• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Eerwaarde broeders en geliefde zonen en dochters,

In zijn uiteenzetting over de kracht van het heilzame lijden zegt de heilige apostel Paulus: "In mijn lichaam mag ik aanvullen wat nog ontbreekt aan de verdrukkingen van de Christus, ten bate van Zijn lichaam, dat is de Kerk” (Kol. 1, 24).

Deze woorden schijnen het einde te zijn van de zeer lange weg door het lijden, dat op een of andere manier steeds met de menselijke geschiedenis is verwerven en dat door het woord van God wordt verduidelijkt. Deze woorden van Paulus zijn bijna zo kostbaar als een eindelijk gevonden schat; met zowel vreugde gaan ze gepaard. Daarom schrijft de apostel: ,,Op het ogenblik verheug ik mij dat ik voor U mag lijden” (Kol. 1, 24). Deze vreugde vloeit voort uit de ontdekking van de betekenis van het lijden; en hoewel deze grote ontdekking in de eerste plaats voor Paulus van Tarsus geldt, is ze toch ook geldig voor anderen. Want de apostel deelt dat wat hij zelf in de geest gezien heeft, aan de anderen mee en verheugt zich, omdat daardoor allen geholpen worden – zoals hij zelf geholpen is – om de zin van het heilzame lijden volledig te doorgronden.

Het lijkt me zeer gepast om het thema van het lijden – vooral onder dit aspect van het heil – in verband te brengen met dit heilig jaar van de Verlossing, dat door de Kerk buiten de gewone orde van de jubileumjaren gevierd wordt; dit brengt mij ertoe om dit thema bij deze gelegenheid met grote ijver te bestuderen. Maar ook zonder deze aanleiding van het heilig jaar is het thema van het menselijk lijden van die aard dat het alle mensen in al hun geledingen en in alle windstreken van de aarde raakt, want deze ellende is als het ware in zekere zin tegelijk met de mens in de wereld geboren; daarom moet dit thema telkens opnieuw behandeld worden. Want ofschoon Paulus in de brief aan de Romeinen schrijft: "Wij weten immers, dat de hele natuur kreunt en barensweeën lijdt, altijd door" (Rom. 8,22) en wij overal om ons heen zien dat ook dieren met pijn te kampen hebben, toch lijkt dat wat met de naam "lijden" wordt uitgedrukt, op bijzondere wijze eigen te zijn aan de menselijke natuur. Het lijden is zo diep als de mens zelf, omdat het een diepte aangeeft die de mens in zekere zin aangeboren is en omdat het deze diepte op zijn manier nog overtreft. Het lijden schijnt onderdeel uit te maken van krachten waardoor de mens boven de dingen uit stijgt, krachten waardoor de mens op een of andere wijze ertoe "bestemd” is om boven zichzelf uit te stijgen en daartoe op geheimzinnige en verborgen wijze wordt opgeroepen.

Als het thema van het lijden, dat ik hier aan u voorleg, speciaal in dit heilig jaar overwogen dient te worde dit vooral omdat de Verlossing door het kruis van Christus is bewerkt, d.w.z. door Zijn folteringen aan het kruis. Maar tegelijk komt mij in dit jaar van de Verlossing die waarheid voor de geest die in de encycliek H. Paus Johannes Paulus II - Encycliek
Redemptor Hominis
De Verlosser van de mensen
(4 maart 1979)
wordt uitgedrukt: "In Christus is iedere mens de weg van de Kerk" Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, De Verlosser van de mensen, Redemptor Hominis (4 mrt 1979), 14.18.21-22. Men kan zeggen dat de mens op bijzondere wijze de weg van de Kerk wordt als het lijden in zijn leven binnentreedt; blijkbaar gebeurt dit op verschillende ogenblikken in zijn leven, op verschillende wijzen en om verschillende redenen; maar steeds schijnt het lijden, onder welke gedaante ook, in feite onafscheidelijk te zijn van het aardse leven van de mens.

Als wij constateren dat de mens dit aardse leven op een of ander wijze de weg van het lijden bewandelt, moet de Kerk deze mens te allen tijde – en wel vooral in dit heilige jaar van de Verlossing – op deze weg ontmoeten; de Kerk is immers uit dit mysterieuze geheim van de Verlossing door het kruis van Christus voortgekomen en moet zich daarom erop toewijzen vooral de mens die onder het lijden gebukt gaat, op deze lijdensweg tegemoet te treden, want in deze ontmoeting wordt de mens echt "de weg van de Kerk"; deze weg is verreweg de belangrijkste van alle wegen.

Dit is ook de hele beweegreden voor deze overweging over het lijden, juist tijdens dit heilig jaar van de Verlossing. Het menselijk lijden spoort immers aan tot medelijden; bovendien roept het eerbied op en op zijn wijze boezemt het ook vrees in: want er ligt de grootheid van een uitzonderlijk mysterie in verborgen. Deze bijzondere eerbied voor alle menselijk lijden moet op de voorgrond staan bij alles wat ik, gehoorzaamheid aan een zeer grote behoefte van het hart en ook aan een gebod van het geloof, hierna zal zeggen, bij de bespreking van het lijden schijnen deze twee motieven op bijzondere wijze samen te vloeien en zich met elkaar te verenigen: het ene gebiedt ons de vrees te overwinnen, het andere (wij hebben het hiervoor bijvoorbeeld Sint Paulus zien definiëren) verschaft ons de achtergrond waarom en waardoor wij het wagen aan datgene in de mens te raken wat in iedere mens volkomen onaantastbaar lijkt te zijn; want de lijdende mens is gehuld in een ondoorgrondelijk mysterie.

Document

Naam: SALVIFICI DOLORIS
Over de christelijke zin van het menselijke lijden
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Apostolische Brief
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 11 februari 1984
Copyrights: © 1984, Stg. RK Voorlichting, Oegstgeest
Bewerkt: 3 oktober 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam