• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

De Kerk weet en leert met sint Paulus dat wij één middelaar hebben: Want God is één, één is ook de middelaar tussen God en de mensen, de mens Christus Jezus, die zich als losprijs voor allen gegeven heeft” (1 Tim. 2, 5-6). ”Welnu, de moederlijke taak van Maria tegenover de mensen verduistert of vermindert op geen enkele wijze dat enig middelaarschap van Christus maar toont aan, hoe krachtig het is” 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 60 Het is bemiddeling in Christus.

De Kerk weet en leert dat ”elke heilsinvloed van de heilge Maagd op de mensen ontstaat ... uit welbehagen van God, voortvloeit uit de overvloed van de verdiensten van Christus, op zijn middelaarschap is gevestigd, daarvan volkomen afhankelijk is en daaruit haar gehele kracht put; de onmiddellijke vereniging van de gelovigen met Christus geenszins belemmert maar juist bevordert” 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 60 . Deze heilsinvloed wordt gesteund door de Heilige Geest die, zoals Hij de Maagd Maria overschaduwde en haar goddelijk moederschap deed aanvangen, zo ook voortdurend haar zorg voor de broeders van haar Zoon bijstaat.

Het middelaarschap van Maria is inderdaad nauw verbonden met haar moederschap en heeft een specifiek moederlijk karakter waardoor het te onderscheiden is van het middelaarschap van de andere schepselen die op verschillende maar altijd ondergeschikte wijzen deelnemen aan het enig middelaarschap van Christus, ook al blijft het hare eveneens deelname Vgl. H. Bernardus van Clairvaux, In Dominica infra octavam Assumptionis Sermo. 2: Sancti Bernardi Opera, V. Roma, 1968, 263; de formule van middelares “ad Mediatoren” H. Bernardus van Clairvaux, In Nativitatem Beatae Mariae. De aquaeductu, 12: ed. cit. 283; Als zuivere spiegel geeft Maria alle eer en glorie die zij ontvangt door aan de Zoon. Want al ”kan geen enkel schepsel op één lijn worden gesteld met het mens geworden Woord en de Verlosser”, toch ”verhindert het enig middelaarschap van de Verlosser niet de menigvuldige medewerking van de schepselen, maar wekt het deze op door ze aan de enige ervan deelachtig te maken; en zo ”wordt de ene goedheid van God op verscheidene wijzen werkelijk uitgespreid in de schepselen” 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 62

De leer van het Tweede Vaticaans Concilie houdt deze waarheid over het middelaarschap van Maria voor als deelname aan deze enige bron die het middelaarschap van Christus zelf is. Wij lezen namelijk: ”De Kerk belijdt zonder aarzelen deze ondergeschikte taak van Maria; voortdurend ervaart zij deze en zij drukt de gelovigen op het hart, opdat zij, daar deze moederlijke bescherming geholpen, zich inniger aan de Middelaar en Verlosser zouden hechten” 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 62. Deze taak is tegelijk speciaal en uitzonderlijk. Zij vloeit voort uit haar goddelijk moederschap en kan slechts op grond van de volledige waarheid over dit moederschap in geloof begrepen en beleefd worden. Omdat Maria door goddelijke uitverkiezing de Moeder is van de Zoon die één in wezen is met de Vader, en “edelmoedige gezellin” Deze taak vormt een reëel aspect van haar tegenwoordigheid in het heilmysterie van Christus en de Kerk.

Het is nodig vanuit dit gezichtspunt nogmaals de fundamentele gebeurtenis in het heilsbestel te beschouwen, d.w.z. de menswording van het Woord op het ogenblik van de boodschap. Het is veelbetekenend dat Maria die in het woord van de goddelijke bode de wil van de Allerhoogste onderkent en zich aan zijn macht onderwerpt, zegt: ”Zie de dienstmaagd des Heren; mij geschiede naar uw woord” (Lc. 1, 38). Het eerste moment van de onderwerping aan het enig middelaarschap ”tussen God en de mensen” - het middelaarschap van Jezus Christus – is de aanvaarding van het moederschap door de Maagd van Nazareth. Maria stemt in met de keuze van God om door de Heilige Geest de Moeder van Gods Zoon te worden. Men kan zeggen dat haar instemming met het moederschap vooral een vrucht is van haar volledige overgave aan God in de maagdelijkheid. Geleid door de bruidsliefde, welke de liefde is die een menselijke persoon geheel aan God ”wijdt”, heeft Maria de uitverkiezing tot Moeder van Gods Zoon aanvaard. Krachtens deze liefde wilde Maria altijd en in alles ”aan God toegewijd” zijn door in maagdelijkheid te leven. De woorden ”Zie de dienstmaagd des Heren” drukken het feit uit dat zij van het begin af haar eigen moederschap heeft aanvaard en begrepen als de totale gave van zichzelf, van haar persoon, ten dienste van het heilsplan van de Allerhoogste. En heel haar moederlijke deelname aan het leven van Jezus Christus, haar Zoon, heeft zij tot het einde toe vervuld op een wijze die overeenkomt met haar roeping tot de maagdelijkheid.

Het moederschap van Maria, tot in het diepst waarvan de bruidshouding van ”dienstmaagd des Heren” is doorgedrongen, vormt de eerste en fundamentele dimensie van het middelaarschap dat de Kerk met betrekking tot haar belijdt en verkondigt 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 62 en dat zij voortdurend ”aanbeveelt aan de liefde van de gelovigen”, daar zij er veel vertrouwen in stelt. Men moet immers erkennen dat God zelf, de eeuwige Vader zich als eerste heeft toevertrouwd aan de Maagd van Nazareth, toen Hij haar zijn eigen Zoon gaf in het mysterie van de menswording. Haar uitverkiezing tot de hoogste taak en waardigheid van Moeder van Gods Zoon heeft op ontologisch vlak betrekking op de werkelijkheid zelf van de vereniging van de twee naturen in de persoon van het Woord (hypostatische vereniging). Het fundamentele feit van Moeder van Gods Zoon te zijn is vanaf het begin een volledige openheid voor de persoon van Christus, voor hee; zijn werk, voor heel zijn zending. De woorden ”Zie de dienstmaagd des heren” getuigen van deze openheid van de geest van Maria, die in zichzelf op volmaakte wijze de liefde verwezenlijkt welke eigen is aan de maagdelijkheid, verenigd en als het ware versmolten met de liefde welke karakteristiek is voor het moederschap.

Daarom is Maria niet alleen de “moeder en voedster” van de Mensenzoon geworden, maar ook ”op heel bijzondere wijze de edelmoedige gezellin” 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 61 van de Messias en Verlosser. Zoals reeds gezegd, is zij voortgegaan op de pelgrimstocht van het geloof en op deze pelgrimstocht tot aan de voet van het kruis heeft zij tegelijk door wat zij gedaan en geleden heeft haar moederlijke medewerking aan heel de zending van de Heiland gerealiseerd. Langs de weg van die samenwerking met het werk van de Zoon en Verlosser heeft het moederschap van Maria een bijzonder verandering gekend en zich steeds meer gevuld met ”vurige liefde voor allen tot wie de zending van Christus zich richtte. Door die ”vurige liefde” die erop gericht is om in vereniging met Christus het herstel ”van het bovennatuurlijke leven van de zielen” 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 61 te bewerken, begon zij op geheel persoonlijke wijze deel te nemen aan het enige middelaarschap “tussen God en de mensen”, dat het middelaarschap van de mens Christus Jezus is. Als eerste heeft zij de bovennatuurlijke uitwerking van dat enige middelaarschap op zichzelf ervaren – reeds bij de boodschap was zij begroet als ”vol van genade” - en daarom moet men zeggen dat zij door de volheid van genade en van bovennatuurlijk leven bijzonder voorbereid was op de medewerking met Christus, de enige Middelaar van het menselijke heil. En deze medewerking is juist het middelaarschap dat ondergeschikt is aan het middelaarschap van Christus.

In het geval van Maria gaat het om een speciaal en uitzonderlijk middelaarschap dat berust op haar ”volheid van genade” die tot uitdrukking kwam in de volledige beschikbaarheid van de ”dienstmaagd des Heren”. In antwoord op deze innerlijke beschikbaarheid van zijn Moeder bereidde Jezus Christus haar er steeds meer op voor om voor de mensen ”moeder in de orde van de genade” te worden. Daarom wijzen minstens indirect bepaalde bijzondere aantekeningen van de synoptici Vgl. Lc. 11, 28 Vgl. Mc. 3, 32-35 Vgl. Mt. 12, 47-50 en nog meer van het evangelie van Johannes Vgl. Joh. 2, 1-11 Vgl. Joh. 19, 25-27 die ik reeds toegelicht heb. In dit opzicht zijn de woorden die Jezus aan het kruis utgesproken heeft met betrekking tot Maria en Johannes bijzonder welsprekend.

Na de gebeurtenissen van de verrijzenis en de hemelvaart ging Maria samen met de apostelen in afwachting van Pinksteren het cenakel binnen, waar zij aanwezig was als Moeder van de verheerlijkte Heer. Zij was niet alleen degene die voortging op de pelgrimstocht van het geloof” en de vereniging met haar Zoon standvastig volhield tot onder het kruis, maar ook de “dienstmaagd des Heren” die door haar Zoon achtergelaten was als moeder midden in de beginnende Kerk: “Zie daar uw moeder”. Zo begon zich een speciale band te vormen tussen deze Moeder en de Kerk. De beginnende Kerk was immers een vrucht van het kruis en de verrijzenis van haar Zoon. Het was niet mogelijk dat Maria, die zich van het begin af zonder voorbehoud aan de persoon en het werk van de Zoon had gegeven, niet van het begin af haar moederlijke gaven over de Kerk zou uitstorten. Haar moederschap is na het heengaan van de Zoon in de Kerk blijven voortbestaan als moederlijk middelaarschap: door ten beste te spreken voor al haar kinderen werkt de Moeder mee aan het heilswerk van de Zoon, de Verlosser van de wereld. Het Concilie leert inderdaad: het “moederschap van Maria in het genadebestel gaat zonder ophouden voort ... tot aan de eeuwige voleinding van alle uitverkorenen” 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 62. Bij de verlossingsdood van haar Zoon heeft het moederlijke middelaarschap van de dienstmaagd des Heren een universele omvang gekregen omdat het verlossingswerk alle mensen omvat. Zo openbaart zich op bijzondere wijze de doeltreffendheid van het enige en universele middelaarschap van Christus ”tussen God en de mensen”. De medewerking van Maria is in haar ondergeschikt karakter deelname aan de universaliteit van het middelaarschap van de Verlosser, de enige Middelaar. Het Concilie geeft dit duidelijk aan met de bovengeciteerde woorden.

Wij lezen verder: ”Want, ten hemel opgenomen, heeft zij deze heilbrengende taak niet neergelegd, maar door haar menigvuldige voorspraak gaat zij voort ons de gaven van het eeuwige heil te bezorgen” 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 62. Het middelaarschap van Maria zet zich voort in de geschiedenis van de Kerk en de wereld met dit karakter van ”voorspraak” dat zich voor het eerst gemanifesteerd heeft te Kana in Galilea. Wij lezen dat Maria ”met moederlijke liefde zorg draagt voor de broeders van haar Zoon die nog op pelgrimstocht zijn en in gevaren en angsten verkeren, totdat zij het gezegende vaderland bereiken” 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 62. ook in haar gebed erkent en prijst de Kerk de “moederlijke taak” van Maria: prefatie van de mis van de heilige Maagd Maria, Moeder en Middelares van genade in Collectio Missarum de Beata Maria Virgine, ed typ 1987, I, 120. Op deze wijze gaat het moederschap van Maria steeds voort in de Kerk als middelaarschap dat voorspraak is, en de Kerk drukt haar geloof in deze waarheid uit door Maria aan te roepen ”onder de titels van voorspreekster, helpster, bijstand, middelares” 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 62

Door haar middelaarschap, dat ondergeschikt is aan het middelaarschap van de Verlosser, draagt Maria op speciale wijze bij tot de vereniging van de op aarde pelgrimerende Kerk met de eschatologische en hemelse realiteit van de gemeenschap van de heiligen, omdat zij reeds ”ten hemel opgenomen” is 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 62 Vgl. H. Johannes Damascenus, Homilia in Dormitionem. I, 11; II, 2, 14; III, 2: SC 80, 111v.; 127-131; 157-161; 181-185 Vgl. H. Bernardus van Clairvaux, In Dominica infra octavam Assumptionis Sermo. 1-2: Sancti Bernardi Opera, V. Roma, 1968, 228-238 De waarheid van de tenhemelopneming die door Pius XII is gedefinieerd, is opnieuw bevestigd door het Tweede Vaticaans Concilie dat het geloof van de Kerk als volgt uitdrukt: ”Tenslotte werd de onbevlekte Maagd, die voor elke smet van de erfzonde behoed was gebleven, bij het einde van haar aardse loopbaan met lichaam en ziel in de hemelse glorie opgenomen en tot koningin van allen door de Heer verheven, om aldus vollediger gelijkvormig te worden aan haar Zoon, de Heer der heren Vgl. Openb. 19, 16 en de Overwinnaar van zonde en dood” 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 59 Vgl. Paus Pius XII, Apostolische Constitutie, Dogma verklaring Maria Tenhemelopneming, Munificentissimus Deus (1 nov 1950) Vgl. H. Bernardus van Clairvaux, In Dominica infra octavam Assumptionis Sermo. Sermo, 3: Sancti Bernardi Opera, V. Roma, 1968, 263v.; de H. BERNARDUS stelt Maria voor als gedompeld in de luister van de heerlijkheid van de Zoon Met deze leer sloot Pius XII zich aan bij de Traditie die op vele wijzen uitdrukking gevonden heeft in de geschiedenis van de Kerk, zowel in het oosten als in het westen.

Met het mysterie van de tenhemelopneming is in Maria heel de uitwerking van het enige Middelaarschap van Christus, de Verlosser van de wereld en de verrezen Heer, werkelijkheid geworden: ”Allen zullen in Christus herleven. Maar ieder in zijn eigen rangorde: als eerste en voornaamste Christus, vervolgens, bij zijn komst, zij die Christus toebehoren” (1 Kor. 15, 22-23). In het mysterie van de tenhemelopneming drukt zich het geloof van de Kerk uit volgens hetwelk Maria ”door een innige en onverbreekbare band verenigd” is met Christus, omdat zij die als Moedermaagd op speciale wijze met Hem verenigd was bij zijn eerste komst, dit door haar voortdurende samenwerking met Hem ook zal zijn in afwachting van zijn tweede komst; ”op een meer verheven wijze verlost met het oog op de verdiensten van haar Zoon” 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 53 heeft zij ook de taak van middelares van goedertierenheid die eigen is aan de Moeder, bij de definitieve komst, als allen die Christus toebehoren zullen herleven en ”de laatste vijand, de dood, vernietigd zal worden” (1 Kor. 15, 26)Vgl. H. Bernardus van Clairvaux, In Dominica infra octavam Assumptionis Sermo. 1-2: Sancti Bernardi Opera, V. Roma, 1968, 262v.; voor dit bijzonder aspect van het middelaarschap van Maria als degene die van de Zoon als rechter clementie afsmeekt Vgl. Paus Leo XIII, Encycliek, Over de viering van de oktobermaand (Rozenkransgebed), Octobre Mense (22 sept 1891)

Met deze verheffing van de “dochter van Sion bij uitnemendheid” 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 55 door de tenhemelopneming is het mysterie van haar eeuwige heerlijkheid verbonden. Want de Moeder van Christus is verheerlijkt als ”koningin van allen2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 59. Zij die bij de boodschap zichzelf ”dienstmaagd des Heren” heeft genoemd, is heel haar aardse leven trouw gebleven aan wat deze naam uitdrukt en daarmee heeft zij bevestigd een echte ”leerlinge” van Christus te zijn die sterk benadrukt heeft dat zijn eigen zending dienst is: ”de Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven als losprijs voor velen” (Mt. 20,28). Zo is Maria de eerste geworden onder hen die ”Christus ook in de anderen dienen en aldus, door nederigheid en geduld, hun broeders terugbrengen naar de koning: Hem dienen is pas waarlijk heersen” 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 36; zij heeft ten volle de ”staat van koninklijke vrijheid” verworven die eigen is aan de leerlingen van Christus: dienen betekent heersen!

”Christus, gehoorzaam geworden tot de dood toe en daarom door de Vader verhoogd Vgl. Fil. 2, 8-9 , is in de glorie van zijn rijk binnengegaan. Alles is Hem onderwerpen, totdat Hij zichzelf en heel de schepping aan de Vader onderwerpt, opdat God alles in allen zou zijn Vgl. 1 Kor. 15, 27-28 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 36. Maria, de dienstmaagd des Heren, heeft deel aan dit Rijk van de Zoon Vgl. H. Bernardus van Clairvaux, In Nativitatem Beatae Mariae. 6, 12; met betrekking tot Maria Koningin Vgl. H. Bernardus van Clairvaux, In Dominica infra octavam Assumptionis Sermo. I, 2, 12, 14; II, 11; III, 4: SC 80, 59v,; 77v; 83v.; 113v.; 117; 151v.; 189-193. De glorie van het dienen houdt niet op haar koninklijke verheffing te zijn: ten hemel opgenomen staakt zij haar heilbrengende dienst niet, waarin het moederlijke middelaarschap zich uitdrukt ”tot aan de eeuwige voleinding van alle uitverkorenen” 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 62 . Zo blijft zij die hier op aarde ”de vereniging met haar Zoon standvastig heeft volgehouden tot onder het kruis”, steeds met Hem verenigd, nu ”alles Hem onderwerpen is, totdat Hij zichzelf en heel de schepping aan de Vader onderwerpt”. Zo is Maria door haar tenhemelopneming als het ware omgeven door heel de werkelijkheid van de gemeenschap der heiligen en haar vereniging met de Zoon in de heerlijkheid staat geheel gericht op de definitieve volheid van het Rijk, als ”God alles in allen zal zijn”. Ook in deze fase blijft het moederlijke middelaarschap van Maria ondergeschikt aan Hem die de enige Middelaar is, tot aan de definitieve verwezenlijking “van de volheid der tijden”, totdat het heelal in Christus onder één hoofd wordt gebracht Vgl. Lc. 1, 10 .

Document

Naam: REDEMPTORIS MATER
Moeder van de Verlosser
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Encycliek
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 25 maart 1987
Copyrights: © 1987, Stichting Verkondiging, Roermond
Bewerkt: 14 mei 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam