• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

"Zozeer immers heeft God de wereld liefgehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat al wie in Hem gelooft niet verloren zal gaan, maar eeuwig leven zal hebben" (Joh. 3,16).

Deze woorden van Christus in Zijn gesprek met Nikodemus voeren ons naar de kern van het heilswerk van God. Ze drukken ook het wezen uit van de christelijke leer over de Verlossing, de theologie van het heil. Heil betekent bevrijding van kwaad en is daarom ten nauwste verbonden met het probleem van het lijden. Volgens de tot Nikodemus gerichte woorden geeft God Zijn Zoon "aan de wereld" om de mens te bevrijden van het kwaad, dat de laatste en absolute oorzaak van het lijden is. tegelijk duidt het woord "geven" ("heeft gegeven") aan dat deze bevrijding door Zijn eniggeboren Zoon via Zijn eigen lijden tot stand moest komen. Hierin wordt de liefde tot uitdrukking gebracht, de oneindige liefde zowel van deze eniggeboren Zoon als van de Vader, die Zijn Zoon om deze reden "geeft". Dit is liefde voor de mensen, liefde voor "de wereld": dit is heilzame liefde.

Hiermee betreden wij een heel nieuwe dimensie van ons thema: dit moeten wij heel duidelijk voor ogen houden bij onze gezamenlijke beschouwing van ons probleem. Het is een andere dimensie dan die welke het onderzoek naar de zin van het lijden binnen de grenzen van de rechtvaardigheid bepaalde en in zekere zin beperkte. Dit is de dimensie van de Verlossing, die door de woorden van de rechtvaardige man Job reeds in het Oude Testament, tenminste volgens de Vulgaat, voorspeld schijnt te worden: "Want ik weet dat mijn Verlosser leeft en dat ik op de jongste dag... God zal zien" (Job 19,25-26). Tot nu toe was onze beschouwing vooral en vrijwel uitsluitend gericht op het lijden in zijn veelzijdige aardse vorm, zoals het lijden van de rechtvaardige man Job, maar de zojuist geciteerde woorden uit het gesprek van Jezus met Nikodemus hebben betrekking op het lijden in zijn fundamentele en definitieve betekenis. Want God geeft Zijn eniggeboren zoon, opdat de mens "niet verloren zal gaan"; en de betekenis van deze woorden "niet verloren zal gaan" wordt nog nauwkeuriger bepaald door de erop volgende woorden: "maar eeuwig leven zal hebben."

De mens "sterft" immers als hij "het eeuwige leven verliest". Het tegendeel van het heil is dus niet het puur aardse lijden, van welke aard ook, maar een definitief en onveranderlijk lijden, namelijk het verlies van het eeuwige leven, de verwerping door God, de verdoeming. De eniggeboren Zoon is aan de mensen gegeven om de mens in de eerste plaats tegen dit onheil te beschermen, tegen dit definitief en onveranderlijk lijden. Uitgaande van Zijn heilszending, moet Hij het lijden in zijn transcendente wortels aanpakken, van waaruit het lijden zich in de geschiedenis van de mensen voortplant. Deze transcendente wortels van het lijden liggen gebed in de zonde en de dood: deze liggen immers ten grondslag aan dat verlies van het eeuwige leven. De zending van de eniggeboren Zoon bestaat dus hierin dat Hij de zonde en de dood overwint. Dor zijn gehoorzaamheid tot de dood overwint Hij de zonde en door Zijn verrijzenis overwint Hij de dood.

Document

Naam: SALVIFICI DOLORIS
Over de christelijke zin van het menselijke lijden
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Apostolische Brief
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 11 februari 1984
Copyrights: © 1984, Stg. RK Voorlichting, Oegstgeest
Bewerkt: 29 november 2017

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam