar en noodlijdend. Daarom is het gebed waardoor men iets vraagt, een zeer edel gebed. God Vader heeft een mateloos medelijden met ons en wil dat zijn kinderen zich tot Hem richten zonder vrees, rechtstreeks door Hem “Vader” te noemen. Of bij tegenslag zeggen: “Heer, waarom heb Jij mij dit aangedaan?” We mogen God alles vertellen, ook wat in ons leven verwrongen en onbegrijpelijk blijft. Hij heeft beloofd dat Hij altijd ons nabij zal zijn, tot de laatste dag dat we hier op aarde zijn. Laten we tot onze Vader bidden, eenvoudig beginnend met “Vader” of “Papa”. Hij verstaat dat en houdt mateloos van ons.

Document

Naam: "ONZE VADER": 2. - EEN GEBED DAT VERTROUWVOL VRAAGT
Catechesereeks over het Onze Vader - Aula Paulus VI
Soort: Paus Franciscus - Audiëntie
Auteur: Paus Franciscus
Datum: 12 december 2018
Copyrights: © 2018, Libreria Editrice Vaticana / Stg. InterKerk / Nederlandse Bisschoppenconferentie
Vert. uit het Italiaans: Marcel De Pauw MSC; alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 20 januari 2021

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam