• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Als ik zeg dat Christus door Zijn zending het kwaad in de wortels aantast, denk ik niet slechts aan het definitieve en onveranderlijke, eschatologische kwaad en lijden (opdat de mens "niet verloren zal gaan, maar eeuwig leven zal hebben"), maar ook – tenminste zijdelings – aan het kwaad en het lijden in hun aardse en historische dimensie. Het kwaad hangt immers samen met de zonde en de dood. En hoewel men met grote voorzichtigheid moet oordelen over het lijden van de mens als gevolg van concrete zonde (hierop wijst al het voorbeeld van de rechtvaardige man Job), toch kan dit lijden niet gescheiden worden van de oer-zonde, namelijk van die zonde welke de heilige Johannes "de zonde van de wereld" (Joh. 1, 29) noemt, de zondige achtergrond van de persoonlijke daden en sociale processen in de geschiedenis van de mens. Hoewel men hier niet het strikte criterium van een rechtstreeks verband mag toepassen (zoals de drie vrienden van Job deden), toch mag men niet afwijken van het criterium dat het lijden van de mensen het gevolg is van allerlei ingewikkelde situaties die door de zonde veroorzaakt worden.

Dit is ook het geval als het om de dood gaat. Vaak verwacht men deze zelfs als een bevrijding uit het lijden van dit leven. Tegelijk kan het echter niemand ontgaan dat de dood als het ware de definitieve synthese betekent van het vernietigende werk van het lijden, zowel in het lichamelijk organisme als in de psyche. Maar de dood brengt vooral een desintegratie van de hele psychisch-lichamelijke persoonlijkheid van de mens met zich mee. De ziel blijft gescheiden van het lichaam voortbestaan; maar het lichaam ondergaat een geleidelijke verdergaande ontbinding volgens de woorden die God de Heer sprak na de door de mens begane zonde aan het begin van zijn geschiedenis op aarde: "Gij zijt stof, en tot stof keert gij terug" (Gen. 3, 19). Hoewel dus de dood geen lijden is in de tijdelijke zin van het woord, hoewel hij in zekere zin de grenzen van alle pijnen te buiten gaat, toch draagt het kwaad dat de mens bij de dood ondergaat, een definitief en alomvattend karakter. Door Zijn heilswerk bevrijdt de eniggeboren Zoon de mens van de zonde en de dood. Met name de heerschappij van de zonde, die onder invloed van de boze geest sinds de erfzonde in de menselijke geschiedenis is geworteld, wordt door Hem hieruit verbannen; daarenboven geeft Hij de mens de mogelijkheid om in de heiligmakende genade te leven. Na de overwinning op de dood heft Hij ook de heerschappij van de dood op, terwijl Hij door Zijn verrijzenis de weg opent voor de toekomstige verrijzenis van het lichaam. Beide overwinningen zijn wezenlijke voorwaarden voor het "eeuwige leven", de eeuwigdurende gelukzaligheid van de met God verenigde mens; dit betekent dat het lijden voor de mensen, die gered zijn, in eschatologisch opzicht volkomen is opgeheven.

Tengevolge van het heilswerk van Christus leeft de mens op aarde met de hoop op een eeuwig leven en een eeuwige heiligheid. En hoewel de door Christus via Zijn eigen kruis en verrijzenis behaalde overwinning op de zonde en de dood allerminst het aardse lijden van het leven opheft en ook de hele historische dimensie van het menselijk leven niet van het lijden bevrijdt, werpt zij op deze hele dimensie en op al het lijden een nieuw licht, het licht van het heil. Dit is het licht van het evangelie, de Blijde Boodschap. In het centrum van dit licht vinden wij de waarheid die in het gesprek met Nikodemus wordt geopenbaard: "Zozeer immers heeft God de wereld liefgehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven" (Joh. 3, 16). Deze waarheid brengt een grondige verandering in de geschiedenis van de mens en zijn hele aardse situatie teweeg: ofschoon de zonde die in deze geschiedenis als een oorspronkelijke erfenis geworteld was, als "zonde van de wereld" en als totaal van alle persoonlijke zonden ten hemel schreide, heeft God de Vader Zijn eniggeboren Zoon liefgehad, d.w.z. Hij heeft Hem steeds lief; louter en alleen om deze alles overwinnende liefde "geeft" Hij dan mettertijd deze Zoon om tot de wortels van het menselijk kwaad door te dringen en zo als brenger van het heil nader te komen tot de hele wereld van het lijden waaraan de mens deel heeft.

Document

Naam: SALVIFICI DOLORIS
Over de christelijke zin van het menselijke lijden
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Apostolische Brief
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 11 februari 1984
Copyrights: © 1984, Stg. RK Voorlichting, Oegstgeest
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam