• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Maria wordt definitief binnengeleid in het mysterie van Christus door deze gebeurtenis: de boodschap van de engel. Zij vindt plaats te Nazaret, in zeer bepaalde omstandigheden van de geschiedenis van Israël het volk zegt tot de Maagd: “Wees gegroet, vol van genade, de Heer is met u” (Lc. 1, 28). Maria ”schrok van dat woord en vroeg zich af wat die groet toch wel kon betekenen” (Lc. 1, 29): wat konden al die buitengewone woorden wel betekenen en in het bijzonder de uitdrukking ”vol van genade” (kecharitoméne)? In de traditie van de kerkvaders bestaat er een uitgebreide en gevarieerde uitleg van deze uitdrukking: vgl. ORIGINES, In Lucam homilae, VI, 7: SC 87, 148; SERVERIANUS van GABALA, In mundi creationem, Oratio VI, 10: PG 56, 497v.; H. JOHANNES CHRYSOSTOMUS (pseudo), In annuntiationem Deiparae et contra Arium impium: PG 62, 765v.; BASILIUS van SELEUCIA, Oratio 39, In Sanctissimae Deiparae Annuntiationem, 5: PG 85, 441-446; ANTIPATER van BOSTRA, Homilia II, In Sanctissimae Deiparae Annuntiationem, 3-11: PG 85, 1777-1783; H. SOPHRONIUS van JERUZALEM, Oratio II, In Sanctissimae Deiparae Annuntiationem, 17-19: PG 87/3, 3235-3240; H. JOHANNES DAMASCENUS, Homilia in Dormitionem I, 7: SC 80, 96-101; H. HIËRONYMUS, Epistola 65, 9: PL 22, 628: H. AMBROSIUS, Expositio Evangelii secundum Lucan, II, 9: CSEL 32/4, 45v.; H. AUGUSTINUS, Sermo 291, 4-6: PL 38, 1318v.; Enchiridion, 36, 11: PL40, 250; H. PETRUS CHRYSOLOGUS, Sermo 142: PL 52, 579v.; Sermo 143: PL 52, 583; H. FULGENTIUS van RUSPE, Epistola 17, VI, 12: PL 65, 458; H. BERNARDUS, In laudibus Virginis Matris, Homilia III, 2-3: Sancti Bernardi Opera, IV. Roma, 1966, 36-38.

Als wij samen met Maria willen mediteren over deze woorden en speciaal over de uitdrukking ”vol van genade”, dan kunnen wij een veelbetekenend vergelijkingpunt vinden juist in de bovengenoemde tekst uit de brief aan de christenen van Efese. Als de Maagd van Nazaret na de boodschap van de hemelse bode ook “de gezegende onder de vrouwen” genoemd wordt Vgl. Lc. 1, 42 , dan ligt de verklaring hiervoor in de zegen waarmee “God de Vader” ons overladen heeft “in de hemelen in Christus”. Het is een geestelijke zegen, die alle mensen betreft en in zich de volheid en de universaliteit draagt (“elke zegen”), en die voortkomt uit de liefde die de Vader en de Zoon, die één in wezen met Hem is, verenigt in de heilige Geest. Het is tegelijk een zegen die door Jezus Christus is uitgestort in de mensgeschiedenis tot aan het einde toe: over alle mensen. Deze zegen betreft echterin een speciale en uitzonderlijke maat Maria: Elisabet heeft haar immers begroet als “de gezegende onder de vrouwen”.

De reden voor de tweevoudige groet is dus dat zich in de ziel van deze “dochter van Sion” in zekere zin heel de “heerlijkheid van de genade” heeft geopenbaard, van die genade waarmee “de Vader . . . ons heeft begiftigd in de Geliefde”. De bode groet Maria immers als “de Begenadigde”; hij noemt haar zo, alsof dit haar echte naam is. Hij noemt zijn gesprekspartner niet bij de naam die zij onder de mensen heeft: Miryam (=Maria), maar bij deze nieuwe naam: “Begenadigde”. Wat betekent deze naam? Waarom noemt de aartsengel de Maagd van Nazaret zo?

In de bijbelse taal betekent “genade” een speciale gave, die volgens het Nieuwe Testament haar bron heeft in het leven van de drieëne God, van God die liefde is Vgl. 1 Joh. 4, 8. De uitverkiezing waarover de brief aan de christenen van Efese spreekt is vrucht van deze liefde. Van Gods kant is deze uitverkiezing de eeuwige wil om de mens te redden door deelname aan zijn eigen leven Vgl. 2 Pt. 1, 4 in Christus: het is het heil in de deelname aan het bovennatuurlijke leven. De uitwerking van deze eeuwige gave, van deze genade van de uitverkiezing van de mens door God, is als een kiem van heiligheid of als een bron die opspringt in de ziel als gave van God zelf, die de uitverkorenen levend en heilig maakt door middel van de genade. Op deze wijze wordt vervuld, d.w.z. wordt werkelijkheid, die zegening van de mens “met elke geestelijke zegen”, die “aanneming tot zijn kinderen” in Christus ofwel in Hem die eeuwig de “geliefde Zoon” van de Vader is.

Wanneer wij lezen dat de bode tot Maria zegt: “vol van genade”, dan laat de context van het evangelie, waarin oude openbaringen en beloften samenvloeien, ons begrijpen dat het hier gaat om een speciale zegen onder alle “geestelijke zegeningen in Christus”. Zij is reeds aanwezig in het mysterie van Christus “voor de schepping der wereld” als degene die de Vader “uitgekozen heeft” als Moeder van zijn Zoon in de menswording – en de Zoon heeft haar samen met de Vader uitgekozen en haar eeuwig toevertrouwd aan de Geest van heiligheid. Maria is op geheel bijzondere en uitzonderlijke wijze verenigd met Christus. Zij wordt eveneens op geheel bijzonder en uitzonderlijke wijze bemind in deze eeuwige geliefde Zoon, in deze Zoon die één wezen is met de Vader en in wie heel de “heerlijkheid van de genade” samenkomt. Tegelijk is en blijft zij geheel open voor deze “gave van boven” Vgl. Jak. 1, 17 . Zoals het Concilie leert, “munt” Maria “uit tussen de nederigen en armen van de Heer, die het heil met vertrouwen van Hem verwachten en ontvangen” 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 55

Document

Naam: REDEMPTORIS MATER
Moeder van de Verlosser
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Encycliek
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 25 maart 1987
Copyrights: © 1987, Stichting Verkondiging, Roermond
Bewerkt: 14 mei 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam