• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Het eerste nieuwe van het bijbelse geloof ligt, zoals we zagen, in het Godsbeeld; het tweede, daarmee innerlijk samenhangend, vinden we in het mensbeeld. Het scheppingsverhaal van de bijbel spreekt van de eenzaamheid van de eerste mens, Adam, aan wie God een hulp aan zijn zijde wil geven. Geen van de schepselen kan voor de mens deze hulp zijn die hij nodig heeft, hoewel hij alle dieren van het veld en de vogels een naam geeft en zo in zijn levenssamenhang betrekt. Dan vormt God uit een rib van de man de vrouw. Nu vindt Adam de hulp die hij nodig heeft: “Eindelijk been van mijn gebeente en vlees van mijn vlees” (Gen. 2, 23). Men zou daar ideeën achter kunnen zien zoals die bijvoorbeeld in de door Plato verhaalde mythe te voorschijn komen, dat de mens oorspronkelijk kogelvormig, dat wil zeggen helemaal in zichzelf gekeerd en zichzelf genoeg geweest zou zijn, maar door Zeus voor straf voor zijn hoogmoed werd gehalveerd, zodat hij nu voortaan altijd naar de andere helft verlangt, naar haar onderweg is, om weer heel te worden. Vgl. Plato, Symposion. XIV-XV, 189c-192d In het bijbelse verhaal is van straf geen sprake, maar de gedachte is er toch aanwezig dat de mens als het ware onvolledig is - vanuit zijn wezen op weg om in de ander tot zijn volledigheid te komen; dat hij alleen in het met-elkaar van man en vrouw “heel” wordt. Zo sluit dan ook het bijbelse verhaal met een profetie over Adam: “Zo komt het dat een man zijn vader en zijn moeder verlaat en zich zo aan zijn vrouw hecht dat zij één vlees worden” (Gen. 2, 24)

Twee punten zijn daarin belangrijk:

  • de eros is als het ware verankerd in het wezen zelf van de mens; Adam is op zoek en “verlaat vader en moeder” om de vrouw te vinden; pas samen vertegenwoordigen beide de totaliteit van het menszijn, worden “één vlees” met elkaar.
  • Niet minder belangrijk is het tweede punt: al vanuit de schepping wijst eros de mens naar het huwelijk, naar een binding die zowel exclusief als definitief is. Zo, en alleen zo komt deze, hem wezenseigen oriëntatie tot vervulling. Aan de monotheïstische godsdienst beantwoordt het monogame huwelijk. Het huwelijk dat op een exclusieve en definitieve liefde berust, wordt tot beeld van de verhouding van God met zijn volk en omgekeerd: de wijze waarop God liefheeft, wordt tot maatstaf van de menselijke liefde. Deze vaste verbinding van eros en huwelijk in de bijbel vindt nauwelijks parallellen in de niet-bijbelse literatuur.

Document

Naam: DEUS CARITAS EST
God is Liefde
Soort: Paus Benedictus XVI - Encycliek
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 25 december 2005
Copyrights: © 2006, Libreria Editrice Vaticana
Vert.: Past. Chr. van Buijtenen, pr.
vertaald vanuit de Duitstalige grondversie, gecontroleerd met de officiële Italiaanse, Franse en Engelse vertalingen
Bewerkt: 29 november 2017

Referenties naar dit document

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam