• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Tijdens zijn optreden als Messias te midden van het volk van Israël heeft Christus zich voortdurend tot de wereld van het menselijk lijden gewend. "Hij ging weldoende rond" (Hand. 10, 38); Zijn optreden was vooral gericht op degenen die leden en hulp verwachten. Hij genas de zieken, troostte de bedroefden, verzadigde de hongerigen, verloste de mensen van doofheid en blindheid, van melaatsheid, de boze geest en allerlei lichamelijke gebreken; driemaal gaf Hij doden het leven weer. Hij was zeer gevoelig voor al het menselijk lijden, zowel het lichamelijk als het geestelijke. Maar tegelijkertijd gaf Hij onderricht en in het centrum van Zijn leer staan de acht zaligsprekingen, die gericht zijn tot de mensen die in het aardse leven door allerlei bittere moeilijkheden gekweld worden. "De armen van geest," "de treurende" en "die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid," "die vervolgend worden om de gerechtigheid", terwijl de mensen hen beschimpen, vervolgen en lasterlijk van allerlei kwaad betichten omwille van Christus Vgl. Mt. 5, 3-11 . Aldus Matteüs; Lucas noemt nog uitdrukkelijk "die nu honger lijden" (Lc. 6, 21).

In ieder geval heeft Christus deze wereld van het menselijk lijden vooral in die zin benaderd dat Hij zelf dit lijden op zich heeft genomen. Tijdens Zijn hele openbare optreden heeft Hij vermoeidheid, dakloosheid en onbegrip ondervonden, en dit laatste zelfs bij degenen die Hem het meest nabij stonden; bovendien en vooral werd Hij steeds nauwer omsloten door een wereld van afgunst en werden steeds openlijker plannen beraamd om Hem uit de weg te ruimen. Christus is zich hiervan bewust en spreekt vaker met Zijn leerlingen over het lijden en de dood die Hem te wachten staan: "Wij gaan nu naar Jeruzalem waar de Mensenzoon aan de hogepriesters en Schriftgeleerden zal worden overgeleverd. Zij zullen Hem ter dood veroordelen en aan de heidenen overleveren; deze zullen Hem bespotten en bespuwen, zij zullen Hem geselen en doden, maar drie dagen later zal Hij verrijzen" (Mc. 10, 33-34). Christus treedt Zijn lijden en dood tegemoet in het volle bewustzijn van Zijn zending, die Hij juist op deze wijze moet vervullen. Inderdaad moet Hij juist door Zijn lijden ervoor zorgen dat de mens "niet verloren zal gaan, maar eeuwig leven zal hebben". Juist door het kruis moet Hij afdalen tot de wortels van het kwaad, die in de geschiedenis van de mens en in de geest van de mensen zijn doorgedrongen. Juist door Zijn kruis moet Hij het heilswerk voltooien, dat krachtens het plan van de eeuwige liefde een verlossend karakter heeft.

Om die reden wijst Christus Petrus scherp terecht, als deze Hem probeert te bedwingen de gedachten over het lijden en de dood van zich af te zetten Vgl. Mt. 16, 23 . En als hij in de hof van Getsemane gevangen wordt genomen, probeert deze Petrus Hem met een zwaard te verdedigen maar Christus antwoord hem: "Steek uw zwaard weer op zijn plaats... Hoe zouden dan de Schriften in vervulling gaan die zeggen dat het zo gebeuren moet?" (Mt. 26, 52.54). Bovendien zegt Hij: "Zou ik de beker, die de Vader Mij gegeven heeft, niet drinken?" (Joh. 18, 11). Dit antwoord – evenals de andere antwoorden die op verschillende plaatsen in het evangelie voorkomen – toont aan hoe volledig Christus zelf doordrongen is van de gedachte die Hij in Zijn gesprek met Nikodemus had geuit: "Zozeer immers heeft God de wereld liefgehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat alwie in Hem gelooft niet verloren zal gaan, maar eeuwig leven zal hebben" (Joh. 3, 16). Christus begeeft zich op weg om Zijn eigen lijden te ondergaan, in het volle bewustzijn van Zijn verlossende macht; Hij gaat op weg in gehoorzaamheid aan de Vader, maar vooral is Hij één met de Vader in de liefde waarmee deze de wereld en de mens in de wereld heeft bemind. Daarom schrijft Paulus over Christus: "... die mij heeft liefgehad en zichzelf heeft overgeleverd voor mij" (Gal. 2, 20).

Document

Naam: SALVIFICI DOLORIS
Over de christelijke zin van het menselijke lijden
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Apostolische Brief
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 11 februari 1984
Copyrights: © 1984, Stg. RK Voorlichting, Oegstgeest
Bewerkt: 14 mei 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam