• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

De getuigen van het kruis en de verrijzenis van Christus hebben de Kerk en de mensheid een bijzonder evangelie van het lijden overgeleverd. De Verlosser heeft dit evangelie eerst zelf geschreven door Zijn lijden dat Hij uit liefde op zich heeft genomen, opdat de mens "niet verloren zal gaan, maar eeuwig leven zal hebben" (Joh. 3,16). Dit lijden is, samen met het levende woord van Zijn leer, een overvloedige bron geworden voor allen die aan het lijden van Christus hebben deelgenomen, zowel in de eerste generatie van Zijn leerlingen en belijders als daarna in de generaties die in de loop der eeuwen zijn gevolgd. Het is vooral een bron van troost – zoals uit het evangelie en de geschiedenis blijkt – dat naast Christus, op een eerste en heel betekenisvolle plaats, Zijn heilige Moeder steeds aanwezig is om op uitstekende wijze, namelijk door haar hele leven, van dit bijzondere evangelie van het lijden te getuigen. In haar hebben talrijke en hevige smarten zich zo nauw en intens samengebald dat ze niet alleen haar onwrikbaar geloof hebben bewezen, maar ook een bijdrage hebben geleverd aan de Verlossing van alle mensen. Werkelijk, vanaf haar mysterieuze gesprek met de engel ziet hij in haar taak als Moeder een "roeping" om op uniek en onnavolgbare wijze deel te nemen aan de zending van haar Zoon. Dit wordt heel spoedig bevestigd door de gebeurtenissen bij de geboorte van Jezus in Betlehem, door de nadrukkelijke en duidelijke voorspelling van de oude Simeon, die over een zwaard sprak da zo scherp was dat het haar hart zou doorboren, en door de zorgen en ontberingen tijdens de vlucht naar Egypte, die in allerijl ondernomen werd vanwege het wrede besluit van Herodes.

Na de gebeurtenissen tijdens het verborgen en openbare leven van haar Zoon – waaraan zij ongetwijfeld met de uiterste tederheid heeft deelgenomen – bereiken de smarten van de heilige maagd Maria een hoogtepunt op Calvarië: de menselijke geest kan zich intensiteit van dit lijden nauwelijks voorstellen, maar op Mysterieuze en bovennatuurlijke wijze is het voor de Verlossing van alle mensen zeker vruchtbaar geweest. Door die opgang naar Calvarië en dat "staan" naast het kruis, samen met de meest geliefde leerling, heeft zij op heel bijzondere wijze deelgenomen aan de verlossende dood van haar Zoon; bovendien heeft zij door de woorden die zij uit zijn mond hoorde, op waarlijk plechtige wijze de opdracht ontvangen om dit volkomen unieke evangelie aan de hele gemeenschap van gelovigen te verkondigen.

Door haar aanwezigheid en haar deelnemen aan het lijden – zij leed immers mee – heeft de heilige maagd Maria op bijzondere wijze bijgedragen van het evangelie het lijden: samen met haar Zoon heeft zij als het ware heel veel bladzijden meegeschreven en tijdens haar leven heeft zij bij voorbaat de woorden van de heilige Paulus in vervulling gebracht die ik aan het begin van deze brief heb geciteerd. Zij kan met heel bijzonder recht zeggen dat zij "in haar lichaam" – zoals zij reeds in haar hart gedaan had – aanvult wat nog ontbreekt aan de verdrukkingen van de Christus".

In het stralende licht van het onvergelijkelijke voorbeeld van Christus – een licht dat door de weerkaatsing in het leven van Zijn Moeder nogmaals heel bijzonder uitstraalt – wordt het evangelie van het lijden, door het getuigenis en de geschriften van de apostelen, een onuitputtelijke bron voor steeds nieuwe generaties, die elkaar in de geschiedenis van de Kerk opvolgen. Het evangelie van het lijden laat niet alleen zien dat in het evangelie het lijden als een van de thema’s van de Blijde Boodschap aanwezig is, maar openbaart ook de heilzame kracht en de heilzame betekenis van het lijden in de Messiaanse zending van Christus en daarna in de zending en roeping van de Kerk.

Christus heeft voor Zijn toehoorders niet verborgen gehouden dat het lijden noodzakelijk is. Heel duidelijk heeft Hij gezegd: "Wie Mijn volgeling wil zijn, moet Mij volgen door... elke dag opnieuw zijn kruis op te nemen" (Lc. 9,23). De weg die naar het Rijk der hemelen voert, is "nauw" en "smal" en Christus stelt hem tegenover de "wijde en brede" weg, die echter "naar de ondergang voert" Vgl. Mt. 7, 13-14 . Vaak verzekerde Christus ook dat Zijn leerlingen en belijders veel vervolgingen zouden lijden, hetgeen – zoals uit de ervaring blijkt – niet alleen in de eerste eeuwen van het leven van de Kerk in het Romeinse rijk gebeurd is, maar ook in verscheidene tijdperken van de geschiedenis en op allerlei plaatsen op aarde, ook nog in onze eeuw.

Hier volgen enkele woorden van Christus over dit thema:

"Zij zullen u vastgrijpen en vervolgen; zij zullen u overleveren aan de synagogen en gevangen zetten, u voor koningen en stadhouders voeren omwille van Mijn Naam. Het zal voor u uitlopen op een getuigenis. Welnu, prent het u in, dat gij dat uw verdediging niet moet voorbereiden. Want Ik zal u een taal en een wijsheid geven, die geen van uw tegenstanders zal kunnen weerstaan of weerspreken. Ge zult zelfs door ouders en broers, door bloedverwanten en vrienden overgeleverd worden en sommigen van u zullen u ter dood doen brengen. ge zult een voorwerp van haat zijn voor allen omwille van Mijn Naam; geen haar van uw hoofd zal verloren gaan. Door standvastig te zijn zult ge uw leven winnen" (Lc. 21,12-19).

Het evangelie van het lijden spreekt eerst op verschillende plaatsen over lijden "voor Christus" en omwille van de naam van Christus", met de woorden van Jezus zelf of met die van Zijn apostelen. De Meester houdt voor Zijn leerlingen en volgelingen niet het lot verborgen, dat zij zo misschien zouden ondergaan. Hij maakt dit zelfs hel duidelijk, maar wijst tegelijk op de goddelijke hulp, die hem te midden van de vervolgingen en beproevingen "omwille van de naam van Christus’ zal bijstaan. Dit lijden zal ook op een bijzondere wijze de gelijkheid en eenheid met Christus bevestigen. "Als de wereld u haat, bedenkt dan dat zij Mij eerder heeft gehaat dan u... Daar gij echter niet van de wereld zijt, maar Ik u uit de wereld heb uitgekozen, daarom haat de wereld u...: een dienaar staat niet boven zijn heer. Als ze Mij vervolgd hebben, zullen ze ook u vervolgen... Maar dit alles zullen zij u vanwege Mijn Naam aandoen, want Hem die Mij gezonde heeft, kennen zij niet" (Joh. 15,18-12). "Dit heb Ik u gezegd, opdat gij vrede zoudt bezitten in Mij. Weliswaar leeft gij in de wereld in verdrukking, maar hebt goede moed: Ik heb de wereld overwonnen" (Joh. 16,33).

Dit eerste hoofdstuk van het evangelie van het lijden, dat over de vervolgingen, de beproeving omwille van Christus spreekt, bevat een bijzondere aansporing om moed te houden en sterk te blijven, een aansporing die steunt op de buitengewone kracht van de verrijzenis. Christus heeft door Zijn verrijzenis de wereld definitief overwonnen; maar omdat deze verrijzenis niet te scheiden is van het lijden en de dood, heeft Christus deze wereld tegelijk overwonnen door Zijn lijden. Ja, het lijden is heel bijzonder verbonden met die overwinning op de wereld die in de verrijzenis is geopenbaard. Christus behoudt in Zijn uit de doden verrezen lichaam de wondetekens van het kruis: in Zijn handen en voeten en in Zijn zijde. Door de verrijzenis openbaart Hij de zegevierende kracht van het lijden en door hen van deze kracht te overtuigen sterkt Hij de harten van hen die Hij als Zijn apostelen heeft uitverkoren en van degenen die Hij nog steeds uitverkiest en uitzendt. De apostel Paulus zegt: "Allen die in Christus Jezus godvruchtig willen leven, zullen vervolgd worden" (2 Tim. 3,.12).

Wordt het eerste grote hoofdstuk van het evangelie van het lijden geschreven door de generaties die vervolging lijden omwille van Christus, in de loop der geschiedenis wordt op gelijke wijze een tweede groot hoofdstuk van dit evangelie geschreven. Het wordt geschreven door allen die samen met Christus lijden, doordat zij hun eigen menselijk lijden met Zijn heilzaam lijden en verrijzenis over het delen in het lijden van Christus gezegd of geschreven hebben. In hen gaat dus het evangelie van het lijden in vervulling en tegelijk gaat ieder van hen in zekere zin verder met het schrijven van dit evangelie: hij schrijft het en verkondigt het aan de wereld, hij verkondigt het aan zijn omgeving en aan de mensen van deze tijd.

In alle eeuwen en generaties blijkt dat in het lijden een bijzondere kracht verborgen ligt, die de mens innerlijk met Christus verenigt, een bijzondere genade dus. Aan deze genade danken veel heiligen hun innerlijke omkeer, zoals de heilige Franciscus van Assisi, de heilige Ignatius van Loyola en anderen. Het gevolg van deze omkeer is niet slechts dat de mens de heilsbetekenis van het lijden ontdekt, maar ook en vooral dat hij in dit lijden een volkomen nieuwe mens wordt. Hij ontvangt als het ware een nieuwe maatstaf voor zijn hele leven en voor het vervullen van zijn roeping. Deze ontdekking bevestigt vooral de grootheid van de geest, die in de mens het lichaam op een absoluut onvergelijkelijke wijze overtreft. Als dit lichaam ernstig ziek en totaal verzwakt is, als de mens bijna niet meer in staat is om te leven en te handelen, komt zijn innerlijke rijpheid en geestelijke grootheid meer te voorschijn, en dit betekent een ontroerende les voor de mensen die goed gezond zijn.

Deze innerlijke rijpheid en geestelijke grootheid in het lijden zijn in feite het gevolg van een bijzondere omkeer en samenwerking met de genade van de gekruisigde Verlosser. Christus grijpt fundamenteel in in het menselijk lijden door Zijn Geest van waarheid, door Zijn Geest van vertroosting. Hij verandert in zekere zin het wezen zelf van het geestelijk leven, doordat Hij de zieke mens laat merken dat Hij hem nabij is. Als Meester en zieleleider leert Hij de lijdende broeders en zusters deze wonderlijke ruil, die in de kern van het mysterie van de Verlossing te vinden is. Lijden is in wezen de ervaring van kwaad. Maar Christus heeft aan dit lijden het meest hechte fundament gegeven van het oneindige goed, d.w.z. het goed van het eeuwig heil. Christus heeft door Zijn lijden aan het kruis de wortels zelf van het kwaad, de Satan, en diens voortdurende opstand tegen de Schepper overwonnen. Christus opent voor de lijdende broeder of zuster de grenzen van het Rijk Gods en laat hem dit geleidelijk zien; dit Rijk is tot zijn Schepper bekeerde en van de zonde bevrijde wereld, die geleidelijk opgebouwd wordt op het heilzame kracht van de liefde. Langzaam maar zeker voert Christus de lijdende mens binnen in deze wereld, dit Rijk van de Vader, als het ware via de kern van dit lijden. Het lijden kan immers door de genade niet uiterlijk gewijzigd en veranderd worden, maar wel innerlijk. Christus is door Zijn heilzaam lijden volkomen aanwezig in al het lijden van de mensen en kan daarin werkzaam zijn door de kracht van Zijn Geest van waarheid, Zijn Geest van vertroosting.

Maar er is meer: de goddelijke Verlosser wil in het hart van iedere lijdende mens doordringen via het hart van Zijn allerheiligste Moeder, de eerste en meest volkomene van alle verlosten. Bij Zijn sterven heeft Christus, als het ware als vervolg op het moederschap, waardoor Hem, onder inwerking van de heilige Geest, het leven geschonken is, aan deze allerheiligste Maria altijd Maagd een nieuw moederschap geschonken – een geestelijk en universeel moederschap – dat alle mensen moest omvatten, opdat iedereen tijdens zijn gelovige pelgrimstocht op aarde samen met Maria nauw met Hem verenigd zou blijven tot aan het kruis en dat ieder lijden zo, door de kracht van dit kruis vernieuwd, van zwakheid van de mens in kracht van god zou veranderen.

Dit innerlijke proces verloopt niet altijd op dezelfde wijze. Vaak zijn het begin en de eerste stappen moeilijk. Het uitgangspunt zelf is al verschillen: verschillend is immers de houding die de mens aanneemt tegenover zijn lijden Maar dit kan men vooropstellen: bijna altijd neemt iedereen zijn lijden op zich met een typisch menselijk protest en met de vraag: "waarom?" Iedereen zoekt naar de zin van het lijden en verwacht een antwoord op deze vraag dat aan zijn menselijke situatie is aangepast. Zeker richt hij deze vraag ook herhaaldelijk aan God en aan Christus. Bovendien begrijpt de mens goed dat degene aan wie hij zijn vraag richt, zelf lijdt en hem daarom een antwoord wil geven vanuit het kruis, vanuit dit eigen lijden. Maar soms heeft de mens een zekere tijd, zelfs een lange tijd nodig om dit antwoord in zijn innerlijk te bespeuren. Want Christus antwoordt niet rechtstreeks en ook niet op abstracte wijze op deze vraag van de mens naar de zin van het lijden. De mens krijgt echter een verlossend antwoord naargelang hij meer deelt in het lijden van Christus.

Het antwoordt dat hij door deze deelname in innerlijke verbondenheid met de Meester ontvangt, is tevens meer dan een simpel abstract antwoord op de vraag naar de zin van het lijden. Christus’ antwoord is immers in de eerste plaats een uitnodiging, een oproep. Christus geeft geen abstracte, zakelijke, verklaring van de oorzaken van het lijden, maar zegt vóór alles: "Volg Mij!" Kom! Neem door uw lijden deel aan dit werk voor het heil van de wereld, dat door Mijn lijden bewerkt wordt! Door Mijn kruis. Terwijl de mens zijn kruis op zich neemt en zich zo op geestelijke wijze met het kruis van Christus verenigt, wordt hem de heilsbetekenis van het lijden duidelijk. De mens ontdekt deze zin niet als mens, maar in het lijden van Christus. Maar tegelijk daalt deze heilsbetekenis van het lijden vanuit de situatie van Christus af in de menselijke situatie en wordt in zekere zin zijn persoonlijk antwoord. Dan vindt de mens in zijn lijden innerlijke vrede en zelfs geestelijke vreugde.

Over deze vreugde spreekt de apostel in zijn brief aan de Kolossenzen: "Op het ogenblik verheug ik mij dat ik voor U mag lijden" (Kol. 1, 24). De overwinning op het gevoel van nutteloosheid van het lijden – een gevoel dat soms zeer sterk in het menselijk lijden geworteld is – wordt een bron van vreugde. Het lijden verleert de mens niet slechts innerlijk, maar lijkt hem ook tot een last voor anderen te maken. De mens voelt zich gedwongen hulp en verzorging van anderen te ontvangen en komt zich tegelijk als een nutteloos wezen voor. Door de ontdekking van de heilsbetekenis van het lijden dat men samen met Christus op zich genomen heeft, ondergaat dit gevoel van uiterste droefheid een totale wijziging. Het geloof in de deelname aan het lijden van Christus brengt de innerlijke zekerheid met zich mee, dat de lijdende mens "aanvult wat ontbreekt aan de verdrukkingen van de Christus"; krachtens de geestelijke dimensie van het verlossingswerk dient het lijden, naar de wil van Christus, tot heil van zijn broeders en zusters. Het komt dus niet alleen anderen ten goede, maar het vervult ook en nog meer een onvervangbare opdracht. In het lichaam van Christus, dat voortdurend groeit uit het kruis van de Verlosser, speelt het lijden, dat volkomen doordrongen is van de kracht van Christus’ offer, een absoluut noodzakelijke en eigen rol om al het goede tot stand te brengen dat in zich een absolute voorwaarde is voor het heil van de wereld. Dit lijden maakt meer dan wat ook de weg vrij voor de genade, die het hart van de mensen verandert. Het zorgt er vooral voor dat krachten van de Verlossing in de menselijke geschiedenis levend en werkzaam blijven. In die "kosmische" botsing tussen de geestelijke machten van goed en kwaad, waarover in de brief aan de Efesiërs gesproken wordt Vgl. Ef. 6, 12 , betekent het lijden van de mensen, verenigd met het verlossende lijden van Christus, een heel bijzondere steun voor de machten van het goed, doordat het veel bijdraagt tot de overwinning van deze heilzame krachten.

Daarom ziet de kerk alle broeders en zusters van Christus, die door het lijden gekruisigd worden, als evenzovele dragers van haar goddelijke kracht Heel vaak richten de herders van de Kerk zich tot hen om van hen hulp en steun te vragen! Het evangelie van het lijden wordt onophoudelijk geschreven en spreekt voortdurend in woorden die deze wonderlijke paradox uitdrukken, dat de bronnen van de goddelijke kracht juist ontspringen uit deze volkomen menselijke zwakheid. Wie deelt in het lijden van Christus, is door zijn lijden de behoeder van een heel eigen deeltje van de oneindige schat van de Verlossing van de wereld en kan deze schat met andere delen. Hoe meer de zonde de mens bedreigt, hoe benauwende de structuren worden van de zonde, die de moderne wereld met zich meebrengt, des te groter is de betekenis van het menselijk lijden en des te meer ook voelt de kerk zich gedrongen om gebruik te maken van het goed van het menselijk lijden tot heil van de wereld.

Document

Naam: SALVIFICI DOLORIS
Over de christelijke zin van het menselijke lijden
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Apostolische Brief
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 11 februari 1984
Copyrights: © 1984, Stg. RK Voorlichting, Oegstgeest
Bewerkt: 3 oktober 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam